Lokale fraterniteiten

 Startpagina Vorige

In deze rubriek bezoeken we onze fraterniteiten:

   Antwerpen

   Brugge

   Herentals

   Hoogstraten Meersel-Dreef

   Ieper

   Brussel

     Uit het provincialaat: Stichtingsvergadering van de regionale gemeenschap "Vlaams Brabant" 9 juli 2015

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

     FRATERNITEIT: ANTWERPEN

Ossenmarkt 14
2000 Antwerpen
Tel. : Provincialaat 03/233.20.91
Provinciaal: 03/205.26.20
Fraterniteit: 03/232.55.94
Fax: Provincialaat: 03/226.58.03
Procuur: 03/226.55.03
Fraterniteit: 03/232.33.01

1. Geschiedenis van klooster, kerk en provincialaat

Toen in oktober 1585 de kapucijnen naar de Nederlanden kwamen, vestigden zij zich eerst op de Paardemarkt te Antwerpen. Hun voornaamste apostolaat was toen het bestrijden van het protestantisme. Hiervoor predikten zij op markten en pleinen. In de tweede helft van de 17de eeuw werd het klooster vergroot, zodat het 65 "cellen" en 18 ziekenkamertjes telde. Op het einde van de 18de eeuw werden de religieuzen door de Franse omwentelaars verdreven. Daarna werd de kloosterkerk een parochiekerk. In 1906 werd plechtig de eerste steen van de huidige Sint-Antoniuskerk gelegd. Enkele ruimten uit vroegere tijden zijn hierbij bewaard gebleven, o.m. de sacristie.

In 1856 kwamen de kapucijnen terug naar Antwerpen. Na moeizame onderhandelingen kochten zij het gewezen klooster der Oostmallen, kanunnikessen van Sint-Augustinus. Het was gelegen aan de Korte Winkelstraat, een smalle doorgang tussen de Vesten en de Ossenmarkt. Het kerkje was intussen een pakhuis geworden, met enkele verdiepingen. Het klooster was naast de kerk. De inrijpoort gaf toegang tot een bleekplaats, een deel van de huidige tuin. Wegens huurovereen-
komsten was het complex nog niet direct vrij. tot mei 1897 woonden daarom de kapucijnen in twee huurhuizen op de aanpalende Ossenmarkt. Intussen was het kerkje hersteld en werd het op 21 november 1856 opnieuw geopend voor de eredienst. Voor de bouw van het nieuwe klooster werd het tien jaar wachten. Midden september 1866 werd de eerste steen gelegd. Op 24 oktober 1867 konden de kapucijnen er hun intrek nemen.

Tijdens de volgende jaren werden talrijke verbouwingen uitgevoerd. Op de eerste plaats voor de bewoners. Zo werden in 1907 de kamers en de ramen vergroot. In 1929 werd aan het klooster een tweede verdieping toegevoegd, ten dienste van het provinciaal bestuur. Dit bestuur zal in 1955 verhuizen naar een heel nieuw gebouw aan de Ossenmarkt. In deze jaren telde de fraterniteit ongeveer 25 religieuzen. Zij maakten zich op vele gebieden, pastoraal en  sociaal, verdienstelijk.

Ook de kerk werd intussen uitgebreid. Na enkele schuchtere pogingen werd ze in 1892 definiteif vergroot en verhoogd. Met de steun van milde weldoeners werden ook de meubilering en de altaren vernieuwd. De "paterskerk" werd een druk bezochte bidplaats, zowel voor de Antwerpenaars als voor de mensen uit de Kempen. Op de eerste plaats voor het biechten. Ook de Antoniusverering kende een hoge bloei. In 1929 telde de Antoniusbond 5.500 leden. Jaarlijks trokken grote groepen met speciale trams op bedevaart naar Meersel-Dreef en Herentals. De dertien dinsdagen voor het patroonsfeest op 13 juni zorgden telkens voor een bomvolle kerk. De muren van de Antoniuskapel zijn tot vandaag bekleed met dankbetuigingen. Een sociale dimensie van deze verering was het Antoniusbrood: mensen gaven brood of geld voor de armen. Zo werden in 1936 aan de kloosterdeur 22.000 broden uitgereikt. Dit gebruik bestaat tot heden, maar wel in mindere mate. Ook het kerkgebeuren is vandaag minder druk geworden. Met vieringen op de weekdagen 's morgens, én tijdens het week-end. De kerk blijft elke dag open voor biechtgelegenheid, of voor een moment van bezinning en gebed.

De laatste, grote verandering gebeurde in de jaren 1984-1985. Het aantal roepingen was drastisch teruggevallen; onze kloosters waren te groot geworden. De fraterniteit kreeg na enkele aanpassingen een nieuwe leefruimte. Het eigenlijke klooster werd overgedragen aan Pax Christi, aan de Bouworde, aan het buurtwerk Kauwenberg.

2. Samenstelling van de fraterniteit

  Gust Koyen:                     Minister provinciaal
  Kenny Brack:                   Vicaris provinciaal
  Jan De Vleeshouwer:        Secretaris provinciaal
  Kamiel Teuns:                  Econoom, discreet

  Daniëlle Nuyts:                 Economaat
  Roger Arnaert:             
  Rafal Chewdoruk
  Marcin Derdziuk 
  Stan Teuns
  Luc Vansina:    Vicaris en definitor, Coördinator voor de internationale aspecten van de fraterniteit

 
UITWONENDE BROEDERS:
  Guido Debree
  Paul Fremau
  Georges Verhaeghe

 

.Overgenomen uit Handdruk jg. 45, nr. 3, september 2015             

 
 


3. Activiteiten

- Provinciale diensten, missiesecretariaat, archief, redactie Vox Minorum
- kerk (openbare kapel) met als kenmerken de Sint-Antoniusverering en biechtgelegenheid, alsook de mogelijkheid om even stil tot rust te komen (bezoek).
- activiteiten van medebroeders FLO , sociaal dienstbetoon, parochiehulp, assistentie vrouwelijke religieuzen,

4. Gebruik van de kloostergebouwen

- De fraterniteit woont in een deel van het klooster, in hoofdzaak het provincialaat.
- Het grootste deel van het klooster wordt gebruikt door Pax Christi-Vlaanderen, de Wereldmediatheek, de Bouworde, het buurtwerk Kauwenberg.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Fraterniteit: Brugge Boeverie

Boeveriestraat 18
8000 Brugge
Tel: 050/33.45.96

 

1. Beknopte geschiedenis

In 1592 kwamen de eerste kapucijnen in Brugge aan. Guido Gezelle heeft een boekje gepubliceerd, waarin hij de aankomst van de kapucijnen te Brugge heeft beschreven. Ze woonden eerst in bij de pastoor in de Sint-Gillisparochie. Daarna gingen ze in de Clarastraat wonen in een restant van een klooster waar van 1569 tot 1578 Engelse kartuizers hadden gewoond. Het Brugse stadsbestuur schonk op 19 mei 1617 aan de kapucijnen een stuk grond, gelegen op de Groene Vrijdagmarkt, ten Zuiden van ’t Zand.

