Wat voorbij is

 Startpagina Vorige

1. Fier om wat we zijn  en wat we doen
2. Tentoonstelling: 85 jaar Kapucijnen te Ieper
3. Inzegening en opening van Rivo Torto
4. Verslag vergadering CENOC
5. Provinciedag 26 januari 2011
6. BOOM: Renovatiewerken zijn begonnen
7. Klooster te Aalst
8. Franciscaanse jongeren uit Heuvelland
9. Pax et Bonumdagen te Megen
10. Het Schippersapostolaat
11. De Poolse gemeenschap vindt de weg naar Meersel-Dreef
12. Uit de laatste bestuursvergaderingen.
13. Ontmoeting met de zusters Clarissen op vooravond feest van de H. Clara
14. Dierenzegeging in dierenasiel te Ieper
15. Een interview met medebroeder Rafal Chwedoruk
16. Provinciedag 14 september 2011
17. De kapucijnen uit West-Vlaanderen vierden het Sint-Franciscusfeest in het klooster van Brugge
18. Bezoek aan de kapucijnententoonstelling te Bourbourg
19. Indrukken Assisi-reis van 1 - 8 september 2011
20. Dag pater Walbert, het ga je goed.
21. De fraterniteit van Schaarbeek verhuist
22. Interview met pater provinciaal Adri Geerts
23. "Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is..."
24. Musical kamp van het Fiorettikoor
25. Herdenking van pater Ladislas Segers uit Zondereigen
26. Ieper: Nieuw pleintje voor de kerk - nieuwe Capucienenstraat
27. Provinciaal kapittel 2012
28. Franciscus, Clara en Tinne
29. Pieter, Alexander en br. Kenny bereidden jongerentocht voor te Assisi en omstreken.
30. Interview Jan Geerts
31. Uit de annalen van de kapucijnen: Een kapucijn bierbrouwer.
32. Jubileumviering van broeder Luc Vansina
33. Ontmoetingsdag te Vaalbeek
34. Met een dankbaar hart
35. Feest pater Adri in Brugge
36. Vormselperiode
37. TAU, Franciscaanse spiritualiteit vandaag
38. Feest voor pater Adri Geerts te Brugge Boeverie
39. Kapucijnen houden opruiming
40. Pater Kenny Brack wil vredeswandeling
41. Bisschop Liesen bezocht Meersel-Dreef
42. Bisschop Johan Bonny op bezoek in fraterniteit te Antwerpen
43. Kapucijnenklooster gaat onder de sloophamer
44. Uit vervlogen tijden
45. Sint-Truiden  Kapucijnenklooster
46. Feest voor Pater Boni Van Looveren
47. Pax et Bonum:hetdragen van leegte
48. Inwijding kapel H. Clara te Meersel-Dreef
49. Met MARCIN DERDZIUK is het lente in de kerk
50. Interview met Louise DeGreef
51. Een gesprek met Nabil, 25 jaar
52. Opening RVT Zonnelied
53. Mattenkapittel FLO te Mechelen 29.09.2012
54. Vredeswake en beeld inhuldigen vredestestament van Sint-Franciscus van Assisi
55. Provinciedag 18 oktober 2012
56. Jubileum Pater Arnold Desplentere
57. Jubileum Pater Georges Verhaeghe
58. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk...
59. Pater Kristiaan ruilt de boerderij voor het klooster
60. Nieuw altaar te Loker werd ingezegend door br. Kenny Brack
61. Geschiedenis van een Franciscus en Maria beeld
62. 100 jaar Kapucijnen in Brussel
63. Provinciedag te Brugge 10 januari 2013
64. De broeders van Antwerpen en Herentals vieren nieuwjaar
65. Pax Christ, Ipis en de Kapucijnen beginnen een nieuw jaar
66. Ontmoetingsdag Vlaanderen-Nederland op donderdag 30 mei 2013 te Meersel-Dreef Hoogstraten
67. Interview over broederschap gezien door een Franciscaanse bril
68. Pax Christi Vlaanderen blaast 40 kaarsjes uit
69. Onthulling en zegening van een nieuw Franciscusbeeld
70.

Genodigd te Oostende bij de zusters Clarissen

71. Pol en de Tochten van Hoop
72. Met een vreugdevol en dankbaar hart hou ik van Pakistan
73. Het betere kan een vijand zijn van het goede
74. Enkele Youfraleden getuigen over hun deelname aan de wereldjongerendagen
75. Provinciedag 19 september 2013
76. Overdrachtsviering van pastorale verantwoordelijkheid federatie Heuvelland-West
77.

Provinciedag 23 januari 2014 te Brugge Boeverie

78. "Prijs en debat Karel Verleye" en huldiging van broeder Hugo Gerard
79. Nieuwjaarsfeest in kapucijnenhuis Herentals
80.

Bezoek van onze generale raadsman, Pio Murat, aan onze Vlaamse provincie van vrijdag 2 mei tot woensdag 7 mei.

81. Zuster Gerda van de Lange Congostraat
82. Een kapucijnenhuis met lentekriebels
83. YouFra hield jaarlijkse bezinningsdagen in Franciscushuyze te Ieper
84. Nieuw nationaal keuzekapittel FLO-Vlaanderen
85. Kapucijnen verbouwen
86. Bezoek vanuit het generalaat
87. Kapucijnenkardinaal O'Malley adviseert paus Franciscus
88. 50 jaar Capucienschool te Ieper
89. Sluiting van de kerk in Izegem
90. Primum Vivere...  br. Jan Van Dijck
91. Terugblik Assisi 2014
92. Kleurrijke voorgevel Kapucijnenhuis Herentals
93. Afscheidsmis en dankviering Izegem
94. Aanstellingen
95. De bruine pater....  Vik De Vleeshouwer
96. 28ste Mattenkapittel van de Orde van de Franciscaanse Seculieren
97. Ontmoeting met mevrouw Encarnacion del Pozo
98. Broeder Pieter aanvaardt opnieuw 5 nieuwe YouFraleden
99. Priester Igor wordt Franciscaan priester
100. Gezinsvriendelijke staptocht in het spoor van Franciscus
101.

Benoeming van onze medebroeder Bertin Nadonye  Ndongo tot bisschop van Lolo.

102. Provinciaal kapittel februari 2015
103. Nieuwe gezichten bij de Vlaamse kapucijnen
104. Zesde Generaal Keuzekapittel van de orde van de Franciscaanse seculieren.
105. Plusconaction van IJD bisdom Brugge met Youffra
106. Bisschopswijding van br. Jean Bertin OFM-Cap en bezoek aan Congo
107. De ontmoeting met de onbekende "Ander"
108. De "Hof van Lof" in Megen weer open voor publiek
109. Bedankingen
110. Ryckevelde een Europees centrum
111. Viering van 100 jaar "Guides" (Meisjesgidsen scouts)
112. Pax et Bonumdagen: Grensganger
113. To the land of Saionts and Scolaris.... Ireland
114. Br. Leopold Evens ontvangt ereteken van Ridder in de Kroonorde
115. Provinciedag te Herentals 17 september 2015
116. Pater Paul Segers 25 jaar pastoor van de St.-Antoniusparochie
117. VKM wordt KaVIS
118. 4 Oktober: dierenzegening te Brussel
119. Franciscaans Meersel-Dreef en haar toekomst
120. Vorming over actieve geweldloosheid slaat aan in Oekraïne
121. Youfra activiteiten
122. Ontmoeting met de levende stenen van het Christendom
123. Provinciedag 12 januari 2016 Antwerpen
124. Interview met broeder Gerard Sergier
125. Onze fraterniteit van Herentals: je mag tot rust komen
126. Terugblik op de eerste gezinsvriendelijke Assisitocht van TAU
127. 50 jaar sportschool VILO
128. De 14 werken en de St.-Antoniusparochie te Antwerpen
129. Er was een benefietconcert
130. Interview met br. Gerard 131 Deprez
131. Impressie van de Pax et Bonumdagen
132. Progretto Europa
133. Wereldjongerendagen
134. De missionaris uit het pajottenland
135. Dierenzegening in Antwerpen
136. Een provinciedag op eigen roots
137. De Franciscaanse gezinsdag
138. Getuigen op het Mattenkpaittel 2016 van de OFS-Vlaanderen

1.  FIER OM WAT WE ZIJN EN WAT WE DOEN

Uit HANDDRUK, jg. 37, nr. 3 - 4 december 2007

Ik praat er in feite niet zo graag over. Maar als men de onverschilligheid en zelfs de minachting in de media hoort of leest over religieuzen dan bekruipt me toch de bekoring eens wat te schrijven over wat wij, kapucijnen, (nog) doen. - En als ik dan over kapucijnen schrijf, dan mag je daar gerust bij denken dat dit in haast alle religieuze orden en congregaties ook nog zo verloopt. – Ja,  wij doén eigenlijk nog veel! In acht genomen dat in het burgerlijk leven de mensen op 65 op pensioen gaan…religieuzen gaan nooit op pensioen! Al gaan we soms met een stok en al is ons ritme vertraagd, wij blijven ons inzetten voor het Godsrijk. Misschien komt dit wat ‘stoeferig’ over,maar ik schud het toch even uit de mouw.

Zo hebben we nog heel wat medebroeders werkzaam in de ‘klassieke’ pastoraal. Ik denk nu aan het werk in de ‘overzeese landen’. In Pakistan zijn nog vier Vlaamse kapucijnen actief. In Congo ook nog drie. In Canada verrichten nog twee (hoog)bejaarden hand-en span-diensten. 

Ik denk ook aan de parochiepastoraal in ons eigen land waar medebroeders vaak meerdere parochies leiden.(Ieper, Westouter, Aalst, Herentals, Meersel-Dreef, Brugge St. Jozef, Spiere-Halkijn, Sint-Pieters-Kapelle, Pepingen, Schaarbeek, Mortsel).  Of assisteren anderen in te zwaar beladen parochiediensten.  

Ik denk ook aan aalmoezeniersdiensten: bij de schippers, de foorreizigers, de zigeuners, of aan assistentie in Europese aangelegenheden. Of aan medebroeders die helpen in klinieken, rustoorden, bedevaartplaatsen, verenigingen, zangkoren, enz. Om onze retraitepredikanten niet te vergeten! 

En meerdere  confraters doen aan kloosterpastoraat.
Er zijn medebroeders die Hebreeuwse lessen geven (in Herentals, Gooreind, …). Anderen dragen het franciscaans charisma uit. Ik denk nu aan de FLO, en aan de FLV. Of aan initiatieven als Cappuccino, Het Leerhuis, Franciscaanse leesgroepen, aan Franciscaans Avondgebed, enz. Sommigen doen nog aan studiewerk (Ricoeur, Europa, franciscanisme…) 

 

Ook binnen de orde wordt er hard gewerkt. Ik noem nu de fulltime-dienst als provinciaal (die ook verantwoordelijkheid draagt in Pakistan en betrokken wordt bij de orde in Sri Lanka, Congo, de wereldorde…). Ik noem ook een part-time-dienst als bestuurslid, of diensten als secretaris, archivaris, missiesecretariaat, het verzorgen van een webstek van de provincie, …En het vele handwerk in de kloosters, en het verzorgen van biechtpastoraal, spreekkamer, begeleiding van individuele personen, het gardiaan-zijn… In onze kloosters gonst het soms als in een bijenkorf.  

En dan hebben we de ‘werkgroepen ter animatie naar binnen en naar buiten toe:

Zo hebben we een ‘Werkgroep Franciscaanse Spiritualiteit’ (13 personen) die maandelijks samenkomt en waar initiatieven besproken en uitgewerkt worden i.v.m. het doorgeven of verbeteren van de franciscaanse spiritualiteit onder de medebroeders en onder de gelovigen buiten onze kloosters. 

We hebben een ‘Werkgroep Permanente Vorming’ (7 personen), die de ‘geest’ wakker houdt van de medebroeders, initiatieven neemt en steunt tot algemeen menselijke en religieuze vorming. Hij zorgt o.a. voor de halfjaarlijkse ‘provinciedag’, en de trimestriële ‘regionale dag’. 

Een andere groep heet ‘Werkgroep Inleidende Vorming’ (5 personen). Daar we momenteel geen kandidaten hebben is deze werkgroep technisch werkloos. Maar hij staat wel op waakvlam. 

Een groep die wèl veel werk heeft is de ‘Werkgroep vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping’ (9 personen). Zij houden de medebroeders op de hoogte van initiatieven waaraan ze kunnen meedoen en gaan af en toe zelf tot actie over, o.a. door aansluiting bij bestaande organisaties. 

Een groep die zich als groep uitsluitend met studie bezig houdt is de ‘Lees- en studiegroep’.  (tien personen). Zij komen om de drie maanden samen om een boek of artikel te bespreken, met de bedoeling zelf te blijven studeren. Een korte inhoud van hun gesprekken vinden de andere medebroeders telkens terug in ons provincieblad ‘Vox Minorum’, zodat ook zij zich op de hoogte kunnen blijven houden van een (bij voorkeur hedendaags) theologisch, filosofisch of wetenschappelijk werk.  

We hebben ook een ‘Werkgroep Pater Pio’ (5 personen) die een gezonde devotie tot onze medebroeder Pater Pio levendig houdt door eigen P.Pio-groepen en door een jaarlijkse organisatie van de P.Pio-bedevaart te Meersel-Dreef. 

De ‘Commissie Archief en Cultureel Patrimonium’ (3 personen) waakt over – de naam spreekt voor zichzelf – ons cultureel patrimonium en ons archief. Dit houdt ook in dat zij alles wat dit behelst in goede staat onderhoudt. 

Nieuw is de ‘Werkgroep Redactieraad’ (7 personen) die een oogje in het zeil houdt in verband met onze webstek www.kapucijnen-vlaanderen.be, Vox Minorum (ons provincieblad voor inwendig gebruik) en Handdruk (tijdschrift voor de familieleden, vrienden en geïnteresseerden van de kapucijnen).

Tenslotte zijn er nog medebroeders gedeeltelijk vrijgesteld met speciale opdrachten, zoals: assistent voor onze zusters kapucinessen, contactpersonen met de franciscaanse familie, nationale en plaatselijke lekenbeweging (F.L.O. en F.L.V.) en voor het Werk Kapucijnenmissies.

Om maar te zeggen: Dàt doen wij, onder andere, nog.
En vergeten we vooral niet de medebroeders die het als hun bijzondere opdracht nemen onze contemplatieve dimensie meer uitdrukkelijk te beleven.

                                                                                                              Br. Jan Wouters.

 

2. TENTOONSTELLING n.a.v. 85 JAAR KAPUCIJNEN TE IEPER

 Kapucijnententoonstelling van 14 tot 17 november 2008
ter gelegenheid van 85 jaar Kapucijnen te Ieper 1923 - 2008

 

  

Stigmatisatie van Franciscus van Assisi.
Kopergravure op de titelbladzijde van de eerste Nederlandse tekst van de Konstituties

 van de Minderbroeders-Kapucijnen, Antwerpen, Plantijn, 1622.
  

De tentoonstelling bestaat uit vier delen:   1) Afbeeldingen van Franicuscus, aangezien de kapucijnen echte volgelingen zijn van Franciscus
                                                              2) Het Zonnelied van Franciscus, geschilder door Paul Cremie.
                                                              3) De Kapucijnen te Ieper.
                                                              4) Het dagelijksleven van de Kapucijnen vroeger.

                 Afbeeldingen van Franciscus.   Korte levensbeschrijving van Franciscus: 

Franciscus werd in 1182 in Assisi geboren als zoon van een lakenhandelaar.  In zijn jeugd kende hij alleen rijkdom en plezier.  Toch werd hij langzaam maar zeker een ander mens.  Het cruciaal moment van zijn bekering was een mystieke ervaring voor het kruisbeeld van San Damiano in 1206.  Daar hoorde hij een stem: ‘Franciscus, ziet gij niet dat mijn huis instort!  Ga en bouw het terug op!’.  De innerlijke ommekeer van de jonge Franciscus voltrok zich in een tijdspanne van een drietal jaren.  Zijn bekering uitte zich vooral in uiterlijke tekens.  Hij verzaakte openbaar aan alle aards bezit.  Hij verzorgde melaatsen en armen.  Hij verrichtte handenarbeid door enkele vervallen kerken in de buurt van Assisi te herstellen.  Al die uiterlijkheden waren echter slechts een aarzelend zoeken naar zijn eigenlijke bestemming en religieuze toekomst.

Die roeping openbaarde zich in 1209 in de Portiuncula-kapel.  Hij hoorde toen het evangelie voorlezen over de uitzending van de apostelen.  Franciscus heeft dit voorval aan het einde van zijn leven in zijn testament zo beschreven: ‘Niemand heeft me verteld wat ik moest doen, maar de Allerhoogste zelf openbaarde mij dat ik volgens het heilig evangelie moest leven’.  Al spoedig sloten gelijkgezinde mannen zich bij hem aan om zijn wijze van leven te delen.  Het ontstaan van deze gemeenschap en haar ontwikkeling werden volledig bepaald door de manier van leven en de persoonlijkheid van Franciscus zelf.  De franciscaanse broederschap is niet ontstaan uit een vooropgezet plan of een idee.  Door zijn evangelische levenswijze en verkondiging verzamelde hij velen rond zich.  Dat leven als broeder betekende ‘het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus onderhouden en leven in gehoorzaamheid, zonder eigendom en in kuisheid’.  In 1210 schreef hij voor zijn broeders in eenvoudige woorden een levensregel.  Deze regel werd – zij het na enige aarzeling – door Paus Innocentius III mondeling goedgekeurd.  Door die pauselijke bekrachtiging was de gemeenschap rond Franciscus een orde in de Kerk geworden.  Die eerste regeltekst is verloren gegaan.

1.1.           Mindere broeders 

Ook al was de eerste regel voor tegenwoordige en toekomstige broeders geschreven, toch was hij niet het resultaat van een vast omlijnd plan.  Naarmate de broederschap zich uitbreidde, groeide ook de regel.  Goede en slechte ervaringen kregen hun neerslag.  De organisatorische reglementering werd strakker.  Deze tendens komt duidelijk tot uiting in de ‘regel van 1221’.  Die regel bevat waardevolle informatie over de groei van de broederschap en over haar oorspronkelijke idealen en doelstellingen.  Slechts in 1223 werd een herwerkte en meer juridische regel door Rome goedgekeurd.  Tijdens zijn laatste levensjaren werd Franciscus door heel wat lichamelijk en psychisch leed gekweld.  Zware oog-, maag-, milt- en leverziekten en waarschijnlijk malaria, berokkenden hem ondraaglijke kwellingen.  De orde telde in 1221 al enkele duizenden broeders.  Velen werden ontrouw aan hun oorspronkelijke roeping en sloegen eigen wegen in.  Dat deed Franciscus nog meer pijn.  Hij ging aan deze lichamelijke en geestelijke kwellingen niet ten onder.  Hij groeide naar een steeds inniger verbondenheid met de gekruisigde Christus.  Dat kwam tot uiting in het verkrijgen van de stigmata (september 1224).  Uitgerekend in die donkere tijden na zijn stigmatisatie schreef hij zijn Zonnelied.  Dat loflied prees de schoonheid en de goedheid van God.  Hij stierf op de avond van 3 oktober 1226 bij de Portiuncula-kapel waar hij ooit zijn leven in boete begonnen was. 

Paus Urbanus VIII (paus van 1623 tot 1644) schreef: “de kapucijnen zijn ware zonen van Franciscus”.  Daarom beginnen wij de tentoonstelling met enkele mooie schilderijen en afbeeldingen van Franciscus, oude en moderne, alsook met het Kruis van San Damiano, dat Franciscus aanspoorde de Kerk te herstellen.  

1.      Franciscus in gebed.   

In de regel laat Franciscus toe dat zijn Broeders “met de zegen van God” hun kleed lappen met zakken en andere stukken stof die ze kunnen vinden.  Om aan deze zegen deelachtig te worden, droegen de Kapucijnen geen gewaad zonder lappen; dat gold ook voor nieuwe kleren, die pas waren gemaakt.  Aldus wilden ze zich ook aanpassen aan de confraters die wellicht niets dan een slechts herhaaldelijk hersteld habijt droegen. 
Op het schilderij zien we Franciscus afgebeeld in zo’n kapucijnenhabijt met lappen.
Bewaarplaats: provincialaat Antwerpen
 

 

 
     

2. Franciscus ontvangt de Stigmata 

Franciscus met kapucijnenhabijt,volle baard en gespreide armen, kijkt naar de gekruisigde Serafijn, die vergezeld van engelen, hem zojuist de stigmata heeft ingedrukt.  Hij was aan het bidden voor het houten kruis en in een open boek, dat deels op de rots, deels op een schedel rust.  Er naast ligt een ander gesloten boek.  In zijn aanwezigheid een slapende medebroeder, leunend op een rotsblok.
Herkomst: klooster Edingen
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen

 

 
     

 3 . De Stigmatisatie van Franciscus  

Een geknielde Franciscus in grijze pij en met kap van de franciscanen ontvangt de wondetekenen van de Serafijn. 
Vijf stralen gaan naar handen, voeten en rechterzij. 
De auteur van het schilderij is niet bekend.  Volgens C  Leegenhoek, leraar aan de Brugse academie,
is het werk een kopie naar Pieter Pourbus (ca 1523-1584),terwijl W. Savelsberg het eerder als een kopie naar een Italiaans voorbeeld ziet. 

        Bewaarplaats: klooster Brugge Boeverie. 

 

 
     

4. Franciscus van Assisi ontvangt de Stigmata.

 Basreliëf in eikenhout, 18de eeuw.
 Op een rotsachtige bodem knielt Franciscus van Assisi gekleed in kapucijnenpij.  Hij  heeft een volle baard e tonsuur en is op blote voeten. 
Zijn handen en armen zijn wijd open gespreid.  Zijn hoofd is gewend naar de   gekruisigde Serafijn, terwijl hij de tigmata ontvangt  
Links zit een jonge broeder , die het gebeuren  aanschouwt. 
Op de achtergrond de stadsmuren  en   -torens van de stad Assisi.  
Herkomst: Kapucijnenkerk van Menen gekocht door  E.H.J.Vanderhaegen (Beernem, parochie Moeder Gods),
bij testament geschonken aan pater Firmin-   Omer Stael, kapucijn.
   Bewaarplaats: klooster Brugge Boeverie. 

 

 

 
     

5.   Schilderij van de Miraculeuse Staninghe van Sint Franciscus’ lichaam. 

       Het schilderij stelt het volgende voor:    Paus Nicolaus V (1447-1455) was eens in Assisi en  wilde het lichaam van Franciscus zien.  Van de gardiaan mocht hij slechts met drie gezellen de crypte binnen gaan en eveneens drie broeders mochten  aanwezig zijn.  De paus ging als eerste binnen, viel onmiddellijk op zijn knieën en wat zag hij?  Na meer dan tweehonderd jaar sinds zijn dood stond  het ongeschonden lichaam van Franciscus daar op een marmeren zuil, alsof het daar net geplaatst was.  Ook het lichaam van Sint Dominicus stond daar.  De  paus heft even de zoon van het kleed van Franciscus op en ziet in zijn voet een verse wonde.  Ook de handen waren doorboord en er was vers bloed te zien.  (Uit de brief van Francisci de Bautio Hertoch van Andrien, totten Bisschop van Andriens, van de wonderlijcke staninghe van S. Franciscus Lichaam).      
Bewaarplaats: klooster Brugge Boeverie
 

 

 

     

6.  Kruis van San Damiano

   In zijn korte levensbeschrijving vermeldden we reeds  het kruis van San Damiano.  Dit is een kleinere kopie  ervan, geschilderd door f. Juliaan (Piet Debusschere  1935- ) in 1956. Het originele kruis dat zich thans in Assisi bevindt in dekerk van het Heilige Clara, is een van de mooistevoorbeelden van een geschilderd kruis.Het gaat hier niet om een lijdende Christus, Hij staat als het ware rechtop en achter zijn uitgespreide armen is een donkere ruimte te zien, die zijn lege graf voorstelt.  Er zijn ook engelen aanwezig die schijnen te zeggen: Hij is niet hier, Hij is verrezen!  We zien hem in het bovenste medaillon opstijgen ten hemel, voorgesteld door de engelen en de hand van de Vader, die Hem zal ontvangen.  Links van Hem staan zijn Moeder Maria en Sint Jan en links Maria Magdalena, Maria Jacobi, de honderdman en we zien tevens het kleine hoofd van een vierde persoon, waarschijnlijk – op het oorspronkelijke kruis althans – dat van de schilder.   Links en rechts nog twee kleinere personen, Longinus (lans) en Stephanus (spons). 
Herkomst: klooster Izegem

 

 
     

7. Gestigmatiseerde Franciscus

 Franciscus wordt hier afgebeeld zonder kap, zonder baard, met een roodachtig kleed zonder gordel.  Men merkt vlammende wonden in handen en voeten.
Niet gesigneerd, maar geschilderd door f. Vital (Paul Cremie 1935-1995).
Herkomst: klooster Izegem
 

 

 

     

8.      Franciscus ontvangt de Stigmata 

Een gevleugelde Serafijn verschijnt aan Franciscus, die half gezeten, half liggend op de grond, hem de stigmata indrukt.
Getekend 1961 f. Vital (Paul Cremie 1935-1995)
Herkomst: klooster Izegem  

 

 
     

9. Franciscus met boek 

Franciscus draagt een kapucijnenhabijt, (alhoewel in moderne kleuren) heeft zijn kap op het hoofd, een rood boek in de hand.  Op een tafeltje staan een bord en een kommetje, liggen twee vissen en een citroen.       
Gesigneerd: f Vital ’62 (= Paul Cremie 1935-1995)       
Herkomst: klooster Izegem    

 

 
     

               II.                Het Zonnelied van Franciscus. 

1.      Allerhoogste, almachtige, goede Heer,
         van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegening.
   
     

2.      U alleen, Allerhoogste, komen zij toe
en geen mens is waardig U te noemen.

   
     
   3. Geloofd zijt Gij, mijn Heer, met al uw schepselen,
          vooral heer broeder zon, die de dag is,
          en door wie Gij ons verlicht.
 

     
  4. En hij is mooi en stralend met grote luister.
      Van U, Allerhoogste, draagt hij het zinnebeeld.
   
     
  5. Geloofd zijt Gij, mijn Heer,
      door zuster maan en de sterren.
      Aan de hemel hebt Gij ze gemaakt,
      schitterend, kostbaar en mooi.
 

     
  6. Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door broeder wind,
      en door de lucht en de wolken,
      het helder weer en ieder jaargetijde,
      waardoor Gij uw schepselen in leven houdt.
 

     
 7. Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door zuster water,
     die heel nuttig is, nederig, kostbaar en kuis.
 

     
8. Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door broeder vuur,
     door wie Gij voor ons de nacht verlicht.
     En hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.
 

     
9. Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door zuster aarde,
     onze moeder
     die ons in leven houdt en leidt.
     en allerlei gewassen met kleurige bloemen
     en kruiden voortbrengt.
 

     
10.Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door hen
    die vergiffenis schenken door uw liefde
     en ziekte en verdrukking dragen.
 

     
11.Gelukkig zij die dat dragen in vrede,
     want door U, Allerhoogste, zullen zij worden gekroond.
   
     
12.Geloofd zijt Gij, mijn Heer,
     door onze zuster de lichamelijke dood,
     waaraan geen levend mens ontsnappen kan.
 

     
13.Wee hen die sterven in doodzonde.
     Gelukkig wie zij aantreft in uw allerheiligste wil,
     want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.
   
     
14.Loof en zegen mijn Heer
     en dank en dien Hem met grote nederigheid. 
   
