Generaal Definitorium

 Startpagina Vorige

Uit VOX MINORUM jg. 67, nr. 1, april 2013

 

Brief over het Programma van het Generaal Definitorium

voor 2012-2018

aan alle broeders van de orde

en de communiteiten waar zij wonen

Dierbare Broeders,

ĒDe Heer geve u vrede!Ē

Het is nu vier maanden na het einde van het Generaal Kapittel. Nu is het tijd om met u te de-len welke plannen het nieuwe Generaal Definitorium heeft voor het bezielen en animeren van de Orde in de nieuwe zesjarige periode van 2012 tot 2018. Het werk aan de Constituties en de Ordinationes was tijdens het Generaal Kapittel een enorme uitdaging voor allen die er aan deelnamen. Het is voorwaar geen geringe zaak ruim vijf weken bij elkaar intensief bezig te zijn vooral met de teksten. Het waren weken die rijk waren aan broederlijkheid. Laten we dankzeggen aan God die ons dit gegeven heeft! Aan het eind van het Generaal Kapittel zijn acht van de negen nieuw gekozen definitoren voor een tijdje naar hun provincies teruggekeerd om hun definitief vertrek naar Rome voor te bereiden.

Toen konden wij als Definitorium bijeenkomen. Dit deden we meteen in de twee eerste we-ken en verder in begin november en de twee weken na het feest van de Openbaring. Deze bijeenkomsten boden ons de mogelijkheid elkaar beter te leren kennen en samen te onderzoe-ken wat we de Orde de komende zes jaar willen aanbieden.  

1

We richten ons vooral op het bijeenroepen van de Plenaire Ordesraad (PCO 8), die tot onderwerp zal hebben de genade van de arbeid (RB 5). De Plenaire Ordesraad wil eerst en vooral hierover een open en constructieve dialoog op gang brengen als een centrale waarde van ons leven. Misschien zullen sommigen dit onderwerp banaal vinden, maar wij zijn ervan overtuigd dat alle broeders ermee te maken hebben en dat het een zeer actueel thema is. Het zal de eerste Plenaire Ordesraad zijn die zich met dit aspect van ons leven bezighoudt. Praktisch gesproken zullen wij ons vragen stellen aangaande handenarbeid, studiewerk, de vele werkzaamheden van de broeders, pastoraal werk en het eenvoudig werk in huis. Wij geloven dat we dit onderwerp moeten benaderen in verband met andere aspecten van ons leven: werk als levensonderhoud, werk en broederlijk leven, werk en gebedsleven, werk en behoren tot de broederschap, werk en de verleiding tot individualisme. Dit zijn enkele gebieden die we moeten onderzoeken als we ons met dit onderwerp bezighouden. Als we dat allemaal hebben onderzocht, kunnen we ontdekken door welke motieven we bewogen kunnen worden om gezamenlijk de armoede te beleven.

Na de gebruikelijke voorbereidingstijd zal de Plenaire Ordesraad naar wij verwachten plaatsvinden in 2015 op een plaats die we tijdig zullen vaststellen. We zullen spoedig een brief sturen met meer bijzonderheden over datums en manieren om ons voor te bereiden op het houden van deze achtste Plenaire Vredesraad.  

2

Na het einde van ons Generaal Kapittel begon de Bisschopssynode over de Nieuwe evangelisatie en het doorgeven van het geloof. Doordat ik deelnam aan de Synode ontdekte ik hoe je een onderwerp moet aanpakken dat van belang is voor de Kerken van alle werelddelen. Aan de ene kant zijn er landen waar men zich van het geloof afkeert, en aan de andere kant bestaan er landen waar men het geloof pas ontvangen heeft. Daar realiseert men zich welke enorme inspanning ervoor nodig is om de boodschap van het evangelie diep wortel te doen schieten. We beseffen dat je niet kunt evangeliseren zonder ook zelf geŽvangeliseerd te worden. Alleen een kerk in een voortdurende toestand van bekering is in staat een geloofwaardige getuigenis te geven. Dat geldt natuurlijk ook voor ons, broeders kapucijnen! Daarom verzoeken we alle provincies van de orde zich af te vragen op welke manier zij opnieuw kunnen luisteren naar het Goede Nieuws om daardoor te kunnen veranderen. Samen luisteren naar het Woord van God moet een gemeenschappelijke gewoonte worden in al onze fraterniteiten op de weg van voortdurende bekering.