Op 5 juli 1620 werd de nieuwe kerk geconsacreerd. Het was een eenvoudige kerk zonder veel versiering, een zichtbaar voorbeeld van de armoede van de kapucijnen.

In hun nieuwe vestiging werden de kapucijnen spoedig een populaire orde, omdat ze zich volledig ten dienste stelden van het gewone volk. Vooral wanneer rampen de bevolking teisterden of epidemieën uitbraken, waren de kapucijnen bijzonder actief.

Aan de bemoeizucht van de Oostenrijker Keizer Jozef II konden de kapucijnen ontsnappen. Maar kort daarop zou de Franse Revolutie toeslaan. In 1795 werd België bij Frankrijk ingelijfd en begonnen de Franse wetten ook hier te gelden. Op 4 november 1796 werden de Brugse kapucijnen uit hun klooster verdreven. Hun hele bezit werd verbeurd verklaard en in oktober 1797 werd hun inboedel publiek geveild. Een van de kapucijnen kon als bewaker en onder een schuilnaam in het klooster blijven wonen om er een oog in het zeil te houden. Zo werd het Brugse klooster op de Vrijdagmarkt van sloping gespaard.

Op 1 mei 1834 werd in het Belgisch parlement een wet goedgekeurd waarbij op staatskosten een spoorlijn zou worden aangelegd naar Gent en Oostende over Brugge. Bij de bouw van het eerste station werd slechts een deel van het klooster onteigend, maar met de bouw van het tweede station werd het klooster volledig onteigend. 
Op 15 juni 1867 moesten alle gebouwen volledig ontruimd zijn en op 26 november 1857 werd het klooster openbaar verkocht.

De kapucijnen weken uit naar de Clarastraat, het voormalige klooster van de Rijke Klaren. Mgr. Faict, bisschop van Brugge, zag zeer node de kapucijnen uit West-Brugge vertrekken. Door een samenloop van omstandigheden kregen de kapucijnen in de Boeveriestraat een tweede klooster. Op 25 mei 1871 werd de kerk, toegewijd aan Sint Antonius van Padua, door Mgr. Faict geconsacreerd. Het klooster werd genoemd Onze-Lieve-Vrouw-ter-Engelen.

Klooster en kerk werden gebouwd naar ontwerpen van de kapucijn Ildefons van Brugge (1822-1880), een telg uit de bekende Brugse familie Van Damme. Bij de ingang van het klooster staat links een klein Mariabeeld met onderschrift: "H. Maria, Moeder Gods. Toevlucht van alle moeders. Bid voor ons." Dit gotische beeldje, ook genoemd Onze-Lieve-Vrouw van de Goede Bevalling is afkomstig uit het vorige klooster op de Vrijdagmarkt. Vroeger werden kinderen, die een zusje of een broertje wilden, naar de kapucijnenkerk gestuurd om voor dit beeldje te bidden. Vandaar ook de Brugse legende dat de kapucijnen de leveranciers van de kindjes waren.

Het hoofdaltaar, de preekstoel en twee biechtstoelen komen uit de eerste Brugse kapucijnenkerk. De communiebank, de andere biechtstoelen en het portaal werden door de Brugse beeldhouwer Hendrik Pickery (1828-1894) gebeeldhouwd.

Het hoofdaltaar van de vroegere kerk was versierd met een groot schilderij van de Antwerpse meester Gaspar de Craeyer (1584-1669).  Zijn schilderij stelde een Calvarie voor met Christus aan het kruis, de honderdman te paard en Franciscus voor het kruis neergeknield.  In 1796 werd dit kunstwerk door de Franse bezetter uit de omlijsting gestolen en wordt nu bewaard in het museum van Rennes.  In de 19de eeuw maakte de Brugse schilder Hendrik Dobbelaere (1829-1885) een kopie van het werk van Gaspar de Craeyer.  Deze kopie siert nu het hoofdaltaar.

Er hangt nog een merkwaardig schilderij in het klooster, afkomstig uit de vroegere kerk. Het werd geschonken door de Schietere, heer van Kaprijke en is geschilderd door de Bruggeling Balée. Het stelt de H. Donatus voor, terwijl Christus hem in de wolken verschijnt. Op de achtergrond van dit schilderij ziet men het kapucijnenklooster op de Vrijdagmarkt en drie Brugse torens. De Heilige Donatus is de patroon tegen donder en bliksem, oorzaak van veel branden. De kapucijnen waren ook de brandweer en in het klooster werden de ladders en de emmers voor het blussen bewaard.

De fraterniteit bestaat uit negen inwonende en vier uitwonende medebroeders.

De meeste medebroeders zijn bejaard. Dit wil niet zeggen dat er geen pastoraal  werk meer verricht wordt  en geen initiatieven meer genomen worden. Daarover meer in nr.3.

2. Samenstelling van de fraterniteit

- Adri Geerts, gardiaan
- Klaas Blijlevens, vicaris
-
Arthur De Bouc
- André Debusschere
- Noël Decleir
- Willy Van Samang
- Hugo Gerard
- Aster Missiaen
- Walter Houtman

 Uitwonend :

- Silveer Vermeulen, actief in de pastoraal van de binnenschippers
In de weekends helpt hij in de liturgie van de fraterniteit in de Boeverie.
In de week verblijft hij op het adres:  Sint-Salvatorstraat 40 9000 Gent   09/233 59 25
                                                                               
- Guido Travers,  stadskluizenaar in Brugge

- - Paul Seger
s                           

 
 
 

3. De activiteiten van de inwonende medebroeders

In de gemeenschap en in een kloostergebouw en kerk zijn er uiteraard veel taken en werkzaamheden zonder naam. Ze worden door ieder naar vermogen en van harte opgenomen. 

 4. Activiteiten eigen aan de fraterniteit

* Onze stemmige kerk is altijd open. Er is steeds gelegenheid voor het sacrament van verzoening;  Sint Antonius en de heilige pater Pio worden er vereerd. Er is een bloeiende gebedsgroep Pater Pio.

* Naast het presbyterium van de kerk ligt de Franciscuszaal. Hier vergaderen vaak werkgroepen van de kapucijnen, hier worden ook  conferenties gegeven rond spiritualiteit. Hier zullen nog andere initiatieven genomen worden.  Hier  wordt ook veel geoefend door het Fiorettikoor (zie verder).

