Pak.-Congo-Can.

 Startpagina Vorige

De fraterniteiten met Vlaamse medebroeders in Pakistan, Congo, Canada en wereldwijd.

Wereldwijde inzet

De missionaire inzet en internationale openheid zijn nooit uit de belangstelling van de provincie geweest.

   Pakistan   Jubileumvieringen honderd jaar kapucijnen in Congo
   Nieuw bestuur in Pakistan Geld voor de missies. Hoezo?
  Congo De minderheden in Pakistan
 Canada Een nieuwe fraterniteit van de minder-broeders in het bisdom Molegbe
  Bisschopswijding van Mgr. Corriveau Kapittel van de Generale Viceprovincie Congo, 14-19 februari 2011
  Wij gedenken  Diakenwijding in Karachi
Aantal Belgische missionarissen wereldwijd  Een frisse kijk op het kerkgebeuren
Nieuw bestuur in Frankrijk  Missie: geen oordeel wel een uitnodiging
 Het dubbele leven van postzegels  Protestbetoging in Pakistan
Bisschop van Lahore Prijst Belgische kapucijnen Ontmoeting van oud-medewerkers van het bisdom Molegbe
Verkiezing bestuur in Congo  Nieuw bestuur in Pakistan
BERICHT UIT CONGO: Mgr. Ignace Matondo is overleden. De ontmoeting met de onbekende "Ander"
Vermoorde medebroeders herdacht WKM wordt KaVIS
In Sri Lanka werden 2 broeders tot priester gewijd. Elisabeth en Timothée vertrekken naar Congo
Mondiaal: internationale contacten Jong koppel Elisabeth en Timothée voor een jaar naar Congo
Kevin Verborgt en Frederic Carens doorkruisen Azië per fiets Tussen hoop en wanhoop

Pakistan

In 1888 nam de provincie het missiegebied van Brits-Indie ( Lahore ) aan, dat later bij de onafhankelijkheid in 1947 beperkt zou worden tot het bisdom Lahore in Pakistan. Bij de start waren er geen katholieken. Nu kent Pakistan meer dan anderhalf miljoen katholieken. In de loop der jaren werden 147 medebroeders uitgezonden. Op het hoogtepunt waren er een 50-tal Belgische kapucijnen in Pakistan. Nu in 2008 zijn er nog 3 Vlamingen en groeit het aantal Pakistani’s geleidelijk aan. De vice-provincie telde op, 31.12.2008, 41 leden.

De Kapucijnen

In dit land werken de Belgische kapucijnen nu bijna honderdtwintig jaar. Op 15 november 1888 werd de zorg voor het bisdom Lahore toevertrouwd aan de Belgische Kapucijnen.

Het gebied dat ze toen toevertrouwd kregen was tienmaal groter dan het huidige bisdom Lahore. De bevolking bestond toen uit 17 miljoen Hindoes, Muzelmannen, Sikhs en outcasts. Bij de start waren er geen katholieken.

De voorgangers van de Belgische kapucijnen deden geen rechtstreeks apostolaat. Ze waren kapelaan in dienst van het Britse leger. De Belgische kapucijnen bleven dit voorbeeld slechts gedeeltelijk volgen, want ze kregen van Rome de opdracht om op de eerste plaats onder de lokale bevolking te werken.  Bij de start kozen ze een viertal plaatsen uit van waaruit ze een tachtigtal dorpen bezochten. Later zien wij een dubbele beweging ontstaan: enerzijds rayoneren ze vanuit bepaalde centra, maar anderzijds brengen ze ook mensen samen in centra , waaruit dan kolonies ontstaan met christelijke namen als Mariabad, Franciscabad.

 Het begin van deze eeuw werd gekenmerkt door een massabekering onder de outcasts. Maar na 1915 gaat het moeizamer. De wereldoorlog verstoorde het werk: er kwamen geen nieuwe missionarissen en er waren enkele sterfgevallen. Tevens ontstond er een anti-europese tendens en een groei van nationalistische gevoelens. In deze periode streefde men meer naar verdieping van het geloof bij de volwassenen.

 Na 1930 drong zich een reorganisatie op. Er was priestergebrek en het bisdom moest verkleind worden. Multan en Rawalpindi vielen weg. Veel aandacht ging er nu ook naar het onderwijs en het openen van nieuwe posten. Maar ook hier zette de Tweede Wereldoorlog weer een domper op de ontwikkeling.

Vlak na die oorlog werd Pakistan onafhankelijk (1947). Het bisdom werd hierdoor in tweeën gesplitst en een deel werd praktisch onbereikbaar. De Vlaamse kapucijnen verlieten Indië en kwamen over naar Pakistan. Vlak na de oorlog kwamen er ook twintig jonge kapucijnen uit België, terwijl er zeven wegvielen. Het bisdom bestreek nog één tiende dan de oorspronkelijke missie.

Voor de christenen van Pakistan waren het harde tijden. Ze verloren hun werk op de boerderijen (62%), omdat ze plaats moesten maken voor de moslimvluchtelingen uit India. Van toen af begon de migratie naar de steden. Tussen 1949 en 1955 werd het land bovendien nog getroffen door een aardbeving en enkele overstromingen.

 Toch had de naoorlogse periode ook zijn positieve kanten: de werking in de diepte met gespecialiseerd personeel voor het onderwijs; de samenwerking met andere ordes; de start van de opleiding van een inlandse clerus en kapucijnen; de stichting van nieuwe posten, dispensaria en een hospitaal; de uitwerking van projecten met behulp van westerse organisaties; het betrekken van leken bij het kerkgebeuren vooral onder invloed van Vaticanum II; de oecumene.

 Vanaf 1965 kende Pakistan een enorme bevolkingsgroei en een grote uitbreiding van de steden. De opleiding van de inlanders was zover gevorderd, dat lokale priesters de parochies overnamen en dat het bisdom een landeigen bisschop kreeg. De catechisten kregen ook meer verantwoordelijkheid. De kapucijnen konden zelf beginnen te denken aan de inplanting van de orde op Pakistaanse bodem.  In 1975 kon men stilaan zeggen dat de lokale kerk op eigen benen stond. De buitenlandse missionarissen hebben nog een grootse taak, maar ze komen stilaan op de achtergrond.

 Vanaf 1975 heeft men ook getracht de situatie te stabiliseren en de kerk ‘self-supporting’ te maken. Er kwam basisonderwijs in de voorsteden en uitbreiding van de middelbare afdelingen en internaten; maar deze scholen werden genationaliseerd en nooit volledig geïntegreerd in de moslimgemeenschap.  De huizenprojecten met duizenden huisjes onttrokken mensen aan een feodaal systeem en gaven hun een stuk zelfstandigheid. Door recyclages voor onderwijzers, maandelijkse vergaderingen voor de catechisten, regelmatige bijeenkomsten van priesters en kapucijnen werd het leiderschap verdiept.

 De grote nood is nu: de inculturatie. Maar ook dit punt ligt heel gevoelig: de christenen uit Pakistan identificeren zich liever met hun Europese broeders en zusters dan met hun moslimgemeenschap. Zij zoeken daarom liever elementen uit de westerse kerk dan in hun eigen kultuur. Wel worden eigen muziek en eigen muziekinstrumenten gebruikt in de liturgie; ook de zithouding aan het altaar tijdens kleinere eucharistievieringen vinden wel ingang.

Ook de dialoog met de islam ligt heel moeilijk en gebeurt enkel op hoger en academisch vlak . Wat wel heel integrerend werkt is dat men in de christelijke schooltjes christenen en moslims bij elkaar in de klas ziet zitten.

 De verdere ontwikkelingen in de kerk van Pakistan.

 In 1984 wordt Pakistan een vice-provincie afhankelijk van de Vlaamse provincie.

Op 11 februari 1994 stierf Kardinaal Joseph Cordeiro, aartsbisschop van Karachi. Sinds 1958 was hij de eerste Pakistaanse bisschop. Hij nam aktief deel aan het Vaticaans Concilie en leverde een grote bijdrage. In 1973 werd hij door Paus Paulus VI tot kardinaal benoemd.

In juni 1993 kreeg hij een coadjutor, Mgr. Simeon Pereira, die bij de dood van de kardinaal automatisch aartsbisschop werd.

In maart 1994 kozen de kapucijnen ook voor het eerst een Pakistani tot Vice-Provinciaal.

Op 5 mei 1994 werd het bisdom Lahore tot aartsbisdom verheven en werd Mgr. Armando Trindade de eerste aartsbisschop. Zo telt Pakistan nu twee aartsbisdommen.

In het najaar werd in Yohanabad, nabij Lahore, een nieuw philosophicum geopend in aanwezigheid van Kardinaal Tomko.

Mgr. Armando Trindade stierf op 31 juli 2000 en hij werd op 28 augustus 2001

Opgevolgd door Mgr. Lawrence Saldanha.

In november 2007 werd met grote luister het honderdjarig bestaan gevierd van de kathedraal van Lahore die ter die gelegenheid helemaal werd opgeknapt. Maar bij een bomaanslag in maart 2008 werd enorme schade aangebracht, vooral aan de glasramen.

De kapucijnen in Pakistan anno 2004

1. De opleiding

 Een overzicht van de opleiding gedurende de laatste 16 jaar (1988-2004)

-         In 1988 verhuisde de kapucijnen studenten van het St. Mary’s Seminary naar de Loyola Hall. Dit werd door het bisdom gevraagd omwille van het groeiend aantal studenten (1988-1989).

