Overgenomen uit "Wat voorbij is"

 Startpagina Vorige

1) Kapittel van 2 tot 5 maart 2009
2) 85 jaar Kapucijnen op de Kruisstraat te Ieper
3) Een glasraam voor pater Ladislas in de kerk te Zondereigen
 

1. Kapittel van 2 tot 5 maart 2009

Fotoreportage "Kapittel 2009" 

Van 2 tot 5 maart 2009 hielden de Vlaamse Minderbroeders Kapucijnen hun driejaarlijks kapittel te Ranst in “Hof Zevenbergen”.  

In de vorm van een fotoreportage  volgt hier het verloop van het kapittel.

1. Domein.   

 We verbleven er in het  prachtige domein “ HofZevenbergen”. In een architecturaal midden waar verleden en heden harmonisch samengingen getuigde dit domein van een rijk verleden en ademde er een geest van geloof en hoop in de toekomst. Een plaats van gebed, bezinning en diep menselijke ontmoeting. In een contemplatieve rust nam de prachtige natuur ons mee in de overtuiging dat ook uit oude stronken nieuw leven kan geboren worden.

2. Verblijf en vergaderruimtes 

In een ruime, praktische en fijn verlichte vergaderruimte hebben we meerdere uren doorgebracht om de verslagen en werkstukken door te nemen. In een broederlijke geest en een open gesprek hebben we de voorbije drie jaar geëvalueerd en hoopvol wegen gebaand om het franciscaans –kapucijnercharisma gedurfd verder te beleven en uit te dragen. Onze medebroeder Jan Geerts   die in en door zijn bloemschikken mensen gevoelig wil maken voor een spirituele boodschap had voor een pracht van een bloemstukje gezorgd.  Iedere kapittelbroeder legde zijn eigen gevoelens in dit zo geslaagde bloemstuk. Voor mij verwijst de prachtige oude tak naar het Franciscaans Tauteken dat al eeuwen de seizoenen trotseert. Onder en in de kracht van dit Franciscaans Tauteken bloeien en groeien de vele loten van nieuw leven. De kapucijnerkoord met de drie knopen duiden de levenskrachtige boodschap van wat armoede, gehoorzaamheid en zuiverheid inhouden. In de opeenvolgende foto’s zie je hoe het bloemstukje groeide in de loop van de  kapitteldagen. Ja, er is leven …….

     
           
   

Vergaderruimte:

 
 

3. Werkzaamheden.  

1. Organisatie
Eerst mogen we zeggen dat op de organisatie, de materiële voorbereiding niets viel op te merken.
Een grote proficiat aan onze provinciale secretaris die ook kapittelsecretaris was. 

     
 

2. Verwijderde voorbereiding.
Op de laatste twee provinciedagen hadden we de situatie van de provincie en het bestuursverslag al eens grondig doorgenomen. en besproken. Dit was een ideale voorbereiding op het kapittel.

3. Moderator.
In broeder Klaas Blijlevens hadden we de geknipte moderator van het kapittel. Met een grote dossierkennis, kalm, rustig en doelgericht  leidde hij de gesprekken, formuleerde aanbevelingen en stond open voor het aanbrengen van nodige correcties

       
           
       
 

4. Voorzitter.
De voorzitter van het kapittel was onze beminnelijke, zachte en meevoelende  generale definitor Peter Rodgers.
 Bij het begin van het kapittel werd hij verwelkomd door broeder provinciaal Adri Geerts. 

       
           
         
           

5. Tolk.
De voorzitter van het kapittel Peter Rodgers had in de persoon van Louis de Visser, broeder van de broeders van Tilburg,
een uitgelezen en zeer bekwame tolk die zowel vanuit het Engels naar het Nederlands en omgekeerd heel vlot vertaalde.

       
           

6. Onze gasten..  

 

Bob Van Laar, provinciale overste van de Minderbroeders Vlaanderen in gesprek met broeder Adri Geerts.

Piet Hein van der Veer, provinciale overste van Nederlandse Kapucijnen, samen met vicaris provinciaal Gust Koyen.

Jan van den Eynden, provinciale overste
van de Nederlandse Minderbroeders.

Jean Bertin Nadonye, vice provinciaal van de generale vice-provincie van Kongo, in gesprek met Boni Van Looveren.
In het midden: Theo Scholtes,  provinciale overste van de Nederlandse Conventuelen, samen met Guido Travers en Jean Bertin Nadonye.
   

7. De gebedsmomenten  

*  Gedachtenisviering
 Op maandag 2 maart hielden we een gedachtenisviering van onze achttien overleden medebroeders die in deze drie voorbije jaren overleden zijn. Broeder Kamiel Teuns en Jan De Vleeshouwer hadden een prachtige PowerPoint gemaakt met de beeltenis van elke medebroeder.
(Zie website: www.kapucijnen-Vlaanderen.be  klikt bij “ Wij gedenken”).