* Het Fiorettikoor is een jeugdkoor dat door een kapucijn opgericht werd. Het heeft een eigen huisje ter beschikking gekregen (Boeveriestraat 16), oefent wekelijks in de Franciscuszaal en luistert gezinsvieringen op  in onze kerk en ook andere vieringen  en het treedt  op vele plaatsen op;    ( zie : www.fiorettikoor.be )

  * De fraterniteit viert elke weekdagmorgen om 8.00u. in de eigen gebedsruimte  samen met andere gelovigen de eucharistie. In deze viering zijn de lauden opgenomen.

Op dinsdagavond is er om 18u. een eucharistieviering
Op de tweede maandag van elke maand is er om 17u30 een viering van de gebedsgroep Pater Pio.

De weekendvieringen : zaterdagavond om 18.00u.  Zondagmorgen om 7.00u en 10.30u.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

FRATERNITEIT: HERENTALS

Adres: Kapucijnenstraat 9, 2200 Herentals
Tel. : 014/22.28.21
Fax.: 014/22.17.17

Mevrouw Heidi Krieckemans draagt samen met de gardiaan de verantwoordelijkheid in onze gemeenschap van Herentals is

   Samenstelling van de fraterniteit:

    Leo (Vik) De Vleeshouwer

     Michel Dewulf

    Karel Lodewijk Hamels

    Jacques Houyoux

     Edmond Lannoo

    Jozef Meersman

    Paulus Paternoster,       

    Georges Stalpaert ,vicaris

    Georges Van der Linden

    Joannes Van Dijck

   Jan Wouters, gardiaan

   Arnod Van Gemert

UItwonend:

    Antoon van der Velden

    Frans Vansina

 
 
 

1. Beknopte geschiedenis: huis en kerk

Het klooster werd gebouwd in 1896 op aanvraag van Frans Wouters, pastoor van het begijnhof te Herentals. Deze had bij testament van de Heer Judovicus Heylen een vrij belangrijke som ter beschikking gekregen om te besteden aan 'een of meerdere goede werken'. De heer Frans Wouters, in overleg met Catharina Heylen, zus van Judovicus, besloot – vooral met het oog op de werkende klasse -, tot het bouwen van een klooster voor mannelijke religieuzen. Om het te bevolken werd een beroep gedaan op de Kapucijnen. Het Provinciaal bestuur te Antwerpen ging op het aanbod in. De eerste steenlegging gebeurde in 1896. Eind mei 1897 waren kerk en klooster klaar. De 9 eerste broeders kwamen er in juni 1897.

Aangezien de nieuwe stichting samenviel met het 7de eeuwfeest van de geboorte van St.-Antonius lag het voor de hand de kerk en het klooster toe te wijden aan St.-Antonius.  Naast de zielzorg voor de werkende klasse zou het klooster en de kerk een centrum worden van franciscaans leven.

De Antoniusverering met zijn Antoniusdagen, zijn triduüms en bedevaarten waren zo intens dat men in 1914 besloot de Antoniusgrotten te bouwen op een smalle strook naast het klooster.

Ze stelden verschillende episodes voor uit het leven van St.-Antonius.

De grotten boden een heilzame verpozing na de soms lange oefeningen in de kerk.

In 1934 brandde het klooster af. De kerk bleef gespaard. De broeders huurden een burgerhuis in de stad, en velen bleven overnachten in de gehavende kamers. Al heel vlug werd de heropbouw georganiseerd en de werkzaamheden begonnen reeds in hetzelfde jaar. Een jaar later namen de broeders hun intrek in het vernieuwd gebouw.

In 1937 werd het klooster van Herentals ook aangewezen als plaats voor de 'Eloquentia'. De jong gewijden die voor de predikatie hier te lande bestemd waren kregen hier een opleiding als predikant gedurende een jaar. De 'Eloquentia' werd opgeheven in 1962.

Op 12 juni 1965 werd de kloosterkerk onder de titel van de H. Antonius opgericht als kapelanij, afhankelijk van de hoofdparochie St.-Waldetrudis.

Op 12 oktober 1965 werd de kapelanij opgericht als parochie.

In 1991 werd besloten tot de nieuwbouw van een rusthuis te Herentals voor eigen medebroeders. Plaats van inplanting was de tuin achter het oude klooster. Het nieuwe rusthuis met een capaciteit van 23 goed ingerichte kamers was klaar in juni 1993.

De bewoners van het oude klooster namen er hun intrek op 23 juni 1993. Het oude klooster werd dan voor een groot deel afgebroken. Een stuk van de voorgevel werd behouden als verblijfplaats van de pastoor.

Op het ogenblik (2001) functioneert het rusthuis met 3 bejaardenhelpsters voor een 20-tal inwoners.

2. Eigenheid van de gemeenschap

Het klooster van Herentals is een rusthuis voor eigen medebroeders waarvan ook actieve medebroeders met eigen activiteiten deel van uitmaken.

3. Gewone en bijzondere activiteiten

Als gemeenschap verlenen we assistentie:

- Aan verschillende kloostercongregaties in de omtrek voor eucharistie en biecht.
- Aan de eigen parochie voor eucharistie en predikatie.
- Aan parochies uit de omgeving voor pastoors op verlof of ziekte
- Aan het St.-Elisabeth ziekenhuis.
- Als K-verantwoordelijke van K.V.G.

4. Andere gegevens

Wie uitgebreide informatie wenst over de geschiedenis van het klooster van Herentals kan het boek consulteren: "KAPUCIJNEN-HERENTALS – 100 JAAR"

Auteur: G. Tireliren,
Druk: St.-Norbertus drukkerij – Westerlo

Het boek kan besteld worden bij: Kapucijnen, Kapucijnenstraat 9, 2200 Herentals aan de prijs van 2,50 euro verzendingskosten.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Fraterniteit: Ieper

Capucienenstraat 48
8900 Ieper
Tel: 057/20.17.24
Fax: 057/20.19.44.

Fraterniteit:
Louis Van Looveren, huisoverste

1. Een stukje geschiedenis, de kerk en het klooster

In 1593 is er sprake van dat de Paters Kapucijnen zich in Ieper komen vestigen. De Spaanse bezetting heeft daar een belangrijke rol in gespeeld. Later kwam men onder het bewind van Oostenrijk. Vooral in de periode 1780-1790, ten tijde van keizer Jozef II, voelt de Kerk weinig steun. De verschillende bisschoppelijke seminaries worden gesloten en vervangen door keizerlijke seminaries te Leuven en Luxemburg. Kerkelijke goederen en kloosters komen onder staatscontrole: ieder klooster moet een inventaris opmaken van zijn bezit.