-         In juli 1989 werd het Capuchin House aangekocht dat in januari 1990 geopend werd.

-         Volgens het keuzekapittel van 1994 waren  10 medebroeders tussen 1991-1994 werkzaam in de opleiding.

-         Van 2000 tot 2001 kreeg men de hulp van Br. Anselm uit Indonesië en later van Br. Parick Samuel

-         Maar in 2002 vertrok Br. Patrick met 7 novicen naar Sri Lanka

-         Voor de periode  2003-2004 was Br. Nasir Gulfam verantwoordelijk voor de roepingenpastoraal; waren er twee verantwoordelijken in het Capuchin House  met 21 studenten waarvan er in augustus  2004 zes het noviciaat begonnen in Sri Lanka.

-         Na in Rome de graad van licentiaat in moraaltheologie behaald te hebben wordt Fr. Patrick Samuel  de verantwoordelijke in het vormingshuis in Karachi.

-         Enkele jaren later wordt in Karachi een ander huis aangekocht waar de studenten nu verblijven.

-         Er wordt ook intens samengewerkt met de franciscanen en het Groot-Seminarie van Karachi.

-         Ook in Lahore werken de kapucijnen en franciscanen nauwer samen voor de opleiding van hun kandidaten.

-         Vanaf 2008 wordt de postulantenopleiding in Lahore georganiseerd, terwijl men voor de noviciaatsopleiding een overeenkomst heeft tot 2012 met de provincie van Karnataka in Sri Lanka.

-         De studenten die het aankunnen volgen na het noviciaat filosofie in Kandy (Sri Lanka) terwijl de anderen in Karachi een opleiding in franciscanisme gemengd met filosofische vakken volgen bij de franciscanen.

Hieruit blijkt dat de opleiding altijd een bijzondere zorg is voor de vice provincie. Of de resultaten in verhouding zijn is een andere vraag.

2. Huizenproject en opvoeding op de steenovens in Bhai Pheru

 Br. Leopold Evens vertelt: Toen ik in 1988 in Bhai Pheru aankam bezocht ik al de dorpen van de parochie en zo werd ik mij bewust dat slechts weinig kinderen naar school gingen en dat er buiten de grote centra de volwassenen niet geletterd waren. Gedurende drie jaren heb ik getracht de bevolking bewust te maken dat er zonder opvoeding geen hoop was om in de toekomst hun levenswijze te verbeteren. Zij zouden altijd veracht en onderdrukt worden en voor altijd hetzelfde werk blijven doen. Enkel door opvoeding zou er respect, vrijheid en ontwikkeling komen. Stilaan geraakte de bevolking zo geïnteresseerd en waar de bevolking bereid was om hun kinderen naar school te sturen deden wij volgend voorstel: wij vragen de bevolking iedere dag 1 roepie per kind dat naar school zou gaan . Wij van onze kant zouden dan alles doen wat noodzakelijk was om de school draaiende te houden. Op het einde van 1994 startten wij de eerste school in Gagga op een open plaats vlak voor de kapel. We gaven hen een mat om op te zitten, een tafel en een bord en voor de kinderen enkele leien.  Toen er meer en meer kinderen kwamen waren de matten vlug versleten en gaven we hen kleine bankjes.  In het begin van de volgende zomer knapten we een oud gebouw op als bescherming tegen de zon.  Nog later bouwden we verschillende veranda‘s. Nog later braken we het oude gebouw af om drie nieuwe klassen en een bureel op te trekken. Ook zorgden we voor toiletten en water. Nu zijn er tussen de 150 en 200 kinderen.

Op min of meer dezelfde wijze zijn schooltjes begonnen in 25 dorpen. Sommigen werden een succes, anderen niet en moesten daarom gesloten worden.

Herhaaldelijk hebben we geprobeerd scholen te openen op steenovens, maar de meeste eigenaars werkten niet mee. Zij willen geen onderwijs voor de kinderen van hun werkvolk. Daarom zijn wij met “Rainbow Colony” begonnen. Nabij Jamber op de weg tussen Bhai Pheru en Patoki konden we  een stuk land kopen. Dit ligt op 9 km van Bhai Pheru en ongeveer 300 meter van de grote weg. Er werd een groot stuk land voorbehouden voor de school en de infrastructuur van de parochie. Daarnaast is er plaats voor 184 huizen. De bedoeling is grond te geven aan mensen die geen huis hebben vooral steenbakkers. Wij bouwden er 7 klassen en de school werkte goed alhoewel et geen elektriciteit is . We zouden zo vlug mogelijk aansluiting moeten hebben, maar de WAPDA vraagt 1 miljoen roepies. Herhaaldelijk hebben we politici en andere personen gevraagd om ons te helpen. Ze beloofden het allemaal maar er kwam niets van terecht.

Intussen is de waarde van de grond verdubbeld en van zodra er elektriciteit komt verwachten wij dat dit project een succes wordt. De voornaamste problemen van ons project zijn:

  1. Plaatselijke leraars vinden omdat op verschillende plaatsen niemand over een “matric”-diploma beschikt.
  2. De christenen realiseren zich nog niet de waarde van de opvoeding  en ze zijn verwonderd dat er zoveel geld uitgegeven wordt voor schoolgeld, boeken en uniformen.
  3. Veel kinderen geven op voor ze het einde van de lagere school bereikt hebben.

Toen ik met dit project begon realiseerde ik me dat dit niet gemakkelijk zou zijn. Tien jaar had ik met Fr. Henri gewerkt en hij zei me dat het één generatie (25 jaar) zou duren vooraleer een school in een dorp goed kan functioneren. De meeste van deze scholen zijn nu tien jaar oud. We moeten dus nog wat geduld hebben, maar al degenen die naar school gingen zullen er profijt bij doen. We hebben ook reeds goede resultaten van kinderen die dank zijn hun opvoeding een hogere levensstandaard voor hun familie bereikt hebben. Spijts al deze problemen doen we dus voort zolang we kunnen.

3. Rechtvaardigheid en vrede

 Onmenselijk levensomstandigheden bij de steenbakkers

Bhai Pheru is een van de grootste steenmarkten van het land. Er staan meer dan 60 steenovens in onze parochie. Geen enkele van deze ovens is geregistreerd omdat, indien de eigenaar ze laat registreren, hij de “labor act” (werkovereenkomst)van de regering uit 1992, die de rechten van de arbeiders waarborgt, moet onderhouden. Dit heeft tot gevolg dat honderden families tot slavernij zijn gedoemd. Er bestaat grote onrechtvaardigheid  tegenover de arbeiders. Het zijn mensen zonder menselijke waardigheid, respect en mensenrechten. Zij krijgen geen eerlijk loon. Zij kunnen lezen noch schrijven, zij kunnen hun productie niet volgen en worden daarom bedrogen. De hobby van veel eigenaars van steenovens is TV kijken en de vrouwen en dochter van hun arbeiders verkrachten.

Kinderarbeid

 De kinderen van de steenbakkers helpen hun ouders op de steenoven. De steenbakkers zijn er van overtuigd dat ze met de hulp van hun kinderen meer geld kunnen verdienen en dat is ook zo. Maar op die manier wordt de kinderen  ook schade en onrecht aangedaan. Het grootste onrecht is dat ze geen onderwijs krijgen. Nog geen 1 procent  realiseert zich het belang van opvoeding. Het is beter de jongeren goed te vormen dan later te moeten corrigeren. Bewustwordingsprogramma’s voor de kinderen en voor de ouders worden georganiseerd. De leden van de franciscaanse jeugdgroep doen een onderzoek naar kinderarbeid op de steenovens. Dit is een belangrijke hulp omdat dit het ons mogelijk maakt om ze te vinden en ze in te schakelen in ons bewustwordingsprogramma.

Huizenproject en gezondheidszorgproject voor de steenbakkers

 Honderden steenbakkers leven op de ovens en in huurhuizen.  Hun leed wordt erger op het moment dat ze van hun loon de huur moeten betalen dat nauwelijks groot genoeg is om hun basisbehoeften te voldoen. Zulke structuur dwingt hen om als n slaven te leven.

Jaren geleden kocht Caritas een stuk land in Raiwind. Ik kreeg de documenten in handen zodat ik de grond kon verkopen  en een ander stuk grond kon kopen nabij Kot Rada Kishan. Het plan is nu om bouwgronden van 4,5 marla te verkopen aan honderd families. Zo zullen zij menswaardig kunnen leven. 

 4. Jeugdpastoraal

 De jeugd maakt en belangrijke groep uit van de pastoraal. In Azië, ook in Pakistan, is 40 % van de bevolking tussen 15 en 25 jaar. Zij zijn de krachten van nu en de droom voor een voorspoedige toekomst van onze families, gemeenschappen en ons land. Zij zijn de beste agenten voor  sociale promotie . Zij hebben de talenten en het vermogen om verborgen mogelijkheden te ontdekken en nieuwe horizonten te ontdekken. Dit is de leeftijd met hoge verwachtingen en de wil om voor een betere toekomst te vechten, om positieve keuzes te maken, prioriteiten te stellen en besluiten te nemen.

De hedendaagse jeugd staat open voor nieuwe uitdagingen en mogelijkheden. De media bieden allerhande waarden aan. Soms is het echt moeilijk om juiste keuzes te maken. Daarom moeten ze geholpen worden op moeilijke momenten.