     

  De traditie van de dertiende en veertiende eeuw laat er geen twijfel over bestaan dat Franciscus de dichter is van het zonnelied.  In zijn tweede levensbeschrijving schetst Celano de omstandigheden waaronder het zonnelied is ontstaan.  Toen Franciscus zich op een nacht zieker en meer uitgeput voelde dan anders, begon hij medelijden te krijgen met zichzelf.  En in zijn angst bad hij tot de Heer.  En zo, biddend en vechtend met zichzelf, kreeg hij van de Heer de belofte dat zijn ziekte onderpand was voor het Rijk Gods dat hij als erfenis zou ontvangen.  ‘Toen componeerde hij de lofzang van de schepselen en spoorde hij deze aan op hun eigen manier de Schepper te loven.’  Tevens vermeldt Thomas dat Franciscus, toen hij ging sterven, ‘alle schepselen uitnodigde tot lof aan God en door de woorden die hij vroeger had gedicht, spoorde hij hen aan tot goddelijke liefde.’  Uitdrukkelijk zegt Thomas dat Franciscus zelfs de dood opriep in te stemmen met deze lof aan God.  Uit “De Geschriften van Franciscus van Assisi”, Uitgeverij J.H. Gottmer - Haarlem, blz. 220-225.   

In acht schilderijen (1962) heeft f. Vital (Paul Cremie 1935-1995) getracht dit Zonnelied van Franciscus weer te geven.

Herkomst: klooster Izegem 

II.             De kapucijnen te Ieper

     In een viertal glazen tafelkasten kan je allerlei archiefstukken van het kapucijnenklooster te Ieper zien.  In  de kasten zelf ligt een korte verwijzing naar wat er    allemaal te zien is, o.a..    Het archiefboek van het klooster.   Het archiefboek van de Derde Orde.   Veel prentkaarten.   Veel foto’s en het doodsprentje  van de stichter van het  klooster Ildefons Peeters (1886-1929).   Wat reeds in het verleden over Ieper werd gepubliceerd.   Aan de wanden van deze ruimte hangt een portret van  Ildefons Peeters (1886-1929) (pasteltekening), de stichter    van het klooster en  twee schilderijen van E. De Craene, die het klooster van Ieper voorstellen.
 

   
         
   
         
     

   Derde Orde

Franciscus van Assisi inspireerde niet alleen mannen en vrouwen die hem radicaal wilden navolgen als mindere broeders of arme vrouwen.  Hij bezielde ook de bestaande broederschappen van boetvaardigheid, bestemd voor vrome leken, zowel mannen als vrouwen.  Een eigen leken-beweging heeft Franciscus nooit gesticht.

Pas in 1289 gaf Paus Nicolaas IV met de bulle Supra montem een juridische structuur aan de franciscaans geïnspireerde lekenbeweging.  Ze zal een eigen leven leiden als derde orde van Franciscus van Assisi, onder jurisdictie van de eerste orde.

In het laatste kwart van de 19de eeuw kende de verspreiding en uitbreiding van de derde orde van Franciscus een ongehoord succes dank zij de pausen Leo XIII en Pius X.  Leo XIII zag de derde orde als het ‘maatschappelijk redmiddel’ tegen alle kwalen van de tijd (atheïsme, socialisme, vrijmetselarij, liberalisme) en het probate middel tot herkerstening van de samenleving.  Pius X gaf de derde orde een duidelijke opdracht: zij is voor alles een school van christelijke volmaaktheid met als belangrijkste levenshoudingen boetvaardigheid, soberheid, naastenliefde en een zich afkeren van de wereld.  Dank zij die pauselijke steun, maar ook dank zij de verhoogde inspanningen van de religieuzen van de eerste orde, werd de derde orde een massabeweging tot ver in de 20ste eeuw.

In alle kloosters bestond dan ook een bloeiende Derde Orde.     

-           Het Archiefboek van de Derde Orde van Ieper bevindt zich   in een van de glazen kasten.
-         Op de kast, aan de linkerkant als je binnenkomt, staat   een reliekhouder met Franciscus die het scapulier van de  Derde Orde overhandigt aan
     Elisabeth van Thüringen(patrones van de Derde Orde) in aanwezigheid van Lodewijk, koning van Frankrijk (patroon van de Derde Orde). 
 
     

 -  Op diezelfde kast staan nog twee houten kandelaars.

Te Rome verbood men in 1650 alles wat goud of zilver, verguld of verzilverd was, vandaar dat men bij de kapucijnen in de eredienst enkel nog houten kandelaars gebruikte.   

 

 
     

   IV. De Kapucijnen.

 Inleiding: hervorming van de Minderbroeders-Kapucijnen.

De kapucijnen, zo genoemd door het volk omwille van hun lange spitse kap, ontstonden in 1525 bij de observanten van de Marken (Midden Italië).  Zij wilden  een strenger, meer teruggetrokken en contemplatief leven leiden.  De regel wilden zij ‘eenvoudig en zuiver, zonder aantekeningen’ onderhouden zoals Franciscus in zijn testament bepaald had;  in die zin bleven zij observanten.  Het feit echter dat zij Franciscus zelf als regel, norm en voorbeeld namen voor hun leven, onderscheidt hen van de andere hervormingen in de minderbroedersorde.  In de constituties lezen we: “Omdat zij in zoverre kinderen van de H. Franciscus zijn, als zij zijn leven en leer volgen, zoals Christus tot de Hebreeën zei: “Als gij Abrahams kinderen zijt, doe dan Abrahams werken”; daarom vermanen wij de broeders om Franciscus na te volgen.  Hij toch is ons geroepen als leidsman, richtsnoer en voorbeeld, niet alleen in de regel en het testament, maar ook in al zijn vurige uitspraken en heilige werken.  De kapucijnenhervorming kende echter een bewogen begin.

Mattheüs van Bascio.

Bij de observanten van de Marken zochten verschillende broeders naar een leven dat sterker aansloot bij de authentieke levenswijze van Franciscus.  Onder hen was Mattheüs van Bascio.  Hij vroeg aan zijn provinciaal om als rondtrekkend prediker een meer radicaal franciscaans leven te mogen leiden.  De provinciaal, Johannes van Fano, weigerde zijn toestemming.  Daarop trok Mattheüs op eigen initiatief naar Clemens VII.  De paus gaf hem de toelating op voorwaarde zich eenmaal per jaar bij zijn provinciaal te presenteren.  Hij deed zoals hem was opgedragen en begaf zich in 1525 naar Johannes van Fano.  Die vond hem echter schuldig op twee punten: hij had zonder toestemming het klooster verlaten en hij had een ander habijt aangetrokken dan in de orde was voorgeschreven.  Mattheüs werd opgesloten in de kloostergevangenis.

1.2.           Ludovicus van Fossombrone

Mogelijk geïnspireerd door Mattheüs, maar zeker in reactie op een negatieve beslissing van hun provinciaal verlieten Ludovicus en zijn broer Rafaël in de zomer van 1525 het klooster van Fossombrone.  Zij hadden gevraagd in een arm en afgelegen huis te mogen leven samen met andere broeders om de regel zuiver en trouw te onderhouden.  Dat verlangen werd door velen gedeeld en dit verontrustte de leiding van de orde.

De overste weigerde en besliste dat iedereen desnoods met geweld naar het klooster teruggebracht moest worden.  De twee broeders Fossombrone zochten bescherming bij de camaldulenzen (1526).  Zij bezochten Mattheüs van Bascio.  Toen deze hun duidelijk maakte dat zijn verlof persoonlijk was, besloten ze naar Rome te gaan.  Met pauselijke goedkeuring betrokken zij in mei 1526 de kluizenarij San Cristoforo bij Camerino.  Twee jaar lang leefden zij daar als kluizenaars.  Gebed en handenarbeid vulden hun leven totdat de pest het hertogdom Camerino teisterde.  Heldhaftig zetten zij zich in voor de verzorging van de zieken.  Intussen bleef de crisis bij de observanten aanhouden.  Broeders zochten contact met Ludovicus.  Zij konden hem overtuigen een hervorming op gang te brengen.  Ludovicus en Rafaël richtten, door bemiddeling van Catharina Cibo, een verzoekschrift aan haar oom paus Clemens VII.  Na lang beraad vaardigde de paus op 3 juli 1528 de bulle ‘Religionis Zelus’ uit.  Deze gaf de nieuwe broederschap het juridisch bestaan.  De kapucijnenorde was geboren.  De bulle bevatte volgende punten: verlof om een kluizenaarsleven te leiden en de regel van Franciscus te onderhouden, een baard te dragen en een pij met spitse kap en om voor het volk te preken. 

  1. Het Kapucijnenkruis

 Het eerste wat de kapucijnen deden, bij de bouw van een nieuw klooster, was het plaatsen van het kapucijnenkruis op het terrein.  Dit kruis bestond uit het kruishout zonder corpus maar met de arma Christi (belangrijkste lijdenswerktuigen): lans en spons, zweep doornenkroon, hamer en nagels.  Na de bouw van het klooster bleef het kruis ter plaatse, meestal op het voorplein of bij de ingangsdeur, als een oproep tot boete en inkeer.  Als er een processie in de stad gehouden werd, stapten de religieuzen stoetsgewijs achter dit processiekruis.

Bewaarplaats: klooster Ieper  

 

 

Twee kaarten met de kapucijnenkloosters in onze contreien vóór en na de Franse Revolutie.

Deze kaarten werden gemaakt in 1958 – 1959 te Brugge door de Fraters Otto (= Hugo Gerard, de huidige vicaris-provinciaal van de Vlaamse kapucijnenprovincie) en Juliaan (= Piet Debusschere). De kaarten werden geschilderd voor het 50-jarig jubileum van het kapucijnenklooster te Aalst in 1959.

        Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen  

        Verdere evolutie van onze kapucijnenkloosters vind je in  het Kapucijnenhoekje rechts achter in de kerk van het  klooster te Ieper.  

  1. Dagelijks leven van de vroegere kapucijnen

1.      Klederdracht 

Kapucijnenhabijt, mantel, sandalen, paternoster

-         Bij het begin van hun hervorming kregen de Kapucijnen het recht om een kleed te dragen met eigen snit, volgens hen de primitieve vorm die Sint Franciscus  voor zijn gewaad had verkozen.  De kleur van dit gewaad, ook in de Nederlanden, was eerst grijs, niet bruin zoals thans. 

-         De kap was hoegenaamd geen eenvoudig aanhangsel of nutteloos sieraad van het habijt; maar ze beschermde de religieus tegen zon en regen, wind en koude.  Dikwijls worden de Kapucijnen afgebeeld met dit hoofddeksel op, (Zie prent met kapucijn in zijn typische klederdracht). 

-         De Franciscaanse koord is overal bekend en iedereen weet dat men ze als singel of lendengordel gebruikte.  In de koord liggen drie knopen en deze betekenen de drie kloosterlijke geloften (gehoorzaamheid, armoede en kuisheid).  In 1595 wijst men erop, dat de knopen eenvoudig moeten zijn, niet dubbel of driedubbel, zoals de Observanten ze dragen.

-         Aan de linkerzijde draagt de kapucijn een rozenkrans, met een stukje stof of leer wordt dit aan de koord vastgemaakt.  Er hing een houten kruis aan zonder Christus.

-         Sandalen: het schoeisel van de Kapucijnen bestaat uit leren sandalen, wat uitlegt dat ze ook leer en vellen bedelen.  Dit schoeisel mocht ten hoogste uit drie zolen bestaan, met een hiel eronder.  Er zijn weinig voorschriften aangaande het schoeisel uitgevaardigd.  Men schijnt een uiterst zuinig gebruik te hebben gemaakt van het verlof, in de Regel gegeven, om waar het nodig bleek schoenen te dragen.

-         Mantel: behalve het habijt, dragen de Kapucijnen veelal een mantel.   

      3. Het koorofficie 

               Het breviergebed was het hoogtepunt van het  gebedsleven van de broederschap.  Het werd steeds in het koor in gemeenschap gebeden.  In het midden van het koor stond een hoge, draaiende lezenaar,  waarop langs beide kanten één van de twee delen van  het psalterium open lag.  Alle religieuzen volgden de psalmen in dit psalterium.  Met een groot houten mes werden de bladen door de acoliet omgedraaid.  Het geheel werd door een grote lantaarn verlicht.  Op de bijhorende lithografie wordt zeer goed weergegeven dat de luiken, die de verbinding tussen kerk en koor vormen, open staan om de gelovigen gelegenheid te bieden het officie vanuit de kerk te volgen. Bewaarplaats van de lithografie: klooster Brugge Boeverie.                 In 1853 werden voor gans de kapucijnenordenieuwe koorpsalteria gedrukt.  Dit is een exemplaar van 1853.               
 Herkomst: klooster Hazebroek (1856)              
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen 

  1. Paramenten voor de eredienst

Dit liturgisch stel gewaden bestaat uit een kazuifel, een  dalmatiek en een koorkap.  De ikonografie, aangebracht op de paramenten, geeft niet alleen de belangrijke ervaringen uit het leven van Franciscus van Assisi, maar ook de voornaamste heiligen van de kapucijnen.

 

   

Kazuifel (19de eeuw)

Het kruis bestaat uit een verfijnd speels decorum van bloem- en bladmotieven met twee  medaillons: Franciscus omhelst de gekruisigde Christus en onderaan het Franciscus symbool, twee gekruiste armen over het kruishout (= signum conformitatis).  De aurifries (=strook geborduurde stof) heeft dezelfde bloem- en bladmotieven met twee medaillons: Franciscus ontvangt de wondetekenen en Christus en Maria verschijnen aan Franciscus met links Christus, die de regel aan Franciscus overhandigt. 

 

 
     

Dalmatiek (19de eeuw)

Voor- en achteraan zijn twee aurifriezen met bloem- en bladmotieven en telkens twee medaillons per sierband:

Vooraan: Bernardus van Corleone en Felix van Nicosia.
                Seraphinus van Montegranario en Crispinus van Viterbo.

Achteraan: Antonius van Padua en Felix van Cantalice.
                  Laurentius van Brindisi en Angelus van Acri.

 

 
     

Koorkap (19de eeuw)

Het rugschild stelt de verering van de Maagd Maria met het kind Jezus voor door Franciscus van Assisi, Jozef, Elisabeth van Thüringen en Lodewijk, koning van Frankrijk: de patroon en de patrones van de Derde Orde.  De twee aurifriezen, met bloem- en bladmotieven, hebben elk twee medaillons: enerzijds de boodschap van de engel aan Maria en het bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth en anderzijds de Tenhemelopneming van Maria en de geboorte van Christus.

Herkomst: klooster Brussel, geschenk van de mannelijke en vrouwelijke Derde-Ordelingen van Brussel.
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen
 

 

 
     
  1. Eiken tafel met allerlei eetgerief 

De kapucijnen zaten aan eiken tafels en gebruikten geen tafellinnen, enkel een servet. Aan tafel bediende men zich in veel gevallen met de handen, zoals buiten het klooster de leken ook deden. Het Vlaamse Caeremoniale van 1759 kent reeds het gebruik van eetgerief.  Alle eetgerief was eerst in hout, zelfs de kroezen waaruit men dronk.  Bij zijn visitatie in 1602, schreef Laurentius van Brindisi echter voor, alles door aardewerk te vervangen.

Op tafel is dus enkel aardewerk te zien.
Bewaarplaats: tafel: klooster Ieper
                        aardewerk: Kapucijnenarchief Antwerpen                    

 

 
     
  1. Eiken tafel met allerlei keukengerief

Op deze tafel bevindt zich allerlei oud keukengerief, hier en daar nog in onze kloosters gevonden:

-          een koperen vergiet (Izegem)

-         een koperen koffieketel (Leuven)

-         een oude koffiemolen (Leuven)

-         een houten vergiet (Kapucijnenarchief Antwerpen)

-          een houten schotel (Kapucijnenarchief Antwerpen)  

 6.   Mariadevotie 

In het koor, op de dormter, in de ziekenkapel, in de gangen enz. hingen overal schilderijen of stonden Mariabeelden.
Enkele van die beelden worden hier tentoongesteld:

 

-         Onze Lieve Vrouw van de Refter

Maria staat op de maansikkel en op het serpent, die op de wereldbol ligt.  Het Kindje Jezus, op haar linkerarm gezeten, steekt met een kruis het serpent.
De H. Geest, onder de gedaante van een duif, is bovenaan in een stralenbundel afgebeeld.
Beneden wordt de wereldbol ondersteund door een gevleugelde engel,  Links en rechts van de wereldbol zijn nog eens twee gevleugelde engelen.
Het beeld symboliseert de Onbevlekte Ontvangenis en was in een of andere vorm  aanwezig in de refter van de kapucijnenkloosters.

Bewaarplaats: klooster Izegem
 

 

 
     

-         Onze Lieve Vrouw van Smarten

    In verschillende kerken en kloosters vereerden de     Kapucijnen beelden en schilderijen van O.L.V. van Smarten.
Hier kan je een van die gerestaureerde houten beelden bewonderen.
Herkomst: onbekend
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen

 

 
     

-         Onze Lieve Vrouw van Scherpenheuvel

De eik waaraan het beeld van de Moedermaagd te Scherpenheuvel was bevestigd geweest, werd in 1602 geveld.  Uit het hout werden allerlei beeldjes gesneden en over gans de aardbodem verspreid en vereerd.

Te Menen werd zo’n beeldje van O.L.V. van Scherpenheuvel ook vereerd, afkomstig van hertogin Isabella.  Het kwam in de handen van Thomas van Dendermonde, die het aan Felicissimus van Douai afstond, toen deze in 1648 naar Kongo vertrok, doch de pater moest uit Spanje terugkeren en nu kwam het beeldje te Menen.  Bij de opheffing van dit kapucijnenklooster bleef het “voorlopig” bij de Benediktinessen, die het eindelijk in 1939 aan Pater Hildebrand van Hooglede terugschonken.  Dan werd het vereerd in de kapucijnenkerk te Izegem.

Het beeldje is vastgemaakt aan de stam van een boom, die bovenaan een grote takkenkroon vertoont.

(Cfr. Hildebrand.IX,blz. 714 en 716).

Na een tijd van verering in de kapucijnenkerk te Izegem, kwam het terecht in het oratorium van de kapucijnengemeenschap aldaar en nu rust het op de kamer van de broeder gardiaan van Izegem. 

 

 

   7.   Verering van Sint Antonius 

Heden ten dage is de Minderbroeder Antonius van Padua een algemene noodpatroon.  Speciaal wordt zijn voorspraak ingeroepen voor het terugvinden van verloren zaken.

Het is toch eerst na het einde van de Middeleeuwen dat de Heilige zijn grote populariteit in onze gewesten heeft verworven.  In 1585 was hij reeds één van de Heiligen op wiens feest in de Kapucijnenkerken van heel de wereld een volle aflaat was te verdienen en in 1594 vastten sommige ijverige Nederlandse religieuzen uit vrije godsvrucht daags vóór zijn feest. 

De wijze om de Heilige af te beelden kende ook een grote ontwikkeling.  Vroeger zag men hem gewoonlijk zonder baard, doch de Kapucijnen gunden hem gaarne dit mannelijk attribuut, dat ze zelf zo op prijs stelden.  Als kenmerken gaf men hem meestal een lelie in de hand, althans in Vlaanderen, droeg hij een boek, waar het Goddelijk Kindje op knielde, zat of stond.

(cfr. Hildebrand.IX, blz.723-725).

Hier staan drie voorstellingen van Antonius.

-  Houten beeld, zoals hierboven beschreven, de lelie is echter gebroken.

    Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen  

-         Antoniusbeeldje onder glazen stolp.
Hier draagt hij een rekolettenhabijt en superplie, draagt geen baard.
Bewaarplaats: Izegem
 
   

-         Antonius geeft les aan enkele broeders.

Door Franciscus zelf was hij aangesteld om theologie te onderrichten aan zijn medebroeders en toen hij van 1226 tot 1227 custos was van Limoges was zijn voornaamste taak de geestelijke begeleiding van zijn medebroeders.  In deze periode had hij zich teruggetrokken uit de strijd tegen de ketters.  Zo kon Antonius zich geheel wijden aan de belangen van zijn orde.  Hij gaf theologische scholing aan zijn medebroeders.  In deze hoedanigheid zien wij hem hier afgebeeld.

Herkomst: was een onderdeel van het neo-gothische hoogaltaar van de kapucijnenkerk te Izegem, verwijderd in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw.  Het werd door Broeder Polydoor van zijn polychromie ontdaan en wordt nu bewaard in Izegem. 

 

 

 

8.   Kerststal

Deze beeldengroep bestaat uit het kind Jezus, gewikkeld in doeken en liggende in de kribbe, geknielde Maria, rechtstaande Jozef met staf in de hand, rechtstaande os en ezel en geknielde herder met staf en hoed in de hand.

De clerici en paters zonder jurisdictie hielden zich soms bezig met het vervaardigen van kerstkribben, die op het feest van Kerstmis in de eigen kerken geplaatst werden.

Het kerstgebeuren was voor Franciscus veel meer dan een liturgische hoogdag van het kerkelijk jaar.  Het was de dag waarop Christus, God en mens, het levenslicht had aanschouwd in alle tederheid en armoede.  Dat gebeuren was voor Franciscus de bevestiging van zijn eigen levenskeuze en –weg.  De kribbe van Greccio (waar de eerste levendige voorstelling plaatsvond) was niet zomaar een bevlieging.  Het was de bevestiging en uitdrukking van de vermenselijking van de God-mens Jezus Christus.  Jezus leerde meer door zijn voorbeeld dan door zijn woord, ook in het kerstgebeuren.  Ook Franciscus begreep de waarde van het voorbeeld.  Daarom wilde hij het kerstgebeuren zo levendig mogelijk voorstellen, de mensen moesten de nederigheid en armoede van Jezus zien.  Zo werd de kerstkribbe een geliefd thema bij de minderbroeders.

Bewaarplaats: klooster Brugge Boeverie 

9. Felix van Cantalice

    Felix van Cantalice was de eerste kapucijn die heiligverklaard werd in 1712.  Hij was als voorbeeld van nederigheid en eenvoud zeer populair. Veertig jaar lang    bedelde hij te Rome en stond er bekend als broeder Deo Gratias omwille van zijn levensvreugde.  Zijn heiligverklaring werd in onze streken met veel luister plechtig gevierd.  Bijna alle kapucijnenkloosters hadden beelden of schilderijen van de heilige.   
Het hier tentoongestelde beeld is afkomstig uit de Kapucijnenkerk van Edingen.
   
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen

 

 

10.Reliekhouders

Het was de gewoonte bij de kapucijnen veel waarde te hechten aan relieken.
In de tentoonstelling zie je twee reliekhouders:

-         De eerste neogotische reliekhouder heeft een zeslobbige voet, met zes gekleurde stenen op de welving, die een zeszijdige stam draagt.  In het midden bevindt zich een gedrukte knoop met bladeren.  Het verticale cylindrisch glas, waarin een grote relikwie van de mantel van Franciscus van Assisi geplaatst is, wordt beschermd door vier steunberen, eindigend in een dier met staart tegen een torentje.  Een kegelvormig dak met zes zijvlakken en bovenaan een kruisje, sluit het geheel af. 

    Het is de grootste relikwie (qua omvang) van  Franciscus van Assisi in bezit van de Vlaamse kapucijnen.
Herkomst: klooster Brussel
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen

-         Reliekmonstrans.

    Deze neogotische reliekhouder van 14 heiligen uit de kapucijnenwereld rust op een vierlobbige voet met vier oplopende panden,versierd met ranken en bladeren.  De stam is voorzien van een geringde knoop, versierd  met lelies, en getopt met een kroon. Uit de kroon komt een cirkelvormige reliekhouder met vier leliekruisen met ring.Herkomst: klooster BrusselBewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen  

11. Sicut advenae et peregrini. 

Het dagelijks leven van de Kapucijnen. In een heuvelachtig landschap, met rotsen, worden enkele taferelen uit het leven van de kapucijnen weergegeven.  Links onder vindt een gesprek plaats tussen een zittende kapucijn en een pelgrim met Sint Jacobsschelpen en twee zwaarden als pelgrimstekens op de mantel.  In de linkerhand houdt de kapucijn een brief terwijl hij zijn rechterhand omhoog heft.  Onder een rood baldakijn draagt een pater de H. Mis op.  Een medebroeder volgt geknield het gebeuren samen met een familie, bestaande uit vader, moeder en twee kinderen, en een rechtstaande man, de hoed in de handen.  Een andere pater staat, naar het volk gekeerd, op de trappen voor het altaar en draagt de superplie.  De preekstoel is leeg maar de deur ervan staat wagenwijd open.  Beneden nodigt een pater een edelman, met sabel en sporen, uit de H. Mis te volgen. Verder in een rotshol staan twee kapucijnen bij het vuur, waarboven potten hangen.  Het verbeeldt de keuken.  Op  de voorgrond is een medebroeder aan een tafel bezig  zeevis schoon te maken om naar de keuken te brengen.  Naast hem liggen op de grond en in een kruiwagen allerlei groenten zoals kolen, rapen, prei en wortelen.  De bedelpater is met zijn ezel terug van een bedeltocht.  Het ingezamelde zal hij uit de manden op de rug van de ezel halen.  In de rechterhoek laat een broeder een kruik vol lopen met water, die via een pijp uit de rotsen komt. Er is geen enkel gebouw of ander referentiepunt om het  gebeuren te lokaliseren.  Eerder is het schilderij een mooie fantasie  om het leven van de kapucijnen in één groot geheel samen te brengen

 Bewaarplaats: klooster Antwerpen

     

 12. Sterven en begrafenis 

       Kapucijnen werden zonder kist begraven en onder de  dienst werd het lijk in de kerk tentoongesteld. Het lijk werd op een plank gelegd, om het gemakkelijker in het graf te kunnen neerlaten.  De begraafplaats zelf werd in de loop der eeuwen op verschillende plaatsen ingericht. In de uitgave van de Constituties, die in 1609 verscheen, werd de wens uitgedrukt dat zo mogelijk een kapel naast de kerk als begraafplaats zou dienen. -          
Houten katafalk waarop het lijk van een gestorven kapucijn werd opgebaard.

Bewaarplaats: Izegem

 

-          Schilderij van een opgebaarde kapucijn.

De overleden broeder ligt op een mat op een plank. Het uiteinde van de mat is opgerold en dient om het hoofd te ondersteunen.  Hij draagt de kap op het hoofd en in zijn samengevouwen handen houdt hij een kruisbeeld, regel en discipline (=instrument voor zelfkastijding), zoals de constituties voorschreven.

Aan een tafel, waarop een gesloten boek, doodshoofd, kruisbeeld, wijwatervat en kwispel liggen, houdt een jonge medebroeder de dodenwake.

Herkomst: gift van de familie Soetemans aan het klooster van Leuven in 1925.
Bewaarplaats: Kapucijnenarchief Antwerpen

            Br. Dominiek Arnold Desplentere, kapucijn

Izegem, oktober 2008 


 

                               3.  RIVO TORTO

Inzegening en Opening van “ Rivo Torto “.

 

I. Korte voorgeschiedenis.

De jongerenwerking van Heuvelland bestaat nu al 3.5 jaar. Men voelde de nood naar een eigen locatie. Heel wat wegen werden bewandeld om te waar te maken.
Dankzij een particulier legaat van een overleden parochiaan aan de Lokerse kerkfabriek en veel administratie, verkopen en kopen en erfpachtregelingen beschikt de parochiefederatie nu over een eigen catechetisch en pastoraal centrum; dat vooral zal gebruikt worden door en voor de jongerenwerking.  We hebben het de naam “Rivo Torto” gegeven, omdat het de geest zou uitademen van een jonge franciscaanse groep mensen die geënt wil leven op de oude franciscaanse stam die de franciscaanse beweging is.   Rivo Torto is in Italië een plaatsje waar Franciscus met zijn eerste broeders een poging deed om samen ‘gemeenschap’ te vormen.  Ze kwamen er ‘thuis’. 

 II. Plechtige viering in de kerk.  

De openingsviering waarin Pieter Pecceu,  Alexander Vanhoutte en  P. Kenny Brack (de stafploeg jeugd- en jongerenpastoraal) voorgingen had plaats in de kerk van Loker op vrijdag 17 september 2010.    

1) Bij de opening van de viering zette Pieter Pecceu meteen de toon. 