Gedachtenis van onze overleden medebroeders.

Voor elk moment waarop gij mij hebt blij gemaakt,
Voor elk verdriet waarvan gij mij hebt vrij gemaakt,
Voor elke keer dat gij bij mij vertrouwen zocht,
Voor elke schakel die ons nauwer binden mocht,
Zeg ik U dank.

 

Voor elk goed woord dat eerlijk over uwe lippen kwam,
Voor al dat kwaad dat gij mij uit mijn hart ontnam,
Voor elke gunst waarvoor gij stil gebeden hebt,

Voor al die moed waarmee gij soms geleden hebt,
Voor elke pijn die gij voor mij vermeden hebt,

Zeg ik U dank.

 

Voor alles wat gij mij vergeven hebt,

Voor elke dag die gij aan mij gegeven hebt,
Voor elke blijk van trouwen van genegenheid,
Voor elk geheim geheiligd door verzwegenheid,
Zeg ik U dank.

 

Voor elke hoop die ik in U heb uitgedoofd,
Voor elke vreugd' die ik van U heb weg geroofd,
Voor elk verwijt door mij dat U heeft pijn gedaan,
Voor elke smart die gij door mij hebt uitgestaan,
Voel ik nu spijt.

                             (naar W. Ferdy, Belijdenis)

 

Laten wij ons nu zingend en biddend tot God richten:
 

0 God, die leeft van voor de tijd
En die de bron des levens zijt,
Gedoemd ten dode zijn wij, Heer,
Om onze schuld zie op ons neer.
 

Wij zijn geschapen naar uw beeld,
Gij hebt uw Geest ons meegedeeld,
Uw levensadem als een zaad

Dat eeuwig is, dat niet vergaat.
 

Laat hen die al zijn heengegaan,
Nu in uw heerlijkheid bestaan,
Want Christus is hun hoop geweest,
Hun heil: de zalving van de Geest.

 

Laat ons uw glorie binnengaan
Als 't aardse leven is gedaan,
Dan zetten wij het loflied in
Voor U, ons einde, ons begin. 

                                            (uit Getijden voor de overledenen, Lezingendienst)


Laten wij nu samen bidden:
 

God, Vader van ons allen,

ieder van ons hebt Gij geroepen

om op een eigen wijze mee te bouwen aan uw Rijk op aarde.
Daartoe hebt Gij ons bij elkaar gebracht
in de orde der Minderbroeders-Kapucijnen.

Zo hebt Gij ons als broeders aan elkaar gegeven.

Wij bevelen onze overleden medebroeders bij U aan.
Samen met ons hebben zij onze provincie gevormd

tot wat zij nu is.

Zo hebben zij ons en andere mensen geholpen

de weg te gaan naar U en naar elkaar.
 
Wij vragen U:
Geef hen die liefde en die vrede die Gij hen schenken kunt.
Geef dat zij U kunnen eren, U aanbidden, U zegenen, U verheerlijken,
U prijzen en danken, U Allerhoogste,
die leeft in eeuwigheid.
Amen.

 

Zegen:

De Heer zegene en beware ons

De Heer tone ons zijn aanschijn en ontferme zich over ons.
De Heer wende zijn gelaat naar ons toe en geve ons zijn vrede.

 

 Eucharistievieringen
In de dagelijkse eucharistievieringen luisterden we naar het Woord van God, sterkten we ons in de tekenen van Brood en Wijn en groeiden we in het samen zijn rond de Heer.
   
* Stil gebed.
In stil gebed groeiden we in vertrouwen en verbondenheid met de Heer.
   
 Inhoudelijk sterke en zeer muzikale vieringen
Een hartelijk dank aan Broeder Jan Geerts die het organiseren van de gebedsmomenten ter harte nam en aan pater Kenny Brack voor het muzikaal verzorgen van de vieringen 

4. Samen aan tafel.

De maaltijden waren zeer lekker. Dankjewel aan het keukenpersoneel.
De maaltijden waren gemeenschapsvormend. De afwas nemen we graag voor  onze rekening.