 5. Healing service

 Een goed deel van Jezus optreden bestond in het genezen van gebroken harten. Veel zaken kunnen ons evenwicht verstoren. Ons hart is gebroken wanneer we vol zitten met angst, wrok, haat, bitterheid en niet kunnen vergeven of ook als schaamte, schuldgevoelens, spijt en verdriet hebben. Jezus leerde hoe gebroken harten kunnen genezen worden. Wij mogen niet blijven leven in de ban van negatieve gevoelens. Genezing is te vinden door bekering en vergeving. Als wij vergeven aan wie ons kwetste zullen deze gevoelens vanzelf verdwijnen.

Vandaag de dag is iedere mens gebroken en gekwetst: psychologisch, emotioneel en fysisch. Daarom worden overal “healing services” gehouden. Het staat vast dat als mensen aan deze diensten deelnemen ze verlost geraken van die negatieve gevoelens. Dit maakt ook deel uit van ons franciscaans charisma.

De bedoeling van “healing services” is niet een mobiel hospitaal te openen, maar wel de gelovigen een mogelijkheid te geven waar deze lasten worden weggenomen.  “Kom tot mij gij allen die belast zijt en ik zal u verkwikken.”

 6. Selfsupporting

 De idée van selfsupporting is niet nieuw. Iedereen wil selfsupporting zijn. Ook in de kerk van Pakistan leeft de idee al lang, maar in maart 2004 werd hiervoor een denkgroep opgericht door de bisschoppenconferentie. De behoefte ontstond omdat verschillende bisdommen financiële moeilijkheden hadden.

Selfsupporting moet niet enkel financieel of economisch gezien worden. Het gaat veel verder. Het nodigt ons uit om onze visie, directieven, doelstellingen en objectieven uit te zuiveren en een methodologie op punt te zetten om dit te bereiken.

Een selfsupporting kerk betekent macht geven aan de machtelozen. 95% van de katholieke bevolking is zeer arm en een groot deel leeft zelfs onder het bestaansminimum. Enkel 5 % beschikt over 95 % dat beschikbaar is aan middelen. Dikwijls wordt onder selfsupporting verstaan dat deze 95% met hun 5% aan middelen moeten instaan voor het onderhoud van 5% (priesters, religieuzen enz.) die al veel bezitten.

Het zou zo moeten zijn dat de 5% die het al goed heeft met 95 % aan middelen zou meedelen met de 95% van de bevolking die maar over 5% beschikt. Enkel dan zullen de zwakkeren kunnen overleven.

 BESLUIT

 De laatste jaren zijn er zaken gebeurd die to vreugde stemmen:

- de plechtige professie en wijding van jonge medebroeders;

- jongeren die een nieuwe ervaring als kapucijn opdeden in Sri Lanka

- een nieuwe groep novicen die nu in Sri Lanka is;

- het experiment zelf om met India aan de opleiding te werken;

- studenten in Rome die er een hogere opleiding krijgen;

- de jubilea van enkele oude missieposten door de kapucijnen gesticht;

- de inzet voor onderwijs en pastoraal, in het bijzonder KHK;

- de jeugdpastoraal;

- de dialoog met de Islam;

- een gezond financieel beheer.

Dit zijn maar enkele positieve punten die ons onmiddellijk in het oog springen

 Cijfermateriaal over de kerk en de Kapucijnen in Pakistan.

 De evolutie van het aantal christenen werd sterk beïnvloed door de evolutie van de geschiedenis: het oorspronkelijke Brits-India werd in 1947 opgedeeld in twee onafhankelijke staten, maar ook het oorspronkelijke missiegebied  werd in de loop der jaren opgesplitst in verschillende bisdommen. Zeker is, dat er bij de start in 1889 geen christenen waren, en bij de eeuwwisseling bedroeg het getal reeds 2.000. Op dat ogenblik verbleven er in Pakistan 30 Belgische kapucijnen, dat is 6 voor 66 gelovigen.

Geleidelijk breidde de christelijke geloofsgemeenschap (katholiek en protestant) zich uit. Beiden houden tot op vandaag gelijke trend. In 1930 telt de katholieke geloofsgemeenschap 36.000 christenen en bereikt het aantal Belgische missionarissen haar hoogtepunt: 51, dat is 1 voor 705 gelovigen. Met de Tweede Wereldoorlog en de daarop volgende crisis zal dit getal missionarissen voortdurend dalen tot 23 begin 1985 en 14 begin 1995, terwijl het aantal christenen sterk toeneemt. Ook krijgt men in de laatste periode hulp van andere ordes en congregaties en nemen lokale geestelijke, zowel diocesane als kapucijnen, de fakkel over.

Ook de bevolkingsexplosie speelt een grote rol. Pakistan telde in 1947, 32,5 miljoen inwoners, in 1978 75,6 miljoen en in 1985 92 miljoen... nu schat men in 2008 het aantal (voorzichtig) op 165 miljoen. In de regel mag men rekenen dat 1,5% daarvan christen is.

De kinderen worden nu bij de geboorte gedoopt. De Punjab, met Lahore als hoofdstad, is altijd de sterkste groeipool geweest voor de christenheid.

 Leven volgens de Regel van Franciscus.

 Wat onze Belgische missionarissen in de moslimland hebben gepresteerd is eigenlijk met geen pen te beschrijven. De zonen werden uitgezonden, het zaad van het Evangelie werd gezaaid, de franciscaanse boodschap van vrede werd beleefd volgens het voorschrift van de stichter Franciscus van Assisi.

 Ook in Pakistan hebben zij de karakteristieken uit de franciscaanse spiritualiteit: het gaan en trekken door de wereld, het  verlangen naar vrede en  liefde voor de armen, met hart en ziel beleefd.

 In zijn Regel schrijft Franciscus:

“De broeders die naar de missie vertrekken, kunnen op twee manieren geestelijk onder hen leven.

De ene manier is, dat zij geen ruzie maken of woordenstrijd aangaan,

maar zij zullen om God ondergeschikt zijn aan ieder menselijk schepsel en belijden dat ze christenen zijn.

De andere manier is dat zij, als zij zien dat het God behaagt, het woord van God verkondigen, opdat deze geloven in de almachtige God, de Vader, de Zoon en de heilige Geest, in de Schepper van alles, en in de Zoon, de verlosser en redder, en opdat zij gedoopt worden en christenen worden.” 16,5-7.

 Nog altijd is die tweede manier van aanwezig zijn in een moslimland de beste manier om de Boodschap te doen doordringen. Franciscus sprak uit ervaring, want hij was zelf op bezoek geweest bij de Sultan in Egypte. Wist u trouwens dat Franciscus de eerste was om in zijn Regel over missionering te spreken?  Wat zou zijn volgelingen dan kunnen weerhouden dit te doen?

 Kamiel Teuns, ofm cap.

SITUATIE 2008

Samen met Indische kapucijnen WERD  op 23 juni 2001 gestart met de inplanting van de Orde in Sri Lanka. De stichting heeft ook tot doel de kandidaten uit Pakistan op te leiden. Op 8.12.2008 zijn er 5 postulanten, 8 novicen en twee studenten in filosofie.

Vanaf 2008 organiseert Pakistan zelf het postulaat in het Capuchin House te Lahore. Er zijn momenteel 5 postulanten. In 2008 kreeg dit opleidingshuis van de kapucijnen in Lahore een grondige beurt.

De provincie van Karnataka in Indië heeft in Sri Lanka een noviciaat gebouwd dat voltooid werd in september 2008. In dit jaar werd ook een ander studiehuis in Kandy aangekocht voor medebroeders studenten in filosofie. Wellicht zouden zo de jonge medebroeders novicen van Pakistan na hun noviciaat in Sri Lanka er ook hun studies kunnen verder zetten. In 2008 studeren twee jong geprofesten filosofie aan het seminarie te Kandy. Tenslotte heeft men ook nog een huis dat dienst doet voor de opvang van nieuwe kandidaten afkomstig uit Sri Lanka.

Medebroeders van onze Vlaamse Provincie werkzaam in Pakistan.

Leopold Evens
Daniël Suply 
Frans Labeeuw

In de maand augustus 2008 hield de vice-provincie haar keuzekapittel


NIEUW BESTUUR IN PAKISTAN
   

 

DE UITSLAG VAN DE VERKIEZINGEN VAN HET KAPITTEL VAN DE VICE

PROVINCIE VAN PAKISTAN, MARIAM SIDDEEQA.

Vice Provinciaal    Clarence Hayat

Eerste raadslid      Nasir Gulfam

Tweede raadslid    Morris Jalal

Derde raadslid       Sadeeq Patras

Vierde raadslid      William Basharat

Daniel  Suply
Secretariaat.
Antwerpen.

 

 

Uit Handdruk jaargang 40, nr.1, maart 2010:

 

 
 

 
 

 

 

Congo

In Congo kregen de kapucijnen in 1910 Ubangi als missiegebied: tweemaal zo groot als België. De start was zeer moeilijk. In 1985 telde het bisdom al 445.000 katholieken. In de loop der jaren werden 126 medebroeders uitgezonden naar Congo. Op het hoogtepunt waren er 63 Belgische kapucijnen.