Beste allemaal,  op welk een manier jullie ook zijn uitgenodigd….
Misschien ben je hier wel als sponsor van onze jongerenwerking.
Of je hebt er enkele uren, of heel veel uren of zo ;… of misschien wel DAGEN voor gewerkt. 
Sommigen onder jullie zijn lid van onze jongerenwerking, of sympathisant.  Of je bent leidinggevend in de jongerenwerking. 
Sommigen onder jullie zijn pater, priester of zuster, of je werkt op de één of andere manier mee in de parochiefederatie.
Dit geeft ons tegelijk de gelegenheid om bisschoppelijk vicaris Filip Debruyne te verwelkomen. 
Wij zijn blij, vicaris Filip, dat jij vanavond met ons mee wil vieren en we zien in jouw aanwezigheid een erkenning en een steun voor het jongerenwerk.
Dat wij hier in onze parochies willen verrichten .  Van harte welkom!  
Sommige mensen gaan hier misschien zijn omdat ook de CD van onze aller Flor vanavond gelanceerd wordt.  Of je bent verliefd geworden op de schilderijen van Jenny Heyman en je hebt gehoord dat het nieuwe boek daarover deze avond voor het eerst kan aangeschaft worden. 
Het kan ook zijn dat je hier bent, omdat je wel eens zou willen zien wat wij met al de spullen hebben gedaan, die we van jou hebben gekregen en of ze werkelijk de ‘door jou gedroomde’ plaats hebben gekregen in huize Rivo Torto.  

Hoe dan ook…. Wie je ook bent, en vanwaar je ook komt.  Wij hopen dat deze avond voor jullie een ‘dankavond’ van formaat kan zijn en dat het een lichtpunt mag zijn in de moeilijke periode die onze kerk nu doormaakt.   Nogmaals:  we heten jullie allemaal van harte welkom!

 2) Vergevingsmoment
 Daar we bewust zijn van onze kleinheid en broosheid en niet altijd een thuis voor en met elkaar zijn hebben we ons gekeerd naar God, naar elkaar,
     naar het diepste van onszelf en oprecht vergiffenis gevraagd over onze fouten en tekortkomingen. 

 God voelt zich nog het beste thuis, daar waar mensen elkaar vergeving willen schenken. 
Hij is telkens opnieuw bereid om tussen mensen te komen wonen.  
Daar waar mensen begrip tonen voor elkaar.
En daarom willen wij bidden tot onze inwonende God. 

Er is de weg van de kleine goedheid van mens tot mens:  geduld,
luisterbereidheid, een lieve attentie.
Een weg die wij soms vergeten te gaan, en daardoor waren er omwille
van onze tekorten daarbij, minder gelukkige mensen…
Ontferm U over ons Heer…
 

Er is de weg van de dagelijkse taak: doen wat gewoon moet gedaan worden. 
En daar hoort ook bij:  eerlijkheid in tijd en taak, een weg die wij niet altijd begaan,
en daardoor is er minder gerealiseerd ….
Terwijl er toch op ons gerekend werd.  Wij bouwden niet op…. Wij braken af.
Ontferm U over ons Heer…. 

Er is ook de weg naar de grote wereld, een vorm van inzet voor de brede
samenleving en onze kerkgemeenschap. 
 Een doordachte inzet, is opbouwend het is als een fundament voor wie dan ook die op ons wil bouwen. 
We houden niet altijd vol, de stenen van onze inzet zijn vlug
verpulverd en onze verf die een feestelijke tint kan geven is eerder een dun en flauw waterverfje. 
Ontferm U over ons Heer….
 

En moge dan de barmhartige God met zijn vergeving onder ons komen wonen,
moge Hij woorden spreken van aanvaarding en erbarming. 
Moge Hij barmhartigheid in ons hart leggen voor allen die wonen in ons huis
en in de kamers van onze dromen, door Christus onze Heer.  Amen. 
 

3) In het openingsgebed keerden we ons als één grote gemeenschap tot de God van het leven en die mensen voor elkaar als een thuis laat zijn.

 Jij bent Vader en Moeder van ons leven,
Jij, ondoorgrondelijke God.
Van in de moederschoot kende Jij ons al,
en Jij kent onze gedachten, ons gaan en staan.
Op deze avond vragen wij U.
Zegen al de mensen die Jij kent.
Wees zegenend nabij …. Al de jonge mensen
Die over de drempel zullen komen van huize Rivo Torto.
Wees zegenend aanwezig in de woorden die wij spreken,
dat onze stem, mensen tot rust brengt en dichter bij Jou.
Waak zo over ons, en doe het niet anders.
Wij vragen en bidden het Je, in Jezus’ naam , Amen. 

 4) In de DIENST VAN HET WOORD plaatsen wij ons onder de woorden van de profeet Zacharia,
        van de bouwende en verbouwende Franciscus van Assisi en de zendingsrede van Jezus uit Lucas 10.

a)  Uit de profeet Zacharia           

Ik sloeg mijn ogen op en had een visioen.
Ik zag een man passeren met een meetlint in de hand.
Ik vroeg:  Waar ga je naartoe?
Hij antwoordde:
Oh, ik ga Jeruzalem opmeten en kijken hoe lang  en hoe breed de stadsmuren gaan worden…
Toen keek ik veelbetekenend naar de engel die met mij placht te praten maar zag nog een andere hem tegemoet snellen en roepen:
Vlug!  Vlug!  Zeg aan die kerel daar dat Jeruzalem moet open blijven,
zonder muren, vanwege de vele mensen en dieren die er verblijven!
Want, zo heeft God gezegd:
Ikzelf zal voor de stad een lichtende muur zijn en er prachtig middenin gaan wonen.   

 

   

b)  Thuiskomen bij de bouwende en verbouwende Franciscus 

In het jaar 1205 moet het geweest zijn.   Franciscus komt thuis uit Spoleto en vanaf dan trok hij zich regelmatig terug om te bidden.  Tegen het einde van dat jaar arriveert hij in het kerkje van San Damiano, in een visioen hoort hij het kruisbeeld tot hem spreken:  “Franciscus, ga en herstel mijn huis, je ziet dat het in puin valt.”
Hij vat het letterlijk op en…. Hij begint werkelijk kerkjes te herstellen.  Op dat moment woonde hij al niet meer thuis en leefde heel erg armoedig.  Hij bedelde om rond te komen en om de kerk te herstellen.  Rond het  jaar 1208 , toen was er ondertussen al heel wat gebeurd, komt Franciscus aan in het kerkje van Porziuncula, waaraan hij ook herstellingswerken uitvoerde….

 

   

c) Jezus toont ons hoe we door de wereld mogen gaan.    Uit Lukas 10 

 Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven! Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee, schaf je voor onderweg geen reistas aan, geen extra kleren, geen sandalen en geen stok, want een arbeider is het waard dat er in zijn onderhoud wordt voorzien. In elke stad en in elk dorp waar je komt, moet je uitzoeken wie het waard is je te ontvangen; blijf daar dan tot je weer verder gaat. Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat. Laat jullie vrede over dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat niet waard is, laat dan die vrede naar je terugkeren 

 

   

5) In de voorbeden brachten we alles bij God wat ons ter harte ging. 

Vandaag doen allerlei soorten mensen beroep op onze parochiewerking.  Onze levensweg blijkt te inspireren. 
Daarom bidden wij tot God.: 

Om geloof in eigen kracht en mogelijkheidheden.
Om vertrouwen en energie voor kinderen en jongeren,
die ontgoocheld zijn, 
dat zij met steun in een nieuwe toekomst kunnen geloven. 

Laat ons bidden….

 Wij bidden voor de Minderbroeders kapucijnen van Vlaanderen,
die vandaag het feest van hun provinciefraterniteit vieren.
Dat ze inspirerend mogen blijven voor hun omgeving.
Wij bidden tegelijk om jonge mensen voor de orde,
jonge mensen die ontdekken dat Franciscaans leven in broederschap iets voor hen is. 

Laat ons bidden…. 

Wij bidden voor iedereen die zich ooit heeft ingezet voor de Jongerenwerking hier in Heuvelland. 
En voor de mensen die dit nu doen:
dat hun liefde voor kinderen en jongeren verder mag groeien
in onbaatzuchtige inzet voor iedereen die het nodig heeft.

Laat ons bidden… 

Dit waren onze gebeden God, wij vragen U, neem ze aan en draag ze met Je mee.  Dat wij het mogen gewaarworden in ons leven van elke dag, maar vooral deze avond, waarin wij het leven extra vieren.  Wij vragen het Je, in Jezus’ naam; Amen.   

 

6) Zoals tijdens de lezingendienst de zegen werd uitgesproken over het kruis van San Damiano, zo werd nu de zegen uitgesproken over het tenttabernakel, over het beeld van Franciscus en Clara. 

Zegeningsgebed over het tabernakel: 

Jij bent een meetrekkende God
wij zijn mensen die op weg zijn.
Soms leven we in een dorre woestijn,
soms komen we aan in een oase.
Jij bent in ons midden, waar we ook gaan. 
Zegen deze tent, waarin Jij zal wonen.
Laat jouw aanwezigheid als gebroken Brood zijn.
Brood van eeuwig leven.
In Jezus’ naam.  Amen. 

 

Zegeningsgebed over het beeldje van FR. En Clara: 

Jij bent een oproepende God
wij zijn mensen die nood hebben aan voorbeelden.
Soms zoeken we en vinden we niet
soms zoeken we en we vinden wel.
Aan Franciscus heb Jij je laten vinden.
Jouw taal is een taal van openheid en klaarheid.
Zegen dit beeldje, dat ook wij zo mogen zijn.
In openheid het gesprek aangaan.
Wees zo in ons midden God
Wij vragen het U in Jezus’ naam.
  

 

   

III. Opening en inzegening van het huis.  

In processie bracht men het kruis van San Damiano, het beeld van Franciscus en Clara en het tenttabernakel naar het huis Rivo Torto.  Zegenende woorden galmden door de Dikkebusstraat toen de menigte zich naar het huis begaf.  Na het zegengebed over het huis werden de deurposten gezegend en de gevelplaat onthuld.  Dit gebeurde door E.H. Filip Debruyne, die bisschoppelijk vicaris voor de jeugd is van bisdom Brugge en door Alexander Vanhoutte, de voorzitter van de jongerenwerking, staflid en tevens de ontwerper van de gevelplaat. 

 

a) Zegengebed over het huis 

Ik zegen dit huis:
Dat het jullie meer zou mogen bieden dan enkel onderdak

Ik zegen dit huis:
Dat het jullie grotere lichaam mag zijn waarin je graag thuiskomt.

Ik zegen dit huis:
Dat er veel in mag gelachen worden en weinig geweend.

Ik zegen die huis:
Dat het je koelte mag bieden wanneer je verhit bent
en warmte wanneer je het koud hebt.

Ik zegen dit huis dat het je tot kalmte mag brengen:
wanneer je opgejaagd bent en tot rust wanneer je uitgeput bent

Ik zeg dit huis:
Dat je er niet enkel in kan thuiskomen van de hectische buitenwereld
maar dat je er ook van kan bekomen en je vrienden in rust en kalmte kan ontmoeten.

Ik zegen dit huis:
Dat het niet door water geteisterd
of door vuur verwoest zou worden.
Maar dat het water erin alleen maar verkwikkend
en het vuur alleen maar verwarmend mag zijn. 

Ik zegen dit huis:
Dat je er je dorst mag lessen.
Dat je er je honger kan stillen.
Dat je er vergiffenis mag ontvangen als je kwaad hebt gedaan.
Verzoening mag heersen wanneer er onenigheid was. 

Ik zegen dit huis:
Met zijn tafel en stoelen
Met zijn schabben en kasten
Met zijn vensters en deuren
Met zijn meubelen en snuisterijen
Met zijn toestellen en apparaten
Met zijn straatnaam en zijn huisnummer
Met al zijn hoekjes en kantjes
Dat het nog lang ‘Huize Rivo Torto’ mag zijn
De naam van het nieuwe begin van Franciscus’ zijn broeders.
De naam van het nieuwe begin van deze Franciscaanse jongerenwerking,
Een warme thuis voor al zijn bezoekers.

b) Onthulling van de voordeurplaat
   

c) H. Sacrament, tent, boek en kruis van San Daminao kregen een plaats in huis Rivo Torto.

 

De opening was een hart verwarmend gebeuren en een stimulans voor twijfelende gelovige mensen om er volop voor te gaan.  Voor de raad van bestuur die aan Rivo Torto gekoppeld is, de algemene vergadering, de animatiegroep van de jongerenwerking en de stafploeg ‘jeugd- en jongerenpastoraal Heuvelland’  …. Voor die vele geëngageerde mensen was het een topdag om nog lang op terug te blikken.   Want het was een bekroning van vele dromen en hard realistisch werken .  Uiteindelijk gaat het over een totaal woonhuis waar een oude dame haar eigen leven leidde dat omgebouwd is tot een franciscaans jongerenhuis; met binnenin een multimediale ruimte die tegelijk de ontmoetingsruimte is, een keuken en een sanitair blok.  Een stille ruimte, een catecheselokaal en 2 zithoeken om een rustig gesprek te houden.  Buiten strekt zich een mooie tuin uit en rondom de oude Lourdesgrot legden we een terras aan om ook daar iets te kunnen doen.   

Tijdens een fantastische receptie mochten de 150 genodigden alle hoekjes en kantjes van het huis bewandelen, besnuffelen en bekijken.  Ondertussen zaten Jenny Heyman, Flor Busschaert en Eva Storme klaar om hun boek of CD te signeren voor wie wou kopen. 

Sedert dit moment kunnen de jongeren die naar de activiteiten komen, of zaterdag na de avondmis gezellig samen zijn, ervaren hoe aangenaam het voor hen is om te kunnen thuiskomen in zulk een huis.  Het ademt werkelijk Franciscus’ geest in en uit.   

 

 IV. Verdere fotoreportage.

In de kerk:

   
         
   

Op weg naar het huis Rivo Torto
 
     

Receptie:

   
         
   
         
   
         
     
       
       

                                             

)  VERSLAG VERGADERING CENOC

Vergadering van de CENOC in  St.Maurice (Zwitserland) 27-31 oktober 2010

 De halfjaarlijkse vergadering van  de provinciaals van de conferentie waartoe onze provincie behoort, de CENOC, ging ditmaal door in Saint Maurice in Zwitserland.  Omdat de voorjaarsvergadering die in Brixen moest doorgaan, op het laatste ogenblik nog afgelast werd  omwille van het as van de IJslandse vulkaan, was het een jaar geleden dat we samen vergaderden.  Er waren dan ook enkele nieuwe  provinciaals:  Emmanuel Barbara (Malta), Desmond McNaboe (Ierland)  en Lech Siebert (Oostenrijk). En omdat de twee Duitse provincies nu één provincie zijn, was er een provinciaal minder.

De plaats waar we vergaderden, Foyer Franciscain, in St.Maurice, was bijzonder geschikt. Een goede accommodatie en een huis waar een franciscaanse spirit voelbaar is. Ephrem Bucher, provinciaal van Zwitserland, zegde ons dat dit huis het centrum is voor de franciscaanse beweging in Franssprekend Zwitserland. Hier komen, zo zegde hij, heel wat franciscaans bewogen mensen in verschillende groepen bijeen. En inderdaad , we waren nooit alleen. Er vergaderden heel wat groepjes en vooral, ook ‘le trimestre franciscain’ ging er door. Die ‘trimestre franciscain’ brengt gedurende drie maanden franciscaanse mensen (religieuzen en anderen) uit diverse landen  samen voor een franciscaanse vorming. Ik moest denken aan onze medebroeder Jan Wouters die deze trimester volgde en er bijzonder goede herinneringen aan heeft en die met de hier meegemaakte vorming heel veel gedaan heeft en nog doet. Het stadje Saint Maurice is heel mooi gelegen. We keken tegen begroeid berghellingen aan met rijke kleurschakeringen van de herfst en hier en daar in de hoogte vlekken sneeuw.

Ik had gekozen om met de auto naar Saint Maurice te rijden in de hoop onderweg te kunnen genieten van de natuur. Woensdagmorgen was ik in alle vroegte (5.30uur) vertrokken. Dat betekende natuurlijk dat er aanvankelijk nog niet veel ‘te zien’ was. Maar dat veranderde en mijn verwachtingen werden ruimschoots ingelost. Ik had maar één probleempje. Ik wilde me helemaal op mijn GSP verlaten, maar toen ik in Zwitserland kwam – waar ik absoluut niets van de weg ken – zweeg mijn GSP in alle talen. Gelukkig vond ik op een parking iemand die me hielp om de GPS terug aan de praat te krijgen. De auto gaf me ook de gelegenheid om vroeger terug te keren dan voorzien. De bijeenkomst duurt altijd tot het ontbijt op zondagmorgen. Maar het programma  van zaterdagnamiddag kondigde zich als heel licht aan. Omdat er ‘hoog’ bezoek op komst was in onze provincie en ook omdat ik aan redacteur Paul nog een verslagje beloofd had van deze vergadering voor hun nummer van de Vox dat eind oktober verschijnt, ben ik zaterdagnamiddag nog ‘in sneltreinvaart’ huiswaarts gekeerd. 

 Ik overloop hier een aantal punten van de agenda, zonder volledig te willen zijn.

 1.      Nieuws uit de provincies en conferenties

De vergadering begon weer, zoals gewoonlijk met nieuws uit de provincies en de subgroepen van de CENOC Ik heb eigenlijk niet zoveel  nieuws gehoord. Ik vermeld een aantal losse gegevens.

-          De ene Duitse provincie vordert snel in de integratie van de twee vroegere provincies.
     De eenmaking was ook grondig voorbereid en wordt blijkbaar door de medebroeders goed aanvaard.

-          In het voorjaar 2011 zal de provincie van Brixen (Zuid-Tirol) fusioneren met de Oostenrijke provincie.

-          De (nieuwe ) Oostenrijkse provinciaal (die zoals de vorige ook een Pool is) vertelde dat op het kapittel een toekomstplan ter bespreking werd aangeboden. 
     Het plan vroeg aandacht voor de realiteit dat ze binnen een beperkt aantal jaren nog met  een zeer kleine groep zullen zijn. Het legde er de nadruk op dat ze enkele attractieve
     projecten moeten trachten te behouden en dat ze anderzijds verschillende kloosters zullen moeten sluiten.  Blijkbaar konden de broeders dit perspectief nog niet aan en ze
     verwierpen het plan.

-          De Engelssprekende provincies waren verleden jaar met een gezamenlijk noviciaat van start gegaan. Het eerste jaar is erg goed verlopen en wordt als heel positief ervaren. 
     Maar jammer genoeg is er voor het nieuwe jaar dat in september moest starten,  maar één kandidaat-novice voor de drie provincies. 
      Men heeft afgesproken dat er minstens twee novicen moeten zijn. En bijgevolg zendt Ierland deze ene novice naar het gezamenlijk noviciaat van de provincies in de VS.

-          Het beperkte aantal kandidaten is uiteraard een refrein dat terugkeert.  Maar  de radicale afwezigheid van zelfs maar enkele jongeren in vorming is toch eigen aan de Vlaamse
     en de Nederlandse provincie.  De Nederlandse provincie heeft nu wel een novice die zijn noviciaat in Tilburg doet.  Omdat hij de vijftig jaar voorbij is,  kon hij niet meer terecht in
     het Duitse of Franse noviciaat, en dus heeft Nederland zelf een noviciaatsjaar opgezet.

-          Zoals reeds meegedeeld zullen volgend jaar drie Spaanse provincies fusioneren.  Catalonië gaat wel alleen verder.

-          Peter Rodgers  deelt mee dat hij pas in Indië was en dat daar nog wel provincies gesplitst worden alhoewel men ook al vaststelt dat het aantal kandidaten vermindert.  Eén van de redenen daarvoor is dat de gezinnen weinig kinderen hebben.

-          In de verslagen van de provinciaals van Ierland, Engeland, Duitsland  en Frankrijk, Nederland  (en van mij) komen de problemen van de kerk in verband met het seksueel misbruik
     ook aan bod.  Sommige provincies zijn er ernstig mee geconfronteerd geweest of zijn er nog mee geconfronteerd.

-          In verband met ons zoeken naar een aangepaste zorgstructuur heb ik met belangstelling geluisterd naar wat de Franse provinciaal die vertelde.  De Franse provincie  heeft de
     leiding (voor de zorg) in de  gemeenschap voor zieke en oude medebroeders in Angers  toever-trouwd aan een gerontoloog.   In  het aangepast huis wonen 30 medebroeders. 
     Het huis voldoet aan alle vereisten van de staat en zo is er ook heel wat subsidie.  Deze gerontoloog die ter plaatse verantwoordelijk is voor de zorg, bezoekt ook de
      zorgbehoevende medebroeders in andere fraterniteiten en op basis van zijn bevindingen wordt beslist waar ze naar toe gaan.  

2.Verslag van de vergadering van presidenten van de conferenties met het generaal bestuur

James Boner (vice-president)  was naar de bijeenkomst van de presidenten van de conferenties geweest en bracht daar verslag over uit. Heel wat aandacht was daar naar de agenda voor het komend generaal kapittel gegaan.

Uiteraard zal het komend generaal kapittel (2012) veel tijd moeten besteden aan de herziening van de Constituties.  Er is nog niet beslist of het kapittel langer zal moeten duren. Dit is een schrikbeeld voor veel deelnemers  maar of het anders zal kunnen?

Ook de personele solidariteit zal weer een hoofdthema zijn.  Ze wordt meer en meer  als een zending gezien, en ze valt daarom onder het missiesecretariaat.  Bovendien worden internationaal samengestelde fraterniteiten nu als betekenisvol op zich gezien.

 Bij het opnoemen van de onderwerpen die zeker  op de agenda van het generaal kapittel zullen staan, bekroop mij de vrees dat het generaal kapittel te veel naar binnen gericht zal zijn  (zoals naar mijn mening het vorige generaal kapittel ook was), alleen bezig met de problemen van de orde zelf.   Die problemen moeten natuurlijk besproken worden, maar belangrijk is ook te kijken naar de uitdagingen voor kapucijnen in deze ongelijke en conflictrijke wereld.

 We vernamen ook dat de nieuwe aartsbisschop van het bisdom waarin San Giovandi Rotondo ligt, vraagt dat de kapucijnen van de provincies waar gebedsgroepen van pater Pio zijn, iemand zouden aanduiden die in de provincie deze gebedsgroepen opvolgt en begeleidt.   Of dit bij de gebedsgroepen die hun eigen organisatie hebben, in goede aarde zal vallen en te rijmen is met hun structuur, is natuurlijk een andere zaak.  Wellicht zijn er achtergronden bij dit verzoek die wij niet kennen

In verband met de renovatie van het huis van de Curia Generale staat nu vast dat men in de Via Piemonte zal blijven en niet meer aan een andere locatie denkt. Het generaal bestuur heeft aan drie architecten gevraagd om een plan te maken voor de renovatie en herinrichting. Eén is weerhouden (diegene die ook architect was van  het huis in Jeruzalem ) Wanneer zijn plannen opnieuw besproken en aangepast worden  en aanvaard zijn en de kostenraming bekend, zal de vraag naar steun voor deze renovatie opnieuw aan ons gericht worden.

 De secretaris van de CENOC, Bernd Beerman,  die ook voorzitter is  van de commissie Justitia et Pax et Ecologia , bekloeg zich in zijn  relaas over de werking van zijn commissie, over het gebrek aan belangstelling voor  de grote vragen die betrekking hebben op de toekomst van onze planeet en op de grote ongelijkheid tussen de mensen en de grote vragen van de migratie.  We zijn als orde wellicht te veel op onszelf gericht.

Toen iemand verwoordde dat er ten opzichte van de grote wereldproblemen ook een gevoel van onmacht leeft om hieraan iets te kunnen veranderen, merkte  Pio Murrat ,de Franse provinciaal op, dat het initiatief in Frankrijk om ‘cercles de silence’ te vormen(mensen die een tijd in stilte samenzijn als protest tegen de migratiepolitiek van de regering) is uitgegaan van de franciscaanse familie en veel weerklank heeft gekregen.

3.Een hermitage binnen de CENOC?

In de vorige vergaderingen was de vraag gesteld of er interesse was voor een hermitage binnen de CENOC, bestemd voor broeders van de CENOC.  Hierop is weinig of geen respons gekomen.    Het denken aan een gezamenlijke hermitage wordt hiermee afgevoerd.

Wel signaleerde de Franse provinciaal dat er in zijn provincie, in Cré ,  een huis is opgericht waar broeders kunnen verblijven die voor een beperkte tijd het kluizenaarsleven willen leiden.  En  er nogal wat broeders die te kennen geven een beperkte tijd in Cré te willen verblijven.

 4.De wereldjongerendagen in Madri d in 2011

De Spaanse franciscanen hebben al meegedeeld dat ze op de wereldjongerendagen willen aanwezig zijn met een franciscaans dorp. Ze nodigen alle minderbroeders uit om hieraan mee te werken.  Misschien een tip voor sommigen van ons die met jongeren bezig zijn ?

 5. De initiële vorming binnen de CENOC en de vormingsraad

Adrian Curan, de voorzitter van de vormingsraad, bracht verslag uit over de organisatie en werking van de raad en over de vormen van samenwerking die mogelijk en wenselijk zijn.

Op dit ogenblik is het zo dat de Engelssprekende provincies samenwerken voor  de noviciaatsvorming. Maar zoals boven gezegd, kan er dit jaar geen noviciaat starten. Voor de andere fasen is er wel overleg en eventueel ook samenwerking.  De Duitssprekende provincies hebben een gezamenlijk noviciaat (en postulaat?) Voor het post-noviciaat wordt er ook samengewerkt maar zit niet ieder op dezelfde lijn.  De Franse provincie heeft –noodgedwongen- een eigen noviciaat terwijl men vroeger de wens had uitgesproken om samen te werken.  Maar de taal is hier een barrière en ook is niet ieder binnen de provincie een even grote voorstander voor samenwerking op alle vlakken.

 In vorige vergaderingen is het perspectief verwoord om tot één noviciaat voor de CENOC te komen.  Maar  dan zou men ook tot één voertaal binnen de CENOC moeten komen, en dat is een gevoelig punt.  Zover is men niet.  Bovendien zijn ook niet alle kandidaten even goed in staat om zich een tweede taal heel goed eigen te maken.  Iets wat wel een vereiste is in het geval van een gezamenlijk noviciaat.

 Er wordt heel veel energie en tijd gestoken in  de organisatie van de vorming  en samenwerking op dit vlak terwijl het helaas maar over enkele kandidaten gaat. Toch denk ik dat het moeilijk anders kan. Ik meende ook aan te voelen dat diegenen die in de vorming staan, zich vaak eenzaam voelen en dat samenkomsten voor hen echt wel welkom zijn. 

 6. Financiële solidariteit binnen de orde 

Piotr Komornicz gaf met grafieken een overzicht van de inkomsten en bestedingen van het geld dat binnen de orde naar financiële solidariteit gaat.

Zijn relaas bevestigde dat de inkomsten voor  solidariteit vooral van de provincies van  Noord-Amerika en de CENOC komen. En daar zit meteen ook het probleem voor de toekomst, want deze twee conferenties verzwakken in snel tempo. Een plan om dit met verloop van tijd op te vangen is er (nog?)niet.

In de bespreking klonk er een pleidooi om  alle bilaterale  financiële hulp aan Rome te melden.   Nu heeft de commissie in Rome vooral weet van de steun die gaat naar projecten die zij hebben goedgekeurd en van de vaste solidariteitsbijdragen. Maar veel rechtstreekse hulp wordt niet aan Rome gemeld. Om meer dan één reden is dit wel gewenst.

De provinciaals van de CENOC hebben zich dan ook verbonden om dit voortaan nauwgezetter te doen.
Er komen in Rome veel meer vragen om hulp toe dan kunnen beantwoord worden. En het is voor Rome niet altijd gemakkelijk om de juiste prioriteiten vast te stellen. In de bespreking vertelde Peter Rodgers dat in de ontmoeting van het generaal bestuur met de Indische provincies de generaal op een bepaald moment  suggereerde om een globaal bedrag voor vorming en projecten aan de Indische conferentie te geven  en zij dit onder elkaar zouden verdelen. Daarop kwam hevig protest Binnen de kortste tijd , zo voorzag men zelf, zullen de provinciaals dan niet meer met elkaar spreken…. 