Bij de Ieperse kapucijnen vindt men het volgende document: "Op 16 november 1797 werd het kapucijnenklooster van Ieper publiek verkocht ".

Na wereldoorlog I wordt Ieper herbouwd. Pastoor Denijs van de Sint Niklaasparochie gaat aankloppen bij de paters kapucijnen om een klooster en kerk te bouwen om zo de dienst voor het volk op te nemen, gezien er over het spoor heel wat volk woont: arbeiders en spoorwegbedienden.

Op 13 maart 1923 wordt pater Ildefons tot overste benoemd van de nieuwe stichting te Ieper. .

De nodige fondsen worden ingezameld. De heer Coomans uit Ieper is uitgekozen als bouwmeester. De heer Van Eeghem uit Brugge wordt de aannemer. Het werk zal in drie fases verlopen.

** De kerk en hospitium, dit is het huidige klooster, tot aan de gang die kerk en klooster verbindt, wordt eerst afgewerkt. De aanbesteding gebeurt op 19 februari 1924 en reeds op 21 september worden kerk en hospitium ingewijd. O.L.Vrouw MARIA MIDDELARES wordt de patrones van de kerk.

** De tweede fase gebeurt in 1925: de verdere voltooiing van het klooster zoals het er nu nog staat.

** De derde fase en de laatste volgt onmiddellijk op de tweede: buitenwerk met de stenen dammen, omheining, serres en hof.

Alles is kant en klaar op 1 mei 1926.

In 1958 begint een nieuwe fase in de geschiedenis van de kapucijnen te Ieper. Op 15 oktober 1956 had Mgr. De Smedt, bisschop van Brugge, zich gewend tot Z.E.P. Provinciaal met het voorstel de zielzorg van de parochianen van de St-Niklaasparochie die over de oude vaart wonen, rechterlijk aan de paters kapucijnen toe te vertrouwen. De paters oefenden immers op zeer verdienstelijke wijze in deze omgeving apostolaatswerk uit. Vermits de Orde der kapucijnen in principe geen parochies aanvaarden, verwijst de provinciaal naar het hoogste bestuur der kapucijnen in Rome. Op 7 april 1957 verleent de congregatie voor religieuzen op haar beurt, aan de Vlaamse kapucijnen de toelating om in die buurt van Ieper parochiewerk te aanvaarden.

Op 21 april 1958 keurt het generaal bestuur van de orde, die intussen alle voorwaarden en overeenkomsten heeft onderzocht, de uitvoering goed. Op 26 april 1958 wordt Mgr. De Smedt op de hoogte gebracht van die goedkeuring en bij decreet van 24 mei bepaalt hij dat met ingang van 1 juni 1958 de kloosterkerk van de paters kapucijnen te Ieper tot parochiekerk onder de titel O.L.V.-Middelares. Enkele dagen later benoemt de bisschop, op voordracht van het provinciaal bestuur der kapucijnen, Frans Vandewalle, pater Herman, tot eerste pastoor. In 1969 werd hij opgevolgd als pastoor door pater Jan Scheerlinck die in 1979 wordt opgevolgd door pater Luc Hessel. Sedert 1982 is pater Boni Van Looveren er pastoor. In 2000 werd de parochie opgenomen in de Federatie Ieper- Stad.

Onze dankbaarheid gaat uit naar alle kapucijnen die hier gewoond hebben en nog wonen. Door gebed, door broederlijke genegenheid, door dienstbaarheid in het dagdagelijkse leven, hebben zij getuigenis afgelegd van de Blijde Boodschap. In hun spoor mag de parochie verder werken en oogst ze nu de vruchten van toegewijde inzet al die jaren.

Uit het jaarwerk van " Onze Lieve Vrouw Middelares " van Saar Deroo en Miet Durnez noteren we het volgende over stijl, architectuur, kunstvoorwerpen en decoratie:

"Deze kerk heeft een voorgeplaatst westportaal, een beuk van twee brede traveeën en een koor van een brede travee met twee kleine zijkoren met rechte sluiting. De vierkante noordoosttoren is deels vrijstaand.

Het is een georiënteerd eclectisch kerkgebouw waarvan de architecturale uitwerking aanleunt bij het "school neoromaans". Kenmerkend is de uitwerking die overheerst, de vensters en deuren met rondbogen en de vrij sobere bouwzijde. de gevel is uitgewerkt met steunberen, de muurvlakken zijn afgelijnd door tandlijsten die onder meer klimmen bij de westelijke en oostelijke puntgevels met bijkomend boogfries en/of casementen.

De toren heeft op elkaar gestelde hoeksteunberen en een tentdak. De kerk daarentegen heeft een leien zadeldak.

Wanneer je recht voor de kerk staat zie je dat ze ook zeer symmetrisch gebouwd is. De vier vensters, twee grote in het midden ingesloten door twee kleinere, komen telkens terug, niet alleen vooraan maar ook achteraan en in de zijmuren. Ook de kleine, ronde glas-in-loodramen ( oculi ) vinden we meerdere keren terug.

De kerk is gebouwd met gele bakstenen en heeft een parament van arduin. Wanneer je even binnen kijkt, zie je dat de bepleisterde en grijsbeschilderde zaalkerk enkele neobyzantijnse kenmerken vertoont namelijk de drie pseudo-koepels, ingebouwd in het zadeldak. Er wordt ook veelvuldig gebruik gemaakt van vierkante pijlers en ronde of achthoekige zuilen. Deze achthoekige zuilen hebben een kapiteel versierd met druiventrossen.

 

Nadat je de zware deur van het portaal (1) hebt
geopend en je de eigenlijke kerk binnenkomt, bevind
je je in een zuilengang (2), die over de breedte van de
kerk loopt.
In het midden, langs beide kanten van het gebouw,
heb je nog twee dergelijke gangen (3). De opening
tussen de twee pijlers van de linkse gang is afgesloten tekening.
door een kunstvol decoratief houten paneel met de
attributen van de twaalf apostelen Het altaar (4) staat ervoor.
Ook achteraan, links en rechts, heb je een klein
gangetje (5).
Helemaal achteraan staat het orgel (6) en het oude
altaar (7). Aan de rechterkant bevindt zich ook de deur
naar de sacristie. De stoelen staan in halvemaanvorm
( sinds 1981) rond het altaar. Helemaal voorin, boven
het portaal bevindt zich het doksaal, omsloten door een
stenen balustrade.

Verklaring.

In de oostelijke muur in de kerk zitten vier glas-in-loodramen met afbeeldingen van franciscaanse heiligen: de heilige Bonaventura, de heilige Lodewijk, de heilige Clara en de heilige Elisabeth. De glasramen hebben felle kleuren zoals scharlakenrood en indigoblauw. Rond de figuren is er een omlijsting van groene bladen.