3

We hopen spoedig de tekst van de Constituties, op het Generaal Kapittel bediscussieerd en verrijkt, te kunnen aanbieden. Dezer dagen zullen we ze ter goedkeuring voorleggen aan de Heilige Stoel. Dan willen we haast maken met het vervaardigden van officiŽle vertalingen in de verschillende talen die goedgekeurd zijn door de Generale Minister. Na goedkeuring door de Heilige Stoel begint het belangrijkste, de nieuwe tekst van de Consti-tuties en van de Ordinationes van het Generale Kapittel aan de broeders bekend maken zodat zij ze kunnen waarderen.  

4

De besluiten van het Generaal Kapittel

4.1 Het kapittel heeft zich uitgesproken om in onze bedieningen en verblijfplaatsen garant te staan voor de bescherming van kinderen en kwetsbare volwassenen; deze resolutie moet opnieuw aandachtig worden bestudeerd en uitgewerkt, voordat zij aan alle broeders van de Orde ter kennis wordt gebracht. Speciaal denken wij hierbij aan allen die te maken hebben met de initiŽle en permanente vorming.

4.2 Het Generaal Kapittel gaf er de voorkeur aan te spreken van Richtlijnen voor broederlijke samenwerking tussen provincies liever dan van 'personele solidariteit'. Het heeft de tekst aan-vaard waarin veel praktische richtlijnen staan omtrent dit onderwerp. Het is ons vurig verlangen, dat de bestaande samenwerkingsverbanden tussen provincies worden voortgezet en zelfs worden geÔntensiveerd. Dit zal onze aanwezigheid op alle plaatsen waar wij ons bevinden opnieuw een betekenisvolle dimensie geven en het euvel van provincialisme overwinnen.

4.3 De tekst van de aanbevelingen over onze identiteit als broeders benadrukt opnieuw een zaak die al lange tijd een punt van grote zorg is. We blijven dit benadrukken. Van de ene kant zullen wij samen met de Generale Ministers van de Eerste Orden en de TOR dit punt nog eens voorleggen aan het bevoegde gezag. Tegelijk zullen wij van de andere kant niet ophouden onze Orde op te wekken om onverkort vast te houden aan onze identiteit als broeders en deze welgemeend te beleven.  

5

Wij zullen aan het Generaal Secretariaat van de Vorming, in samenwerking met de In-ternationale Vormingsraad, vragen een schets te ontwerpen van een Vormingsprogramma voor de hele Orde. Zodra het Generaal Definitorium dit bestudeerd en goedgekeurd heeft, zullen we het aanbieden aan de Conferenties van de Orde, zodat die hun te opmerkin-gen kunnen maken en voorstellen kunnen doen voor een gemeenschappelijke opzet die dan een breed draagvlak heeft.  

6

Vijftien jaar na het oprichten van het Bureau van Internationale Economische Solida-riteit lijkt het ons het geschikte moment nog eens naar het Statuut te kijken. De ontwikkelingen die de Orde in deze jaren heeft meegemaakt, de getalsmatige teruggang van veel provincies in het noordelijk halfrond en de sterke groei in die van het zuidelijke halfrond vormen een uitdaging om erover na te denken welke nieuwe structuur we aan het Bureau kunnen geven. Solidariteit is een vitaal aspect van de Orde, maar dit moet allereerst een teken 11 zijn van delen met elkaar. Op die manier zullen de banden en relaties werkelijk broederlijk zijn.  

7

We zijn van plan de nieuwe provinciale ministers in Rome samen te brengen voor een introductieweek waarin zij kennis maken met de vereisten van hun functie en met de Generale Curie, haar diensten en taken. Om verschillende redenen menen wij dat de meest geschikte tijd in de maand juni is. We hebben besloten niet door te gaan met de bijeenkomsten ter plaatse van het voltallige Generaal Definitorium met de afzonderlijke Conferenties. We geloven dat het waardevoller is de ontmoetingen met de voorzitters van de Conferenties te intensiveren. We hebben besloten dat we er drie zullen plannen in het sexennium, waar-in de Generale Minister aanwezig zal zijn op de bijeenkomsten van de afzonderlijke Conferenties. Op een moment van economische crisis zoals nu, is het alleen maar juist onze uitgaven te beperken. 