7.Keuze van een nieuwe voorzitter en vice-voorzitter.

Christophorus Godereis heeft als voorzitter twee termijnen van 2 jaar achter de rug.  Hij vervulde zijn taak met grote bekwaamheid en vaste hand. Hij wist vergaderingen te leiden en voorstellen te formuleren.   Het symposium in Madrid over de secularisatie zou er zonder hem zeker niet gekomen zijn.

Even gingen er stemmen op om hem nog opnieuw te kiezen, hij is nu immers provinciaal van de ene Duitse provincie en geen provinciaal van Rijnland-Westfalen.  Maar dat bleek van het goede te veel…De niet-Duitssprekende provinciaals wilden nu wel iemand uit hun rangen. Ze zaten wel met het probleem dat de provinciaals van Ierland en Malta totaal nieuw waren en deze van Engeland zijn termijn bijna  voorbij is.  Bij de verkiezing van een nieuwe voorzitter kwam Emmanuel Barbara  (Malta) die naast het Engels ook het Duits en Italiaans machtig is,  uit de bus. De nieuwe vice voorzitter is Pio Murrat, procinciaal van de Franse provincie.

8. Bezoek aan Franciscan International (Genève)

Het is een traditie geworden dat tijdens de bijeenkomst er ook een uitstap is op vrijdagnamiddag.  Ephrem Bucher had een afspraak gemaakt met de equipe van Franciscan International in Genève.  Deze franciscaanse NGO heeft een zetel in New York en in Genève.

Het is een van de NGO’s die  grote waardering geniet bij de VN  en er ook spreekrecht heeft. Hij wordt gewaardeerd als onafhankelijke NGO die voeling heeft met een breed netwerk van groepen aan de basis  en die heel concrete informatie over prangende problemen (bv over de schendingen van de  mensenrechten enz.) op het terrein verzamelt  en doorspeelt.  De verschillende medewerkers verdiepen zich in hun toegewezen thema’s en stellen betrouwbare info ter beschikking van die mensen van de UNO die mee beslissingen nemen.

Zij zetten ook in verschillende landen vormingsprogramma’s op.  We hadden het geluk dat er juist twee medewerkers toekwamen die in Ethiopië en Oeganda een vormingsprogramma hadden geleid.   Ik was getroffen door het enthousiasme van de hele equipe en ik geloof erg in hun werk.   Zij verdienen onze steun.

 8.Tot slot.

 -          +  Omdat ik vroeger vertrokken ben, heb ik de  bespreking van zaterdagnamiddag gemist. Ik hoop dat daar de tekst besproken is die Piet Hein van der Veer had ingediend.
            Daarin vraagt hij aandacht voor het feit dat de oude provincie straks geen mensen meer vinden die het bestuur van de provincie en van de plaatselijke gemeenschappen
            kunnen behartigen. Hij pleit er voor dat ook juridisch zou voorzien worden dat wij niet-kapucijnen in de leiding kunnen opnemen.      
           Toch wel benieuwd hoe anderen daarop gereageerd hebben.  Zelf denk ik dat dit in hun beleving een probleem is dat nog héél ver af staat.  Zij hebben immers nog een
            jongere generatie, hoe klein die ook is.  

-          +  Het programma voor deze bijeenkomst was niet indrukwekkend zwaar. En de vraag die vroeger wel geklonken heeft :  wie zijn straks de kapucijnen in Europa?
     Wat is hun opdracht? En tot welke kapucijnen vormen we jongeren ?  werd nu niet opnieuw gesteld.

De vraag komt dan op  hoe nuttig zo’n bijeenkomst is en of de tijd en het geld (want zo’n bijeenkomst kost toch wel heel wat ) goed besteed zijn.

Zelf denk ik dat nauwere samenwerking in de toekomst onvermijdelijk is, en dat persoonlijke contacten hierin hun eigen waarde hebben en moeilijk te vervangen zijn.

Misschien kan er zulke dagen wel meer gehaald worden wanneer de deelnemers  vooraf al meer werk verricht hebben (bv  meer documenten vooraf toesturen). 

-          + De volgende bijeenkomst gaat door van  27 tot 31 april 2011  in…(ik durf het haast niet te zeggen) Jeruzalem. De orde heeft daar een huis dat helemaal onder handen genomen is.
   En men vond het een goed gedacht om daar te vergaderen.  Ik heb niet geprotesteerd.

 Adri Geerts

 

5. PROVINCIEDAG OP WOENSDAG 26 JANUARI 2011 TE BRUGGE BOEVERIE

Een provinciedag staat altijd in het teken van bezinning en verdieping en broederlijke ontmoeting.

   

Deze provinciedag werd getekend door een auto-ongeval dat vier medebroeders uit Herentals overkwam:
Jan Wouters, Frans Vansina, Karel Hamels en Achiel De Pauw.
Heel dit gebeuren hield ons de ganse dag bezig.
We waren blij dat tijdens het middagmaal Jan en Karel ons konden vervoegen.
Onze vreugde was groot toen Frans bij de aanvang van de namiddagconferentie aanwezig was in het klooster.
We droegen Achiel mee in ons gebed die in de intensieve zorgen werd opgenomen
.

   

De gebedsdiensten werden geleid door broeder Jan Geerts.

   

In de voormiddag luisterden we naar priester en psycholoog Frans Van Steenbergen.
Hij sprak ons over “Pedofilie, de beleving van slachtoffer en dader en over de celibataire beleving van seksualiteit.
Hier volgt het verslag opgesteld door de broeders Klaas Blijlevens en Hugo Gerard.

Toespraak van Frans Van Steenbergen:

Over pedofilie en celibaat.   (Provinciedag 26 jan 2011, Brugge) 

1. Profiel van pedofiele dader 

Door welke drie constante factoren wordt het gedrag van een pedofiele dader meestal gekenmerkt?

a) door de afwezigheid van de vaderfiguur in de jeugdjaren van de dader, hetzij fysisch, hetzij relationeel in gezin heeft dit bij de dader tot gevolg gehad: 1. normloosheid: verminderd of afwezig besef over een goed of slecht gedrag of 2. vaagheid in normbesef (grenzen tussen goed en kwaad vervagen). De vorming van normen/wet is in zijn jeugdjaren niet meer op een normale manier verlopen.

b) door de afwezigheid van agressie: deze daders worden nooit kwaad. Ze zijn in hun ontwikkeling blijven stilstaan vóór de drempel van het uiten van woede, ze vermijden elke confrontatie met agressie. Ze zijn bang voor agressie en kunnen daar niet mee omgaan. Daarom zijn het zeer vaak lieve en zachtaardige mensen, meegaand en begrijpend: hun gedrag is non-agressief.

c) door de rouwgevoelens en vage gevoelens van gemis in hun affectieve ontwikkeling. Ze hebben het sterven van een ander kind (broertje, zusje, klasgenoot) meegemaakt en hebben dit gemis nooit echt verwerkt. Daarom compenseren ze deze verwerking in hun later gedrag door een relatie aan te gaan met niet agressieve kinderen,  maar in geheimhouding, een confrontatie met buitenwereld ontlopend. 

Deze drie factoren beletten een schuldgevoel bij de dader: hij is zich van geen kwaad bewust, hij wil enkel goed doen. Daarom zal hij zijn verantwoordelijkheid van de ‘misstap’ minimaliseren. Geconfronteerd met reacties van de buitenwereld duurt het wel 2 jaar voor enig schuldbesef tot de pedofiel doordringt.  Zijn pedofiele daad is geen uiting van machtsmisbruik (wat meestal wel het geval is bij incest), maar in de beleving van de dader is het een daad van liefde. Toch is het wel ‘verdacht’, want het kind moet er over zwijgen: het is dus geen normaal gedrag 

2. Gevolgen voor de beleving bij de slachtoffers. 

Deze zijn verschillend naar gelang de leeftijd waarop ze misbruikt werden: 0-3 / 3-5 / 6-11 / 12-15 / 16-18. Hoe jonger hoe kleiner de gevolgen. Ongeveer een derde ondervinden geen gevolgen in het verdere leven. Een derde kent wel gevolgen, maar ze zijn draagbaar in het verdere leven: maar die verborgen last dragen ze wel mee. Een derde is zwaar geschonden en zijn psychisch gekwetst, ondervinden ernstige relatiemoeilijkheden en zijn aangewezen op therapeutische bijstand in het verwoest leven. 

Hoe groot is de schade en kan men die meten?

Seksualiteit is integraal deel van het mensenleven. Daaruit zijn we ooit geboren, het ontwikkelt zich en wij geven het als volwassene verder door. In die ontwikkeling is het belangrijk te leren seksualiteit onbevangen als deel van het mens zijn te zien en te aanvaarden, maar tevens de verantwoordelijkheid ervan en ervoor te leren beseffen en te nemen. Slachtoffers van pedofilie worden in deze beide kenmerken van onbevangenheid en verantwoordelijkheid geschonden en geschaad. Vooral de leeftijdscategorie van 11-15 jaar, waar de seksualiteitsbeleving bewust wordt en de sociale spelregels daaromtrent moeten aangeleerd worden is bijzonder kwetsbaar voor pedofiele benaderingen: de integriteit van de persoon wordt aangetast. 

3. Over de moeilijkheden bij het beleven van celibaat. 

(de woordspeling ‘Celi, baat het niet dan schaadt het ook niet’ getuigt niet van levenswijsheid) 

Wie op volwassen leeftijd voor een celibatair leven kiest, zal van de fundamentele vragen rond celibaat weinig hinder ondervinden. Maar we moeten wel goed beseffen dat in de voorbije jaren de keuze voor een celibatair leven in verband met religieuze opties genomen werd in de zeer belangrijke leeftijdsperiode van 12-15 jaar, waarin seksualiteit naar een volwassen vorm moet groeien en ontwikkelen. Het celibatair leven begon dus voor velen zeer vroeg, zo niet al te vroeg. Voor deze jongeren ‘met roeping’ (vaak sinds hun 12de jaar) verloopt de ontwikkeling op seksueel vlak anders dan normaal: het werd een onafgewerkte evolutie. En eenmaal priester of kloosterling werd er niet meer over het seksuele gesproken: dat was een taboe. 

Wij kunnen drie categorieën onderscheiden van moeilijkheden in de beleving van de eigen seksualiteit, die allemaal zich situeren op het vlak van een niet uitgegroeide seksualiteitsbeleving.

1. Deze celibatairen leerden geen lichaamstaal: ze bleven ‘houten clowns’, ze werden ‘stenen beelden’.

2. Ze hebben nooit hun kwetsbaarheid hoeven tonen. Dat doen gehuwden wel die zich naakt aan elkaar tonen in het spel van geven en nemen. In de meest intieme menselijke relatie wordt men (graag) gezien. Celibatairen zoeken vanwege dit gemis dan later compensatie in het kijken naar porno of worden exhibitionist: men wil ‘zien’ en ‘gezien worden’.

3. Celibatairen zullen driemaal een rouwproces doormaken. Rond de 30 jaar mis je een levenspartner. Je voelt je maar een ‘halve’ mens. De aanvulling tot het ‘hele’ mens zijn (man én vrouw) ontbreekt. Rond de 45 jaar mis je eigen kinderen. Je kunt gevoelens van eenzaamheid en dorheid krijgen, een pijn die je moet uithouden. Rond de 60 jaar is er de rouw om het gemis van kleinkinderen: je krijgt nooit het woord ‘opa’ te horen. In de laatste levensfase sta je er helemaal alleen voor: je bent en blijft alleen tot aan je sterven.

 Het leven in celibaat kan dus een ernstige handicap zijn in de persoonsontwikkeling en dat wreekt zich op latere leeftijd. Het blijft een kunst om te leren leven met eenzaamheid, dorheid en verlatenheid.

Maar het positieve van een rijpe uitgroei als celibatair laat zich voelen in een onbaatzuchtige zorg voor mensen. Hoewel het gezinsleven een grote menselijke waarde is, is een harmonisch leven in celibaat een levend teken van evangelische waarden. Immers, het geloof zet de dingen op zijn kop. 

 Hugo Gerard
Klaas Blijlevens 

   

 

   

In de namiddag werd het document over de permanente vorming: “Sta op en wandel”  ons toegezonden door br. Genernaal Mauro,
belicht door twee medebroeders: Fil Van Der Steen en Guido Travers. Ook Jan Wouters was aangesproken om zijn visie over deze tekst te geven.
Gezien zijn ongeval kon hij dit uiteraard niet doen.
 

 

Na deze uiteenzettingen gaf broeder provinciaal, Adri Geerts, de traditionele mededelingen. De dag werd afgesloten met een eucharistieviering.

6  BOOM: RENOVATIEWERKEN ZIJN BEGONNEN

Artikel genomen uit Vox Minorum jg 65, nr. 1-2  januari-mei 2011

 

Lofts in Paterskerk 

In Boom zijn de werkzaamhedenvoor de verbouwing van de Paterskerk volop aan de gang. Die wordt samen met een deel van het klooster omgevormd tot negentien lofts.  

VAN ONZE MEDEWERKSTER LIESBETH BOEL

BOOM: De plannen om de mooie Paterskerk, die dateert uit 1946, en een deel van de gebouwen van het vroegere klooster die grenzen aan de kerk om te vor­men tot kerkloften en duplexen liggen al langer op tafel.

Projectontwikkelaars Ibo en Investpro uit Heffen hadden het gebouw al in mei 2008 gekocht van doveninstelling De Klinkaard, maar op de daadwerkelijke uit­voering van de verbouwingen was het wachten. Die renovatie- en verbouwingswerken zijn enkele weken geleden dan toch begon­nen.

Ibo en Investpro 'willen de bestaande gebouwen zoveel mogelijk bewaren. Daar hebben ze ervaring mee onder meer bij de re­novatie van de vroegere Minderbroederskerk in Mechelen die werd omgebouwd tot hotel.

De bestaande gebouwen worden zoveel mogelijk -bewaard

`Intussen werden in de kerk alle funderingen van de bogen blootgelegd, klinkt het bij Investpro. We kunnen beginnen met de op­bouw van de stalen constructies binnenin. Het buitenaanzicht van de kerk zal weinig veranderingen ondergaan. De kerk ver keert immers nog in goede staat.

Enkele gevels van de kerk zullen wel worden opengemaakt voor ramen:

In totaal zullen er negentien woongelegenheden worden ge­creëerd met één, twee of drie slaapkamers. Daarvoor worden er in de kerk tussenverdiepingen geplaatst. Alle lofts zijn tussen de 100 tot 215 vierkante meter groot. Zeven lofts op de gelijkvloerse verdieping hebben een eigen tuin. 'Het terrein achter de kerk wordt aangelegd met groen en parkeerplaatsen. Elke woonenti­teit zou op die manier over een autostaanplaats achter de kerk beschikken:

Vanaf begin mei begint de officiële verkoop. Er zijn nog geen definitieve verkoopsprijzen vastge­steld..`Het is de bedoeling om de appartementen klaar te hebben tegen eind februari 2012. Eigenaars kunnen zelf hun loft indelen en een keuken kiezen:

 

7.  KLOOSTER TE AALST

Overgenomen uit HANDDRUK Jg. 41, Nr. 2

Uit HANDDRUK nr. 3 september 2011, van jg 41:

8.  FRANCISCAANSE JONGEREN UIT HEUVELLAND

Overgenomen uit HANDDRUK Jg. 41, Nr. 2
 

9. PAX ET BONUMDAGEN TE MEGEN

Pax et Bonumdagen te Megen

 Bijeenkomst van Franciscaanse broeders en zusters ingetreden na 1980

 Zoals het al enkele jaren het geval is, was het ook nu weer een ‘treffen’ waar ieder die zich had ingeschreven, met volle teugen naar uitkeek.
Op zondagavond van 26 juni kwamen we toe en op woensdagmiddag van 29 juni sloten we de dagen af.   En de evaluatie loog er niet om… 

Het waren dagen die ieder “aan den lijve kon ervaren”.  Dat was tenslotte ook het thema:  “God aan den lijve ervaren”.
Eigenlijk spreek je dat nogal vlug uit, maar wanneer je dan bij jezelf probeert te overwegen wat het kan betekenen voor je dan denk je al vlug 2 keer na vooraleer je die woorden in de mond neemt.  Zo gemakkelijker ervaar je God niet aan den lijve omdat we met zoveel bezig zijn dat volgens ons even belangrijk is.

Gelukkig was Willem Marie van het Franciscaans studiecentrum weer paraat om ons daar maandag en dinsdag over te onderhouden. 
Eén van zijn eerste zinnen klonken als:  “God wil mens worden ….  Goed, maar dat kan je pas toelaten als wij zelf eerst mens willen worden!  Franciscus en Clara gaan ons daarin voor en ondervonden het aan den lijve… zij werden ‘penitenten’, ze deden boete….”   Dat klinkt als een hele boterham om te verorberen, en dat was het ook, maar stapje per stapje, met de nodige bewegingsvormen, ervaringsgerichte activiteiten en theoretische stukken die bij wijze van dataprojectie schematisch werden aangeboden paste alles zoals een puzzel in elkaar.  Schematisch en heel kort gezegd overliepen we de stappen:  het lijf als locus, het lijf als medium en het lijf als image.  Wie er meer over wil weten dient zich dringend in te schrijven bij één of andere cursus van Willem Marie aan het Franciscaans studiecentrum Tilburg/Utrecht; je moeite word zeker beloond. 

Met zo’n thema dat kadert in een groter studieaanbod met de naam “Lichamelijkheid als basis voor reflectie”  heb je uiteindelijk een zeer aangenaam uitgangspunt om de resterende tijd op te vullen.  Je lacht je ten eerste af en toe te pletter bij de bijhorende oefeningen en dan is de sfeer onmiddellijk gezet. 

En dat waren deze dagen heel zeker.  Het waren weer opkikkers van de bovenste plank die ons samen lieten ontdekken wat ‘zuster’ en ‘broeder’ zijn is van elkaar in Franciscaans perspectief.   De uitstekende locatie van het minderbroedersklooster van Megen doet daar natuurlijk heel veel aan.  Wanneer de broeder kokjes zich eens uitleven in de keuken en de gastenbroeder en de gardiaan zorgen dat de kamers in orde zijn en er een geestige recreatietijd geboden wordt in de avonduren dan springen de vreugdevonken er vanaf.  Het uitje naar de zusters Clarissen om de dinsdagavond samen eucharistie te vieren is steeds een vaste waarde waar je dankbaar op terugkijkt.  De gezamenlijke gebedsmomenten in de eeuwenoude gebedsplaats van de broeders zijn ook telkens momenten van doordrongen rust en aanwezigheid bij het goddelijke in ons leven. 

Kortom, op deze dagen kijkt ieder van ons met vreugde terug.  Ze deden ons deugd en we verlangen al naar volgend jaar.  Dan is het van 24 tem 27 juni 2012 en weerom in…. Tja wat dacht je…. In Megen natuurlijk.

 

 

10. HET SCHIPPERSAPOSTOLAAT

 

( We nodigden onze medebroeder Sylveer Vermeulen - die ondanks zijn leeftijd nog steeds bezig is met het schippersapostolaat in Gent- uit om iets te schrijven over het reilen en zeilen in de wereld van de binnenschippers op de dag van vandaag. Hij aanvaardde dit maar wil wel eerst even terugblikken)

Wellicht is het goed eens terug te keren in de geschiedenis om over het binnenschipperapostolaat van vandaag te spreken.

We moeten het u niet uitleggen: “varen-op-het-water” wordt beoefend zolang de mensheid bestaat…maar uiteraard evolueerde deze activiteit doorheen de eeuwen. Eeuwen en eeuwen gebeurde het varen op het water op een “primitieve” manier: met zeilen en rooispanen, en waar het over binnenwateren ging, met boten die met mankracht voorgetrokken werden op rivieren en kanalen!
Er kwam een grote verandering door de economische ontwikkeling in de moderne tijd
en meer bepaald met de uitvindingen van de mechanische machines in de 18de en 19de eeuw. Die ontwikkelingen brachten ook grote sociale problemen mee. De werkende mens werd uitgebuit. De eenvoudige families en hun kinderen die ongeletterd bleven, kenden veel problemen. Ze moesten zwoegen vanaf heel jonge leeftijd en dat voor een armenloon. In de binnenscheepvaart was dat niet anders. Want de scheepvaart bestond uit individuele kleinere schepen in handen van een echtpaar en kinderen. Het werd zeer dringend dat er in die tijd aandacht gevraagd werd voor hulp bij schrijnende wantoestanden. Dat gebeurde op verscheidene plaatsen door de kerk en de religieuzen maar ook door sociale en politieke verenigingen. Ook in de haven en omgeving van de stad Brugge.

In het tijdschrift “Ons Roer” (mei 2011, nr 5) [1], uitgegeven door de aalmoezeniers van de binnenvaart en hun redactieraad, was een
 

 artikel te lezen met als titel:” Een lied voor Pater Luciaan” toen hij aangesteld werd om zich in te zetten voor binnenschippers en

 dokwerkers en hun familie en kinderen.

Eigenlijk begon het schipperswerk echt in het jaar 1896. Er werden verschillende medebroeders aangesteld om zich voor het sociaal werk van de binnenschippers en hun families en kinderen in te zetten. Op die manier groeide stilaan het schipperswerk tot een zeer sterke hulp bij de verdediging van de binnenschippers en bij de christelijke opvoeding en het onderwijs van de kinderen.

In het jaar 1907 volgde pater Luciaan pater Gregorius op. Pater Luciaan Vens was afkomstig van Bouwel (1872°) en woonde op dit moment in de Clarastraat in Brugge. Hij werd een van de grondleggers van de Brugse schippersvereniging en van het onderwijs voor schipperskinderen; een actie die later uitgroeide tot de eerste schippersschool in Brugge. In 1908 richtte hij de “Vrije Schippersbond” op met als hoofddoel de verbetering van het lot van de varende schippers en de verdediging van hun rechten. Want tot dan waren zij ongeletterd en overgeleverd aan de willekeur van de bevrachters en andere personen die misbruik maakten van hun machteloosheid en onwetendheid. Want niemand hielp hen en stond voor hen in. Zo ontstond ook de strijd tussen de verschillende politieke en sociale partijen. De liberale partij ging o.a. wild tekeer tegen de initiatieven van pater Luciaan. Vooral hun dagblad “Journal de Bruges” deed zijn uiterste best om de pater(s) in een slecht daglicht te stellen. Maar pater Luciaan was geen katje om zonder handschoenen aan te pakken en hij beet flink van zich af. De (figuurlijke) vonken vlogen dan ook meermaals in het rond.

In 1911 kwam het langverwachte schippershuis er op de Sint Pieterskaai 70 te Brugge met de uitdrukkelijke opdracht om er de schippersbond, een bevrachtingskantoor en een school voor schipperskinderen in onder te brengen. Op 2 februari 1912 was de beroepsschool een feit en vanaf 26 februari werd er onderwijs gegeven aan 26schipperskinderen. Op 1 september van datzelfde jaar waren er reeds 40 kinderen die les volgden. Er werd een bijzondere zorg bestaan aan het godsdienstonderricht en de voorbereiding op de eerste H. Communie.

Op minder dan één jaar zorgde pater Luciaan ervoor dat de schippersschool erkend werd door het ministerie van Arbeid en Nijverheid als vrije beroepsschool.

De eerste wereldoorlog van 1914-18 remde echter de groei van de school en het schippersapostolaat. Het schippershuis met de school werd door de Duitse bezetter in beslag genomen zodat er geen activiteiten meer konden plaats vinden. De school werd verplaatst naar een voorlopig gebouw in de Walleynstraat en de lessenvoor de kinderen konden hernomen worden.

Na de wapenstilstand in 1918 konden de gebouwen op de Sint Pieterskaai echter niet meer in gebruik genomen worden omdat zij onbruikbaar waren geworden door de bezetter.

En toch vond men een oplossing. Achter de muur van de tuin van het klooster van de kapucijnen in de Clarastraat hadden de Duitsers een barak laten staan. Met toelating van de stedelijke autoriteiten deed pater Luciaan de barak inrichten als school voor de schipperskinderen met daaraan verbonden een bureel en een zaal voor de vergaderingen. De sociale strijd ging verder. Voor de socialisten was pater Luciaan een geduchte tegenstander. In de haven van Brugge speelden de socialisten de baas, zij verdeelden het werk en wie niet aangesloten was bij hun bond kreeg geen werk.

Door zijn inzet was pater Luciaan de grote zondebok in de ogen van de “roden”. Hij werd publiekelijk aangevallen met grote plakkaten ( een soort affiches die werden opgehangen aan de kerk in de Clarastraat) en ook beschreven en vernoemd in dagbladartikels. Op een bepaald moment diende hij klacht in bij het gerecht. Hij werd in het gelijk gesteld en kreeg een schadevergoeding toegewezen.

Kort na de oorlog werd pater Luciaan op grootse gehuldigd in het bijzijn van allerlei wereldlijke en geestelijke personaliteiten en een massa dokwerkers en schippersmensen. Bij deze gelegenheid werd er een lied gecomponeerd. De tekst was van een zekere heer Noterdaeme en de muziek van een mijnheer De Graeve.

Hier volgt de tekst van “Het lied van Pater Luciaan”:

1.Wij zijn, Gij Pater weet het wel, Gods kinderen uitverkoren,

niet zoals d’andren hier op aard maar in een schip geboren.

En vader zal met tijd en stond, als betere dagen keeren,

ons op rivier, kanaal en stroom ’t bedrijf van schipper leren.

2.Maar Gij, gij leert ons kindren nog op ’s werelds woeste baren,

om zonder schipbreuk d’haven in, van de eeuwigheid te varen.

Gij wijst in school en onderricht op ’t groot gevaar der rotsen

waarop de golven van de zeee met ’t mensenschuitje klotsen.

3.Gij toont de bake die haar licht verspreidt op zee vol klaarte

en op de weg die volgen moet het zwankend schipgevaarte.

Heb dank! Eerwaarde Pater, voor uw werken ongemeten.

Dat zullen en dat kunnen wij, noch nu, noch nooit vergeten.

In de maand augustus van het jaar 1919 werd pater Luciaan verplaatste naar het klooster van Aalst. Niemand begreep waarom en er was bij de schippers en dokwerkers groot protest. Het mocht niet baten en de oversten kwamen niet terug op het genomen besluit. Zo verdween één van de belangrijkste sociale strijders die als één van de eersten opkwam voor de belangen van de binnenschippers.

Pater Luciaan is uit de orde getreden op 2 april 1920. Zijn overlijdensdatum is niet bekend.

Verschillende paters volgden pater Luciaan op. Tot in 1924 pater Tillo en pater Didac werden benoemd. Zij zijn de bouwers geweest van de definitieve schippersschool en de schippersbond op de Komvest 40 in Brugge. Maar dat is een verhaal op zich.

We willen toch vermeldden dat op andere plaatsen ook aan schippersapostolaat gewerkt werd. In 1894 ontstond in Gent het Werk van de Schippers onder leiding van de paters Jezuïeten. Er waren toen in België al meer dan 50.000 mensen die op vaartuigen leefden het land doorkruisten met hun schepen. Wel werd in Gent sinds enkele jaren aan de schipperskinderen godsdienstles gegeven door toegewijde juffrouwen, en deze waren het die in 1893 aan pater overste van de Jezuïeten van Gent vroegen om een werk voor de schippers te organiseren. Het voorstel werd aanvaard en aan de schippers werd voorgsteld om iedere maand voor een religieuze dienst samen te komen. De laatste zondag van elke maand was er een bijeenkomst met ene godsdienstige onderrichting waarna ook voor de tijdelijke belangen van de leden werd gezorgd. Men besloot dan ook voor de schippers een vergaderplaats te bouwen in de nabijheid van de haven. Graaf Jozef de Hemptinne kocht hiervoor bij de dokken de nodige grond en liet er het schippershuis optrekken in de straat die nu heet Dok Noord. De schippers vonden er een kapel, een vergaderaal, gezond verzet, dagbladen en leesboeken. Er was een bureau aan toegevoegd voor inlichtingen en raadgevingen, en zelfs een voor het huren en bevrachten van schepen. In de kapel was er elke zondag een H. Mis. Er was een schoollokaal en een patronagezaal aan verbonden voor de kinderen. Er was wel geen schippersinternaat. Na de tweede oorlog werd het apostolaat van de schippers overgelaten aan de paters kapucijnen, waarbij pater Philogoon benoemd werd als bestuurder van het schipperswerk in Gent. Dit werk bleef gevestigd in het schippershuis tot 26 oktober 1977. Er waren grote herstellingen nodig aan het schippershuis en de onkosten waren te groot. Het huis werd verkocht aan de stad Gent en later weer verkocht aan privépersonen die er twee woningen van maakten. Het werd grondig gerestaureerd en het werd een beschermd gebouw, zodat het er nu uitziet zoals het schippershuis 35 jaar geleden.