 

 

         
     

 

Groepsfoto

 

5. Zwaartepunt van het kapittel.

I. In het bespreken van het bestuursverslag, de andere verslagen van werkgroepen, raden en commissies.

** Het bestuursverslag bevatte de volgende grote hoofddingen

 

1. Bij wijze van inleiding.

2. Aandacht voor de individuele broeders.

3. De provinciefraterniteit

3.1 De evolutie van de provincie en de huidige toestand

3.2 De animatie van de provincie.

3.2.1. Spiritualiteit en gebed

3.2.2 Interne communicatie

3.2.3. Studie, bezinning.

                                              3.3 De inleidende vorming

                                              3.4 Een veelzijdige inzet.

3.5 De zorg voor rustende en zorgbehoevende medebroeders.

3.6. Zorg voor ons cultureel erfgoed.

3.7. Het bekendmaken van ons leven en het doorgeven van de franciscaanse spiritualiteit. .

3.8. Het financieel beleid.

3.9 Personele Solidariteit.

3.10. Huizenbeleid.

4. Lokale fraterniteiten.

           4.1 Grote verscheidenheid

4.2. Enkele vaststellingen: grote inzet, verzwakkende draagkracht en overbelasting.

4.3. Taak van de gardiaan

4.4. Broederlijk samenleven in franciscaanse spiritualiteit.

4.5. Toekomst.

5. Internationale solidariteit.

           5.1 De vice provincie van Pakistan

           5.2. Kongo

           5.3. Financiële solidariteit in Ordesverband.

6. Relaties met de Orde, de franciscaanse wereld,  de Kerk.  

           6.1. Relaties met het generaal bestuur en de generale curie

           6.2 Canada

           6.3 PNVB

           6.4.CENOC

           6.5. Interprovinciaal overleg

           6.6. Kapucinessen en Clarissen.

           6.7. FLO en FLV

  6.8 Samenwerking en ontmoeting met andere religieuzen in Vlaanderen.

                                    Slotbeschouwingen                                  

Bijlage: Data en Gebeurtenissen
              Nawoord.
                                Met heel veel aandacht, inbreng en openhartige interventies werd dit alles in de grote groep besproken.  

   
         

             ** Verslagen van de werkgroepen, raden en commissies.
                                   - Werkgroep Franciscaanse spiritualiteit
                                   - Werkgroep Permanente Vorming
                                   - Werkgroep Vrede, gerechtigheid en heelheid van de Schepping.
                                   - Franciscaanse Lekenorde Vlaanderen 2006 – 2009
                                   - Franciscaanse Levensverdieping ( FLV )
                                   - Gebeds- en spiritualiteitsgroep ( GE-SP)
                                   - Werkgroep Pater Pio.
                                   - Economische raad.
                                   - Verslag ABC-Commissie Triennium 2006-2009.

Op de foto zien we Kamiel Teuns en Jan Van Hoeck
het economisch verslag toelichten.

     

*** Enkele zeer belangrijke thema’s
Enkele zeer belangrijke thema’s werden op vraag van het bestuur heel nadrukkelijk ter sprake gebracht.
De thema’s vinden jullie hier zoals voor ons op het bord aangebracht.

 

II  De keuze van het nieuwe bestuur.

         1. Nieuw bestuur.

De kapittelsecreatris, Paul Fremau, leest de officiële uitslag die door de generale definitor bevestigd wordt.
Deze officiële bevestiging had plaats tijdens de installatieviering. waarin br. provinciaal voorging.
 
 

Nieuwe bestuur. Van links naar rechts: 
Br. Adri Geerts, provinciaal; Br. Kenny Brack, derde definitor; Br. Theofiel Van der Steen, vierde definitor;
Br. Gust Koyen, vicaris provinciaal en Br. Hugo Gerard, tweede definitor.

 

 

   

 

            En nu aan het werk.

     

2. Namen als stemgerechtigden deel aan het kapittel:

 
Adri Geerts (rechts) Hugo Gerard Louis Van Looveren  
       
 
Walbert Defoort Gust Koyen Jan Wouters  
       
 
Abid Habib, vice provincie Pakistan Thoefiel Van der Steen Paul Paternoster  
       

 
Norbert Maertens Roger Arnaert Kenny Brack
     

Silveer Vermeulen Klaas Blijlevens Robert Monsecour
     
Paul Fremau Frans Wouters Jan Geerts
     
   
 

Guido Travers

 

               Gelukkig konden we van tijd tot tijd eens bijtanken:                                

 
2.  85 JAAR KAPUCIJNEN OP DE KRUISSTRAAT TE IEPER

1) Uit "Leven" - 33ste jaargang, nummer 4, juni 2008

 

Graag doe ik hier verslag van de prachtige jubeldag die wij hebben meegemaakt op zondag 1 juni: in onze bloemrijke versierde kerk voor de dankviering, in de Familiekring voor de receptie en in Franciscushuyze voor de maaltijd. Met velen herdachten wij dat de kapucijnen sinds 1923 op de Kruisstraat (oude naam voor onze wijk, 'bachten de statie') wonen: 85 jaar dus, en dat in 1958 de toenmalige bisschop Mgr. De Smedt de kloosterkerk tot parochiekerk verhief en daarmee de parochie O.-L.- Vrouw Middelares instelde. Pater Herman werd toen de eerste pastoor en na hem kwam Pater Jan Scheerlinck (in 1967) en toen Pater Luc Hessel van 1979 tot 1982. Op 11 maart 1982 volgde Pater Boni Van Looveren hem op als vierde in de rij: dat is alweer 26 jaar geleden.