Helemaal bovenaan, ingebouwd in de koepel, heb je een rond glasraam die het Lam Gods afbeeldt.

De andere glas-in-loodramen zijn niet beschilderd, behalve een groen-blauwe omlijsting. Ze hebben een visnetmotief.

Boven de vier gebrandschilderde ramen achteraan, hangt een groot zwart kruis. Op een rand onder de vensters staan, links en rechts de beelden van Moeder Maria en de Apostel Johannes.

Het beeld van Maria Middelares is van de hand van
Aloïs De Beule uit Gent. Hij liet zich inspireren
door een icoon op een prentje van de Abdij van Maredsous.
Daardoor vind je er ook de kenmerken van een icoon in terug:
een zekere statigheid en ingetogenheid, een ernstige
en serene blik. Ze voelt mee met het menselijk leed,
maar heeft toch iets goddelijks over zich.
Men spreekt hier van een hiëratisch voorkomen. prent
Maria draagt ook de maforion: de lange witte sluier,
de traditionele hoofdbedekking van alle Maria-ikonen.
De vrouw is ook gekroond. Hiermee benadrukt de kunstenaar
Maria als Koningin van de engelen, van de Maagden
en van alle Heiligen.
Maria wordt hier afgebeeld als orante, omdat Maria
hier symbool staat voor de biddende kerkgemeenschap.
Haar handen houdt ze in de zogenaamde Orante-houding.

Dit is een heel oud biddend gebaar.
Dezelfde biddende houding vinden we ook terug in de ‘Znamenge’.
Typisch voor De Beule is zijn soepele techniek, prent
wat ondermeer te merken is aan het meesterlijk
draperen van Maria’s gewaad.

Het beeld is gemaakt uit kalk en volledig beschilderd.
De Gentenaar gebruikte vooral blauw en goud
en werkte zeer gedetailleerd.

Onder het rechtergangetje (5) staat het beeld van de Heilige Antonius met kind. Vooraan in de kerk, onder de zuilengalerij (2) staan links en rechts nog twee beelden. Links staat het nieuwe beeldje van Pater Pio. Rechts staat het beeld van de heilige Jozef met kind.

Men voelt zich ook aangesproken door de kruisweg.

In de kerk vinden we vier biechtstoelen (8) uit hout. Ze zijn versierd met bas-reliëfs.

Wat zeker moet vermeld worden is de kunstvolle wijze waarop altaar, lezenaars, evangeliestaander en decoratie achter en naast het altaar vervaardigd is geworden uit de preekstoel en biechtstoelen van de vorige Sint Niklaaskerk.

2. Opdrachtverklaring

Franciscushuyze.

Zo noemen wij ons huis
waar mensen samen komen
rond het Geheim van het bestaan
om voor elkaar de vlam brandend te houden
die ons leven doet en aanspoort
om gaande te blijven op onze levensweg.

1. Franciscushuyze wordt bewoond

door een fraterniteit van kapucijnen.

Wij proberen broeders te zijn voor elkaar,
voor de gasten die tijdelijk in ons midden verblijven
en voor allen, die hoe dan ook, zich in ons leven inweven.
Zo ervaren wij dat het levengevend is
om samen de Weg te gaan van de Blijde Boodschap,
Jezus achterna zoals Franciscus
het ons heeft voorgeleefd.

2. Franciscushuyze is het trefpunt van veel mensen

die zomaar binnenlopen en elkaar ontmoeten
maar die tevens op zoek zijn naar een vriendenkring
waarin je iemand mag zijn voor de ander
en waar het evangelie handen en voeten krijgt:
een geloofsgemeenschap die aandacht heeft
voor concreet, eigentijds en gelovig leven,
voor de medemens in de Derde Wereld,
voor vrede en gerechtigheid.
Zo willen wij van dag tot dag steeds meer
mensen van het evangelie worden.

3. Franciscushuyze staat open naar een parochiegemeenschap,

opgebouwd door vele medebroeders vóór ons
en nu in uitgroei naar een samen gedragen verantwoordelijkheid
en gezamenlijke dienstbaarheid naar alle buurtbewoners:
een geloofsgemeenschap van dichtbij,
een levend teken van Gods verbondenheid met mensen,
samen op weg lief en leed delend
met Hem in ons midden verborgen en toch nabij.

4. Franciscushuyze, een huis vol beweging

van gaande en komende mensen,
een plaats van leven en gebed,
van ontmoeting en gesprek.
Wij leren er van elkaar,
wij beleven er samen het Geheim van het leven,
wij vieren de tekenen van Gods verbond
en gaan weer verder
om daar waar God ons gewild heeft,
mensen van vrede en verzoening te mogen zijn.

3. De bewoners

Br. Boni Van Looveren

In 1981 vervoegde Br. Boni na vijftien jaar missionaris in Congo zich bij de fraterniteit. Vanaf die tijd tot in juni 2000 gaf hij catechese aan de lagere school op de parochie. Vanaf 1982 is hij pastoor van de parochie. Vanaf 2000 werd de parochie opgenomen in de Federatie Zalige Margareta van Ieper. Al vele jaren is hij gardiaan van Franciscushuyze. Het reilen en zeilen van dit huis is zijn eerste zorg. Samen met een parochiaal team en vele anderen weet hij de parochiegemeenschap uit te bouwen tot een dynamische en levend geheel. Niet alleen in een sociaal menselijk contact maar ook in een liturgisch-sacramenteel handelen brengt hij Christus dicht bij mensen.

4. Activiteiten

Ons huis is een open huis.

De drempel aan de voordeur ligt niet hoog, die van de zijdeur eveneens. Langs het achterpoortje is men zo binnen en voelt men zich onmiddellijk thuis. De kerk is over dag altijd open om te zeggen: kom binnen en verwijl een poosje bij de Heer en zijn geliefden. Deze gebedsruimte nodigt tot rust en bezinning.

Parochiale werkgroepen en verenigingen, onze koren en jongeren, een gebedsgroep en een leesgroep mogen er zich thuis voelen in Franciscushuyze.

Mensen uit Ieper en omgeving ervaren Franciscushuyze als een plaats van gebed en geloofsbezinning.

Velen vinden steun, bemoediging, kracht en troost bij Moeder Maria, de H.Antonius en Pater Pio.

Voor een gezellige babbel, een goede raad, een woord van troost en opbeuring vinden veel mensen de weg naar Agnes en de drie broeders.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Fraterniteit: Meersel-Dreef, Hoogstraten

Dreef 38
2328 Hoogstraten
Tel.: 03/315.70.30
Fax: 03/315.08.69

1. Beknopte geschiedenis: kerk, huis en park

Om de aanwezigheid van de Kapucijnen te Meersel-Dreef goed te verstaan is het niet onbelangrijk te melden dat de dertigjarige oorlog, 1618 – 1648 een merkwaardige periode inluidt.