De schippersaalmoezenier werd onderpastoor van de parochie H. Kerst en kon aldus zijn werk voortzetten. De kerk van het H. Kerst werd de schipperskerk. Nog steeds zijn de meeste pratikerende parochianen oud-schippers en nog steeds worden doopsels, huwelijken en uitvaarten van schippersmensen in die kerk gehouden.

In de loop van de jaren werd ook op andere plaatsen, rond nationale en internationale havens en binnenhavens aan schippersapostolaat gedaan; Zoals in de haven van Antwerpen waar er een groot kerkschip ‘Sint Jozef’ ligt. De aalmoezenier –vandaag is het Jos Van Hoof – is verantwoordelijk voor de schippers en voor Stella Maris. Ook in Luik wordt er aan schippersapostolaat gedaan en ligt er een kerkschip “Emmaüs” op de Maas. Hetzelfde geldt voor Marchienne-au-Pont waar er een kerkschip “Spes Mea” op de Samber ligt. Hetzelfde geldt voor het buitenland. In Nederland is er een kerkschip in Nijmegen. In Frankrijk zijn er verschillende schipperscentra. Er is één kerkschip “Je sers”, gelegen op de Seine te Conflans ste Honorine.

Dit maar om te zeggen dat er in de loop der tijden véél gedaan werd in de verschillende havens om de achterstand van de schippersfamilies in te lopen en er voor te zorgen dat de kinderen kansen kregen om in schippersinternaten een voldoende opleiding te volgen om hun man te kunnen staan in de economische wereld van vandaag. De kinderen konden in vier jaar de lagere school volgen, van hun 10de tot hun 14de jaar, met een programma van een volledige lagere school. Dit soort scholen voor schipperskinderen en voor kinderen van foorkramers heeft bestaan tot minister Coens in het jaar 1965 het onderwijs gelijk gemaakt heeft voor iedereen. Voor alle kinderen werd het verplichtend vanaf 7 jaar tot 18 jaar.

Daarom zou ik durven zeggen dat het DOEL waarvoor het schippersapostolaat gesticht werd, bereikt is. Eeuwen lang zijn de schippers en de foormensen een categorie van mensen en families geweest die op hun eigen manier leefden en een andere maatschappij vormden die helemaal verschillend was van de gewone mensen…En toch, ik geef het toe, het verschil bestaat nog enigszins maar toch niet meer zo sterk als vroeger.

Maar de allergrootste verandering en evolutie in de scheepvaart moest nog komen en die is gebeurd in 1998 op 27 november. Dat was de dag van de LAATSTE SCHIPPERSBEURS.

Maar dat is een lang verhaal!

(vervolgt)

Gent. Sylveer Vermeulen.

Overgenomen uit VOX MINORUM  jg. 65 nr. 2

Deel 2

SCHIPPERSAPOSTOLA AT (2)

Het vorig artikel over het scheepvaartsapostolaat eindigde met de belofte van een vervolg! En dit om aan te tonen dat er in de binnenscheepvaart heel wat veranderd is en dat die verandering ook meteen een grote invloed gehad heeft op het apostolaat van de aalmoezeniers onder de schippersbevolking.

Het tijdstip van de grote verandering is heel precies aan te geven, nl. 27 november 1998! Op die dag is de Schippersbeurs ( D.R.B. = Dienst Regeling Binnenvaart) afgeschaft op bevel van de Europese Unie!

De manier waarop een schippersbeurs gehouden werd strookte niet meer met de regels van de vrijheid van handel. Dat was de reden!

Er was al een hele tijd sprake van die afschaffing. Meteen was er een protest vanwege verscheidene kanten, vooral vanwege de binnenschippers zelf, maar ook vanwege de schippersverenigingen, zoals " Ons Recht - Notre Droit", I.T.B. (= Instituut voor transport over de binnenwateren vzw.), de B.V.E.( = de Bond van Eigenschippers)...enz. "

Wat was de functie van de D.R.B.?

De D.R.B. bestond enkel in de grote binnenhavens van België en West-Europa.

In België was dit te Brugge, Gent, Antwerpen, Luik en Charleroi.

Te Brugge was dat maar eens per dag. In de andere havens tweemaal, in de voor- en namiddag.

Een schipper die een reis volbracht had en op zoek was naar een nieuwe reis, moest zich aanmelden op de D.R.B. in één van die havens.

De naam van de schipper werd opgeschreven op een lijst met de naam van het schip.

De D.R.B. was een Staatsdienst met personeelsleden die contact hadden met de bevrachters en. de bedrijven. De bevrachters moesten het “ vervoerwerk" dat de bedrijven aanboden doorgeven aan de D.R.B. die dan het vervoerwerk samen met alle nodige inlichtingen aanbood aan de schippers op de dag van de schippersbeurs...

Elke weekdag ( de zaterdag éénmaal ) ging het bureel van de D.R.E. open om 9 uur. Op de borden bracht men de beschikbare " vracht-reizen" aan en de schippers konden reeds zien wdk soort " werk " er hen te wachten stond. Daarbij waren alle " détails " aangegeven: de materie die moest verplaatst worden, de hoeveelheid ( hoeveel tonnemaat ), de dag en de plaats van de lading van het schip, met datum van vertrek en aankomst van de bestemming. De prijs die ervoor betaald werd.

Voor de schippers was dat heel interessant omdat zij, die boven op de lijst stonden, reeds konden onder mekaar overeenkomen en dan bepalen wie de reizen zou uitvoeren of hoe te wisselen met een collega.

Op een bepaald uur werd stilte gevraagd en werden de reizen aangeboden en riep men de namen af van de schippers die op de lijst stonden. Bij elke oproep volgde dan een antwoord en dan was de reis aangenomen. Voor de schippers was die manier van handelen zeer gemakkelijk want men kon al onmiddellijk bevestigen welk reis men wilde uitvoeren. Nog een ander sympathiek gegeven was dat iedereen op de D.R.B. welkom was. Ook oud-schippers konden er hun (oud)-collega’s ontmoeten of konden er hun zoon of een ander familielid of vriend, die belet was, vervangen en in overleg met hen, in hun plaats de reis kiezen en bevestigen.

Oud-schippers volgden intussen de ontwikkeling in de scheepvaart en zij konden vrij hun commentaar geven. Ouders en familieleden en vrienden wisten steeds waar de varende naartoe ging en intussen wist men waar elke schipper zich bevond, want alles werd publiek afgeroepen en men wist ook waar iedereen naartoe aan 't varen was en voor hoelang hij onderweg was." Zo wist men ALTIJD en van IEDEREEN en WAAR elke schipper zich bevond." Zelfs voor de schippersaalmoezenier was dat een nuttig gegeven. Hij kon er iedereen begroeten en ook vragen waar elk familielid of collega zich bevond. Dat was soms nodig, b.v. wanneer een familielid ziek was of bij een overlijden, een aanstaand huwelijk of doop enz. of om een of andere reden...Men kon er ook iedereen groeten en een luisterend oor zijn voor ieder van hen.

... Om even vooruit te lopen op de gevolgen van de AFSCHAFFING van de DRB : NU weet men NOOIT meer WAAR en WELKE reis een schipper aan het ondernemen is! Want de D.R.B. ( Dienst Regeling Binnenvaart ) bestaat niet meer sinds 27 november 1998.

Voor we vertellen wie NU de Regeling van de Binnenvaart in handen heeft, willen we eerst de vraag stellen: Wanneer is de D.R.B. eigenlijk begonnen? Want "de scheepvaart " en het vervoer van goederen met binnenschepen bestond al eeuwen! Wie was de uitvinder van de D.R.B.? Het antwoord is heel eenvoudig.

De D.R.B.is begonnen in de maand augustus 1914 bij het begin van de eerste Wereldoorlog. Door de Duitse bezetter! Het was een middel om de varende schippers te kunnen oproepen om een bepaalde vrachtvervoer te realiseren. Want in woelige tijden, zoals in oorlogstijden, was het interessanter zelf de vervoerreizen uit te kiezen en te varen waar het veiliger was. Maar de Duitse bezetter verplichtte iedere varende schipper zich na elke reis ergens op een D.R.B. aan te melden zodat hij beschikbaar was om hem een reis op te leggen, ook al was de bestemming niet veilig zoals wanneer er in de richting van het " oorlogsfront " moest gevaren worden of zelfs naar Duitsland of bezette oorlogslanden. Maar er was geen keus! Men was verplicht de lading van goederen te aanvaarden en uit te voeren. Het is begrijpelijk dat de D.R.B.in die tijd geen geliefde instelling was.

En het eerste wat gebeurde na de wapenstilstand op 11 november 1918 was de D.R.B. afschaffen! Van dan af was de binnenschipper VRIJ! Elke schipper nam contact op met de " bevrachters " van de bedrijven die lading aan te bieden hadden om ze ergens te leveren aan de overeengekomen prijs en op een bepaalde dag de opdracht uit te voeren

Maar dat wil niet zeggen dat alles nu zonder problemen was. Om te beginnen, ná de eerste wereldoorlog (1914-18) volgde een moeilijke economische tijd. Er kwamen ook steeds méér en grotere schepen en de concurrentie onder de binnenschippers werd steeds groter. De schippers waren ook afhankelijk van de bevrachters die de prijzen bepaalden en naargelang er minder werk was en méér schepen, werden de prijzen lager. De historische economische crisis van de jaren 1930 was dan ook voor veel schippers een heel moeilijke tijd. Er werd veel armoede geleden en men kon met moeite zijn boterham verdienen. Kleinere schepen hadden geen motor en werden "gesleept" door menselijke krachten of paarden of gehuurde "sleepboten'.

Daarbij kwam nog dat de scheepvaart meer en meer modern werd. Bedrijven schaften zich hun eigen ( steeds grotere ) motorschepen aan en voeren met personeel ( zetschippers ) die loontrekkenden waren.

Intussen stond het apostolaat bij de schippers niet stil. We lazen dat reeds op het einde van de 19° eeuw ernstig werk werd gemaakt van de verbetering van de sociale toestand van de schippers en dokwerkers en de bescherming van hun rechten. Er was aandacht voor de voeding van hun christelijk leven, voor de opvoeding van de kinderen en voor het scheppen van de mogelijkheid om deze de mogelijkheid te geven hun H.Communie en Vormsel voor te bereiden en zelfs de mogelijkheid te scheppen om van het onderwijs te genieten.

Na de eerste wereldoorlog kwam die actie volledig op gang. In verschillende havens werden scholen opgericht, zelfs internaten waar kinderen gans hun lagere school konden volgen. Ik noem er enkele. Te Brugge op de Komvest, aanpalend aan het kapucijnerklooster van de Clarastraat,werd een internaat gebouwd voor jongens en meisjes, geleid door de paters aalmoezeniers en dank zij de hulp van de zusters van Pittem die instonden voor het onderwijs en de zorg voor de kinderen. Merk wel op dat het onderwijs voor schipperskinderen en kinderen van kermisondernemers nog niet wettelijk verplicht was. Sedert 1919 was lager onderwijs wettelijk verplicht voor alle kinderen,uitgenomen voor kinderen van schippers en kermisondememers en dergelijke beroepen. In de opkomende schippersscholen van die jaren werden daarom de ouders aangemoedigd om hun kinderen vrijwillig naar de internaatsscholen te sturen. Er waren ook schippers die hun kinderen naar school stuurden enkel tijdens de dagen dat ze in de omgeving van een lagere school lagen en daarvan gebruikt maakten om hun kinderen zo nu en dan eens naar een school te sturen. Dat was natuurlijk maar een noodoplossing en de resultaten waren dan ook veel minder. Maar wie de kinderen naar een internaat stuurde, hadden wel veel onkosten en voor de kinderen ( en de ouders ) werd het een moeilijke tijd. Want in die beginjaren waren de kinderen een gans schooljaar op internaat omdat de ouders soms vér verwijderd aan 't varen waren. Zelfs tijdens de Kerst- en de Paasvakantie was het voorzien dat de kinderen op het internaat bleven. Dat was natuurlijk niet gezellig en het zorgde voor veel werk voor de zusters en het personeel van de internaten. Het was wel voorzien dat de ouders op bezoek konden komen als ze in de omgeving van een internaat waren. Vooral trachtte men de zondag een bezoek te brengen...maar dat lukte niet altijd en sommige kinderen zagen hun ouders een heel lange tijd niet omdat die altijd op verre afstanden vaarden. Normaal gingen de kinderen van hun 10° jaar tot hun 14° jaar op internaat. In vier jaar trachtte men dan de leerlingen de nodige opleiding te geven zodat zij op hun 14 ° jaar op het schip van hun ouders reeds de volledige hulp konden bieden. Soms gebeurde het ( in vele gevallen zelfs - want er waren veel gezinnen met talrijke kinderen ) dat de ouders een tweede schip kochten om samen met hun kinderen te varen en dezelfde reizen te ondernemen_ Later werd dan dit tweede schip het schip van hun eerste kind dat huwde en van dan af op eigen krachten door het leven ging varen! " Want eenmaal schipper, altijd schipper! "

Om terug te komen op de stichting van de schippersscholen. Te Brugge op de Komvest opende het internaat zijn deuren op 16 september 1926.Maar de kinderen kwamen zich maar langzaam inschrijven. Begin januari 1927 waren er 38 leerlingen. Stilaan kwamen er toch steeds meer kinderen zich aanbieden. Het schooljaar 1927-1928 begon met 52 kinderen.

Intussen werden ook op andere plaatsen internaten opgericht. In Oostakker-Dorp werd in 1930 een internaat opgericht voor jongens en meisjes. Het werd al direct een succes. De school bestond maar tot 1940, omdat ze door de bezetter werd in beslag genomen en na de oorlog niet meer kon ingericht worden.

Intussen werd in 1927 nog een schippersschool gesticht te Klein-Willebroek door de pastoor Jules Janssens, geholpen door de zusters van de H.Vincentius van Dendermonde. Dit werd een groot succes en bestond tot 1988. De school lag in de dichte omgeving van het zeekanaal Brussel - Antwerpen en was dus gunstig gelegen voor de binnenscheepvaart.

Zo had men ook een schippersinternaat bij de Zusters van Hoboken die een van de grootste scholen was. Maar ze ook al ( als schippersinternaat) rond de jaren 1985. In Deurne ontstond er een officiële staatsschool die ook een succes werd en nog bestaat. Ook in Bottelare, een deelgemeente van Merelbeke, gelegen op de Schelde, was er een druk bezochte school. Verder werden er in Wallonië ook schipperscholen gesticht die door veel

Vlaamse kinderen werd bezocht en dat om twee redenen. Ten eerste de Vlaamse schippers vaarden veel naar Frankrijk en passeerden dan voorbij de scholen en ten tweede was het absoluut nodig dat de kinderen goed de Franse taal leerden om hun man te kunnen staan in Wallonië en Frankrijk. Ik noem de school van St. Ghislain die op een drukke vaarroute lag tussen het zeekanaal Brussel -Charleroi en via St.Ghislain verbonden was met de Schelde te Doornik en zo verder naar Frankrijk. Ook te Mont-sur-Marchienne, gelegen op de Samber, was een er internaat, alsook te Namen gelegen op de Maas. Dit laatste wordt geleid door een zustercongregatie die nog regelmatig een oud-leerlingen­reünie houdt. Een bijzondere school was toch ook de schippersschool " Jean Debrucq " die te Brussel werd ingericht door de provincie Brabant. De school was tweetalig, en voor jongens en meisjes en wel was gericht op het voorbereiden van de schipperskinderen op hun schippersberoep. De school was een groot succes maar verdween toch in de jaren 1990...

Eigenlijk moeten we zeggen dat de schippersinternaten een groot succes geweest zijn en dat meeste kinderen de kans hebben gekregen om van het onderwijs te kunnen genieten. Het is voor hun allen ook zeer nuttig geweest en het is mede te danken aan deze schippersinternaten dat het schippersberoep een beroep is geworden dat vlug vooruitging en zijn plaats in de maatschappij waardig heeft ingenomen. Maar dat wil niet zeggen dat ALLE kinderen schippers werden. Dank zij de goede opleiding waren vele kinderen bekwaam om het middelbaar onderwijs aan te pakken en dank zij hun opleiding andere richtingen in te slaan. Vele gingen in de Havendiensten van de grote havens zoals Antwerpen, Gent, Luik e. a.. Andere vonden een plaats op de " overzetboten" op de grote stromen en kanalen zoals de Schelde, het Kanaal Gent -Terneuzen e. a.

Intussen hadden de schippersaalmoezeniers ook hun taak ernstig opgenomen en werden in verschillende havens schippershuizen of kerkschepen ingericht. De samenwerking tussen de verschillende havens werd steeds actiever en er werd steeds naar gestreefd om de rechten van de beroepsschippers te verdedigen en te verstevigen door het stichten van schippersverenigingen.

Alhoewel de jaren, tussen de twee wereldoorlogen een tijd van economische crisis was, werd er toch erg hard gewerkt en was er vooruitgang in de binnenscheepvaart.

En toen kwam de 10° mei 1940! De tweede Duitse wereldoorlog en voor de scheepvaart was dit het tweede signaal voor een nieuwe D.R.B.... Juist dezelfde regeling zoals in 1914... er was geen ontkomen aan en men werkte daarom op dezelfde manier als vroeger. In elke haven was er een D.R.B. en moesten de schippers weer de reizen uitvoeren die hen werden opgelegd. Het waren in vele gevallen gevaarlijke ondernemingen omdat ze veel werden gericht naar de zeekusten van Nederland, Belgje en Frankrijk omwille van de opbouw van de "Atlanta-wal ".

Erg was het ook voor de schipperskinderen. Bij het begin van de oorlog werden internaten gesloten. En als ze wat later weer opengingen, bleven veel kinderen op het schip omdat de ouders verkozen hun kinderen aan boord te houden in die gevaarlijke tijd. Zo kwam het dat veel kinderen tijdens de oorlog hun onderwijs hebben gemist, want na vier - vijf jaar oorlog was de tijd van het naar schoolgaan voorbij...

Eenmaal de oorlog voorbij kwam de economische wereld tot een grote bloei waarin de binnenscheepvaart een groot aandeel had. Vooral daar er steeds modernere en grotere schepen werden gemaakt en de kleine

" sleepschepen" verdwenen die met menselijke krachten, met paarden en sleeptractoren werden voortgetrokken.

Alles was anders dan voor de oorlog '40- '45... zelfs het protest om de D.R.B. af te schaffen kwam niet ter sprake zoals na de eerste wereldoorlog 14-' 18...De oorlog was voorbij, de vijand was verdreven maar de D.R.B. bleef bestaan tot 27 november 1998.

Dat is een ander verhaal... (vervolg 3.)

Uit VOX  Minorum jg. 65, nr. 3, juli - september 2011

 

Aalmoezenier Sylveer Vermeulen

 

 

11. DE POOLSE GEMEENSCHAP VINDT DE WEG NAAR MEERSEL-DREEF

 

De Poolse gemeenschap vindt de weg naar Meersel-Dreef.

Ergens halfweg april, op de vergadering van het Pastoraal Team gooide een van de leden de vraag op tafel of het zou mogelijk zijn om in de maand mei een Eucharistieviering te organiseren voor de Poolse gemeenschap. Deze idee viel in goed aarde en we prikten hiervoor 8 mei uit. Alle mogelijke middelen werden ter hand genomen want de tijd was kort en verwachtingen groot. Onze Poolse medebroeders hadden beloofd in de viering voor te gaan. Dit kon alleen maar de spanning vergroten.

We keken uit naar 8 mei. De weerman beloofde mooi weer en zo was het ook. Dat was een groot pluspunt. De viering zal doorgaan om 14.00 uur. Kort na de middag kwamen de eersten toe en van dan af werd het een stroom van Polen die het Park inpalmden. Bij de ingang van de grot werden 300 blaadjes uitgedeeld met Poolse liederen. Te weinig om iedereen een blaadje te geven. Ook vele Dreveniers mochten we verwelkomen. Iedereen was benieuwd.

Voorgegaan door onze drie Poolse medebroeders werd het een doorleefde viering. Danusia, een Poolse dame met een gouden stem trok heel de Poolse gemeenschap op gang. Allen luisterden aandachtig naar de predikant. Bij de vredewens kon je de vreugde en genegenheid voor elkaar zien en voelen. Het Marialied om af te sluiten was als een nationaal lied dat met veel eerbied en enthousiasme gezongen werd. In de speeltuin kwamen de kinderen aan hun trekken en voor de Polen werd het een gelegenheid om elkaar te ontmoeten en elkaar beter te leren kennen.

Weldra kwam er een nieuwe aanvraag: Zou het mogelijk zijn om op Pinksterdag weer een Poolse viering op te bouwen? Het nieuws en de uitnodigingen werden verspreid. Een van onze Poolse medebroeders, P.Marcin, beloofde aanwezig te zijn, de twee anderen waren belet. Het was weer een schot in de roos! Naar schatting waren er 450 à 500 Poolse aanwezigen, veel meer dan in de meiviering. Dus toch wel een invulling van een tekort dat leeft bij de Poolse gemeenschap. Men had zelfs gevraagd om de gelegenheid tot biechten te geven. Fr. Marcin stelde zich daarvoor ter beschikking en tot dat de viering begon maakte men er dankbaar gebruik van. Met een dankwoordje, dat werd vertaald door Danusia, besloten we deze viering. Met een daverend applaus betuigden de mensen hun dank voor deze vieringen.

 P.Luk.

Meimaand-Mariamaand-Meerselmaand!

Aanvankelijk keken we met een beetje bezorgdheid uit naar de meimaand met zijn drukte en zijn bedevaarten. P. Jan van Boxel die nog altijd onze betrokkenheid en bezorgdheid meedraagt, maar afgewisseld in het ziekenhuis te Turnhout of in ons klooster te Herentals vertoefd o.w.v. de verzorging die wij te Meersel-Dreef niet kunnen geven. Anderzijds is onze broeder Xavier nog niet helemaal zoals vroeger ofschoon hij zijn uiterste best doet. Met zijn mobieltje snort hij naar het park. Met zijn nummerplaat: “B.X-A-4” is hij overal herkenbaar. Om hem niet te veel te overlasten spraken we Wim aan. Deze lieve man heeft enkel maanden geleden afscheid genomen van zijn lieve vrouw. Samen met br. Xavier hebben zij zorgen voor het altaar op zich genomen. Dit is wonderwel gelukt, tot vreugde van beiden.

Het kerkelijk leven vermindert op vele plaatsen maar de toeloop naar de bedevaartplaatsen vermeerdert. Dit mochten wij in de voorbije meimaand weer ondervinden. Gedurende de meimaand hebben meer dan 100 groepen Meersel-Dreef bezocht en gebeden bij de grot.

Bij het begin van de meimaand maakten wij een lijst van de bedevaarten met dag en uur. Elke medebroeder mocht zijn naam invullen waar de groep geen priester of pastorale werk(st)er meebracht. Dit verliep wonderwel. Voor de tweede helft van mei waren er dit jaar veel groepen die een voorganger meebrachten, wat het werk voor ons verlichtte. Zo hadden we een drukke, maar toch een heel mooie meimaand. De bedevaarten zijn nog niet over, maar in de zomermaanden komen de groepen meer gespreid en met een beetje geluk redden we het best. Meersel-Dreef blijft als het “Lourdes van de Noorderkempen” zijn aantrekking behouden. Zowel in Nederland als in heel België krijgt het meer en meer bekendheid. We kregen zelfs een groep van ergens uit het Brusselse, van Gent en van Hasselt. Meersel-Dreef leeft en zal blijven leven!

Overgenomen uit VOX MINORUM  jg. 65 nr. 2

 

12. UIT DE LAATSTE BESTUURSVERGADERINGEN

Overgenomen uit VOX MINORUM  jg. 65 nr. 2

In de bestuursvergadering van mei was mevr. Tine Grolus, de stafmede-werkster uitgenodigd. (meer over haar kan men lezen in het laatste nummer van Handdruk). Zij heeft toegelicht waar ze mee bezig is en welk project er aan het groeien is. Het bestuur had een positief aanvoelen bij haar presentatie.

In de bestuursvergadering van 21 juni heeft het bestuur de globale situatie van onze provincie bekeken en zich afgevraagd welke beslissingen zich zeker opdringen en over welke onderwerpen het komend kapittel een beslissing zal moeten nemen. Het beraad zal verder gezet worden in de volgende bestuursvergadering

Even kijken naar de leeftijd van de provincie leert al heel veel.

Eind december 2011 zal de leeftijd van de medebroeders er als volgt uitzien

(gesteld dat er geen medebroeders meer zouden sterven)

85 jaar en ouder :                 8

80 -84 jaar           :              18

75-79 jaar            :              11

70-74jaar             :              15

65-69jaar             :               4

60-64jaar             :               1

55-59jaar             :               0

50-54jaar             :               1

40-49jaar             :               0

35-39jaar             :               1

30-35jaar             :           de drie Poolse medebroeders

In deze cijfers zijn de twee medebroeders-missionaris in Pakistan inbegrepen en ook Luc Vansina die in de vice provincie in Congo werkt.

Deze medebroeders bewonen 7 huizen: Antwerpen, Brugge, Herentals, Hoogstraten, Ieper, Izegem en Schaarbeek. Duidelijk is dat we al deze huizen niet kunnen blijven bewonen.

We hebben nog 7 kerken (Aalst, Antwerpen, Brugge, Herentals, Hoogstraten, Ieper en Izegem). Die kunnen we niet meer allemaal blijven bedienen. Wat doen we er mee? Het bestuur zal bv voor de kerken van Izegem en Aalst vragen of het bisdom voor hen een functie voorziet in het beleid van het bisdom.

Duidelijk is voor het bestuur alvast dat het belang wil hechten aan het doorgeven van de franciscaanse spiritualiteit, verder de zorg voor bejaarde medebroeders op punt wil stellen, niet wil talmen met het overdragen van het archief aan het KADOC.

Museale functie klooster Meersel-Dreef. Archtiect Gerd Mertens diende een bouwaanvraag in om aan de vleugel van het klooster die door de VZW De Elegast gebruikt werd, de nodige aanpassingen te kunnen doen, zodat deze vleugel zelfstandig kan functioneren. Deze bouwaanvraag werd geweigerd omdat we niet voorafgaandelijk het advies hadden ingewonnen van de dienst Monumentenzorg. Een vergadering ter plaatse met iemand van Monumentenzorg leerde ons dat die persoon ook veel problemen maakte, niet alleen tegen veranderingen aan de buitenkant, maar ook tegen de interne herschikking van ruimten.

Het bestuur wacht nu op het geschreven advies van deze ambtenaar, om te beslissen wat er verder dient te gebeuren.

 

13.  ONTMOETING MET DE ZUSTERS CLARISSEN

Ontmoeting met de zusters Cllrissen van Zonnelied Oostende op 10 augustus 2011, de vooravond van het feest van de H. Clara

 

 
     
 
     
 
     
 

14.  DIERENZEGENING IN DIERENASIEL TE IEPER

Op zaterdag 27 en zondag 28 augustus 2011 had in het dierenasiel te Ieper een opendeurdag plaats.