Allemaal redenen om er een bijzonder jaar van te maken. Boni nam daarvoor het initiatief en riep een comité in het leven met Herman Verbeke als voorzitter en Ghislain Lacante als secretaris, die in januari 2008 een prachtig naslagwerk schreef over “85 jaar Kapucijnen en 50 jaar parochie”. Gedurende het hele jaar, vanaf Kerstmis 2007 tot einde dit jaar 2008, wordt er op de parochie op allerlei tijdstippen en op verschillende locaties iets gedaan om deze twee heuglijke feiten in herinnering te roepen. Door Hilde Herpelinck werd een bijzonder fijnzinnig logo ontworpen.

 

Het hoogtepunt van al die festiviteiten was ongetwijfeld zondag 1 juni. Onze bisschop Mgr. Roger Vangheluwe ging voor in een plechtige eucharistieviering die werd opgeluisterd door het Sint Franciscus-jongerenkoor o.l.v. Stijn Decramer en door het parochiale zangkoor o.l.v. Ludo Geloen, die voor deze gelegenheid een bijzondere 'Missa Cinquanta (50)' had gecomponeerd: Jubilate Deo, Magnificat, Ave Verum, Ecce Panis en Ite missa est, op de viool begeleid door Hendrik Caron.

.Het voltallige bestuur van de kapucijnen was aanwezig: Adri Geerts, Jan Wouters, Hugo Gerard, Walbert Defoort, Boni Van Looveren en Paul Fremau. Uitgenodigd waren ook die medebroeders die ooit in Ieper hadden gewoond: Firmin Stael, Guido Travers, Michel Dewulf en Kenny Brack. Meevierders waren ook Klaas Blijlevens, Norbert Maertens, de deken van Ieper Roland Hemeryck en Noë Clarysse. In predikant Erik Libbrecht werd de Protestantse kerkgemeenschap begroet, in Reverend Canon Father Ray Jones de Anglicaanse en de Orthodoxe kerkgemeenschap in Vader Pius Pauwelijn, die helaas niet aanwezig kon zijn.

 

Na de plechtige misviering was er receptie. Kort en bondig waren de toespraken van Herman Verbeke namens de werkgroep, van Raf Verstraete namens de kerkfabriek, van Frans Ligneel, eerste schepen, namens het stadsbestuur,  van br Adri Geerts, de provinciale minister van de Minderbroeders-Kapucijnen van Vlaanderen, wiens toespraak je hierna kunt lezen en van deken Roland Hemeryck. Aan het slot kreeg Boni een prachtig geschenk aangeboden: een keramieken beeld van Franciscus, gemaakt door Marc Maes. Met een feestelijke maaltijd werd deze heuglijke dag afgesloten.

 

 Klaas Blijlevens

 

 

2) Toespraak br Adri Geerts. provinciaal van de Minderbroeders-Kapuciinen

 

De minderbroeders kapucijnen, ontstaan in de l6de eeuw als een hervormingsbeweging binnen de toenmalige Franciscaanse familie, zijn voor wat hun inzet betreft, niet zo maar in één vakje onder te brengen. De kapucijnen zijn met van alles bezig. Er is altijd ruimte geweest voor veel vormen van pastoraal, voor veel vormen van wetenschappelijk, cultureel, sociaal en missionair werk. Dat is hun rijkdom én hun ondefinieerbaarheid.

Al zijn ze steeds, als het goed zit, eenvoudige broeders in het spoor van Franciscus van Assisi, broeders van mensen, geboeid door het evangelie en Jezus en door Franciscus en Clara, volksverbonden en eenvoudig.
 

De geschiedenis van onze Vlaamse kapucijnenprovincie die ondertussen al meer dan vier eeuwen omvat, levert daarvan ten overvloede het bewijs. Heel veel medebroeders hebben zich in alle eenvoud ten dienste gesteld binnen de eigen gemeenschap en in de eigen kloosterkerk of trokken de baan op als bedelbroeders. Heel veel medebroeders stelden zich als predikant, biechtvader en voorganger ten dienste van parochies in de omgeving. Ze waren en zijn soms nog gewaardeerde predikanten en geestelijke leiders, aalmoezeniers in gevangenissen, in ziekenhuizen, sociale en culturele bewegingen, professoren en leraars. Maar in vroegere tijden waren de kapucijnen ook verzorgers van pestlijders, ze waren zelfs pompiers.