Deze godsdienstoorlog tussen de katholieken en protestanten, werd een politieke aangelegenheid met Frankrijk en Holland aan de ene kant en Spanje aan de andere kant.

Op 30 januari 1648 werd uiteindelijk de "Vrede van Munster" getekend. De stad en baronie van Breda werden na dit akkoord aan de Hollanders gegeven die toen overwegend calvinist waren. De calvinisten hadden gezworen het katholicisme volledig uit te roeien.

De kapucijnen, in 1637 verdreven uit Breda, bleven als missionarissen werken in deze streek.

In het begin van 1686 werd beslist om in Meersel een hulppost voor de katholieken op te richten, in de nabijheid van de grens, om de katholieken uit Chaam, Rijsbergen, Ulicoten, Ulvenhout, Breda enz. te bedienen.

Pater Franciscus van Breda, kapucijn en halfbroer van de toen machtige heer Jan de Wyse, had vernomen dat deze zinnens was een groot deel van zijn vermogen te gebruiken voor een "geestelijke stichting". Hij had ook vernomen dat de grond die Jan de Wyse op het oog had, behoorde aan Maria Gabriëlla de Lalaing, echtgenote van de Rijngraaf van Salm en Graaf van Hoogstraten. Na allerlei onderhandelingen liet de gravin schriftelijk weten dat de kapucijnen op haar grondgebied een klooster mochten stichten ( 15.06.1686). Dit werd dan Meersel-Dreef.

Op 10 september 1686 bekwam de toenmalige provinciale overste, P. Michael Otgens van Oudenbosch, in samenwerking met de Nuntius Mgr. Chigi hiervoor de nodige toestemming van Koning Karel II van Spanje en de Nederlanden. Deze bevestigde dat de bisschop van Antwerpen, Mgr. J.F. van Beughem zijn toestemming gegeven had.

Aanvankelijk kwamen slechts twee of drie paters, maar de druk en de belangstelling van de bevolking waren zo groot dat grotere plannen gesmeed werden. Op 21.05.1687 werden de kapucijnen door Jan de Wyse en de ganse bevolking plechtig verwelkomd. Ze namen hun intrek in de "Blauwe Hoeve".

Op de oever van de Mark bouwden de kapucijnen hun voorlopige verblijfplaats: het schuurtje met drie celletjes en de nodige ruimte om te bidden en te werken.

Op 25.06.1687 werd de eerste steen gelegd voor het definitieve klooster. eenmaal de bouw voltrokken namen zeven paters en vijf broeders hun intrek in het nieuwe klooster. De kerk werd ingezegend in 1690. Hetzelfde jaar besloot men onder impuls van pater gardiaan met de medewerking van de ganse gemeenschap, een lange dreef aan te leggen die 1100 m. lang was. Aan de ene kant groeide en bloeide het park met zijn kruisweg en andere volksdevoties en aan de andere kant breidde het klooster zich gestadig uit.

Tot tweemaal toe werd de kerk vergroot: in 1726 en 1750. Ook het klooster werd aangepast en in 1739 telde het klooster 33 celletjes.

Op 17.04.1794 werden de Oostenrijkers door de Fransen overwonnen. Dit had voor gevolg dat op 01.09.1794 alle kloosters werden afgeschaft en hun goederen verbeurd verklaard. Op 19.08.1796 werden de paters bedreigd met verbanning naar het eiland Ré of Oléron of de kusten van Nieuw Guinea indien ze het klooster niet zouden verlaten.

Tussen 1838 en 1844, wanneer de tijden verbeterd waren, werd er heel wat naar het bisdom geschreven enerzijds door de kapucijnen, die hun eigendommen zagen verloren gaan, en anderzijds door de trappisten die in Meersel-Dreef een nieuwe stichting op het oog hadden.

Op 03.05.1838 vierden de trappisten hun stichtingsdag. Het klooster heette voortaan " Benedictusheem". In 1846 vertrokken de trappisten naar Achel. In 1864 krijgen de kapucijnen de toelating om terug naar Meersel-Dreef te gaan.

De gevolgen van de Franse Revolutie bleven naslepen tot 1879, vooral omdat de eigendom verbeurd verklaard en verkocht was.

De verenigingen herleefden, met aan de top de franciscaanse Derde Orde. De Kapucijnen waren erg gewaardeerd door de mensen om hun eenvoudige levenswijze, hun volkse aanpak en hun toewijding; door de parochies uit de omtrek om hun predikaties. Overal waar er nood was, waren de kapucijnen op post, zowel ten tijde van de pest als om zieken te verzorgen of op te beuren. Maar eveneens bij een brand waren de kapucijnen de eersten om een handje toe te steken. Het klooster van Meersel-Dreef groeide uit tot een centrum van druk apostolaat, een voorpost van de contrareformatie. Die zending ten bate van de Baronie Breda mocht werkelijk geslaagd genoemd worden.

Na de Franse Revolutie zou ook nog een nieuwe vorm van apostolaat de banden met Nederland weer gaan verstevigen; Deze band was de Mariaverering.

Zoals reeds hoger gemeld was aan de ene zijde van de lange dreef het park met zijn kruisweg en volksdevoties. Eind september 1895 werd in dit park de grot ter ere van Maria voltooid, het was een belofte van Pater Jan Baptist. In de loop van de jaren werd dit park verrijkt met vele en mooie beelden. Het laatste beeld dateert van 1999: de Zalige Pater Pio.

Het Mariapark 

a) De beeldentuin

Door de grote toeloop ontstaan naast de devotie tot Maria vele andere volksdevoties. Bij elke bedevaartplaats hoort de kruisweg, de rozenkrans en de zeven smarten van O.L.Vrouw. Ook te Meersel-Dreef liggen deze devoties nauw aan het hart bij de mensen.

Weldra krijgen we beelden van allerlei heiligen. Deze verwezenlijkingen zijn meestal ingegeven door de devotie van de tijd of door de persoonlijke godsvrucht van een vroom weldoener. Zo krijgen achtereenvolgens een plaats toegewezen in het park:

 

1896: H. Antonius van Padua, de grote volksheilige, ook vandaag nog.
1899: H. Gertrudis van Nijvel: aanroepen om vrij te blijven van de plagen van muizen en ratten.
         H. Cornelius: beschermer tegen de stuipen, kinkhoest en vallende ziekte.
         H. Godelieve van Gistel: Patrones van het gezin. Tegen koorts, keel en oogziekten.
1900: H. Apollonia: Patrones tegen de tandpijn.
1900: Christus in de hof van Olijven.
         O.L.Vrouw en St.-Jan op de Calvarieberg.
         Jezus aan de geselkolom.
1905: Nieuwe kapel van H. Antonius van Padua.
1923: H. Hartbeeld. H. Jozef. H. Franciscus.
1925: H. Theresia van Lisieux n.a.v. de heiligverklaring.
1926: H. Donatus: patroon tegen bliksem en donderslag
1929: Voor de eerste maal gaat de zgn. sprekende processie uit, georganiseerd door P. Octaaf
1933: H. Bernadette n.a.v. de heiligverklaring.