Op zondag 28 augustus mocht pater Boni de honden en de katten zegenen. Hij deed het in de geest van Franciscus van Assisi. Hij dankte ook het personeel en de vele vrijwilligers van het dierenasiel. Hij loofde hun inzet en toewijding. Hij dankte eveneens alle aanwezigen die met hun dieren gekomen waren.
Hier enkele sfeerfoto’s:

 
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     

15. INTERVIEW MET RAFAL CHWEDORUK
 

Uit HANDDRUK nr. 3 september 2011, van jg 41

 
16.  PROVINCIEDAG 14 SEPTEMBER 2011
 
Op woensdag 14 september 2011, het feest van de Kruisverheffing, kwamen we samen te Brugge voor onze halfjaarlijkse provinciedag.
Van Palmzondag dit jaar tot 10 augustus volgend jaar, feestdag van Clara, wordt 800 jaar Clarissen gevierd.  Het lag dus voor de hand dat we in dit jubeljaar onze provinciedag in het teken van Clara van Assisi plaatsten.

Zuster Elisagbeth Schonken, Claris van Sint-Truiden , sprak ons in de voormiddag over de persoon van Clara. En in de namiddag gaf ze ons een persoonlijk verhaal over haar roeping en haar huidig leven als Claris.

Vanaf 9.30 uur hebben we elkaar ontmoet bij een kopje koffie:
 

   
         
Om 10 uur hadden we het gebedsmoment:
   
         
       
         
Om 10.30 uur bracht zuster Elisabeth ons de kennismaking met Clara
Zij belichtte het volgende:

 CLARA DOORHEEN HAAR GESCHRIFTEN

Korte terugblik op de groei en ontstaan van het clarissenleven

                        Franciscus en Clara

Enkele hoofdaccenten bij Clara                

                       Jezus Christus - evangelie
                       begin van haar regel:
                       De levensvorm van de orde van de arme zusters, die de zalige Franciscus heeft ingesteld, is deze:
                       het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus onderhouden: leven in gehoorzaamheid,
                       zonder eigendom en kuisheid. (Reg. Cl, 1-2)

                       Kijken - schouwen - aanschouwen

                       Armoede - de binding aan Franciscus en de broeders - samen als zusters
                       Judith De Grijs komt in haar scriptie tot de duidelijke vaststelling dat de "Kern die bij Clara steeds, heel konsekwent op
                       de voorgrond treedt  is:
                        - de allerhoogste armoede in navolging van de gekruisigde Christus
                        - de binding aan Franciscus en de broeders
                        - de gemeenschap van de zusters (het 'samen')

                     Nederigheid

                     Liefde

                     Slot
                    Samen met Clara bid en wens ik ons allen toe:
                    Ik zegen u tijdens mijn leven en na mij dood zoveel ik kan en meer dan ik kan met al de zegeningen waarmee de Vader
                    van alle barmhartigheid (2 Kor. 1,3) zijn zonen en dochters gezegend heeft en hen nog zal zegenen in de hemel en op aarde
                    en waarmee een geestelijke vader en moeder hun geestelijke zonen en dochters gezegend hebben en nog zullen zegenen.
                    Amen.
                    Wees mensen die altijd uw ziel en de ziel van uw zusters liefhebben. En wees er altijd bezorgd voor te onderhouden wat u
                    aan de Heer hebt beloofd. De Heer zij altijd met u en wees toch altijd met Hem. Amen (ZegCl 11-16)

Namiddag:    GETUIGENIS - WAT BOEIT MIJ BIJ CLARA - GESPREK

         
Om 11.30 uur vieren we samen eucharistie waarin br. pvrovinciaal, Adri Geerts, voorging.

Verwelkoming

Wij zijn hier samengekomen om een vrouw te gedenken die in al haar
grootheid zo eenvoudig is gebleven dat zij nu bijna vergeten lijkt:

Clara van Assisi,

Zij was een adellijk meisje uit de Middeleeuwen. Aangestoken door de
geestdrift van haar stadgenoot Franciscus van Assisi, wijdde de 18-jari-
ge Clara zich in 1212 helemaal aan het ideaal van de volstrekte
armoede; legde zij in zijn handen haar kloostergeloften af en liet zich
door hem met het boetekleed omhangen.

Het klare, heldere licht van deze vrouw straalde over de kloostermu-
ren heen tot voorbij de grens
van Italië. En zelfs nu is haar glanzende
licht nog niet gedoofd.

Mensen zoals Clara hebben zich op de wezenlijke uitgangspunten van
hun leven ten diepste laten begeesteren door het evangelie: in luiste-
rende stilte ten bate van Gods stem, in vurig gebed om de goede koers
en het kritische volhouden, in solidariteit met heel de schepping.

Openingsgebed

Vader, Uw zoon was de zaaier van vreugde in het leven van de
Heilige Clara. Wij danken U omdat Gij ons geholpen hebt om stap
voor stap, onder haar hoede, de weg te gaan die Uw Zoon in het licht
van de Heilige Geest voor ons uitgestippeld heeft. Laat zoveel liefde
niet tevergeefs aan ons besteed zijn. Open ons hart voor het geloof,
dat niets ons voortaan van U kan scheiden en dat zelfs onze onwil Uw
liefde niet ongedaan maakt, die zo overmachtig verschenen is in Jezus
onze Heer. AMEN.

Eerste lezing: uit het Testament van de Heilige Clara.
Ik geef in de Heer Jezus Christus

aan al mijn zusters die er nu zijn en die zullen komen
de vermaning en aansporing

dat zij er zich altijd op toeleggen

de weg van de heilige eenvoud,
nederigheid en armoede na te volgen

en ook aan de aard van onze heilige levenswijze
te beantwoorden.

Zo hebben wij dit vanaf het begin van onze bekering

van Christus en van onze zalige vader Franciscus geleerd.
Daardoor zal de Vader van alle barmhartigheid,

niet door onze verdiensten

maar alleen door zijn barmhartigheid
en de genade van zijn vrijgevigheid,

de geur van onze goede naam verspreiden
zowel voor hen die veraf zijn

als voor hen die dichtbij zijn.

En omdat gij door de liefde van Christus elkaar liefhebt,
zult gij die liefde die gij in u hebt

metterdaad naar buiten toe tonen;

door dit voorbeeld aangemoedigd

zullen de zusters voortdurend groeien

in de liefde van God en in de wederzijdse liefde.
Opdat de Heer zelf die het goede begin gegeven heeft
de groei zal geven

en Hij ook de uiteindelijke volharding zal geven.
Dit geschrift laat ik u na,

opdat het beter onderhouden zal worden.
Het is een teken van de zegen van de Heer
en van onze zalige vader Franciscus

en van de zegen van mij, uw moeder en dienares.

IN HET SPOOR VAN CLARA, DE LICHTENDE

"Gezegend zijt Gij, Heer,
o
m onze zuster Clara,

want door haar straalt uw Licht
in onz
e harten"

Paul Saba tier

HEER, VERVUL ONS VAN UW LICHT
DOOR CLARA
, DE LICHTENDE

Schenk ons, Heer,

een open en zuivere geest

en maak ons ontvankelijk voor het Woord;

zodat Christus meer en meer onze weg mag worden
naar het ware Licht en het Leven.

HEER, VERVUL ONS VAN UW LICHT
DOOR CLARA, DE LICHTENDE

Schenk ons, Heer,

doorheen ons dagdagelijkse leven Christus licht;
zodat wij mogen zien waar het in feite op aankomt,
om vol geloof en vervuld van vreugde

te getuigen van Hem

en velen te leiden naar het ware Licht.
HEER, VERVUL ONS VAN UW LICHT
DOOR CLARA
, DE LICHTENDE

Schenk ons, Heer,

dat wij lichtdraagsters zijn

in de geest van Clara en Franciscus
zodat we Christus' li
cht uitdragen
en Zijn Rijk zich mo
ge vestigen
onder hen die dichtbij zijn

en bij hen die veraf zijn.

HEER, VERVUL ONS VAN UW LICHT
DOOR CLARA
, DE LICHTENDE

Vader van alle barmhartigheid,

Gij hebt in uw overvloedige genade
uw licht doen stralen

in het leven van de H.Clara.

Wil ook ons vervullen met uw genade
opdat wij uw licht verspreiden

in de Kerk van onze dagen, die

- evenals acht eeuwen geleden -
verkwikking nodig heeft,

belangeloze liefde en geduld.

Dat vragen wij U, door Jezus Christus
uw veelgeliefde Zoon
en onze Broeder,
op de weg ten leven
.

AMEN.

 

     
         
     
         
Het werd een aangenaam en smakelijk middagmaal dank zij de kokkin en de gemeenschap van Brugge:
 

 
         
     
         
In de namiddag bracht zuster Elisabeth een persoonlijk en sterk inhoudelijke getuigenis over haar Claris zijn onder de titel: "Getuigenis - wat boeit mij Clara"
Wij broeders werden door haar uitgenodigd vanuit haar levensgetuigenis ook ons getuigenis te delen met elkaar.
   

   
         
Bij de klassieke taart namen we afscheid van elkaar:
   
         
     

 

17. DE KAPUCIJNEN UIT WEST-VLAANDEREN VIERDEN HET SINT-FRANCISCUSFEEST IN HET KLOOSTER VAN BRUGGE


Op 4 oktober kwamen de kapucijnen die in West Vlaanderen wonen op uitnodiging van gardiaan Klaas Blijlevens naar Brugge afgezakt om de feestdag van Franciscus te vieren.
Na een gebedsmoment in de gebedsruimte en een aperitiefje ging men dankbaar aan tafel.

 

 
 

18. BEZOEK AAN DE KAPUCIJNENTENTOONSTELLING TE BOURBOURG

Uit VOX  Minorum jg. 65, nr. 3, juli - september 2011

Kapucijnententoonstelling te Bourbourg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Enkele maanden geleden telefoneerde me Zuster Consolata, de Ancilla van de Kapucinessen van Bourbourg, of ik wilde meewerken aan een tentoonstelling van de kapucijnen te Bourbourg, ter gelegenheid van de opening van de 'Quai des Capucins', een wooncomplex op het vroegere domein van de Kapucijnen. U moet weten dat er vóór de Franse Revolutie in Bourbourg, toen Frans Vlaanderen, een kapucijnenklooster was nl. van 1621 tot 1791. Op het domein van de kapucijnen werd nu een wooncomplex gebouwd en voor de opening van dit complex werd in de kapel van de Kapucinessen een kapucijnententoontstelling georganiseerd. Veel mensen van Bourbourg weten immers niet meer dat er meer dan twee eeuwen geleden daar kapucijnen woonden. Om hen opnieuw daarvan bewust te maken, werd deze tentoonstelling opgezet.

De grote dag brak aan, 21 mei, en van de burgmeester van Bourbourg kregen we een vrijgeleide om de auto te parkeren voor het kapucinessenklooster. Alleen genodigden mochten die dag daar parkeren! Er waren heel wat genodigden o.a. Pater Michel, Waalse kapucijn, de Heer Pierre Morachini, huidige verantwoordelijke voor de kapucijnenbibliotheek in de rue Boissonade te Parijs, de Heer F. Bassemon, burgemeester van Bourbourg, verantwoordelijken van de stedelijke diensten, en zoveel anderen.

Om 10.30u liep de kapel vol en er werd door de Heer Tomasek, doctor in de Kunstgeschiedenis een conferentie gegeven, met enkele lichtbeelden, over de kapucijnen te Bourbourg. Zeer interessant! Daarna trok het gezelschap naar het wooncomplex voor de officiële opening. Een lint werd doorgeknipt. lk kreeg van de burgemeester eveneens een stukje lint in de Franse driekleur, en we bezochten op het domein twee woningen, een één-familiewoning en een andere woning in een groter geheel. Daarna zetten we koers naar een splinternieuw zalencomplex voor nog enkele speechen van bouwsponsors en architecten. We dronken er de erewijn en aten een belegd broodje. Daarna waren enkelen uitgenodigd bij de Kapucinessen voor het middagmaal: Mgr Delepoulle, priester Leroux, Marcel van de franciscaanse lekenorde, Pierre Morachini en ikzelf. De Waalse kapucijn Michel was reeds naar huis vertrokken.

Hoe ziet de tentoonstelling er uit en wat is de bijdrage van het kapucijnenarchief te Antwerpen?

Voor de bezoekers ligt er een foldertje klaar om beter de tentoonstelling te kunnen volgen. Langs de zijmuren van de kapel zijn grote panelen opgesteld met daarop allerlei gegevens en prenten. Het begint met de voorstelling van enkele gekende figuren uit de Franciscaanse geschiedenis: Franciscus van Assisi, Antonius van Padua, de heilige Clara, Pater Pio, Madame Maes- de Taffin, de stichteres van de Zusters van Boetvaardigheid van Bourbourg, nu Kapucinessen genoemd. Op een ander paneel vind je de hervormingen van de Franciscaanse Familie om precies te weten waar de Kapucijnen thuishoren.

Je vindt er de inplantingen van vóór de Franse Revolutie van de kapucijnen in Vlaanderen en Wallonië. Daarna volgt op een paneel een tekening van het klooster van Bourbourg en een oud stadsplan met de aanduiding van de juiste inplanting van het klooster.

Wat rest er nog van de kapucijnen te Bourbourg?

Dat vind je dan weer op een volgend paneel. In de hoofdkerk van Bourbourg is er een glasraam waarop kapucijnen staan afgebeeld. In de omheiningsmuur van het bejaardentehuis 'Fondation Schadet Vercoustre', vroeger een stuk omheiningsmuur van het kapucijnenklooster, staat in een nis een Heilig Hartbeeld met daarachter een gedenksteen voor vijf Kapucijnen, die pestlijders verzorgden en aan die ziekte overleden.

Het hoofdaltaar, alsook de houten lambrizering van het presbyterium van de kapucijnenkerk, is bewaard in een naburig dorp: Craywick. In deze kerk is ook een levensgrote houten Serafijn aanwezig. Dan zie je de officiële affiche van de opening van de 'Quai des Capucins'. Nu volgt de bijdrage van de Vlaamse Kapucijnen. Op twee oude eiken tafels van ons klooster te leper zijn allerlei aarden voorwerpen te zien, die de broeders gebruikten bij de maaltijden. Op de tweede tafel: houten, aarden en koperen voorwerpen uit de keuken. Vooraan tussen de twee eiken tafels zie je hoe de kapucijnen gekleed waren: habijt, mantel, sandalen, koord, paternoster. Er staan ook enkele houten kandelaars. Je moet weten dat de kapucijnen, omwille van de armoede, geen metalen kandelaars mochten gebruiken.

Aan de andere zijde zijn, eveneens op panelen, kopieën van gravuren te zien, die het dagelijks leven van de kapucijnen voorstellen. Tussen het eerste en het tweede paneel staat het Kapucijnenkruis, afkomstig uit ons klooster van leper. Het is een houten kruis met de passie-instrumenten, dat geplant werd op het domein, waar een kapucijnenklooster zou gebouwd worden. Wat verder merk je een ratelaar, typisch kapucijneninstrument om de broeders naar het koor te roepen. Daaronder zijn twee steengravures te zien met voorstellingen van het koor en de refter te Brugge. Verder kan je nog een dodenberrie bewonderen met de uitleg erop hoe een kapucijn begraven werd en je ziet er ook nog een schilderij met de opgebaarde laatste kapucijn van vóór de Franse Revolutie en een jonge medebroeder, de eerste van na de Franse Revolutie, die bij de overledene de dodenwake houdt.

In twee glazen kasten zijn enkele oude documenten tentoongesteld: Regel en goedgekeurde Constituties met zegel van Rome en van de bisschop van St. Omer (1614), Ceremoniales, Toelatingen om het klooster in Bourbourg te mogen bouwen enz.

De tentoonstelling was open van 24 mei tot 13 juni. Er was altijd bewaking en de bezoekers kwamen niet in grote hoeveelheden, maar als de tentoonstelling open was, was er wel regelmatig iemand, die kwam kijken. De geschiedenis van Bourbourg, met zijn kapucijnenklooster, staat weer in de belangstelling.

A. Desplentere, kapucijn

 

 

 19. INDRUKKEN Assisi-reis van 1-8 september 2011.

Met 22 minderbroeders en 5 kapucijnen uit Vlaanderen hebben we een verdiepingreis gedaan rond de oorspronkelijke franciscaanse plekken in Umbrië. We logeerden in Hotel Franco Antonelli, ongeveer recht tegenover de basiliek in S. Maria del Angeli. Het was elke dag zeer zonnig weer, het eten was prima en we hebben er geslapen als rozen.

Vandaar uit hebben we Assisi zelf bezocht (op 6 km afstand) met de bekende kerken van San Francesco, Santa Chiara, San Rufino en San Stefano. We hadden in ons gezelschap zeer goede gidsen die net iets meer vertelden dan wat een toerist wil horen om er toch iets over te weten. Fresco’s werden grondig uitgelegd, de historie van gebouwen werd nader verklaard en de betekenis ervan om het leven van Franciscus (1181-1226) beter te verstaan kwam duidelijk naar voren. Daardoor hield onze reis het midden tussen een bedevaart en een kunsthistorische rondleiding.

Rond Assisi bezochten we San Damiano, de plaats waar Franciscus de stem hoorde om de kerk die op invallen stond, weer op te bouwen. Nadat hij het eerst letterlijk had gedaan, mocht hij als leider van vele broeders die in zijn voetspoor het evangelie wilden beleven, een spirituele beweging vorm geven tot ‘wederopbouw’ van de middeleeuwse kerk. In de Carceri proefden we de sfeer onder de eerste broeders: een leven in grotten om de geheimen van God te overwegen en ze dan in alle ootmoed en vrijmoedig te preken aan de mensen op de marktpleinen van de Umbrische stadjes.

Ten noorden van Assisi bezochten we La Verna, de berg waar Franciscus tegen het einde van zijn leven de wondetekenen (stigmata) van Christus kreeg ingedrukt in handen, voeten en zijde. Dit werd het ultieme teken van zijn grote Christus-verbondenheid. Daardoor kreeg die verbondenheid een hoogtepunt in een gelijkvormigheid met de lijdende Heer. In de buurt van La Verna ligt een oud camaldulenzenkloostertje, Monte Casale. Franciscus kreeg het en verbleef er vaak. In de 16de eeuw werd het bezit van de kapucijnen. Het is voor hen het enige klooster waar Franciscus heeft gewoond en dat nog stamt uit de tijd van Franciscus. Alle andere ‘franciscaanse’ gebouwen in Umbrië worden nu bewoond door minderbroeders en conventuelen.

In het Rieti-dal bezochten we Greccio waar Franciscus op en zodanige manier kerstmis vierde dat wij er onze kerststal aan te danken hebben. In Fonte Colombo (de duivenbron) schreef Franciscus aan zijn regel die hij ‘levensvorm’ noemde. En in La Foresta maakten wij kennis met een wellicht nieuwe toekomst voor deze zeer stijlvolle oude gebouwen. Want het klooster wordt nu gebruikt als afkickcentrum voor drugsverslaafden.

Voor mij was dit de vijfde keer dat ik in Assisi en omgeving was. Drie indrukken behoud ik van deze reis. Allereerst: dat Franciscus en zijn eerste broeders altijd weer grotten en rotsspleten opzochten om tot levensverdieping te komen, maar meer nog om hun persoonlijke verbondenheid met God intens te beleven. Latere generatie hebben er kapelletjes omheen gebouwd en nog later werden het kloostertjes. Ten tweede: de huidige minderbroeders die al deze plekken proberen in stand te houden, besteden veel aandacht aan een goede opvang voor de pelgrims en maken van hun franciscaanse plek een oord van gastvrijheid en evangelische verkondiging.

Ten derde: in 1997 werd Assisi getroffen door een aardbeving. Assisi wankelde en werd jarenlang staande gehouden door ijzeren stellingen. De mensen logeerden in containers in de vlakte buiten Assisi. De heropbouw heeft Assisi mooier gemaakt. Het is een wondermooie plekje geworden waar de toerist nog wel zijn gading vindt in kraampjes en waar vooral de pelgrim Gods schoonheid mag bewonderen in de vele artistieke werken die de kunstenaars in hun sobere winkels ten toon spreiden. Franciscus was een levenskunstenaar. Assisi nu is een stad van de ‘arte’, van de schoonheid van ons geloof.

Klaas Blijlevens

Uit VOX  Minorum jg. 65, nr. 3, juli - september 2011

 

 

20. Daag, pater Walbert, het ga je goed!

Wie de laatste weken in de zondagsvieringen aanwezig was, zal het al wel weten: pater Walbert krijgt een nieuwe opdracht en verlaat dus binnenkort onze eenheid Kerkebeek. Hij wordt vanaf 1 september verantwoordelijke voor de pastoraal in Watermaal-Bosvoorde en Oudergem, waar hij priester Guido Kayaert opvolgt, die met pensioen gaat. En vermits hij daar een huis ter beschikking krijgt, gaan zijn medebroeders met hem mee. We wensen hem nu reeds het allerbeste toe in zijg' nieuwe parochiegemeenschap.

En nu, bij ons?

We mogen ons gelukkig prijzen! Ook in Kerkebeek is een opvolger aangesteld. De nieuwe medeverantwoordelijke voor het Nederlandstalig pastoraal in de eenheid Kerkebeek is pater Guy Kibete, OMI (ofte pater Oblaat van Maria). Van in 2005 was pater Guy parochieverantwoordelijke in Diest. Samen met enkele confraters kwam hij uit Congo naar België om missiewerk te verrichten in ons land. Gezien het dalende aantal priesters mogen we dus blij zijn met zijn inzet. We willen hem dan ook van harte welkom heten in onze eenheid.

Uit VOX  Minorum jg. 65, nr. 3, juli - september 2011

 

21. De fraterniteit van Schaarbeek verhuist

Onze medebroeder Walbert Defoort kreeg vanuit het bisdom via vicaris Herman Cosyns de vraag of hij de taak wilde aanvaarden om als verantwoordelijke voor de pastorale eenheid Oudergem-Watermaal-Bosvoorde te werken.

Dat was natuurlijk niet ‘zomaar’ een vraag. Want ja-zeggen hield veel consequenties is. De kleine frraterniteit zou met de medebewoners van hun huis, moeten verhuizen naar Watermaal-Bosvoorde. Een voordeel zou wel zijn dat ze daar gratis in de pastorij kunnen wonen terwijl ze nu een aanzienlijke huur moeten betalen.

De vraag werd besproken en Walbert en Gust hebben besloten om op de vraag in te gaan.

Walbert nam op 28 augustus afscheid van de pastorale eenheid waar hij nu werkte en zijn aanstelling zal plaats vinden op zaterdag 3 oktober om 18.00uur in de kerk O.L.Vrouw van Blankendelle, Heldenlaan 32 in Oudergem.

In de tweede helft van september verhuizen Walbert en Gust naar hun nieuw adres:

Terugdrift 71

1170 Watermaal-Bosvoorde 

We melden hierbij ook dat een Poolse medebroeder Tomasz Mantyk die een semester in Leuven komt studeren in het kader van een uitwisselingsprogramma, bij hen zal wonen.

Hij komt aan op 22 september.

Uit VOX  Minorum jg. 65, nr. 3, juli - september 2011

 

 

22.  INTERVIEW MET PATER PROVINCIAAL ADRI GEERTS
Uit HANDDRUK nr. 3 september 2011, van jg 41

 

23. IEDER VOGELTJE ZINGT ZOALS HET GEBEKT IS...

Uit HANDDRUK nr. 3 september 2011, van jg 41

 

24. MUSICAL KAMP VAN HET FIORETTIKOOR

Uit HANDDRUK nr. 3 september 2011, van jg 41

 
 25. Herdenking van pater Ladislas Segers uit Zondereigen

Uit VOX Minorum  jg. 65, nr. 4 oktober-december 2011

Zondag 13 november was de afspraak. Een twintigtal mensen uit Zondereigen hadden zich aangekondigd om de sterfdag te herdenken van onze medebroeder Pater Ladislaus Segers die 50 jaar geleden in Canada overleden is. In plaats van twintig mochten we er meer dan het dubbel verwelkomen, tot grote vreugde van de organisatoren. De organisatie ging uit van de heemkundekring van Zondereigen, met name Herman Janssen, Monique Segers en Hild Segers.

Voor een bezoek aan de kerk en het klooster verzamelden ze eerst in de kerk. Ze hoorden graag de historische achtergrond van de kapucijnen in ’t algemeen en de kapucijnengeschiedenis van Meersel-Dreef waar P. Ladislaus thuis mocht zijn. Vol aandacht luisterden ze naar een stukje franciscaanse geschiedenis. Met een korte rondleiding in de pandgang sloten we af om in de grote refter een voorstelling te bekijken over het leven van P.Ladislaus. Aan de hand van vele foto’s, genomen in Canada op de plaatsten waar hij geleefd en gewerkt heeft, gepaard met de nodige uitleg over zijn leven, konden we toch een mooi beeld vormen van onze confrater, die toch een van de pioniers was in Canada. Op de tafels rondom lagen allerhande geschriften, foto’s en prenten te kijk. Een mooie verzameling.

Ter gelegenheid van deze herdenking had de heemkundekring een herinneringkaart uitgegeven waarop een foto van een glasraam met zijn afbeelding, in de kerk van Blenheim, Canada. Een ander foto met P.Lasislaus op de grote slee, getrokken door twee paarden, geeft een eigen beeld van toen in het koude besneeuwde Canada. Dit beeld is eveneens uitgewerkt in het glasraam in de kerk van Zondereigen. Tenslotte het gedachtenisprentje van zijn overlijden. Hij is zeker een groot missionaris en pionier geweest in Canada. Nu leeft hij nog voort in de familie en bij vele mensen die hem nog gekend hebben in Canada. Onder de aanwezigen bij deze herdenking waren nog drie familieleden voor wie P.Ladislaus de “nonkel pater” was en nog heel wat anderen die ook nog verdere familiebanden hadden.

Op zijn gedachtenis prentje lezen we:

-          Eerwaarde Pater Ladislaus.

-          Geboren te Zondereigen 1890;

-          getreden in de orde van de Minderbroeders-Kapucijnen, 1909;
-          Brancardier in het Belgisch leger 1914-1918;

-         
priestergewijd 1920;
-         
naar Canada vertrokken 1927;

-          overleden zaterdag 19 augustus 1961. Hij Ruste in vrede

 

26. IEPER: NIEUW PLEINTJE VOOR DE KERK - NIEUWE CAPUCIENENSTRAAT

Uit VOX Minorum  jg. 65, nr. 4 oktober-december 2011

Uit het parochieblad 21.09.2011

Pleintje voor de kerk. Het pleintje voor de kerk in de vernieuwde Capucienenstraat beantwoordt helemaal aan de visie van onze kerkgemeenschap.

1. Het pleintje voor de kerk ademt openheid. De kerk staat symbool voor openheid. Geen struiken of muren, niets mag er in de weg staan om mensen bij God en bij elkaar te brengen. Bij de oprichting van de parochie in 1958 had pater Herman reeds van de hele grote omheiningsmuur een klein muurtje en struiken overgehouden. Ook dit alles werd nu weggenomen. Het open pleintje nodigt uit om binnen te treden in een kerk, een open ruimte waar God mensen tegemoet komt en mensen aan God kunnen toevertrouwen wat hen bezig houdt: vreugde en pijn. Binnenkomen in die open ruimte waar heiligen zoals Maria, een H. Antonius, een pater Pio en anderen teken zijn van betrokkenheid op mensen. Een ruimte waar mensen tot rust komen, even op adem komen en krachten opdoen om te leven vanuit de blijde en bevrijdende boodschap van het evangelie.