En er zijn grote sociale voorvechters geweest zoals Valerius Claes, en medebroeders die hun strepen verdienden in het schipperswerk, in de pastoraal voor zigeuners, woonwagenmensen, marktkramers.

Er zijn onder hen ook - en ik denk nu aan de recente geschiedenis - cultuurfilosofen zoals Max. Wildiers, Europeanen zoals Karel Verleye en Hugo Gerard.
 

En evengoed vinden we onder hen schilders, schrijvers, sterrenkundigen en plantenkenners naast grote juristen, mystieke schrijvers, promotors van de oecumene enz. enz.
En er is een rijke traditie van markante missionarissen in Congo, Pakistan en Canada die zich een leven lang voor evangelisatie én ontwikkeling hebben ingezet. Als het goed zat, altijd in franciscaanse geest, eenvoudig, volksnabij.

 Wat je in het algemeen kan zeggen van de kapucijnen en van de kapucijnen in Vlaanderen, kan je ook zeggen van de kapucijnen die hier in Ieper woonden en wonen... Ze hebben zich onderscheiden door de predikatie, door hun sociale gevoeligheid, ze hebben zich onderscheiden als aalmoezenier en leraar, en vanaf 1958 door hun parochiepastoraal.
 

En vanaf 1979 is daaraan toegevoegd een eigen vorm van fraterniteitsleven in een open huis met een lage drempel. Veel mensen hebben daar een tijdelijke opvang gevonden die hen goed deed; veel mensen lopen er spontaan even binnen, tot in de keuken bij Jesje of verder.

Vandaag mogen we dankbaar terugblikken op 85 jaar aanwezigheid. We hoeven als kapucijnen niet te roemen op alles wat gedaan werd en tot stand kwam, we moeten ons alles wat gebeurde niet toe-eigenen, maar we mogen het in dank aan God teruggeven.
 

Vandaag vieren we ook 50 jaar parochie op de Kruisstraat. We denken aan de medebroeders die hier als pastoor en medepastoor verantwoordelijkheid droegen. En we realiseren ons dat van die 50 jaar Boni al 26 jaar aan het roer staat. En nog steeds is hij onvermoeibaar in het animeren en bemoedigen, het voorgaan, het preken, het dopen, het inzegenen van huwelijken, het voorgaan in afscheidsvieringen, onvermoeibaar ook als supporter van Cercle Brugge. En we denken even sterk aan al die mensen die de parochie mee gemaakt en bezield en uitgebouwd hebben, vroeger en tot op vandaag.
 

Vijfentwintig jaar geleden sprak de toenmalige bisschop met lof over de franciscaanse geest waarin op de parochie gewerkt wordt en over de actieve medewerking op deze parochie. Hij hoopte ook dat de kapucijnen nog lang hier op de parochie zouden blijven. Die actieve medewerking en die franciscaanse geest zijn vandaag onverminderd aanwezig en daarvoor wil ik alle actieve parochianen, het parochieteam en pater Boni en Klaas en Kenny heel gemeend en van harte feliciteren! Hoelang de kapucijnen op de parochie kunnen blijven, is natuurlijk een andere vraag. Als de droom van Boni gerealiseerd wordt, dan nog heel lang!! Dan zullen er ook na hem nog kapucijnen zijn, al moeten ze van andere landen komen!
 

Mag ik eindigen met mijn en onze waardering uit te spreken voor deze parochie en allen die er verantwoordelijkheid dragen! En ik hoop met jullie dat deze parochie mag blijven groeien en bloeien als een vitale geloofsgemeenschap. Ik hoop met jullie dat Franciscushuyze nog lang dat open, gastvrije huis mag blijven waar onderdak en ontmoetingskans voor velen is, een gemeenschapsstichtend huis, een spirituele oase in de parochie en de stad.

Adri Geerts

3) ENKELE SFEERBEELDEN VAN DE EUCHARISTIEVIERING, DE ACADEMISCHE ZITTING MET RECEPTIE, DE MAALTIJD

     
         
   

 

       
         
         

   
         
     
   
     
     

 
     
 
     
     
         

3) Een glasraam voor Pater Ladislas in de kerk van Zondereigen.