1933: H. Franciscus en de La Vernaberg. Herinnering aan de stigmata.

1949: H. Michael.
1954: H. Lidwinakapel t.g .v. het vijfjarig bestaan van de K.B.G.
1955: H. Anna
1985: Franciscus en Clara.

1998: Z. Pater Pio.

Op de tiende verjaardag van de grot vierde P. Jan-Baptist Rutten zijn zilveren priesterjubileum. Uit dank lieten de Antonius vrienden van Antwerpen een mooie kapel bouwen t.e.v. deze volksheilige. In 1920 was het groot feest: 25 jaar bestaan van de grot en 50 jaar van de terugkeer van de kapucijnen op de Dreef. Men hield het bij drie grootse vieringen:

De eerste dag: 25 jaar van het bestaan van de grot.
De tweede dag: De terugkeer van de kapucijnen. Gouden jubileum.
De derde dag: Dag van dankzegging

Op 5 december 1945 kregen de kapucijnen de goedkeuring om hun eigen begraafplaats aan te leggen. Aanvankelijk versierde een typisch kapucijnenkruis dit kerkhof, doch werd in 1966 vervangen dor een beeld van St. Franciscus met wijd opengespreide armen om zijn medebroeders te ontvangen in de hemelse vreugde.

1995: Honderdjarig bestaan van de grot werd met grote luister gevierd. Mgr. P. Van Den Berghe gaat voor in de openingsliturgie en Mgr. Muskens sluit het jubileumjaar.

1998: Zalige pater Pio. Duizend mensen komen op de dag van de zaligverklaring naar Meersel-Dreef om de inzegening van dit bronzen beeld van Pater Pio bij te wonen.

Terecht wordt door velen het Mariapark de "Beeldentuin" genoemd. Toch blijft de rust, eerbied en devotie de grote aantrekkingskracht van Het Lourdes van de Noorderkempen.

b) Het Lourdes van de Noorderkempen

De kapucijnen zijn van bij hun ontstaan, vurige vereerders geweest van Maria. Niet te verwonderen dat P. Antonius van Tienen in 1722 reeds, in het bos tegenover het klooster, een gebedsplaats aanlegde in nabootsing van het Mariale heiligdom te Loreto in Italië. P. Honorius Schoonbeek van Megen (gardiaan in 1882 – 1885) liet in datzelfde bos de Lourdesgrot uitbeelden.

P. Jan-Baptist Rutten uit Meerle wordt de eigenlijke grondlegger van de huidige Lourdesgrot en het Mariapark. Op 11 december 1894 vertrekt hij naar de Punjab (Engels-Indië) waar de Vlaamse Kapucijnen op aanvraag van de paus, in 1888 de missie hebben aanvaard. Het is de gewoonte dat P. Provinciaal regelmatig de medebroeders in de missielanden een pastoraal bezoek brengt. In de Middellandse Zee tussen Italië en Kreta steekt een hevige storm op. Na drie dagen vrezen de opvarenden dat ze met man en muis zullen vergaan in het kolkende water. P. Jan-Baptist, een vurig vereerder van Maria, belooft een grot te bouwen t.e.v. O.L.Vrouw van Lourdes. Veilig aangeland in de Punjab, wil hij terstond met de bouw beginnen te Dalhousie aan de voet van het Himalaya gebergte. Omwille van de godsdienstige bezwaren van en uit respect tegenover de plaatselijke bewoners moet hij van zijn plan afzien. Daarom beslist hij zijn belofte gestalte te geven en uit te voeren in zijn geboortestreek. Het bos bij het klooster te Meersel-Dreef lijkt voor hem de uitgelezen plaats.

Op 11 mei 1895 komt hij veilig aan wal in België. Nog diezelfde maand begint hij met het voorbereidend werk. De bevolking van Meersel-Dreef, Galder en Strijkbeek begroet het plan met veel geestdrift. Met paard en kar brengen de boeren aarde en stenen aan. Werklieden leggen een brede laan aan tussen de oude beuken en eiken. De steengroeve van Bierk levert de rotsblokken. P. Jan-Baptist komt persoonlijk de eerste steen leggen. Het werk vlot niet zoals het moet en tot tweemaal toe stort de grot in. Eind september is ze voltooid.

In de schoot van de Derde Orde ontstaat de O.L.Vrouw gilde. De mannen hebben de opdracht de bedevaarten af te halen terwijl de vrouwen de taak van het onderhoud op zich nemen. Hun mooi gilde-vaandel uit 1906 wordt nog steeds in het klooster bewaard. Op zondag 20 oktober komt Mgr. G. Pelckmans, bisschop van de Kapucijnenmissie in Lahore, om deze grot plechtig in te wijden.
P. Hilarius, de gevierde kanselredenaar van de kathedraal van Antwerpen, houdt een ontroerende toespraak. De gazet van Hoogstraten schrijft: "Rond drie uur ’s namiddags, verenigde zich de toegestroomde menigte aan de kloosterkerk om vandaar in stoet, onder het zingen van gewijde gezangen, langs een omweg naar de grot te gaan, waar de wijding plaats heeft. Wij overdrijven geenszins wanneer wij schrijven dat er meer dan tweeduizend personen, waaronder vele Nederlanders, deze plechtigheid bijwoonden."

Een nieuwe zending van het klooster en de gemeenschap is gestart: Meersel-Dreef wordt het Maria-oord waar velen uit België en Nederland hun godsvrucht tot de onbevlekte Moeder kunnen beleven. Een groot bewonderaar van de Mariale godsvrucht vinden we in P. Benedictus van Hees uit Essen die tot driemaal toe benoemd wordt tot gardiaan. Hij is de grote organisator van de bedevaarten, die hij steeds hartelijk ontvangt en toespreekt. Kort na zijn eerste benoeming op 
16 september 1896, begroet hij niet minder dan drieduizend mensen uit Breda en omgeving. Hij ligt aan de grondslag van de processies die tweemaal per jaar door de straten gaan om te eindigen in het park en duizenden mensen trekt.

Het Lourdes van de Noorderkempen is sindsdien niet meer weg te denken uit de regio.