2. Het pleintje voor de kerk zoals heel de vernieuwde Capucienenstraat staat ook symbool voor ontmoeting. Er staan banken om te rusten, tijd maken voor een babbeltje. De straat en het pleintje helpt ons de onthaasting te beleven. Als kerkgemeenschap willen we elkaar ontmoeten als broer en zus. Bidden christenen niet tot God als Vader? Als we God Vader noemen dan zijn we toch broer en zus voor elkaar. Als kerkgemeenschap hebben we respect en eerbied voor elkaars overtuiging. Vanuit ons geloof en beleefde liefde hopen we met allen te kunnen bouwen aan een gemeenschap waar het heel goed is om samen te wonen. Verscheidene ondernemingen hebben elk met hun eigenheid letterlijk en figuurlijk hun steentje bijgedragen tot de vernieuwing van de straat. Samenwerken doet wonderen. De steentjes voor de kerk werden gelegd door twee Vlamingen en twee Roemenen in een eerste ploeg en door een Roemeen en een Vlaming in de afwerkingfase, als dat geen vorm is van internationale samenwerking. Als wereldkerk mogen we wereldwijd de Blijde Evangelische Boodschap van Jezus uitdragen als bron van vreugde en zin van elk mensenleven.

 

Uit het parochieblad 05.10.2011

 Inhuldiging “Vernieuwde Capucienenstraat” Op die zaterdag 24 sept. was het een heerlijke zomerdag in de herfst. Onder een stralende zon werd om 14 u de straat ingefietst.

Bij de meer dan tweehonderd fietsende kinderen van onze Capucienenschool begeleid door ouders, leerkrachten en directeur was de dankbaarheid om de veilige en mooie straat goed te merken. We danken om hun aanwezigheid en hun waardering voor het geleverde werk: minister Crevits, de burgemeester Luc Dehaene, schepen Jef Verschoore, de andere schepenen, voorzitter van het OCMW, en zeker de politici uit de straat senator Jan Durnez en Dominique Dehaene. Onze dank gaat heel in het bijzonder uit naar alle bewoners en zeker de lokale handelaars voor hun groot geduld tijdens de werken die begonnen zijn in de maand maart 2010. Daniël Vanhaverbeke werd door het gemeentebestuur een geschenk overhandigd voor zijn inzet als vertegenwoordiger van de straat. Hij heeft geen enkele werkvergadering gemist. Ook pater Boni werd bedankt omdat de werfvergaderingen iedere maandag mochten doorgaan in Franciscushuyse. Het spreekgestoelte stond opgesteld bij het pleintje aan de kerk.

Tijdens de toespraken van de burgemeester, pater Boni, schepen Jef Verschoore en minister Crevits werd er veel gedankt. We sluiten ons graag aan bij de lof voor alle firma’s en diensten die het hier zo mooi hebben gemaakt. In naam van de kerkfabriek ook onze dank voor het mooie pleintje voor de kerk en de vlotte samenwerking. Waar mensen eerbied hebben voor elkaars overtuiging en bereidheid om samen te werken aan de welvaart en het welzijn van mensen is het goed om leven.

Na de toespraken was het echt goed om te vertoeven in de vrijgemaakte Capucienenstraat. De kinderen konden hun hartje ophalen in het springkasteel en bij de zoveel andere voorziene spelen. De volwassenen waren zeer talrijk opgekomen en zaten aan de tafeltjes zomaar geplaatst midden in de Capucienenstraat. Bewondering en waardering voor de vernieuwde Capucienenstraat was het hoofdonderwerp van het gesprek. Restaurant “De Vier Koningen”, bakkerij Willemyns, beenhouwerij Kris Declercq en café - snack “De Rallye” hebben dank zij drank en eten de mensen versterkt. Hoe noemen we dat toch weer met christelijke termen: de dorstigen laven en hongerigen spijzigen is een werk van barmhartigheid. Dat hebben ze echt gedaan, bedankt.

Nog dit. Pater Boni was tijdens de inhuldiging gekleed in zijn kapucijnerhabijt. In dit gebaar wilde hij hulde brengen aan alle Kapucijnen die sedert 1923 hier geleefd hebben en het ideaal van Franciscus van Assisi samen met de mensen van ter plaatse hebben waargemaakt. De oorspronkelijk naam van de straat was Posthoornstraat maar sinds het bestaan van het Capucienenklooster noemden de mensen de straat heel spontaan Capucienenstraat. Het schepencollege van Ieper heeft op 6 april 1926 de straatnaam Posthoornstraat officieel veranderd in Capucienenstraat.

Vroeger sprak men van capucienen maar sinds de nieuwe spelling over kapucijnen.

 

27.  PROVINCIAAL KAPITTEL 2012

 

 

   
     
         

  Inhoudelijk:

Van maandag 27.02.2012 tot donderdag 01.03.2012 ging te Ranst in “Hof Zevenbergen” ons driejaarlijks kapittel door onder het voorzitterschap van Peter Rodgers. Het kapittel werd gemodereerd door br. Klaas Blijlevens, br. Jan De Vleeshouwer, kapittelsecretaris, br. Luc Vansina, notulist en br. Jan Geerts leidde het gebed. 

 
     
 
     

Namen aan het kapittel deel:

  1. Peter Rodgers
  2. Clarence Hayat
  3. Paul Paternoster
 
4. Roger Annaert
  5. Frans Wouters
  6. Louis Van Looveren
  7. Norbert Maertens
  8. Hugo Gerard
  9. Jan Geerts
10. Jan Wouters
11. Klaas Blijlevens
12. Gust Koyen
13. Adri Geerts
14. Jan De Vleeshouweer
15. Guido Debree
16. Walbert Defoort
17. Kenny Brack
18. Premyslaw Kryspin 

Tijdens het kapittel mochten we ook de volgende provinciaals verwelkomen:

- Marek Prezczewski, provinciaal van de Poolse provincie Warschau.
- Piet Hein van der Veer, provinciaal van de Nederlandse kapucijnerprovincie.
- Bob Van Laer, provinciaal van de Vlaamse minderbroeders Franciscanen.
- Theo Scholten, Nederlandse Ordesprovincie van de Minderbroeders Conventuelen.

- Jean-Bertin Nadonye Ndongo,vice provinciaal van de generale vice provincie Congo.  

 

 

Br. Marek Prezczewski

 

Br. Piet Hein van der Veer (links op de foto)

Br. Bob Van Laeer

 

     
   

Tolk: zuster Josée Cleymans

   

Tolk: zuster Josée Cleymans, zuster van de Jacht, was de tolk voor Peter Rodgers.

 Het gemeenschappelijk gebed, de broederlijke ontmoeting tijdens de maaltijd, de koffiebreak, en de ontspanning gaven een grote meerwaarde aan het kapittel.  

Het kapittel heeft een drievoudige opdracht.

1. De drie voorbije jaren evalueren.

2. Toekomst gericht denken.

3. Een nieuw bestuur kiezen.

 

I. De drie voorbije jaren evalueren.

Dit gebeurt aan de hand van het bestuursverslag van de provincie, van het verslag van de vice provincie van Pakistan  en van de verslagen van de werkgroepen en raden.  

A. Het bestuursverslag. Broeder Adri bracht het bestuursverslag.

 1. Bij wijze van inleiding plaatse hij het bestuursverslag niet alleen in het kader van een relaas van wat voorbij is maar ook vanuit de situatie van de provincie.

2. Hij schetste op een bijna perfecte globale wijze de individuele broeders.

3. De provinciefraterniteit werd beschreven in volgende onderdelen:

            - de evolutie van de provincie en de huidige toestand.

            - Enkele aspecten van ons leven:

                        * Spiritualiteit en gebed.

                        * Interne communicatie.

                        * Studie en bezinning.

                        * Inleidende vorming

                        * Permanente vorming.

                        * Veelzijdige inzet

* Bekendmaken van ons leven en het doorgeven van de franciscaanse spiritualiteit

                        * Financieel en economisch beleid.

                        * Huizenbeleid.

                        * Internationale solidariteit

                        * Financiële solidariteit in Ordesverband

                        * Relaties met de Orde, de franciscaanse wereld, de Kerk.

4. Prioritaire Thema’s

                        1. Zorgstructuur

                        2. Personele solidariteit

                        3.Meersel-Dreef en de memoriale functie.

4. Andre aspecten van het doorgeven van ons cultureel erfgoed: een bestemming voor ons archief en onze franciscaanse bibliotheek.

B. Het verslag van de Vice provincie Pakistan.  

*. De br. Vice provinciaal Clarence Hayat sprak ondermeer in zijn inleiding een dankwoord uit naar de moeder provincie.

* Statistieken van de vice provincie

* Vormingsprogramma

* Economische zelfstandigheid

* Commissies

* Apostolaat

* Visie en doelstellingen. 

C. De verslagen van de werkgroepen.

 1. Verslag van de Economische raad.

   

2. Verslag van de Franciscaanse Vormingsraad.

3.Verslag van de Werkgroep: “Vrede en Gerechtigheid, heelheid van de schepping.

4.Verslag van de ABC-Commissie

5.Verslag van de werkgroep Pater Pio.

6. Verslag over de werking van de FLO-Vlaanderen

7. Verslag over de werking van de Franciscaanse Levensverdieping.  

II. Toekomstgericht denken.  

Bij het toekomst gericht denken  werd er uitvoerig van gedachten gewisseld over de prioritaire thema’s.  

1. Hoe zien wij de toekomst van onze provincie?  

De grote vraag was: “Blijven we een zelfstandige provincie of sluiten wij aan…en onder welke vorm,"
Het kapittel formuleerde het volgende:

“Het kapittel vraagt aan het nieuwe bestuur dat het enkele broeders aanwijst met de speciale opdracht een rapport te schrijven over de vraag of we een zelfstandige provincie moeten blijven of niet. En zo niet, welke vorm van aansluiting is dan het meest gewenst.”

2. Het doorgeven van de Franciscaanse spiritualiteit.  

Hier kwam de opdracht, de initiatieven van onze stafmedewerkster Tinne Grolus ter sprake.

3. Ons huis te Herentals en de organisatie van de zorg voor onze zorgbehoevende mede broeders vroeg en kreeg veel aandacht. In de twee volgende aanbevelingen  wordt dit heel duidelijk 

    “Het kapittel vraagt aan het nieuwe bestuur om voor Herentals zo spoedig mogelijk te zoeken naar een gemeenschapsleid(st)er
   die met en naast de gardiaan instaat voor het welzijn van de fraterniteit.”
 

      “Het kapittel vraagt aan het nieuwe bestuur, dat het de mogelijkheid onderzoekt om de leegstand in Herentals op te vullen met
   eigen medebroeders en desnoods met andere bewoners.”
 

4. De personele solidariteit en Antwerpen.  

  “Op 15 september 2010 kwamen drie Poolse medebroeders in Antwerpen aan. Rafal Chewdoruk, Marcin Derdziuk en Przemyslaw Krispin). Tot heden ging het grootste gedeelte van hun tijd naar het leren van onze taal. Zij hebben intussen ook kennis gemaakt met onze provincie. Br. Przemek, een van de drie Polen, was ook kapitularis en sprak ook in naam van zijn twee andere medebroeders. Ook de provinciaal Marek Przeczewski van de Poolse provincie Warschau was ook op het kapittel aanwezig. De personele solidariteit kreeg grote aandacht. Het kapittel formuleerde ook een aanbeveling naar het bestuur toe. 

“Het kapittel staat achter het idee om in Antwerpen te komen tot een internationale fraterniteit en vraagt het nieuwe bestuur al het mogelijke te doen om dit te realiseren.  

5. Het memoriaal te Meersel-Dreef.  

Het memoriaal te Meersel-Dreef kreeg ook heel veel aandacht. In een openhartig gesprek werd er veel uitgesproken. Het kan niet beter verwoord worden dan in de aanbeveling van het kapittel. 

“Het kapittel vraagt aan het nieuwe bestuur dat het zorg draagt voor een goede communicatie tussen de medebroeders van Meersel-Dreef die begaan zijn met de pastoraal ter plaatse en de broeders die instaan voor de realisering van het project “’t Memoriaal.”

 

III. Nieuw bestuur.

Op donderdag 1 maart 2012 werd het nieuwe bestuur gekozen.  

De namen.

Br.  Hugo Gerard Vicaris-provinciaal
Br.  Gust Koyen Minister provinciaal
Br.  Kenny Brack 2° definitor
Br. Jan Wouters  3° definitor
Br. Jan Geerts    4°definitor.

   
         
       

     FOTOREPORTAGE                                              

 
Broederlijke ontmoeting
a) bij de koffiebreak
   
         
   
         
   
         
   
         
   
         
   
         
   
         
   
         
b) Bij de maaltijd        
   
         
   
 
2) Kapittelsessies
   
         
   
         
   
         
   
         
   
         
   
         
3) Gebed        
   
         
   
Overgenomen uit Handdruk nr. 2, jg. 42, juni 2012

 

28. FRANCISCUS, CLARA EN TINNE: FRANCISCAANSE SPIRITUALITEIT VANDAAG!

Overgenomen uit Handdruk jg. 42 nr. 1 maart 2012

   
   
   

29. PIETER, ALEXANDER EN br. KENNY BEREIDDEN JONGERENTOCHT VOOR TE ASSISI EN OMSTREKEN.

Overgenomen uit Handdruk jg. 42 nr. 1 maart 2012

 
30. Interview jan Geerts

Overgenomen uit Handdruk jg. 42 nr. 1 maart 2012

 
 
 
 31. Uit de annalen van de kapucijnen:EEN KAPUCIJN BIERBROUWER.

Overgenomen uit Handdruk jg. 42 nr. 1 maart 2012

 
 
 
32.  JUBILEUMVIERING Br. LUC VANSINA

 

Uit Vox Minorum,  Jaargang 66, nr. 1   januari - maart 2012

 

 

 

 

Op zondag 8 januari om 14.00 uur viert broeder Luc Vansina in zijn vroegere parochiekerk te Kortenaken zijn 25-ja­rig jubileum als kapucijn, en zijn 20 jaar werken in Congo. Naar aanleiding hiervan werd Item volgend interview afgenomen.

Op 8 januari vier je jubileum. Maar je noemde liet ook al eens hernieuwing van gelofte graag een woordje uitleg.

Na 25 jaar is goed om even halt te houden en terug te blikken op een belangrijke periode in je leven. Indien deze periode niet belangrijk was, zou je er niet hij stilstaan! Stilstaan en dankbaar mijmeren bij al die mensen die je in die jaren hebt mogen ontmoeten. Mensen waarmee je een stuk op weg bent geweest en die je ook richting hebben gegeven. Ook stil mijmeren en denken aan alle geliefden die er niet meer zijn. Dankbaar terugdenken aan hun liefde en vriendschap! Soms doet dat ook pijn!

Terugdenken ook aan de moeilijke periodes en werkomstandigheden en daarop aansluitende diepe werkvreugde en zelfs bekomen resultaten.

Het stil mijmeren naar dat roepingsgevoel dat ondertussen door lief en leed er totaal anders uitziet en soms een kille leegte nalaat! Het is tevens een stil mijmeren en verlangen om dit gevoel levendig te houden door elke dag een dag verder te gaan.

Ja, het is veel terugblikken en na­denken maar het is ook hopen en energie verzamelen voor een nieu­we toekomst waarvan ik zeker ben dat deze niet eenvoudig is maar zeker even mooi!

Deze viering houden we in de parochie Sint-Amor van Kortenaken. Waarom eigenlijk?

Daar hen ik als kind opgegroeid. Ik liep er een paar jaar lager onderwijs, deed er mijn Eerste Communie, volgde er vormselcatechese en werd er gevormd.

Maar het is ook de parochie waar ik gepassioneerd heb geluisterd naar twee missionarissen, namelijk zuster Alfonsine Stiers en zuster Jeanne Devos. Wanneer zij kwamen spreken in cle kerk was het stil. Ik voelde me aangesproken door deze verhalen. Toen heb ik voor het eerst gedacht: "Waarom zou ik niet naar de ontwikkelings­landen gaan?"

En het is ook de parochie waar wij Anneke, Willy en mijn ouders begraven hebben. Lief en leed hebben we gedeeld. Mijn zussen huwden in deze kerk zoals verschillende andere vrienden en kennissen. Het is de parochie waar ik het enthousiasme van erepastoor Jan Berghmans niet zal vergeten. Zijn missen en liederen werden gebracht met een overtuigend enthousiasme je zou het nu niet zeggen, maar ik heb nog gezongen in het zangkoor o.l.v. Anny Schepers! Allemaal mooie herinneringen! Ik stond hier twintig jaar geleden op de dag van mijn eerste vertrek naar Congo. Twintig jaar later wil ik iedereen danken voor alles en hopen dat ik mij kan blijven thuisvoelen in deze parochie!

Congo is een land in evolutie. Zijn er verkiezingen? Wat staat er op het spel?

Ja, deze dagen zijn spannend omdat er meer onzekerheid is dan ze­kerheid. Dan denk ik speciaal aan de Congolezen zélf en aan allen die op de ene of andere manier met Congo te maken hebben. Er staat veel op het spel! Toch wil ik beginnen met een zeer positieve noot i.v.m. deze verkiezingen: pas de tweede keer na de onafhankelijkheid dat Congo met als hoofdstad Kinshasa vrije verkiezingen kent. De verkiezingen hebben plaats ge­vonden! Iedere Congolees die kon stemmen heeft kunnen stemmen, op een paar uitzonderingen na. Iedere Congolees wou zijn individuele stem uitbrengen en heeft dit dan ook gedaan

Ondanks de soms grote administratieve tekortkomingen van de verkiezingen en de hevige typische Congolese verbale reacties zijn de verkiezingen zeer goed verlopen. Toch is de toekomst zeer onzeker want blijkbaar is macht sterker dan de dienstbaarheid! Gelijk wie er president zal zijn, het zal er op aankomen dat deze de zorgen van de bevolking weet te begrijpen en te dragen.

Dat het geen president is die al leen maar het land leegzuigt en de gewone mens in zijn ellendige armoede laat steken.

Armoede is een wereldwijd fenomeen. Ervaar je nu minlier' of meer armoede dan vroeger'

Armen zullen er altijd zijn. Maar dat mensen armer worden door een economisch systeem is een drama dat ons tot nadenken moet stemmen: we moeten doorzien welk economisch systeem de armen nog armer maakt.

Daarvan zijn de gevaarlijke luchtbeloftes van ons banksysteem een duidelijk voorbeeld. Ik denk dat de nadruk moet gelegd worden op het werken en eerlijke handel. Niet op loze beloftes en met wind rijk worden, want dan gebeurt dit ten nadele van de armen, overal ter wereld. Armoede bestrijden is ook armen een stem geven en mens laten zijn in een zeer specifieke situatie als Congo. Ik denk dat er nog werk aan de winkel is en voor meer dan 25 jaar!

Wat betekent de figuur van Franciscus voor jou?

Franciscus is als een rode draad die permanent en resoluut voor de arme en gekwetste mensen kiest. Iedere mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.

Maar hij vraagt ook respect te hebben voor de natuur. En dat begint met onszelf, zodat wij tevens respect kunnen hebben voor anderen.

En door naar anderen te kijken en ons ontvankelijk op te stellen, krijgen we ook zelfrespect. Dan zijn we dankbaar voor wat we mo­gen ontvangen. Franciscus is een man die telkens naar Jezus en naar God verwijst, naar de Allerhoog­ste! Soms is Franciscus op zoek naar mensen die dit ideaal willen uitdragen, ook al is het niet altijd even eenvoudig of even duidelijk.

Wat is missie voor jou?Wat kan het voor ons westerlingen betekenen?

Missie is het steeds onderweg zijn. Missie is geen vaste woonplaats of definitief verblijf hebben. Missie is uitdagingen aandurven en kijken naar een toekomst voor mensen. Missie is durven getuigen van God, die liefde is. Of dit nu in Europa of Afrika is, missie is een opdracht, een levenshouding met een professionele benadering en steeds streven naar kwaliteit voor de mens en de natuur!

Ik ben meer dan aangenaam ver­rast dat er een gemeentelijke raad van ontwikkelingssamenwerking is in de verschillende gemeenten. Het is geen clubje dat kan genie­ten van de romantische tropenzon met zijn wuivende palmbomen. Het is een orgaan, een raad die durft, of zou moeten durven kij­ken naar de evoluerende wereld en de migratie van culturen. Of je daar nu tegen of niet tegen bent, deze evolutie kan je niet stoppen! Dit wil niet zeggen dat je je eigen cultuur moet verloochenen, zeker niet! Het is zelfs durven respect vragen voor je eigen cultuur. Maar misschien is het ook aandurven om enerzijds aan andere culturen te vertellen hoe ze frieten kunnen maken maar anderzijds luisteren hoe zij hun nationaal gerecht bereiden.

Deze raad heeft de zware taak om culturen elkaar te leren respecteren en ze (lichter hij elkaar te brengen! Geen makkelijke opdracht, maar meer dan de moeite waard! Proficiat voor Kortenaken! Jullie hebben een stevige opdracht 

 
33. ONTMOETINGSDAG TE VAALBEEK

Op 28 mei kwamen de Clarissen, de Minderbroeders Franciscanen, de Minderbroeders Kapucijnen en conventuelen samen in Vaalbeek voor een grote ontmoetingsdag.

Dit was ter gelegenheid van het gedenken dat de Heilige Clara 800 jaar geleden de stap gezet heeft om Franciscus van Assisi na te volgen. Franciscus leefde als boeteling in armoede, in navolging van Jezus Christus. Zijn levensvorm was: het evangelie van de Heer Jezus Christus onderhouden. Hij deed dit op bijzondere wijze en Clara was hierdoor geraakt. Ze was zó geraakt, dat ze met Franciscus mee wilde doen. Clara, die dame van adel, zette haar rijkeluisleven opzij, verliet het ouderlijk huis en sloot zich aan bij Franciscus en zijn broeders.
Uiteindelijk kregen de zusters (want na Clara volgden er meer vrouwen) hun plek in het arme kloostertje van San Damiano. 

Wij hebben genoten van een bijzonder goed optreden van het zangkoor “De Schalmei” uit Sint-Truiden. En eveneens van een eucharistieviering, voorgegaan door broeder Walter Verhelst die een diepgaande homilie uitsprak.

Zoals jullie kunt zien op de fotoreportage was het een hartelijke en gemoedelijke ontmoeting tussen broeders en zusters in de geest van Franciscus.

   
         
   
         
   
         
 

   
         

34. MET EEN DANKBAAR HART

Overgenomen uit Handdruk nr. 2, jg. 42, juni 2012

35.  FEEST ADRI IN BRUGGE

Overgenomen uit Handdruk nr. 2, jg. 42, juni 2012

36.  VORMSELPERIODE

Overgenomen uit Handdruk nr. 2, jg. 42, juni 2012

37. TAU, FRANCISCAANSE SPIRITUALITEIT VANDAAG

Overgenomen uit Handdruk nr. 2, jg. 42, juni 2012

 

 
38. FEEST VOOR PATER ADRI GEERTS TE BRUGGE BOEVERIE

Overgenomen uit VOX Minorum, nr. 2 juli 2012.

Onze medebroeder Adri Geerts is al 10 jaar proost van het Fiorettikoor in Brug-ge. Hij is dit jaar 50 jaar kapucijn en werd op zaterdag 28 april 70 jaar. Dat zijn voldoende redenen om een groots feest te organiseren op zijn verjaardag, het-geen Hilde heeft gedaan. Vele vrien-den van Adri werden uitgenodigd, uit de Kempen (zijn eigen familie), Antwerpen en de Westhoek.

Het begon met een eucharistieviering met liede-ren die Adri graag hoorde. Ingeborg zong enkele liederen, waaronder het Make me a channel, vredeslied van Franciscus en een prachtig Maria-lied dat ze zelf heeft geschreven. Voorgangers waren: Klaas Blijlevens, Jan Geerts, Guido Debree en Jan De Vleeshouwer als plaatsvervanger voor onze provinciaal Gust Koyen.

Hilde die de volledige viering in elkaar gestoken had, gebruikte als thema het sprookje van de kikker die veranderde in een prins met een kroon. Adri is de grote prins van het Fiorettikoor met drie kronen, uitdrukking van zijn koninklijke kwaliteiten als proost. Hilde verduidelijkte deze kwaliteiten van dienstbaarheid, verbondenheid met Franciscus en de schepping en toegewijde inzet op een speelse manier in het woord van duiding na het evangelie uit Johannes (10,14-18) over de Herder zoals Jezus zich noemt. Ze sloot af met een gebed vanuit het hart, waarin ze God dankte om zo’n herderlijke proost en Zijn zegen vroeg opdat hij nog jarenlang in dienst-baarheid, actief, enthousiast en met veel toegewijde inzet voluit zou leven in de vijver van dit zingend Fiorettikoor en op die manier Franciscus tot bij hen voelbaar bleef maken.

Voor het slot van deze feestdag verzamelden wij ons in de kerk, waar het Fiorettikoor nog enkele nummers ten beste gaf: een fris, speels lied door de kinderen schitterend gebracht en een lied van de ouders, verkleed als kapucijn of zuster, die op de wijze van ‘Dominique’ hul-de brachten aan de jubilaris.

Adri kreeg een prachtige album vol wensen, gedichten, brieven, schilderijtjes en foto’s over-handigd, mocht kleine kikkers uitdelen aan de genodigden en werd tot slot, samen met alle genodigden, getrakteerd op een heerlijk ijsje van de ‘crème-karre’, genaamd ‘de Zwarte koe’ die tot voor de kerkdeur was gereden. In zijn dankwoordje bracht Adri terecht extra hulde aan Hilde en het ganse Fiorettikoor die deze jubelviering na maanden van voorbereiding tot een echt feest hadden uitgewerkt.

 Klaas die aansloot op de evangelietekst, belichtte Adri als een echte herder in al die jaren dat Adri in onze broederschap een verantwoordelijke functie had als gardiaan, vormingslei-der en provinciaal. Een goede herder kan luisteren met open oren, invoelen met een meele-vend hart en woorden spreken die verhelderend zijn en bemoedigen. ‘Jij, Adri, was en bent in het voetspoor van de ene ware Herder Jezus, in ons midden steeds een levensnabije me-debroeder en daarom vieren wij feest, een feest van vreugde en dankbaarheid.’

Daarna was het receptie met ge-varieerde hapjes in de pandgang van het klooster die eigenlijk te smal was voor zoveel genodig-den. Maar het dicht bij elkaar zijn verhoogde de gezelligheid. Na een uurtje werden allen genodigd in de refter die daags voordien bijzonder mooi versierd was en nu het karakter kreeg van een intieme feestzaal. Het menu was een-voudig franciscaans: verse pannenkoeken, volgens de beste kookboeken door de meest handige moeders van het Fiorettikoor gebakken in de nieuwe keuken van het klooster. 

 
     
 
39. KAPUCIJNEN HOUDEN OPRUIMING

Overgenomen uit VOX Minorum, nr. 2 juli 2012.

Inboedel uit leegstaande kloosters zoekt eigenaars

In de tuin en de kloostergangen van het kapucijnenklooster tussen de ltatalei en de Ossenmarkt wordt volgend weekend een grote kunstverkoop georganiseerd. Van schilderijen tot beelden, gravures, meubelen en servies.

Alle kunstvoorwerpen zijn ondertussen geprijsd. Voor bedragen tussen de 1-en 25.000 eu-ro worden de schilderijen en andere objecten verkocht. In de vroegere, gangen van het klooster worden de schilderijen opgesteld, in de tuin aan de Italiëlei komt de rest te staan.

Om misverstanden te voorkomen: het kapucijnenklooster op de Ossenmarkt blijft gewoon bestaan.

Sterker nog, de paters hebben grootse plannen voor een internationaal huis Omdat er in Vlaanderen al jaren geen nieuwe paters meer toetreden, zijn er op de Ossenmarkt twee Poolse paters bijgekomen. "In Polen zijn de kloosters vol, hier hebben we nog plaatsen. Ze hebben Nederlands geleerd en ze hebben hier ook contacten met de Poolse gemeenschap", vertelt Guido Debree."We hopen dat erin de toekomst ook kapucijnen uit andere landen willen toetreden, zoals India bijvoorbeeld."

Toen Guido Debree in 1962 toetrad tot de orde,waren er450 kapucijnen. Ondertussen zijn het er amper vijftig. Van de veertien kloosters zijn er nog vier actief, waaronder dat op de Ossenmarkt. "Wij verzamelen hier de spullen uit de kloosters die verdwijnen. Ondertussen hebben we een kamer vol beelden en andere voorwerpen. Wij kunnen die niet allemaal bewaren. Vorig jaar hebben we voor hebben wij voor het eerst een kunstverkoop gedaan. Dat was een succes. Daarom doen wij dat dit jaar opnieuw. Sommige beelden zijn heel  zwaar. Nu kunnen wij die nog verplaatsen. Over vijf jaar misschien niet meer."