 

Op 5 september 2009 werd in de kerk van Zondereigen een glasraam ter ere van onze medebroeder, Pater Ladislas, ingewijd.  Die zaterdag was de kerk vanaf  15 u 15 open. Van half vier tot vier uur werd in een diamontage het leven van pater Ladislas verteld. Deze reportage toonde foto’s en authentieke documenten in een chronologische orde. Het was een mooie voorstelling. Om half vijf volgde de plechtige misviering met inwijding van het brandglasraam. Pastoor Gaston Belmans ging voor in de dienst, terwijl Eerwaarde Heer Frans Janssen en ikzelf concelebreerden. Eerwaarde heer Janssen, neef van onze pater Ladislas, leidde de inzegening. Na deze eucharistieviering werden wij uitgenodigd voor een koffietafel, aangeboden op het landgoed De Schaluinen in Baarle-Nassau.  Het was een prachtige dag, niet alleen door het uitstekende weer, maar ook door alles wat er geboden werd. 

De eucharistieviering was zeer franciscaans opgevat. De teksten waren van de gewone zondag, maar alle liederen waren franciscaans: Almachtig verheven Heer… Gebed van Sint Franciscus… Loflied van de schepselen…Zegen van Sint Franciscus.  In haar verwelkoming schetste mevrouw Hilde Segers nog eens het leven van pater Ladislas (Jef Segers bij zijn geboorte).  Ingrid Meyvaert, ontwerpster en realisator van het glasraam, verklaarde de symboliek van de figuren en de kleuren in dit kunstwerk. Ikzelf mocht in een homilie spreken over onze medebroeder als persoon, als brancardier en als missionaris in Canada. Bij het einde sprak mevrouw Hilde Segers nog  een slotwoord, waarmee deze sfeervolle viering  in een nokvolle kerk eindigde. 

Een woordje over het glasram zelf en de plaatsing in de kerk. De doopkapel, achteraan in de kerk, werd omgebouwd tot inforuimte ter nagedachtenis aan Pater Ladislas Segers. Het glasraam werd in deze kapel geplaatst. In dit nieuwe glasraam zijn drie thema’s uit het leven van pater Ladislas uitgebeeld: de grote liefde voor zijn geboortedorp, zijn taak als brancardier tijdens WO 1 en zijn pionierswerk voor de kapucijnen in Canada

.Rechtsboven in het glasraam staat de Vossenberg afgebeeld, zoals pater Ladislas hem tekende op de voorpagina van zijn “Gelmellied”, een legende in dichtvorm. Pater Ladislas werd in Zondereigen op 2 oktober 1890 als Jef Segers geboren. De Ginshovense Vossenberg was zijn favoriete plekje. Als kind speelde hij vaak op die heuvel. Later ontdekte hij dat daar de oorsprong van het dorp lag. Ooit stond er een versterkte burcht van de Noorman Gelmel, de eerste Heer van Zondereigen. In 1903 vertrok Jef Segers naar het Klein Seminarie in Brugge en zes jaar later trad hij onder de kloosternaam “Ladislas” binnen in de orde der minderbroeders Kapucijnen.  Hij schreef vier verhalen in dichtvorm en vele honderden columns in de “Gazette van Detroit”, altijd onder de pseudoniem “Vossenberg”. In zijn werk spreekt de ziel van de romanticus, die zijn geboortedorp in het hart draagt. De Vossenberg symboliseert zijn droomwereld.

Onderaan links zien we pater Ladislas Segers als brancardier tijdens  WO 1 (1914 – 1918). Hij draagt een armband van het Rode Kruis en staat op een loopbrug die naar een vooruitgeschoven post leidt. Meermaals toonde hij zijn heldenmoed in het belang van zijn medesoldaten. In 1915 werd hij door Koning Albert persoonlijk hiervoor onderscheiden. Op de achtergrond herkennen wij een draagberrie op wielen, een bunker van het Ronde Kruis, met zand gevulde, opeengestapelde zakjes van de loopgraven en een knotwilg in de overstroomde IJzervlakte. Dromerig staart Ladislas in de richting van zijn kloosterkerk in Izegem. In 1909 was hij daar ingetreden. In 1920 werd hij er tot priester gewijd, waarna hij als leraar naar Brugge vertrok.

In 1927 vertrok pater Ladislas Segers met een vrachtschip als eerste kapucijn naar Canada. In Zuid Ontario behartigde hij als pastoor, leraar of missionaris drieëndertig jaar de geestelijke belangen van de immigranten. Linksboven in het raam zien we het houten kerkje van Toutes-Aides, waar hij vier jaar hoofdzakelijk bij de Indianen als kerkbouwer werkzaam was. Pater Ladislas was een bescheiden, bij het volk geliefde man, goedlachs en een echte avonturier. Comfort was aan  hem niet besteed. Verplaatsingen deed hij te voet of met een slee, getrokken door twee paarden. Op zijn bed lag een harde, strooien matras. Hij had maar één kapucijnenpij, die hij dag en nacht droeg. Nieuwe kledij, door parochianen geschonken, gaf hij discreet aan de armen. Van 1940 tot 1946 was pater Ladislas overste van de kapucijnen in Canada. De laatste vijf jaren van zijn leven bracht hij in grote eenzaamheid op Pelee Island door. Hij overleed op 19 augustus 1961 en werd in Blenheim begraven.