Meer détails zijn te lezen in het pas verschenen boek: ‘Honderd jaar kapucijnen in Congo 1910-2010’

Einde 2008 is er nog één Vlaming en één Waal werkzaam, maar de vice-provincie telt reeds meer dan 80 leden, waarvan de meerderheid nog in opleiding is.

De generaal Pascal Rywalski drong er in 1974 op aan een tweede poging tot inplanting van de orde te doen. Na heel wat pogingen is dat goed op dreef gekomen. Het aantal is al gestegen boven de 90. Stilaan heeft  men ook de nodige infrastructuur uitgebouwd: nieuw noviciaat ‘La Foresta’ in 1992; studiehuis in Kinshasa sinds 1990 in de 5° straat Limete en definitief studiehuis in de 12° straat  Limete in 2002. In 2004 wordt het nieuwe provincialaat in de 5° straat voltooid. Sinds 1999 werkt  men voor de opleiding samen  met Pretoria in Zuid-Afrika. Verschillende jongeren studeren nu ook in Rome.

Intussen werd Congo in 1994 een vice-provincie rechtstreeks afhankelijk van het Generalaat. In 2002 werd fr. Ambongo de eerste Congolese vice povinciaal. In 2004 zou hij bisschop van Bokungu-Ikela worden. Als vice provinciaal werd hij op gevolgd door fr. Jean-Bertin Nadonye.

Als teken van groeiende internationale solidariteit zijn de Kongolese kapucijnen op vraag van het Generalaat een vestiging begonnen in Pointe Noire in Congo Brazaville: Paroisse St. Fançois d'Assise. Doel: de inplanting van de Orde in Congo Brazaville. Het huis werd geopend op 28 oktober 2001.

In februari 2011 had te Kinshasa het vierde kapittel plaats van de generale vice-provincie. De generale definitor zat het kapittel voor. Ook broeder Adri Geerts, provinciaal van de Vlaamse provincie, vergezeld van broeder Kamiel Teuns, waren ook op het kapittel aanwezig.  Op dit kapittel werd het volgende bestuur verkozen:

VP: Jean-Bertin Nadonye Ndongo (confirmé)
1C Joseph Mbema Nzonyiwa
2C Martinien Bosokpale Dumana
3C Maurice Nzenge Nguwa
4C Martin Mbwase Tande

Verkozen op 16/02/2011
Plaats: Kinshasa
Président: Agapit Mroso, def. gen

    Nieuws uit Congo  

 

Molegbe en zijn bisschoppen 

Mgr. Kesenge geeft zijn ontslag 18.10.1997
Mgr. Ignace Matondo wordt benoemd voor Molegbe op27.06.1998; hij geeft zijn ontslag op 25.05.2007 op de leeftijd van 75 jaar.

Mgr. Louis Nkinga Bondala wordt apostolisch administrator in 2007 en men kijkt uit naar een nieuwe bisschop.
Mgr. Ambongo Besungu o.f.m. cap wordt op 22.11.2004 bisschop benoemd van het bisdom Bokungu-Ikela. In 2008 wordt hij tevens apostolisch administrator van het bisdom Kole

 

Op weg naar een groot jubileum: 100 jaar kapucijnen in Congo 1910-2010

Begin 2009 verschijnt het boek “Honderd jaar Kapucijnen in Congo 1910-2010” waaraan vijf jaar gewerkt is. Het schetst de evolutie van de missie tot zelfstandige kerk en de inplanting van de orde in Congo.

Het boek zal verkrijgbaar zijn in onze huizen tegen de prijs van 35 €. Het is een lijvig boek A 4 formaat, 416 bladzijden en honderden voordien nooit uitgegeven foto’s. 

  Nieuwe publicatie!!!! 

“Honderd jaar kapucijnen in Congo 1910-2010”

n.a.v. het jubileum van de Kapucijnen in Congo

 Formaat: A 4

Aantal blz. 416

Honderden nooit voordien uitgegeven foto’s! 

Te koop bij Br. Portier vanaf maart 2009!!! 

Prijs: 35 Euro

 

(zie ook bij de rubriek "Publicaties boeken")

   

Ontmoeting van oud medewerkers van het bisdom Molegbe

ONTMOETING VAN OUD-MDEWERKERS VAN HET BISDOM MOLEGBE

 

Op 4 december 2013 werd door Kamiel Teuns en met hulp van Luc Vansina en Stan Teuns te Antwerpen, een ontmoetingsdag gepland voor een veertigtal missionarissen en lekenhelpers die jarenlang werkzaam waren in het bisdom Molegbe. De aanleiding voor deze dag was het feit dat Mgr. Kesenge, emeritus bisschop van Molegbe, Mgr. Dominique Bulamatari, de actuele bisschop van Molegbe en Mgr. Fridolin Ambongo, afkomstig uit het bisdom Molegbe en Martin Mbwase Tande, de viceprovinciaal van Congo, voor een werkvergadering op bezoek waren in België.

 Voor de missionarissen Kapucijnen, Scheutisten, zusters Franciscanessen van Herentals, de zusters van de H. Vincentius van Deftinge, de Medische Missiezusters en lekenhelpers van het eerste uur werd het een eerste kennismaking met Mgr. Bulamatari en een blij weerzien met Mgr. Kesenge. Er werd heel wat bijgepraat, omdat sommigen onder hen elkaar in jaren niet meer gezien hadden.

 Vanaf 10u30 kwamen de genodigden toe en een uur later vierden we samen de Eucharistie met Mgr. Bulamatari als hoofdcelebrant en Mgr. Kesenge, Mgr. Ambongo, Martin Mbwase, viceprovinciaal en Patrick Annaert, vicaris van de fraterniteit als concelebranten. Mgr. Bulamatari was blij om alle oud medewerkers van het bisdom te ontmoeten en in zijn homilie dankte hij allen voor hun inzet en het prachtig werk dat zij hadden verricht. Op het einde van de viering nam ook Mgr. Kesenge het woord en op zijn beurt dankte hij allen en herinnerde zich de goede verstandhouding en samenwerking tijdens zijn ambtsperiode. De gebeden, gezangen en voorbeden waren afwisselend in het Nederlands, Frans en de slotdoxologie en het Onze Vader in het Lingala, dat alle genodigden blijkbaar nog kenden en meezongen.

 Na de viering trokken we naar het restaurant Jacob op de St. Jacobsmarkt. Niettegenstaande zijn drukke agenda kwam Mgr. Johan Bonny, bisschop van Antwerpen mee aan tafel. P. Patrick Annaert, vicaris van de fraterniteit, heette iedereen welkom. Hij vond het spijtig dat hij P. Provinciaal en de gardiaan van het huis moest excuseren. Tijdens de maaltijd hield Mgr. Ambongo een korte tafelrede waarbij hij de aanwezige bisschoppen en de genodigden in de bloemetjes zette. Vooraleer zich naar een andere vergadering te spoeden nam Mgr. Bonny nog even het woord. Hij dankte voor de uitnodiging, voor de hernieuwde kennismaking met de bisschoppen en alle oudgedienden. Alhoewel hij geen kapucijn was, geen missionaris, geen Afrikaan had hij zich hier thuis gevoeld.

 Na de maaltijd hadden degenen die wilden de gelegenheid om in de fraterniteit nog met een kop koffie verder te praten en voor de duisternis inviel trokken allen weer huiswaarts, blij om elkaar weer te hebben ontmoet.

 Nog geen dag later, ontving Kamiel Teuns, de inrichter van deze dag de volgende reactie:

“Proficiat en dank voor degenen die het initiatief namen de missionarissen van Molegbe nog eens samen te roepen. Ook voor degenen die ons uitnodigden. Voor degenen die zorgden voor een hartelijk welkom. Voor degenen die de eucharistieviering verzorgden. Voor degenen die zorgden voor een gezellig samenzijn en een smakelijke maaltijd in de Bistro Jacob. Dank voor alles.”

 
 

 
 

 
         
 

 
         
   
         
   
         
   
         
   
         
 

Canada

Toen in 1927 bij het generaal bestuur een beroep werd gedaan op kapucijnen voor de pastoraal onder de Vlamingen en Nederlanders in Ontario, Canada, waren de Belgische kapucijnen bereid om te gaan. Later trokken zij ook naar Manitoba. Nu is Centraal Canada een zelfstandige provincie. Er is nog slechts één Vlaamse kapucijn.

Het e-mail adres van de provinciaal van Canada, Paul Duplessie is:pauldup@rcec.london.on.ca 

Medebroeder van onze Vlaamse oorsprong werkzaam in Canada:

Ivo Tommeleyn
St. Francis Friary
9169 West Ridge Line
P.O. Box 580
Blenheim ON NOP 1AO
Canada
Tel: 001 519 676 7623 of 001 519 676 0345

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

BISSCHOPSWIJDING VAN MGR. JOHN CORRIVEAU
BEZOEK AAN LEO BAERT EN IVO TOMMELEYN

Bisschopswijding Mgr. John Corriveau - op woensdag 30 januari om 15.00 uur te Kelowna
en de aanstelling op donderdag 31 januari te Nelson -
en bezoek aan Leo Baert en Ivo Tommeleyn

Van 24 januari tot 5 februari 2008 was broeder Kamiel Teuns in Canada om de bisschopswijding van Mgr. John Corriveau, gewezen generale minister, bij te wonen in Kelowna en de twee overgebleven Vlaamse medebroeders, Leo Baert en Ivo Tommeleyn, te bezoeken.