8

In het afgelopen sexennium zagen we de nieuwe start van het huis in Jeruzalem. Heel geleidelijk beginnen er, dankzij harde arbeid van de plaatselijke fraterniteit, groepen broeders op bezoek te komen voor momenten van bijbelse vorming. Ons doel is het g-bruik van dit huis door de broeders uit te breiden. Daartoe onderzoeken we welke mogelijkheden er zijn voor vorming. De uitdagingen die ons voor ogen staan, zijn in wezen deze twee: gebruik maken van die delen van het pand die nog niet gerenoveerd zijn en een manier om een economisch fonds op te bouwen, waarmee we vormingscursussen kunnen aanbieden, uit-eindelijk voor alle broeders van de Orde, maar vooral voor de broeders uit provincies die niet in staat zijn de onkosten op te brengen van een verblijf in Jeruzalem.  

9

In het afgelopen sexennium hebben we Economische Visitaties gehouden in alle provincies van ItaliŽ en in verscheidene Spaanssprekende provincies van Centraal- en Zuid-Amerika. We streven ernaar deze visitaties voort te zetten, in het bijzonder voor de provincies van de Conferenties, die dit nog niet eerder hebben meegemaakt. Dit zal meebrengen, dat daar een bepaald aantal broeders op tijd voorbereid wordt om de verantwoordelijkheid voor zoín taak op zich te nemen.  

10

In veel fraterniteiten die maaltijden verstrekken, is er in deze tijd van economische crisis nogal wat veranderd. Behalve de restaurants voor de armen zijn er veel andere charitatieve activiteiten gestart door de provincies of door individuele broeders. We zijn van deze goede werken niet zo op de hoogte als we zouden behoren te zijn. We verzoeken het Bureau van Gerechtigheid, Vrede en Behoud van de Schepping een com-plete lijst te maken van deze activiteiten. Dan kunnen we bijhouden wat we al doen en kijken hoe we ons dienstbetoon kunnen verbeteren.

 

11

Gedurende het Generaal Kapittel nam br. Josť Angel Echeverria, de coŲrdinator van het Lexicon Cappucinorum Project, persoonlijk contact op met die provinciale ministers die weinig of niets hadden gedaan om de formulieren voor hun provincies uit te delen. Daardoor zal dat belangrijke werk opnieuw uitgegeven kunnen worden, waarvan de eerste editie stamt uit 1951. Het is onze vaste bedoeling om dit werk ten einde te brengen gedurende dit pas begonnen sexennium. Om dit te volbrengen hebben we evenwel een grotere inspanning nodig van de kant van allen. Zoals ik in het begin van deze brief al heb opgemerkt, is het nieuwe Generaal Definitorium zijn dienst aan de Orde begonnen, zich bewust, geroepen te zijn de vlam van ons charisma 12 brandend te houden als kapucijnse franciscanen. Wij willen niets liever dan schouder aan schouder met jullie voort te gaan, geliefde broeders!

Gedurende de eerste maanden van het nieuwe sexennium zijn wij ook begonnen de fraterniteit van de Generale Curie te vernieuwen. De broeders die vele jaren hun diensten hebben verleend, mochten naar hun provincies terugkeren. Andere broeders kunnen nu de ervaring opdoen van een internationale fraterniteit in dienst van de Orde.

Een nieuw sexennium betekent voor ons allen een unieke gelegenheid ons te vernieuwen en met nieuwe kracht te beginnen. Beminde broeders, laat ons niet verzuimen deze mooie gelegenheid aan te grijpen.

Laten we, zeker van de bescherming van de Onbevlekte Maagd, Patrones van de Orde, en van de welwillende blik van de serafijnse heilige Vader Franciscus en van al de Heiligen en Zaligen van onze Orde, voortgaan in vrede en in vertrouwen op onze weg van toewijding.

Aan jullie allen zend ik mijn broederlijke groet!

Br. Mauro JŲhri

Generale Minister OFM Cap.

en zijn Definitorium

Rome, 2 februari 2013

Feest van de Presentatie van de Heer

Vertaling: br. Frans van Lingen

Opm.: Overal waar provincies staat, moet gelezen worden 'circumscripties', dat wil zeggen: provincies, vice-provincie en custodieŽn.

 

4 november 1616: Splitsing van de Nederduitse provincie in een Vlaamse en Waalse provincie