De interesse van de Heemkundige Kring van Zondereigen en Merksplas voor pater Ladislas Segers ontstond vooral in 2003, nadat zij het oorlogsboek van pater Ladislas ten geschenke kregen. Een jaar later organiseerden zij een driedaagse busreis naar de Westhoek: “In de voetsporen van pater Ladislas”. Zij werden ook door pater Gardiaan, Nobert Maertens, heel hartelijk ontvangen en rondgeleid in het klooster te Izegem. Er volgden publicaties, tentoonstellingen, lezingen,… kortom: dit onderwerp verdween niet meer uit de agenda van de Heemkundige Kring. 

Dit hele gebeuren mag wel een plaatsje krijgen in het geheugen van onze Vlaamse kapucijnenprovincie. Ik meende daarom dat het goed was het verloop van dit feest op papier vast te leggen. Wij mogen met fierheid opkijken naar hen die ons zijn voorgaan in het leven als  ware kapucijn. 

Vrede en alle goeds, 

Gust Koyen.

 

Beste mensen, 

Ongeveer twee maanden geleden vroeg mijn provinciale overste, Adri Geerts, me om hem te vervangen op deze viering, daar hijzelf belet was. Ik heb toen dadelijk “ja” gezegd, zonder goed te weten wat mij te wachten stond. Ik wist namelijk bitter weinig over  pater Ladislas. Ik wist alleen dat hij van Zondereigen was en dat hij naar Canada is getrokken als missionaris, of als “pastorale werker” onder de Nederlandstalige en vooral Vlaamse immigranten. Tijdens het provinciaal kapittel der kapucijnen in Canada, in 2002, had ik wel de gelegenheid om zijn graf in Blenheim te bezoeken. Ik heb toen ook een bezoek gebracht aan het kerkje in Erieau, waar een glasraam boven de inkom een blijvende herinnering is aan het leven en werk van mijn medebroeder. 

Om mij op deze viering voor te bereiden heb ik de laatste week veel gelezen over pater Ladislas. Daarbij kon ik vooral terecht in jullie heemkundig tijdschrift “Van Wirskaante”. Wat Ladislas allemaal gedaan heeft, waar hij zich overal heeft ingezet moet ik jullie niet vertellen. Dat konden jullie vernemen bij andere presentaties tijdens deze viering. Het staat ook mooi beschreven in de vele publicaties, veel mooier dan ik ooit vertellen kan. Mij werd gevraagd iets te zeggen over de persoon “Ladislas”, over Ladislas als missionaris. Dat wil ik dan ook graag doen.

 

Ladislas was op de eerste plaats een diep gelovig iemand, een man van gebed en godsvertrouwen. Hij stamde uit een diep christelijke familie. Van de negen kinderen kozen er vier voor het kloosterleven. Jef Segers trad zo binnen bij de minderbroeders kapucijnen. Hij was daar met hart en ziel, een goed religieus, iemand die graag gezien was door zijn medebroeders. Jef was immers iemand die met zijn optimisme en met zijn sociaal karakter onbevangen op iedereen kon toetreden. Als man van gebed trok hij tijdens zijn mobilisatie tussen 1914 – 1918 tot driemaal toe naar Lourdes om er te bidden tot Onze Lieve Vrouw. Hij stelde zijn leven onder haar bescherming. Zelfs in oorlogstijd vond hij de tijd om in een trappistenabdij op retraite te gaan. Dat hij de oorlog overleeft heeft dankt hij aan de genade van God. Naast hem zag hij een medebroeder en medewerkers sterven in die oorlog. In Canada was hij de man die door zijn conferenties, zijn publicaties en zijn eucharistievieringen mensen samenbracht en opriep tot een dieper gelovig leven. De laatste jaren van zijn leven verbleef hij dan ook op een eenzame post, op Pelee Island, om er te werken in stilte, om zich te bezinnen en om er vooral te bidden.