  1. De bisschopswijding

 

  John was heel blij met de aanwezigheid van iemand uit de moederprovincie en is zeer dankbaar voor al wat ze voor hem en de Centraal Canadese provincie gedaan hebben.Op  de wijding waren maar liefst 22 bisschoppen aanwezig waaronder ook enkele kapucijnenbisschoppen o.a. Mgr. Paul Chaput, aartsbisschop van Denver, Mgr. Andrres Stanovnik, aartsbisschop van Correiros in Argentinië, Mgr. Pepeu, bisschop in Brazilië en Mgr. Oudeman, hulpbisschop in Australië. Anderen hadden zich laten verontschuldigen zoals Kard. O’Malley van Boston en Mgr. Paul Hinder.
De kapucijnen waren goed vertegenwoordigd. Er waren delegaties uit Centraal Canada, uit Québec, Rome, Zwitserland, Engeland, Polen, België en de Verenigde Staten. In totaal meer dan 40.
De nadruk lag natuurlijk op de aanwezigheid van de gelovigen uit het bisdom. 
U zult zich misschien afgevraagd hebben waarom de wijding op een woensdagnamiddag gebeurde en waarom de installatie pas op de tweede dag gebeurde. De redenen hiervoor zijn dat het bisdom  zeer uitgestrekt is en dat de pastoors in het weekend de pastoraal moet verzorgen. Nelson is wel de zetel van het bisdom, maar betekent als stad niet veel meer; Nelson ligt ook op 400 km van Kelowna waar er een internationale vlieghaven is die de gasten kon opvangen en een stad die in belangrijkheid Nelson overstijgt. Omdat de zetel en de kathedraal van het bisdom in Nelson ligt moest de installatie wel in Nelson gebeuren. Vandaar de spreiding over twee dagen. Men denkt er ook aan de zetel van het bisdom over te brengen naar Kelowna.

Mgr. John Corriveau
enKamiel Teuns

Het bisdom Nelson werd opgericht in 1936 en heeft een oppervlakte van 48.000 vierkante mijlen en is gelegen in de provincie British Columbia. Het bisdom is een suffragaan van het aartsbisdom Vancouver.
 Mgr. John Corriveau is de zesde bisschop van Nelson en heeft een hele carrière achter zich als provinciaal, generale definitor en generaal. Hij is de eerste kapucijn die in Engelssprekend Canada bisschop werd.
De wijding gebeurde door de Nuntius, de aartsbisschop van Vancouver en de oud-bisschop van Nelson bijgestaan door de andere aanwezige bisschoppen.

 

De wapenspreuk van de nieuwe bisschop is: “Vrede brengen door het bloed van het kruis” Kol. 1.20. Hier volgt de uitleg van zijn wapenschild.

  1. De gebroken lijn verwijst naar het bergachtig gebied van British Columbia
  2. De goudkleur in de bovenste helft  verwijst naar de opgaande zon.
  3. De blauwe kleur in het onderste deel verwijst naar Maria de patrones van de kathedraal van Nelson
  4. Het Tau-teken  in de bovenste helft verwijst naar de franciscaanse kapucijnenroeping. De gekruiste armen van Christus en Franciscus op een roodkleurige Tau verwijzen naar de gekruisigde liefde
  5. In het onderste deel staat een schaal met een kruik: dit verwijst naar de voetwassing door Jezus.

Besluit: Het bovenste deel verwijst naar de roeping als bisschop en het onderste deel naar de manier waarop de bisschop zijn taak ziet of zoals hij in zijn dankwoord zei: mijn taak en mijn job is “bisschop zijn”, maar mijn stijl zal die van “broeder van allen zijn”.

Gevolgen voor de kapucijnen van Centraal Canada.

Op korte tijd verloor de provincie twee leden wat toch wel belangrijk is voor zo een kleine groep: Br. John Corriveau die bisschop werd, en  Br.Adrian Kimenai die naar Nederland terugkeerde. Br. Paul Duplessie, pastoor te Blenheim moet voor de derde keer inspringen om John als provinciaal te vervangen. Hij heeft dat een eerste maal moeten doen toen John generale definitor werd, een tweede maal toen John generaal werd en nu een derde maal omdat John bisschop werd van Nelson.  

  1. Bezoek aan Ivo Tommelyn en Leo Baert

Ivo wordt dit jaar 80 en besliste juist voor kerstmis naar het nieuwe klooster van Blenheim te verhuizen. Hij past er zich goed aan en is er gelukkig. Het voordeel is dat er nu meer naar hem wordt gekeken want hij is diabeet en moet dus opletten.
Op de vraag of hij België nog ziet zitten zegt hij duidelijk dat hij in Canada wenst te blijven en te sterven. In België  wordt zijn kennissenkring kleineren de medebroeders worden ook oud in België. Bij het afscheid zei hij: tot in het hiernamaals!
 

   
Ivo Tommeleyn   Leo Baert  

 Leo wordt in april 94. Gezien zijn leeftijd is zijn conditie nog betrekkelijk goed, maar hij heeft problemen met zijn rechteroog waarmee hij niets meer ziet, met zijn gehoor en zijn geheugen. Het duurde twee dagen vooraleer hij mij herkende. Hij is zoals vroeger zeer zelfstandig. Hij leeft zijn eigen ritme en wordt goed verzorgd door zijn medebroeders. Hij ziet een terugkeer naar België helemaal niet meer zitten. Hij vraagt aan iedereen de beste groeten over te brengen.

Antwerpen 6 februari 2008

Br. Kamiel Teuns

                 Wij gedenken

 

 

 

 

WIJ GEDENKEN DANKBAAR LEO BAERT (P. Canisius)

 

Van Leo Baert kennen wij de geschiedenis van de periode dat hij in België verbleef. Minder bekend is echter zijn Canadese periode.
Leo werd geboren op 18 april 1914 en in 1939 werd hij priester gewijd. Ze waren maar liefst met 17 die gewijd weerden in 1939. Hij was de laatste van deze groep die overleed op 19 november 2008. In Aalst was hij gedurende 24 jaar leraar, maar toen het college van Aalst gesloten werd opteerde hij voor Canada. "Daar is geen werk in België" was zijn uit  leg "en ik verkoos Canada boven Congo."

 

Aanvankelijk werd hij in 1967 te Blenheim in Ontario geplaatst in het kleinseminarie. Maar, hoofdwerk in Canada startte in 1971 toen hij pastoor werd in de Sacred Heartparochie te ~ nipeg, een functie die hij 22 jaar bleef uitoefenen. Ook werd hij opgenomen bij de Knights Colombus waarvan hij later ook de "chaplain" werd. In 1993 werd deze parochie gesloten verhuisde Leo naar de parochie St. Alphonsus waar hij de tot nu toe verbleef. Enkel de laatste maanden moest hij om gezondheidsredenen de fraterniteit verlaten en werd hij opgenomen het rusthuis "Taché Centre" waar hij overleed op 19 november.
 Zijn liefde voor België was overduidelijk. De Belgische club en zijn verantwoordelijkheid 'chaplain' lag hem nauw aan het hart
Met zijn overlijden eindigt een hoofdstuk van de Belgische migratie naar Canada en dit zowelvoor de broeders als voor de bevolking van Winnipeg. In Manitoba zijn nu geen Vlaamse kapucijnen meer. Enkel in Ontario te Blenheim woont nog br. Ivo Tommeleyn als laatste Belg!

Op de vooravond van de begrafenis van br. Leo Baert op 25 november was er een gebedsdienst geleid door de aartsbisschop van St. Boniface, Mgr. Emile Goulet. Zoals gewoonlijk in Canada stond de kist vooraan in de kerk open. Na een gebed en de lezingen hield de bisschop een homilie waarin hij br. Leo prees voor de diensten bewezen aan de kerk van St. Boniface. Daarna volgden de voorbeden en een slotgebed. Na deze dienst kon iedereen die wilde getuigenis afleggen van hoe hij of zij Leo ervaren had. De opkomst hiervoor was groter dan verwacht en de getuigenissen waren soms indrukwekkend. Leo als mens, als huisgenoot, als toegewijd leraar, als man met eigen humor, als priester en vertrouwensman enz.

 Op 25 november werd de begrafenis geleid door Mgr. John Corriveau. Er was een beperkte groep kapucijnen omwille van de afstanden: Mgr. John Corriveau, Paul Duplessie, John Juhl, Kamiel Teuns en de medebroeders van de fraterniteit van Winnipeg: Jorge, Pierre Wood, Jer ry Graig, Tom. De opkomst was meer dan verwacht. Opmerkelijk was de aanwezigheid van de diocesane geestelijkheid en van de delegatie van de Belgische Club. John hield een schitterende homilie over de tekst van Job uit de eerste lezing. Na de viering reed de stoet naar het Belgisch kerkhof (Belgian Cemetery) waar Leo te ruste werd gelegd bij de andere kapucijnen.

   Zoals bij de viering de witte kleuren overheersten, zo rust hij nu in het witte, door sneeuw bedekte landschap van zijn tweede vaderland Canada.
Moge hij ook rusten bij de Heer!