2. Samenstelling van de fraterniteit

** Eigenheid van de fraterniteit

De fraterniteit in zijn geheel heeft een hele waaier van activiteiten waar de ganse gemeenschap zich voor inzet, elk op zijn manier en volgens zijn capaciteiten.

De fraterniteit bestaat uit 6 medebroeders, 5 medebroeders-priesters en 1 broeders niet-priester.

Elk weekend is het steeds een hele drukte te Meersel-Dreef om al de mensen ten dienste te zijn. Hier liggen de hoofdaccenten vooral op de weekend-vieringen in de kerk. We mogen ons nog steeds verheugen op een grote toeloop van gelovigen die elk weekend de diensten bijwonen in de kerk. Gezien de kapucijnen slechts een 500 meters van de grens wonen is het vanzelfsprekend dat de mensen komen zowel van uit de Vlaamse regio als uit de Nederlandse contreien. Elke eerste zondag van de maand wordt de hoogmis opgeluisterd met gregoriaanse gezangen, waar we telkens mensen mogen ontmoeten die speciaal om deze viering te beluisteren van heinde en verre naar Meersel-Dreef komen. Elke vierde zondag is er een speciale kinderviering, een kindvriendelijke viering voor alle kinderen uit de regio. Deze viering wordt uiteraard opgeluisterd door het kinderkoor en trekt telkens een volle kerk.

Misschien is onze kerk nog een van de weinige kerken waar we een keuze aan vieringen hebben op het weekend: zeven eucharistievieringen op het weekend. Niet zo maar vieringen omdat we nog met enkele paters zijn die hiervoor zorg dragen, maar stuk voor stuk vieringen met nog een stevige groep aanwezige gelovigen.

Vieringen in onze kerk:
in de week: 07.00 – 19.00 uur
op zaterdag: 07.00 – 17.30 – 18.45 – 20.00 uur
op zondag: 07.00 – 08.30 – 09.30 – 10.30 uur.

Een ander groot aantrekkingspunt is de Mariagrot en het mooie Mariapark met allerlei devotionalia, Kruisweg, Rozenkrans, enz. Tijdens de meimaand en de zomermaanden komen zeer vele bedevaarders naar de grot en het park. Doorheen het jaar vinden eveneens honderden mensen hun weg naar dit "Lourdes van de Noorderkempen".

De kloosterkerk is tevens de parochiekerk voor de Dreefse gemeenschap. De kerk is in tegenstelling met vele ander kerken, de ganse dag open en iedereen kan vrij binnen gaan om even te bidden, om even in de stilte tot rust te komen. Achteraan kunnen de mensen hun intentie inschrijven in het intentieboek. En hoe dikwijls wordt er gebeld voor een van de vier biechtvaders, die telkens die oproep beantwoorden. De kapucijnengemeenschap bidt elke dag voor de mensen die ons om een gebed gevraagd hebben.

** Eigenheid van de afzonderlijke broeders

De broederschap bestaat uit de overste en verantwoordelijke voor al wat het klooster en de gemeenschap aanbelangt. Deze wordt officieel "gardiaan" genoemd en wordt om de drie jaar benoemd of herbenoemd door het provinciebestuur. Hij wordt bijgestaan door een "vicaris", die de verantwoordelijkheid opneemt bij afwezigheid van de gardiaan. Als derde man in het lokaal bestuur hebben we de "discreet", die door de gemeenschap gekozen wordt. Elk andere medebroeder heeft zijn eigen taak, maar is steeds bereid om andere medebroeders te helpen waar het nodig is. Dat is trouwens een deel van ons broeder-zijn voor mekaar.

We geven hier de namen van de medebroeders, hun functie en taak.

- Br.  Frans Wouters, pr.:  Kapelaan (pastoor) van de parochie H. Drievuldigheid, deelparochie van Meerle. Hij is verantwoordelijk voor alle parochiale activiteiten zoals verenigingsleven, parochiediensten en zo verder. Staat op de beurtrol voor predikatie en vieringen. Hij heeft een biechtstoel in de kerk.
 

- Br. Gerard Sergier, pr. Leraar: Hebreeuws in Herentals, Meersel-Dreef en nog een paar andere plaatsen. Hij heeft een biechtstoel in de kerk, staat op de beurtrol voor predikatie en vieringen. Hij staat open voor persoonlijke gesprekken waar velen een beroep op doen.

 

- Br. Jan Geerts,  pr. vicaris.  Retraitepredikant en geestelijk assistent van de Franciscaanse Leken Orde. Velen doen een beroep op hem voor persoonlijke gesprekken. Hij is eveneens verantwoordelijk voor de opvang van de bedevaarders. Indien ze geen priester meebrengen voor de diensten neemt hij deze taak ter harte en draagt zorg voor de vieringen. Geeft, op aanvraag, cursussen liturgisch bloemschikken. Hij staat op de beurtrol voor predikatie en vieringen. Hij heeft een biechtstoel in de kerk. Hij is geestelijk directeur van het ziekentriduum der Antwerpse Kempen in Banneux.

- Br. François Janssens

- Br. Frans Labeeuw, gardiaan

 
 

3. Activiteiten eigen aan het huis

- De Franciscaanse Leken Orde: een vereniging van franciscaans geïnspireerde mensen. Elke eerste vrijdag hebben ze een bijeenkomst die begint met een eucharistieviering, waarna een gezellige avond in het klooster, waar een spreker hen onderhoudt over franciscaanse of andere boeiende onderwerpen.

- St. Antonius: een devotie die sterker tot uiting komt tijdens de negen dinsdagen in voorbereiding op zijn feest. St. Antonius is een van de zeldzame heiligen die nog altijd vele mensen blijft aanspreken, zowel in de kerk als in het park.

- Bedevaarten: "Het Lourdes van de Noorderkempen", is wijd en zijd bekend om zijn Mariapark. Elk jaar komen duizenden mensen Maria vereren in de mooie Lourdesgrot.

- Pater Pio: sinds de zaligverklaring van Pater Pio staat er een levensgroot beeld van onze heilige medebroeder in het park. Vele mensen komen bidden bij zijn beeld. Hij blijft voor velen de moderne heilige.

- Buiten deze meer huiselijke en kloostergebonden activiteiten zijn er nog de vele verenigingen van de parochiegemeenschap die aandacht vragen en waarvoor de kapelaan verantwoordelijk is, gesteund door de ganse gemeenschap.  

 

Brussel

Terugdrift 17, 1170 Watermaal-Bosvoorde
 

Inwonend:
  Walbert Defoort, huisoverste
  Gancis Jude Thaddeus

Uitwonend:
   Ferdinand Pappachan

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Overgenomen uit Handdruk jg. 45, nr. 3, september 2015