 

 

Ik wil Ladislas geen held noemen, toch was hij iemand met een groot gevoel voor verantwoordelijkheid. Als hij opgeroepen werd om een bepaalde  taak te vervullen dan was hij steeds de eerste die zijn verantwoordelijkheid opnam. Men vroeg tijdens de mobilisatie vrijwilligers onder de brancardiers om zich in te zetten op gevaarlijke plaatsen. Ladislas stak het eerst zijn vinger op. Zijn taak als brancardier was “gewonden bijstaan” en afvoeren. Dit deed hij dan ook in volle overgave. Niets kon hem beletten zijn verantwoordelijkheid hierin te nemen. Wat mij bij dit alles zo trof was zijn ontmoeting met zijn vader in 1914 in Antwerpen. Zijn vader zei toen: “Jef, doe steeds uw plicht, doch zoek het gevaar niet. Spaar u voor ons.”  Zijn inzet vinden wij ook terug als hij in Canada is.  De inzet voor zijn mensen was groot. Niet te verwonderen dat hij door iedereen graag gezien werd. Op hem kon men immer rekenen. Dit alles bracht ook mee dat hij tweemaal gekozen werd om de jonge kapucijnengemeenschap in Canada te leiden: hij werd er voor zes jaar de eerste Custos. Wat deze zin voor verantwoordelijkheid kan bevestigen is de uitspraak van pater Mathias Vermang: “Onversaagd was hij zijn jongens behulpzaam. Altijd welgezind en onverbiddelijk trouw aan God en Vaderland. Reeds in onze studententijd noemden wij hem soms “den dappere”.

Heeft Ladislas gestreden voor vorst en vaderland, toch was hij in hart en nieren een Vlaming. Reeds in de oorlog vond hij het in feite niet kunnen dat de soldaten, die voor het merendeel Vlamingen waren, louter in het Frans werden gecommandeerd. Hij vond het niet eerlijk dat Vlamingen steeds achteruit werden gesteld, dat zij niet konden of mochten opkomen voor hun Vlaming zijn. De nederlandstaligen binnen de legerleiding konden niet op tegen de franstaligen, die in de meerderheid waren. In Canada bestond zijn taak in het bezoeken, het opmonteren en het samenbrengen der Vlamingen. Ladislas heeft daar reuzenwerk verzet.  Hij organiseerde er zelf Vlaamse dagen en herdacht de Guldensporenslag. De kerkelijke overheid, - die in heel België Frans gezind was, de Vlaamse Bisschoppen incluis, - verbood om op te komen voor de Vlaamse zaak. Daarom publiceerde Ladislas zijn vele bijdrage in de “Gazette van Detroit” onder de schuilnaam: “Vossenberg”. Waarmee hij tevens zijn gehechtheid aan Zondereigen tot uitdrukking bracht; Hij gebruikte ook vaak de kruisletters: A V V – V V K: Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus.

 

Tenslotte wil ik nog zeggen dat Ladislas een echte Zondereigenaar is, gehecht aan familie en dorp. Zijn onbezorgde jeugd en zijn ravotten op de Vossenberg is hem steeds bij gebleven. Zijn liefde voor dierbaren en dorp kan ik niet beter uitleggen dan met zijn eigen woorden, die hij uitriep bij het einde van de oorlog: “Ik beleefde de zo driftig verlangde dag, de dag die vier jaar lang in mijn dromen had gespeeld. De dag van mijn zalige huisvaart, naar moeder en al mijn beminden. O die verrassing, o dat kussen ! En wat een zotternij in ’t lieve heidedorpke als held weer te keren na een zegenrijke oorlog.” Een mooier lied kan men niet zingen. Verder heeft Ladislas ook veel bijgedragen aan de heemkunde van deze streek. Dank zij hem zijn bepaalde verhalen te boek gesteld geweest en voor de toekomst bewaard gebleven. Als schrijver en dichter geraakte hij nooit uitgepraat over zijn dorp en  zijn omstreken.Beste mensen,

Ik was blij dat ik vandaag mocht getuigen over mijn medebroeder, Jef Segers, pater Ladislas. Was hij geen held, hij was zeker heldhaftig. Was hij een eenvoudig en nederig kapucijn, hij was een groot man. Heeft hij veel meegemaakt, veel leed en pijn gezien, de dood in de ogen gekeken, hij bleef een blije man, iemand die zelf van het leven kon genieten en die deze vreugde wist te delen met velen. Het zonnelied van Franciscus is haast op zijn lijf geschreven: God lovend voor alles wat hij mocht ontvangen, wat hij mocht geven en beleven. Hij was een ware franciscaan, diep gelovig, een man van gebed, een leven voor eenvoudige en eenzame mensen, vol vertrouwen op de Heer. Ik wil eindigen met het slot van één van zijn brieven gericht aan Adolf Spillemaeckers in Canada: “God zegene u en make u gelukkig en fier.”  Moge deze zegen ook van mijnentwege over jullie allen neerkomen.

Gust Koyen.