 

 


 

Op 7 juni overleed in Canada onze medebroeder Ivo Tommeleyn. Met hem wordt meer dan 80 jaar aanwezigheid van de Vlaamse kapucijnen in Canada afgesloten. Voor Handdruk is dit een gelegenheid om even in de archieven te snuffelen. Voor lezers die hun vorige Handdruks bewaard hebben kunnen we verwijzen naar een speciaal nummer dat we uitgaven in augustus 1995 (21e jg. nr. 3).

 

Zoals wij in ons eigen Vlaanderen al jaren heel wat mensen uit arme landen hebben zien binnenstromen om uit de armoede verlost te geraken, zo trokken in het begin van de 20e eeuw heel wat Vlamingen en Nederlanders met de ‘Red Star Line’ naar het beloofde land Canada.  Zij vestigden zich bij voorkeur in steden van de provincies Manitoba en Ontario. In 1925 schrijft de Nederlandse kapucijn Benno Van Metten, provinciaal in Detroit (U.S.A.) naar Vitus Van Bussum, provinciaal van de Nederlandse kapucijnen in Nederland, om een paar medebroeders naar Canada tezenden voor de katholieke immigranten aldaar. Zo belandt de Nederlander P. Theophilus als predikant en biechtvader in het land van de duizend meren. Hij vestigt zich in de provincie Ontario, waar hij volop aan het werk kan. In 1927 vraagt de bisschop van London (Ontario) de orde in zijn bisdom op te richten om er te werken onder de Nederlanders en Vlamingen. Omdat de bevolking er voor het grootste deel van Vlaamse afkomst is, zal onze Belgische kapucijnenprovincie dit op zich nemen.  In september 1927 komen reeds de eerste twee Vlaamse kapucijnen in Ontario aan en vestigen zich te BLENHEIM. Het zijn Willibrord van Mortsel en Ladislas van Zondereigen. P. Theophilus wordt opgenomen in hun (Vlaamse) communiteit. In november van hetzelfde jaar arriveren er Polycarp van Teralfene en Mansuetus van Stuivekenskerke. Het jaar na dien volgen Damas van Brugge en Marius van Esen.

Er kan nu een volwaardig fraterniteitsleven geleid worden. En ook het apostolaat wordt goed gepland. Vanuit Blenheim worden parochies opgericht in de omtrek. En telkens er nieuwe immigranten aankomen, zijn de kapucijnen druk in de weer om voor hun landgenoten werk en huisvesting te zoeken. Allerlei sociale initiatieven worden genomen. Maar het blijft niet bij hulp aan Vlaamse en Nederlandse landgenoten. Wanneer de Tsjecho-Slovaken beginnen toe te nemen, studeert Ladislas hun taal en werkt hij voor hen. In 1939 wordt eenKlein Seminarie geopend. Zo kunnen jonge mensen van ter plekke kapucijn worden. Wanneer P. Chrysostomus van Kalmthout in 1928 zijn tweede term als provinciaal van de Belgische kapucijnerprovincie voltooid heeft, neemt hijde boot naar Canada. Hij wil de pioniers vervoegen die hij naar dat verre land gezonden heeft. Na een kort oponthoud in Blenheim (Ontario) rijdt hij 2000 km. verder naar ST. BONIFACE (Manitoba), waar hij gaat wonen bij Willibrord en Mansuetus. Tot aan zijn dood in 1953 is hij daar gebleven

 

Het is in St. Boniface (WINNIPEG)dat het eerste noviciaat wordt opgericht.

 

Vanuit St. Boniface bedienen de kapucijnen parochies, hospitalen en scholen tot ver in de provincie. Tot in TOUTES AIDES (Manitoba-meer) komen ze, waar onze medebroeder Angeliek on- officieel de dokter is van heel de streek. Naarmate er ook Italianen, Portugezen en Maltezen beginnen te komen, vragen de Vlaamse kapucijnen hulp aan hun ordesgenoten uit andere landen. Zo wordt de Custodie een verzameling van taalgroepen. Vooral in TORONTO, de hoofdstad. Maar hier moet weer naar nieuwe vormen van apostolaat en sociaal werk gezocht worden. Met de hulp van ondertussen kapucijn geworden Canadezen ontstaan  er allerlei vormen van eigentijdse en gespecialiseerde hulpverlening en opvanghuizen. Ook de Derde Orde groeit er in de zeventiger jaren uit tot meer dan honderd leden.

 

Maar het leven staat niet stil. In 1969 vraagt de overste van de ‘Christian Brothers’ kapucijnen om in NEWFOUNDLAND, dat 3000 km. ten Oosten van Toronto ligt, te komen om er geestelijk assistent te zijn in hun talrijke scholen. Acht jaar later wordt er reeds een tweede fraterniteit uitgebouwd. Zo zien we dat op amper 70 jaar de Vlaamse kapucijnen – samen met de Nederlandse – in drie belangrijke streken van Canada zeer intens gewerkt hebben. (In de provincies Ontario, Manitoba en Newfoundland dus). Terzelfder tijd zijn ze met een jonge en eigen nieuwe generatie kapucijnen begonnen die er in de geest van Franciscus werkt voor het geluk en (geestelijk en tijdelijk) welzijn van een jong volk. Zo heeft onze Belgische kapucijnenprovincie, naast Pakistan en Congo, weer een nieuwe provincie opgericht. Een kleine provincie, die nochtans reeds ‘grote’ mensen heeft voortgebracht. Denken we maar aan onze medebroeder John Corriveau, die gedurende 12 jaren in Rome onze wereldorde heeft geleid (en nu bisschop geworden is van Nelson in Canada).

 

 

Het is goed hier de Vlaamse medebroeders te noemen die in Canada het beste van zichzelf gegeven hebben:

- Ludovicus PENNINCKX (Willibrord van Mortsel)
- Franciscus CHRISTIAENS (Polycarp van Teralfene)
- Karel CONSTANDT (Mansuetus van Stuivekenskerke)
- Constantinus VAN GOOL (Chrysostomus van Kalmthout)
- Xaverius OLIVIER (Eleutherius van Lichtervelde)
- Johannes VAN GEMERT (Rupert) NL.
- Alfons DE BODT (Gerulfus van Outer)
- Désiré GHYS (Angelique van St. Maria Oudenhove)
- Victor ROETS (Emmanuel van Beernem)
- Joseph SEGERS (Ladislaus van Zondereigen)
- Petrus VAN DYCKE (Damas van Brugge)
- Leopold CONSTANDT (Peter van Wulpen)
- Bernard HERREMANS (Gondulf van Ginneken)
- Frans DUERLOO (Alois van Essen)
- Jan Philemon VAN LAER (Thomas van Pamel)
- Antonius HACKMAN (Maurus van Enschede) NL
- Frans BOGAERT (Masseo van Heist-aan-zee)
- Petrus HUYSMANS (Daniel van Vlissingen) NL
- Hubertus VAN DEN HEUVEL (Theophilus van Aarle-Rixtel) NL
- Charles VILAIN (Rogatiaan van Schoten)
- Gregoire DE LYCHOCHINE (Antoine-Marie van Binderlingshoff)
- Camiel VEREECKE (Marius van Esen)
- Leopold NIEULANDT (Cyrinus van Aalst
- Lambert NELISSEN (Mark van Koersel)
- Frederic DEVENT (Otger van Asten) NL
- Eugeen VERHULST (Cypriaan van Aalst
- Omer DEROO (Zeno van Gullegem)
- Luciaan POOTERS (Lucidius van Antwerpen)
- Hadelin EFFINIER (Lazarus van Wepion)
- Henri VAN OLFFEN (Vitus van Princenhage)
- Leo BAERT (Canisius van Beveren)
- Johannes RUISENDAEL (Sophronius van Bussum) NL
- André MENNEN (Anacletus van Ault-Onival)
- Adrian KIMENAI (Archangel van Dongen) NL
- Roger BLONDEEL (Roger van Tielt)
- Ivo TOMMELEYN (Sigismond van Ieper).
n

                                    BISSCHOP VAN LAHORE PRIJST BELGISCHE KAPUCIJNEN

 

B R U S S E L (KerkNet/Asianews) – Aartsbisschop Lawrence John Saldanha van Lahore prees de bijdrage van de Belgische kapucijnen tot de evangelisatie van Pakistan. De aartsbisschop herinnerde eraan dat de Belgen in de regio met de verkondiging van start gingen en vanuit hun missiepost de eerste kerkelijke structuren realiseerden. Belgische kapucijnen reisden al tijdens de periode van 1626 tot 1644 voor het eerst als missionaris naar Zuid-Amerika en Congo. Later vertrokken missionarissen naar Syrië, Martinique, de Antillen, Louisiana (Mississippi), de Dominicaanse Republiek en Haïti. In 1886 reisde de eerste Belgische kapucijn naar Pakistan om er in de streek van Punjab de eerste missiepost en katholieke gemeenschappen te stichten. De Belgische kapucijnen kregen later hulp van Italiaanse enNederlandse missionarissen.

 

De aartsbisschop prees ook de inzet van Daniel Suply (77), die al sinds 1961 in Pakistan als missionaris actief is. Pater Daniel was de voorbije dertig jaar verant-woordelijk voor de opleiding van de seminaristen en vrouwelijke religieuzen en keert nu naar België terug. (Kerknet) Ondertussen is Daniel in België aangekomen en benoemd tot secretaris van onze provincie. Hij woont aan de Ossenmarkt 14, 2000 Antwerpen.

 

                                       

                 JUBILEUMVIERINGEN HONDERD JAAR KAPUCIJNEN IN CONGO

Als we één jubileum goed gevierd hebben dan zal dat toch wel de herdenking geweest zijn van het feit dat honderd jaar geleden de kapucijnen in Congo begonnen zijn met hun pas-toraal werk. Op 4 oktober 2009 was er te Antwerpen de herdenking van het allereerste begin en van wat er door de missionarissen werd tot stand gebracht gedurende deze 100 jaar: missionarissen, zusters en broeders, en leken in het kader van C.D.I.Bwamanda, Memisa, Tropisch instituut. Ook werd tijdens deze viering het boek “Honderd jaar Kapucijnen in Congo” gelanceerd. Op 19 en 20 juni vierden de Congolese Kapucijnen in Kinshasa dit jubileum voor de Congolese gemeenschap. De orde van de kapucijnen is een gemeen-schap die de grenzen van het Bisdom Molegbe overstijgt. Inderdaad, de Congolese kapucijnen zijn niet alleen in het Bisdom Molegbe werkzaam, maar ook in Kinshasa, Pretoria (Zuid-Afrika) en Pointe Noire (vroegere Franse Congo). Ook hier is er flinke samenwerking met C.D.I. en Memisa. Op 21 november 2010 zal vooral het Bisdom Molegbe op de voorgrond treden. Op iedere parochie is er dan een moment van bezinning en evaluatie met lessen voor de toekomst. Omdat het moeilijk is heel het bisdom – driemaal België – op één plaats bijeen te krijgen, wordt er ook in iedere parochie gevierd. En tenslotte is er in februari 2011 de ‘afsluiting’ van het jubeljaar te Mobay Mbongo. “De grote viering in Mobay zal niet in het licht staan van drinken en eten, maar het plan is het huis van Mobay te vernieuwen, de kerk te restaureren en te verstevigen, twee scholen te steunen waar de kinderen nog letterlijk op de grond zitten en tenslotte wil de bisschop er een polyvalente zaal bouwen als blijvend aandenken aan het werk van de kapucijnen ten dienste van de bevolking…” (Kamiel Teuns in zijn verslag in Vox Minorum, mei-juni 2010)

BELGSICHE MISSIONARISSEN WERELDWIJD

 

TOESTAND OP 31 - 12 - 2007

 

    WERELDDEEL TOTAAL VROUWEN MANNEN
    AFRIKA           500          163      337
    AMERIKA           374          121      253
    AZIE           212           48      164
    EUROPA           202           64      138
    TOTAAL        1.288          396      892

 

  JAAR AANTAL VROUWEN MANNEN
         
  2008 1.288 396 892
  2006 1.496 474 1.022
  2004 1.589 530 1.059
  2002 1.745 602 1.143
  2000 1.859 651 1.208
  1998 2.266 805 1.451
  1996 2.451 901 1.550
         

NIEUW BESTUUR IN FRANKRIJK

 

Frères Mineurs Capucins

Province de France

 

CHAPITRE PROVINCIAL 2009

RÉSULTAT DES ÉLECTIONS

 

Au cours du chapitre provincial qui s'est tenu au Foyer Notre-Dame de la Trinité à Blois
du 9 au 13 février 2009  ont été élus : 

Ministre provincial :     Fr. Pio Murat (50 ans) 

Vicaire provincial :      Fr. Hubert Calas (69) 

Conseillers :                 Fr. Dominique Lebon (54) 

                                    Fr. Joseph Dossmann (36) 

                                    Fr. Lucas Lourdusamy (34) 

Blois, le 11 février 2009. 

                                    Fr. Joseph Sitterlé,                                               
                                 
secrétaire du chapitre.

 

HET DUBBELE LEVEN VAN POSTZEGELS

Artikel genomen uit Handdruk jg. 40, nr.2 juni 2010

 

 

 

                                                GELD VOOR DE MISSIES. HOEZO?

 DE MINDERHEDEN IN PAKISTAN

Overgenomen uit HANDDRUK Jg. 41, Nr. 2

 

 Een nieuwe fraterniteit van de minder-broeders in bisdom Molegbe

1. Geschiedenis

Het dateert reeds van 1988 dat P. Venant (Alfons) Quanten, toenmalig pastoor van de parochie St. Elisabeth te Gemena een terrein kocht op 3 km van het centrum van de stad met als voornaamste doel er een klooster voor de kapucijnen te bouwen aan de rand van de stad waar het rustig zou zijn om een contemplatief en broederlijk samenleven uit te bouwen en ook om de armen van de omliggende dorpen te helpen.

Toentertijd waren er nog niet genoeg kapucijnen en de reguliere overste had daarom gevraagd om er nog een tijdje te wachten. Heel wat bouwmateriaal zoals zakken cement en stenen werden op het terrein gelost, zelfs een waterput werd geboord door CDI Bwamanda om zo de bouwwerken te vergemakkelijken.

2. Wat is er nu met het terrein gebeurd?

Na vele jaren besloot het bestuur van de vice-provincie in 2007 uiteindelijk de fraterniteit te bouwen. Maar reeds lang tevoren hadden men voorgesteld om meer grond te kopen. Zo werden dank zij het beloop van de broeders Matthieu Gombo en Jesuald Penze verschillende aanpalende eigendommen aangekocht zodat bepaalde pastorale en sociale activiteiten mogelijk werden.

De bouwwerken begonnen in maart 2008 onder de technische leiding van een franse vrijwilliger Mr. Gwenael lid van DCC (Délégation Catholique pour la Coopération) en broeder Georges Bagaza, beiden metsers.

Nu zijn er zes gebouwen, die van elkaar gescheiden zijn, klaar: een kapel, een gebouw voor het verblijf van de vormingsverantwoordelijken, een keuken, een gebouw voor de jongeren in opleiding waar men ook anderen jongeren kan ontvangen die willen herbronnen in het kader van onze kapucijnenspiritualiteit en tenslotte een gebouw dat dienst doet als eetzaal, bureel en wachtzaal.

Het centrum draagt de naam: St. Felix van Cantalicië en dit omwille van het leven van deze heilige broeder kapucijn. Hij leidde een eenvoudig leven, was nederig en hij stelde zich ten dienste van alle lagen van de bevolking. Het is via hem dat wij de jongeren die kapucijn willen worden ons leven als kapucijn leren doen kennen.

 3. Wat moet er nog gedaan worden op korte en lange termijn?

Momenteel wordt het huis van Libenge Moke bewoond door twee verantwoordelijken voor de vorming en 14 jonge medebroeders die er hun postulaat doen. Het geheel moet nog afgewerkt worden en de uitrusting van het huis ontbreekt ook nog.

Voor de toekomst zien wij de noden van de omliggende bevolking. Nu reeds werd omwille van de nijpende nood aan drinkbaar water met behulp van Caritas Antoniana uit Padua (Italië) voor de bevolking een waterput geboord op aandringen van de kapucijnen.

Andere noden van de bevolking draaien rond:

-          de behoefte aan een lagere school voor de kinderen en de omkadering van de jonge moeders en verder alfabetisatie.

-          het bouwen van andere zalen om het spiritueel centrum uit te bouwen en om aan de bevolking een gebedsplaats te geven en de mogelijkheid te bieden voor spirituele vorming. De plaats kan ook dienen om retraites te geven voor religieuzen en seculiere priesters, want zoiets ontbreekt nog en er is grote behoefte aan.

Door deze dienstverlening zullen de kapucijnen in de Democratische Republiek van Congo hun volk nabij zijn en ze dienen zonder uit te zijn op eigen profijt maar te werken voor de glorie van God.

Wij danken u van harte voor uw grote vrijgevigheid voor dit initiatief ten dienste van onze jongere kapucijnen en van allen die er zullen passeren om de Heer te ontmoeten in het dienstbetoon van iedere dag.

Fr. Jean-Bertin Nadonye Ndongo, ofm cap.

Minister vice-provinciaal

Overgenomen uit VOX MINORUM  jg. 65 nr. 2

 

  Kapittel van de Generale Viceprovincie Cong
 

Uit HANDDRUK nr. 3 september 2011, van jg 41:

 
   DIAKENWIJDING IN KARACHI

 

5Uit Vox Minorum,  Jaargang 66, nr. 1   januari - maart 2012°
 

Wij ontvingen van onze medebroeder Clarence Hayat, vice provinciaal van Pakistan, het heugelijke nieuws dat op 11 maart drie broeders in Karachi diaken gewijd zijn: Ishfaq Anthoni, Nicolas Hakim en Shahzad James.

Onze wensen en gebeden gaan naar onze nieuwe diakens.

Meegedeeld door br. Kamiel Teuns

 

EEN FRISSE KIJK OP HET KERKGEBEUREN

Overgenomen uit Handdruk nr. 2, jg. 42, juni 2012

MISSIE: GEEN OORDEEL WEL EEN UITNODIGING

Overgenomen uit Handdruk nr. 2, jg. 42, juni 2012

 

 
PROTESTBETOGING IN PAKISTAN

In een rapport van Fides staat te lezen :

"na de gebeurtenissen van zaterdag 9 maart toen 178 huizen van christenen in de Joseph Kolonie, Badami Bagh, werden overgeleverd aan de vlammen, voor een geval van vermeende godslastering"

hield men in Lahore een spontane en rustige manifestatie op de pleinen waarbij de politie traangas afvuurde naar de betofers en zelfs demonstranten mishandelden omdat "de processie werd niet toegestaan.

Er zijn honderden demonstranten gewond geraakt en sommigen werden gearresteerd.

De kapucijnen hebben zich aangesloten bij de demonstanten en andere burgers van de verschillende religies.

Broeder Clarence Hayat, vice-provinciaal van de kapucijnen te Pakistan, veroordeelde deze brutale acties tegen christenen.

"We willen gerechtigheid voor alle religies" - zeggen de posters die door demonstranten meegedragen werden - een stem van religieuze minderheden van wie de rechten worden voortdurend geschonden.

Volgens Fides, de Apostolische Administrator van Lahore, Mgr. Sebastian Francis Shah OFM, die afgelopen zondag ook heeft deelgenomen aan een gebedswake en een vreedzame sit-in buiten het hoofdkwartier van de Press Association, vroeg de regering om de veiligheid van christenen te garanderen en drong er bij de gelovigen aan het klimaat van angst en onzekerheid te overwinnen, en onderhouden van een klimaat van vrede en solidariteit met de slachtoffers.

 

   
         
   
         
     
 
VERKIEZING BESTUUR IN CONGO

De uitslag van de verzkiezingen in Congo zijn:

Fr. Martin Mbwase, Custode (herkozen)
Fr. Kizito Mbay Sido, raadslid
Fr. Roger Manzinga, raadslid
Fr. Willy Kamba, raadslid
Fr. Samuel Ngossa, raadslid

 
NIEUW BESTUUR IN PAKISTAN
 
Custos: Br. Nadeem Franciscus
1e raadslid: Br. Morris Jalal
2e raadslid: Br. Francis Sabir
3e raadslid: Br. John Josreph
4e raadslid: Br. Khalid Rehmat


Luogo: St. Mary's Friary, Gulberg II, Lahore
Presidente: August Koyen, Min. Prov. della Provincia Flandro-Belgica

 

DE ONTMOETING MET DE ONBEKENDE "ANDER"

Overgenomen uit VOX Jaargang 67  Nr. 2  April - Juni   2015

 
De ontmoeting met de onbekende ‘Ander’

Bellem, 27 april - 1 mei 2015

br. Luc Vansina

De ontmoeting met de onbekende ‘Ander’ was het thema van de vergadering van de missiesecretarissen uit West Europa. Het was de eerste keer, sinds de oprichting in 2004 van de Noord-Wet- Europese Conferentie van de minderbroeders Kapucijnen ‘CENOC’, dat de missiesecretarissen van deze conferentie in België hun jaarlijkse vergadering hielden. Uit 10 verschillende landen kwamen broeders naar Bellem - Oost-Vlaanderen - België.

Broeder Gust Koyen, minister provinciaal van de Vlaamse Kapucijnen, schetste in zijn welkomstwoord de grote realiteitsverandering tussen enerzijds het brengen van het christendom in de vroegere missiegebieden en de nu bloeiende jonge kerken in deze landen. Hij vroeg zich af of deze verandering ook al in onze geesten had plaats gevonden. "Zijn wij in staat om naast onze broeders en zusters te staan en hen als gelijkwaardig te beschouwen?"

Hiermee werd dan ook direct de toon aangegeven voor de rest van deze samenkomst.

In de documentaire ‘The Imam and the Pastor’ zagen we hoe Pastor James en Imam Ashafa, door hun persoonlijke vriendschap, banden smeden tussen vooraanstaande islamitische en christelijke geestelijken en verder opleiding geven in conflictpreventie, bemiddeling en verzoening. Deze realiteit in Nigeria kan als voorbeeld dienen voor ons in West Europa.

Ina Koeman, protestants dominee uit Antwerpen, schetste ons, in haar lezing over de ‘ontmoeting met de onbekende Ander’, dat de mens tegenover haar steeds een onbekende blijft, zoals zij steeds onbekend blijft voor de Ander. Zij legde de nadruk op de gelijkheid van iedere mens en dat iedere mens de schepping van God is: hij is geschapen naar zijn beeld en gelijkenis. Iedere mens heeft recht op waardigheid. Ina Koeman vertelde vanuit Emmanuel Levinas, Franse filosoof, dat die vreemde Ander ons met verantwoordelijkheid bekleedt en dat we die verantwoordelijkheid ten opzichte van de Ander ook moeten nemen. Op emotionele wijze haalde ze aan dat we onze ogen niet kunnen sluiten voor de duizenden vluchtelingen en het oorlogsgeweld in de wereld. We kunnen wel degelijk iets doen!

De Heer Thibaut Villiers-Moriamé, lekenmissionaris in Congo - Kinshasa, vertelde ons over zijn werk in Congo en zijn motivatie daarvoor . De drie beloften die hij, als lid van een scoutsbeweging deed, spelen daarbij een belangrijke rol. Deze beloften zeggen dat je aandacht moet hebben voor je medemens, voor God en voor jezelf.

Zijn werk als lekenmissionaris is op de eerste plaats een confrontatie met het vreemde en het onbekende. Dat deze confrontatie en deze ontdekking van de Andere niet altijd evident is, bleek weel duidelijk uit zijn getuigenis.

Voor de missiesecretarissen uit West Europa waren beiden sprekers een basis voor de verdere gespreken. Enerzijds was in de lezing van Ina Koeman te horen dat het migratieprobleem een probleem is van ons allen en niet alleen ‘een ver van ons bed gebeuren’! Wij hebben hier een verantwoordelijkheid en kunnen aan deze verantwoordelijkheid ook niet ontsnappen. Door de inbreng van Thibaut Villiers-Moriamée werd de nadruk gelegd op het belang van de samenwerking met leken. Iemand van de deelnemers zei dat leken de ruggengraat zijn van het christendom en wij, als kapucijnen, meer moeten samenwerken met leken. Ze zijn soms veel meer gespecialiseerd dan wij, religieuzen.

Om een goed evenwicht te bewaren tussen de geestelijke arbeid rond het thema ‘De ontmoeting met de onbekende Ander’ en de ontmoeting met elkaar, was er een ontspannende culturele uitstap in Gent voorzien. Na een korte stadswandeling en een bezoek aan het Lam Gods, werden we verwelkomd door Monseigneur Luc Van Looy, bisschop van Gent. Hij trakteerde ons op een glaasje echte bubbels en een nog echtere ‘Gentse Waterzooi’. De sfeer zat er goed in en iedereen vond dat het goed was om als ‘broeders’ samen te komen.

De organisatie was een ganse klus, van locatie tot inhoud, van vertalers tot een cultureel bezoek. Niets mocht aan de aandacht ontsnappen, want broeders uit een tiental landen waren voor enkele dagen onze gasten.

 

HERDENKING VERMOORDE MEDEBROEDERS MISSIONARISSEN

Overgenomen uit VOX Jaargang 67  Nr. 2  April - Juni   2015

 

Medebroeders

30 mei 1965 - 30 mei 2015

Op 30 mei was het 50 jaar geleden zijn dat onze medebroeders Monulf Schrijvers, Adriaan Van den Broucke en Leopold Neijens samen met 21 Kruisheren en 7 broeders van St.-Gabriël te Buta werden vermoord.

Rond 17 u. bestormde een bende simba’s het politiebureel. De missionarissen werden naar buiten gedreven en geslagen.

Op 300 meter van het politiebureel werden zij op de oever van de Rubi-rivier in rijen opgesteld en onder luid getier met lansen, knuppels en hakmessen vermoord en in de rivier geworpen. Wie nog een teken van leven gaf, kreeg het genadeschot.

Rond 18.30 u. trokken de simba’s weg en verstopten zich in de brousse. Van de lijken waarover de wateren van de Rubi zich ontfermden, werd er geen enkel teruggevonden.

Laat ons hun leven en sterven gedenken en gedenken wij ook de families van de vermoorde missionarissen en de jonge kerk in Congo. Moge hun offer bijdragen tot de groei van de Kerk.

 

P. Monulf Schrijvers van Wortel

P. Adriaan Van den Broucke van Pittem

P. Leopold

 

WKM wordt KaVIS
 
 IN SRI LANKA WERDEN 2 BROEDERS TOT PRIESTER GEWIJD
 Op zaterdag 6 februari 2016 werden in Sri Lanka de broeders Nishanka
Priyasad Perera en Michael Rukman Rodrigo Pulle tot priester gewijd. Zij
zijn de eerste kapucijnen uit Sri Lanka. Zij hadden hun opleiding samen met
vijf van onze Pakistaanse medebroeders die in April zullen gewijd worden.
ELISABETH EN TIMOTHEE, EEN JONG PAAR UIT FRANKRIJK
VERTREKT VOOR MINSTENS 1 JAAR NAAR CONGO
  Overgenomen uit Handdruk jg. 46 nr. 1, maart 2016
 
MONDIAAL: INTERNATIONALE CONTACTEN

Overgenomen uit Handdruk jg. 46, nr. 2, juni 2016

Jong koppel Elisabeth en Timothée voor een jaar naar Congo

Overgenomen uit Handdruk jg. 46, nr.  3, september 2016

 
Kevin Verborgt en Frederic Carens doorkruisen Azië per fiets

Overgenomen uit Handdruk jg. 46, nr.  3, september 2016

TUSSEN HOOP EN WANHOOP

Overgenomen uit Handdruk jg. 47, nr. 4, december 2016