De opbrengst wordt gebruikt voor het onderhoud van de kloosters, renovatie van kunst-voorwerpen en de zorg voor de oudere broeders.

MAAIKE FLOOR


Pater Guido Debree

Gazet van Antwerpen 12 - 13 mei 2012

40. PATER KENNY BRACK WIL VREDESWANDELING

Overgenomen uit VOX Minorum, nr. 2 juli 2012.

`Wandeling én kunstwerk"

WESTOUTER- In navolging van de vele initiatieven rond de herdenking van de Eerste We-reldoorlog wil pastoor Kenny Brack een vredeswandeling laten starten in Westouter. Verder wil hij in Westouter ook een beeld laten plaatsen van Sint-Franciscus van Assisi.

Of dat beeld er ook komt, is zeer de vraag. Ook het gemeentebestuur van Heuvelland plant immers een kunstwerk in Westouter, dan wel op de heringerichte Neermarkt. Er zijn daar-omtrent reeds contacten gelegd met de kunstenaar Godfried Vervisch. De cultuurraad van Heuvelland adviseerde inmiddels het gemeentebestuur om een bestaand brons sculptuur van de kunstenaar aan te kopen en dit te plaatsen op het voorpleintje van OC Utendoale en dus niet op de Neermarkt.

Levensweg

Pater Kenny Brack wil dan weer een beeldje voor zijn pastorie waar ook de vredeswandeling vanaf 2013 zal passeren. "Het beeld van Franciscus zou verwijzen naar zijn visie over het milieu. Franciscus schreef aan het einde van zijn leven een lofzang op de natuur, het Zonnelied. Hierin bezingt hij 'de dingen van de hemel', 'de dingen van de aarde, de levensweg van de mens. We weten ondertussen wat de mens met de na-tuur -deed in de oorlogsjaren", aldus Kenny Brack. "Met de wandeling willen we langsheen de vele natuurgebie-den tussen Loker en Westouter aandacht vragen voor de vrede van de schepping." Voor het uitwerken van de vre-deswandeling krijgt pater Kenny de medewerking van Pax Christi en van het Centrum voor Vredesethiek. "Over het uitgeven in boekvorm van de wan-deling zijn onderhandelingen opgestart met de toeristische dienst van Heuvelland." De wan-deling zou een 15 km lang zijn. MDN)

 

41. BISSCHOP LIESEN BEZOEKT MEERSEL-DREEF

Overgenomen uit VOX Minorum, nr. 2 juli 2012.

Geplaatst door onze redactie op dinsdag.29 mei 2012 om I 0:20” t Bron: Bisdom Breda)

BREDA (RKnieuws. net) - Bisschop Liesen celebreerde afgelopen vrijdag de eucha-ristieviering in Meersel-Dreef voor de Zeeuwse afdeling van de Katholieke Bond van Ou-deren. Het was een zonovergoten middag zodat de eucharistieviering gevierd kon wor-den bij de Mariagrot in het Mariapark tegenover het kapucijnerklooster.

Elk jaar, in de maand mei, gaan de ouderen op bedevaart naar een plaats waar Maria vereerd wordt. Nu al voor de derde keer naar Meersel-Dreef "Tot voor enkele jaren geleden gingen we naar het Vlaamse Lourdes, naar Oostakker in de omgeving van Gent maar sinds enkele jaren naar MeerselDreef" vertelt Wim Jansen, de voorzitter van de KBO-Middelburg.

"Het is voor ons een echte dagbedevaart. We vertrokken al in de ochtend. De groep uit Zeeuws-Vlaanderen kwam via Antwerpen en wij, de groep van de eilanden reisden via Breda. Rond 12.00 uur kwamen we aan en genoten van een heerlijke koffiemaaltijd. Daarna volgde de Maria-Ommegang en daarna de eucharistieviering. Na de mis baden we samen de kruisweg en dronken we nog een kop koffie met een appelflap."

'in de preek stond de bisschop stil bij de liefde van God voor ons. Hij belichtte de plaats van Maria in deze relatie. Het geheel vond plaats in een warme, hartelijke en ook devote sfeer," zegt Jansen. 'De bisschop is na de eucharistieviering gebleven en bad met ons de kruisweg." Onder de koffie met appelflap kon iedereen persoonlijk kennis met de bisschop maken. 'De bedevaart is goed bevallen," aldus Jansen, "en voor herhaling vatbaar."

Meersel-Dreef wordt ook wel het Lourdes van de Noorderkempen genoemd. De oorsprong van de communiteit ligt kort na de tachtigjarige oorlog. De Baronie van Breda behoorde na de Vrede van Munster in 1648 bij de Republiek der zeven Verenigde Nederlanden. Het katholieke geloof kon niet meer in vrijheid beleefd worden. Paters en priesters moesten het gebied verla-ten.

Nu waren in Breda al sinds 1625 de kapucijnen actief Zij waren in korte tijd zeer geliefd geworden als predikanten en zielzorgers. De bevolking van Breda wilde hen niet missen Enige vooraan-staande Bredanaars konden net over de grens een stuk land kopen om daar een kapucijnerk-looster te bouwen. Vanaf dat moment bevinden de kapucijnen zich, met enkele onderbrekin-gen, in Meersel-Dreef.

Het Mariapark

In het bos aan de overzijde van het klooster werd Maria vurig vereerd. In 1882 bouwde men daar een Lourdesgrotje. Op 11 december 1894 vertrok de kapucijn Baptist van Rutten, geboortig uit Meerle naar India voor een visitatiereis. Op de Middellandse Zee belandde hij in een hevige storm Hij beloofde Maria, wanneer hij veilig in India aan zou komen daar een Mariagrot te bouwen. Van Rutten overleefde de storm. Door tegenstand van de lokale bevolking kon de Mariagrot niet in India gerealiseerd worden

Op 11 mei 1895 keerde Van Rutten veilig in Meersel-Dreef terug. Zijn plan werd enthousi-ast ontvangen. Vanaf dat moment verrees er een grotere Lourdesgrot annex Mariapark met een kruisweg, afbeeldingen van de mysteries van de rozenkrans, de zeven smarten van Maria en beelden van verschillende heiligen. Sinds zijn zaligverklaring in 1998 wordt Pater Pio daar bijzonder vereerd.

 

42. BISSSCHOP JOHAN BONNY OP BEZOEK IN DE FRATERNITEIT TE ANTWERPEN

Overgenomen uit VOX Minorum, nr. 2 juli 2012.

Bisschop Johan bezocht voor de tweede maal onze fraterniteit aan de Antwerpse Ossenmarkt. Bescheiden als de bisschop was kwam hij heel gewoon binnen via de achterdeur…

We baden samen de vespers in onze ge-bedsruimte en gingen daarna aan tafel. Zoals je op de foto’s kan zien had Luc zijn uiterste best gedaan om er een aangena-me, lekkere en tevens een ‘ludieke’ koude schotel van te maken.

Net direct zichtbaar voor de foto’s maar …. Op het uiteindelijke buffet had Stan er maar niet beter op gevonden dan het geheel nog meer op te fleuren door aller-lei vlaggen van verschillende landen in de tomaten en eieren neer te planten, want…. Uiteindelijk zou het gesprek na-dien toch gaan over ‘de internationale fraterniteit’ in de metropool Antwer-pen… Goed gezien van Stan! De maaltijd werd biddend af-gesloten door de bisschop, die Gods zegen vroeg over onze gemeenschap en over al haar intenties. Daarna gingen Gust, Luc, Rafal, Marcin, Stan, Ka-miel en Kenny met bisschop Johan naar de oude definitie-kamer op het eerste verdiep van ons provincialaat om in alle rust een babbeltje te slaan over wat de toekomst ons zou kunnen brengen.

Om de spanning er nog even in te houden willen we met deze verslaggeving niet te gedetailleerd te werk gaan, maar… toen bisschop Johan huiswaarts ging, bleven zijn eerder genoemde gesprekspartners met een super tevreden gevoel nakaarten. Hoe dat komt? Omdat we heel eenvoudig de indruk had-den dat we alleen al als gemeenschap een enorm grote rol kunnen spelen in het opvangen van mensen met geloofsvragen en verwachtingen. Dat we eveneens het gevoel hadden dat bisschop Johan overal openingen wil maken om ons Franciscaans charisma tot volle tooi te doen komen in Antwerpen. We traceerden tevens in het gesprek een grote bereidheid en engagement om in Antwerpen met iets totaal nieuws te starten… een pastorale aanpak die echt zal en kunnen aansluiten bij de vragen van deze tijd. Op de plaats waar ooit de kapucij-nen eens met al hun Franciscaanse trekpaarden iets hebben opgestart, wel, op die plaats en ook waar ze nu wonen…. Zou je graag weten wat we daar gaan doen? Wel, dan hou je de volgende VOX maar goed in de gaten, dan vertellen we jullie daarover veel meer…..

Alle goeds!

Kenny

 
     

43. KAPUCIJNENKLOOSTER GAAT ONDER DE SLOOPHAMER

Overgenomen uit VOX Minorum, nr. 2 juli 2012.

Overgenomen uit het Nieuwsblad van zaterdag 9 juni 2012

Leegstaande gebouwen maken plaats voor serviceflats

Slechts een kleine opening in de voor het overige beschermde gevel van de Pa-ters-Kapucijnen wijst op de sloopwerken die er momenteel bezig zijn. In de plaats komen (service)flats. Pater Dominiek volgt de werken op de voet.

FRANK MEURISSE

IZEGEM 'Sinds het begin van de afbraakwerken beschik ik over een digitaal fototoestel. Hiermee maak ik dagelijks op-names van de vordering van de sloop', vertelt Pater Dominiek. Hij woont momenteel in de Roeselaarsestraat naast de intus-sen ook gesloopte boerenpoort. In de jaren zestig verbleef hij echter op het patersdomein. Na jaren in het buitenland te hebben vertoefd, nam hij in de jaren tachtig opnieuw zijn intrek in de gebouwen. 'Nu zijn we nog met drie paters. Allemaal wo-nen we rond de site', zegt hij.

Een emotionele band met de gebouwen heeft de pater niet. `Daarvoor woonde ik op te veel locaties. Bovendien stonden de gebouwen hier toch leeg', vertelt hij, terwijl hij een half ge-sloopt kamertje aanwijst waar hij nog verbleven heeft. Op de vrijgekomen ruimte - de kerk en het deel aan de straatkant worden niet gesloopt - bouwt De Druivelaar (service)flats.

Opgericht in 1900

Pater Dominiek stak al heel wat werk in een historiek van het Kapucijnenklooster in Izegem. Hij verrichte heel wat opzoe-kingswerk, dat tot een lijvig naslagwerk leidde. Ook de foto's die hij neemt, intussen al een duizend-tal, zullen van pas komen. 'Ik ben van plan er een soort presentatie van te maken', zegt hij.

Het patersdomein heeft al een hele geschiedenis achter de rug. Het klooster werd opgericht in 1900, naar de plan nen van twee medebroeders. `In 1901 werd de nieuwe kloostergemeenschap samengesteld en kwamen de eerste. negen paters en een dertigtal fratertheologen uit Brugge naar Izegem', zocht pater Dominiek op. Zelf beschikt hij over een stuk van een houten balk met de in-scriptie 1901. `Een stuk dat de slopers me hebben overhandigd, verduidelijkt hij. 

Te koop

Sinds eind de jaren zestig ging het bergaf met de gebouwen van het Kapucijnenklooster. Toen de laatste theologie-studenten vertrokken naar het CKS in Leuven, kwam het seminarie leeg te staan. Er daagden geen kandidaat-kopers op. Eind 1983 werd een verblijf ingericht voor bejaarde paters en demente lekenbejaarden, en werd ook het centrum De Harp voor Franciskaanse spiritualiteit in het leven geroepen. Eind 2002 werd dit stopgezet. In 2008 verlieten de laatste drie paters het domein en kwam het geheel weer te koop te staan.

Op de locatie die nu gesloopt wordt, komen de serviceflats. De tuin van het domein is intussen openbaar park geworden en de naastgelegen boerderij werd opgekocht door het OCMW, die er onder meer voedselbank De Stamper in onderbracht.

 

44. UIT VERVLOGEN TIJDEN

Overgenomen uit VOX Minorum, nr. 2 juli 2012.

Kunstwerken van de Poolse kapucijn Stanislas Klawitter in Herentals*

door dr. E. Persoons

het oorspronkelijk is gepubliceerd in: Jaarboek van Herentals, 20(2010).

Met toelating van de schrijver overgenomen

In 2005 verkochten de kapucijnen hun Leuvense klooster De oute kartuizerij’ aan de Univer-siteit; het Franciscusbeeld dat voor de ingang van het klooster stond, brachten ze over naar Herentals, waar het geplaatst werd voor de kloosteringang (afb. 1). Dit beeld, ‘Franciscus met het lam , werd ontworpen door de Poolse kapucijn Efrem-Maria van Kcynia. Het Heren-talse klooster heeft nog een paar andere kunstwerken van deze kunstenaar.

Stanislas Klawitter werd geboren in Kcynia nabij Poznam (toen in Pruisen gelegen) op 6 april 1894 en stierf te Warschau op 4 december 1970. Van 1911 tot 1914 studeerde hij aan de Kunstacademie in Berlijn en in de kunstschool van de abdij van Beuron. In 1914 werd hij ge-mobiliseerd in het Pruisische leger. Hij nam als artillerist in Noord-Frankrijk deel aan de Eer-ste Wereldoorlog. Wegens ongehoorzaamheid werd hij opgesloten in de gevangenis van Wroclaw (Breslau), waar hij de Belgische kapucijn Efrem Facon (van Sint-Jans-Molenbeek) leerde kennen, die als politieke gevangene in Duitsland opgesloten was. Onder diens invloed trad hij in bij de Poolse kapucijnen op 12 juli 1920. Als kloosternaam kreeg hij Efrem-Maria. In 1922 ging hij over naar de Belgische provincie. Hij studeerde theologie in het klooster te Izegem. Op 4 oktober 19i- hij door kardinaal Mercier tot priester gewijd in diens private ka-pel te Mechelen. Daarna verbleef hij in de kloosters te Verviers (1926) en te Herentals (1927). In 1928 verbleef hij in Italië, waar hij op verzoek van de Generaal de nieuwe uitgave van het kapucijns brevier illustreert. In oktober 1928 was hij opnieuw in België. Hij ontwierp toen nog beelden van kardinaal Mercier, onder meer het beeld aan het ^ Instituut voor Filo-sofie te Leuven, dat gegoten werd in wereldtentoonstelling te Chicago in 1932 stelde hij in het Belgisch paviljoen zijn ontwerp van het mausoleum van kardinaal Mercier voor. Tot 1937 verbleef hij meestal in Italië en enige tijd ook in Polen (19341935)- Van 1939 tot 1945 woon-de hij in Barcelona en van 1945 tot 1946 in Rome. Daarna was hij weer enkele jaren in België (Bergen/Mons) om vervolgens terug in Rome te gaan wonen. Later keerde hij nog eens voor enkele jaren terug naar België (Herentals, Ciney, Meersel, Lommel); hij verbleef toen ook drie jaar als patiënt in de psychiatrische instelling te Sleidinge (1962-1965). Op 21 juni 1965 keerde hij met een diplomatiek paspoort terug naar Polen, waar hij - zoals gezegd - in 1970 overleed.

Pater Efrem-Maria was een veelzijdige kunstenaar, die verschillende soorten kunstwerken realiseerde. Die worden vooral in Italië (o.a. in het jyluseo francescano te Rome), Polen, Spanje en België bewaard. In zijn In memoriam in Vox minorum is een voorlopige lijst van zijn kunstwerken verschenen. De auteur ervan, Placidus van Borgerhout, maakte een onder-scheid tussen: 1. Bronswerken en monumenten; 2. Grafiek en tekeningen; 3. Glasramen; 4. Schilderwerken (aquarellen, fresco’s, portretten, tableaus, landschappen). Voor de postze-gelverzamelaars nog dit: Efrem-Maria tekende ook twee types van de herdenkingsreeks kar-dinaal Mercier (zie Yvert-Tellier, 346-349).

1. Het Herentalse kapucijnenklooster heeft drie be-langrijke kunstwerken van Efrem-Maria: het beeld ‘Franciscus met het lam’, ontworpen door Efrem-Maria, geboetseerd door Ant. Jorissen en gegoten door de Brusselse gieterij Verbeyst. Het werd te Leuven ingehuldigd in aanwezigheid van Efrem- Maria op 8 augustus 1926;'

_ het portret van Gummarus Michiels, geschilderd in Herentals in 1956 ’ (afb. 2);

_ portret van Valerius Claes, geschilderd in Herentals in 1956 (afb. 3). Efrem-Maria maakte tijdens zijn eerste verblijf in Herentals ook het portret in roodkrijttekening van pater Pacifi-cus van Wildert (Jacobus van Loon).2

* Met dank aan pater Kamiel Teuns, die ons zijn biografie van pater Efrem-Maiia aicjljvaris ook zijn documentatie. Zie verder ook de aantekeningen van de hand van pa Placidus van Bor-gerhout (A.C.B., VI 71).

Bibliografie

Er bestaat een goed artikel over Efrem-Maria in het Nederlands: ‘In memoriam P. Stanislas Klawitter (Efrem-Maria)’, in Vox minorum, 25 (1971), blz. 111-115.

Over zijn beeldhouwwerken raadplege men best: K. Engelen en M. j Vlarx, La sculpture en Belgique a partir de 1830, 4, Leuven, 2006, blz. 2152-2153 (met afbeeldingen); zie ook het artikel over Jorissen op blz. 2099.

gr zijn talrijke publicaties over hem in het Pools gepubliceerd; men vindt ze vermeld in: J.L. Gadacz, Lexicon capuccinorum Polonorum, \ Wroclaw, 1985, blz. 559-566 (vermeldt 135 kunstwerken); J. Dachniewski, Klawitter, Stanislaw, in Katolicka, 9, (2006), kol. 89-90. Cata-logen aanwezig in Belgische bibliotheken: J. Kasprowicz en P. Prusak, Stanislaw Klawitter o Efrem Maria a Kcynia kapucyn, 1989; J. Kasprowicz, Stanislaw Klawitter o Efrem Maria a Kcynia, kapucyn jnalarstwo-rzezba Kcynia, Maj 1989 (vermeldt 144 kunstwerken). 77

 AANTEKENINGEN

1. Sedert 1920 was Efrem van Sint-Jans-Molenbeek gardiaan van het Leuvense klooster, dat toen nog gevestigd was in de Schapenstraat. Tijdens zijn gardianaat werd de oude kartuizerij hersteld en op 1 december 1921 in gebruik genomen. Hij liet daar ook het park met de Lour-des-groep en de kruisweg aanleggen en zorgde ervoor dat Efrem-Maria zijn Franciscusbeeld maakte. Zie: ‘In Memoriam E.P. Ephrem van St Jans Molenbeek’, in Vox minorum, 4, (1950), blz. 83-85. Over de feestelijke inwijding van het beeld in aanwezigheid van Mgr. Van Roey en de nuntius, zie Franciscaamche Standaard, 28, (1926-1927), blz. 46-47, 69-70. Op blz. 46 vindt men een foto van het kleiaarden model van dit beeld.

2. V.V., In memoriam Pater Pacificus (Jacobus van Loon)’, in Franciscaansche Standaard, 32 (1930-1931), blz. 36-37.
 

45. SINT-TRUIDEN KAPUCIJNENKLOOSTER

Overgenomen uit VOX Minorum, nr. 2 juli 2012.

In 1615 werd op de Hoge Vesten (Den Hoege Veisdere) het kapucijnenklooster gebouwd. De kerk werd in 1624 gebouwd. (zie Hildebrand V, 385-393) Zoals je op de foto kunt merken is het als geklasseerd gebouw door het OCMW van Sint Truiden goed bewaard en gebruikt.

 
46. FEEST VOOR PATER BONI VAN LOOVEREN

Overgenomen uit VOX Minorum, nr. 2 juli 2012.

Wij lazen in WEKELIJKS NIEUWS (regio Ieper en Heuvelland) van 25 mei 2012

Boni van Looveren is 50 jaar priester en 30 jaar pastoor in Ieper

Over zijn parochie en... Cercle!

Pater Boni wordt op Pinkstermaan-dag gehuldigd.

IEPER- Boni van Looveren, in heel leper bekend als 'pater Boni', is 50 jaar priester en 30 jaar pastoor op de Onze-Lieve-Vrouw-Middela-res-parochie. Op zijn 77ste denkt hij nog lang niet aan stoppen. "Ik ga nooit met pensioen", klinkt het.

DOOR HERMAN VERBEKE

Vijftig jaar priester en dertig jaar pas-toor op dezelfde parochie, het is niet ieder een gegeven. Op zijn 77ste is pater Boni nog altijd even dynamisch. Hij maakt nu deel uit van de priester-equipe van de federatie Zalige Mar-gareta van Ieper. Een mondvol om te zeggen dat hij als priester actief is op de parochie 0.-L.-Vrouw-Middelares (de Capucienen) maar ook meer dan een steentje bij-draagt op de parochies St.-Maartens-St.-Niklaas, Sint-Pieters, en de deelgemeenten St.-Jan, Hollebeke. Voormezele en Zillebeke. Veel en soms té veel? Pater Boni: "Het gaat uitstekend en niets is me te veel; we krijgen ook nog heel wat hulp van zuster Lieve en de gepensio-neerde priesters."

Studeren in Rome

Pater Boni is vergroeid met Ieper, maar is afkomstig uit het verre Loenhout, nu een deelge-meente van Wuustwezel, waar hij in 1935 werd geboren in een gezin met acht kinderen. Na het lager - waarin hij al met het idee speelde om priester te worden - en het middelbaar trok Lodewijk (want zo heet hij) Van Looveren naar hefnoviciaat van de paters Kapucijnen in Edingen. Later ging hij drie jaar

filosofie studeren bij de Kapucijnen in Brugge en vier jaar theologie in Izegem. Een bolleboos was het, Boni werd daarna voor twee jaar uitgestuurd naar de bekende universiteit Gregori-ana in Rome. In 1962 zag hij zijn droom in vervulling gaan en werd tot priester gewijd door mgr. De Keyzer, samen met nog vier anderen.

Aanvankelijk had pater Boni zich voorbereid om naar Pakistan te trekken. "In 1965 liep het bericht binnen dat er in Congo drie medepaters waren vermoord en kwam de oproep om priesters naar daar te sturen", zegt hij. "Ik was één van hen en begon les te geven aan de seminaristen in Bwamanda. In Mandala gaf ik ook les aan de normalisten van het Grootse-minarie, en was er novicemeester. Verder was ik van nabij betrokken bij het pilootproject 'Le Centre de Développement Integrale'. In 1980 kwam ik op eigen verzoek

terug naar België, vanuit de overweging dat als ik nog iets in België wou doen het het mo-ment was. Verder vond ik dat m'n zwarte medebroeders alle kansen moesten krijgen om hun ontwikkeling zelf in handen te nemen."

Parochieteam

Na een korte periode in Antwerpen kwam pater Boni in 1981 terecht in het Ieperse Kapucij-nenklooster, waar pater Klaas Blijlevens tot aalmoezenier van het pschiatrisch ziekenhuis Heilig Hart werd benoemd. "Ik kwam er terecht als losse medewerker. Toen Luc Hessel pro-vinciaal werd van onze kloosterorde werd ik in 1982 benoemd tot pastoor van O.-L.Vrouw-Middelares."

De parochie was toen in volle ontwikkeling én uitbreiding en pater Boni stampte als eerste in de regio een parochieteam uit de grond met Albert Doom, zuster Lucretia en Lut Stubbe. De parochie kende (en kent) een bloeiend verenigingsleven waar pater Boni alomtegenwoordig was en is. "Wij moeten goed beseffen dat wij in een periode leven waarin parochieteams, kerngroepen, leken en de priesterequipe van de federatie een nieuwe boost moeten geven aan het religieuze leven", aldus pater Boni, die dankbaar vis oor de voorbije decennia. "Dankbaar voor mijn jeugd waarin ik alle kansen kreeg, dankbaar tegenover de Kapucijnen voor mijn studies, dankbaar voor de periode in Congo waar ik leerde wat solidariteit is en dankbaar voor de parochie waar ik met zovelen kon samenwerken, altijd eenvoudig en dicht

bij de mensen, in de geest van Franciscus van Assisi." Heeft pater Boni eigenlijk nog tijd voor zijn grote hobby, Cercle Brugge? "Zeker en vast, ik heb een abonnement! Als het lukt, dan ga ik supporteren, maar het werk op de parochie gaat altijd voor." Op pinkstermaandag 28 mei wordt Boni Van Looveren gehuldigd omwille van zijn dubbel jubileum. Om 10 uur is er een misviering in de Capucienenkerk die zal wor-den voorgegaan door vicaris-generaal Koen Vanhoutte, deken Roland Hemeryck, priesters uit de federatie en medebroeders. Nadien is er in de Familiekring een academische zitting, afgesloten met een receptie waarop iedereen welkom is.

Een gelijkaardig artikel vinden wij in Kerk & Leven van 23 mei 2012

 
47. PAX ET BONUM: het dragen van leegte.

Overgenomen uit HANDDRUK: jaargang 42, nr. 3, september 2012

48. INWIJDING KAPEL H. CLARA  TE MEERSEL-DREEF

Overgenomen uit HANDDRUK: jaargang 42, nr. 3, september 2012

 
49. MET MARCIN DERDZIUK IS HET LENTE IN DE KERK

Overgenomen uit HANDDRUK: jaargang 42, nr. 3, september 2012

 
50. INTERVIEW MET LOUISE DEGREEF

Overgenomen uit HANDDRUK: jaargang 42, nr. 3, september 2012

 

 
51. EEN GESPREK MET NABEL, 25 JAAR

Overgenomen uit HANDDRUK: jaargang 42, nr. 3, september 2012

52.  OPENING RVT ZONNELIED op vrijdag 21 september 2012

Volgende gedachten werden ontwikkeld en gebracht door broeder Hugo Gerard, vice provinciaal van de Vlaamse Kapucijnen.

Zelf ben ik jaren geleden een tijdlang, zo'n 15 jaar, voorzitter van de raad van bestuur
geweest van de RVT Uit Pandje" te Izegem.

Bij het aantreden van een nieuwe directeur, ben ik dan eindelijk op pensioen kunnen
gaan, een beetje over tijd.

Ik was toen al 74 jaren oud, maar toch nog niet oud genoeg om meteen zelf ook vaste
inwoner te worden van de instelling.

Als ik het lied van de schepselen hoor(de), het Zonnelied, dan gaat (ging)
mijn hart van minderbroeder Kapucijn, een beetje breder open.

Het eerste deel van dat lied gaat over de schepselen die tot eer en glorie
van God, aan hem alle eer en glorie geven door te zijn wat ze zijn.

Allerhoogste, almachtige, ingoede Heer
aan U komt de lof toe, de glorie en zegen,
ze behoren U toe: U alleen zij de eer:

Uw naam noemen mag ik niet eens overwegen.

Met uw schepping wou ik U dan loven mijn Heer,
met zuster de zon, aan de hemel gestegen

met haar licht dat de dag toch zo stralend drapeert:
een beeld van Uw luister heeft zij meegekregen.

Met mijn zusters de maan en de sterren, mijn Heer,
als parels aan 't donkere nachtkleed geregen;

met mijn broeder de wind, die zo blazen kan, Heer,
de luchten, waarin hij de wolk doet bewegen.

Met elk jaargetij, 't donker en heldere weer,
de levenskracht in de natuur allerwegen,
met daarbij zuster water vooral, die zo teer
en kostbaar en nuttig is, kuis en verlegen.

Met mijn broeder het vuur loof ik u,o mijn Heer,

die 's nachts ons verlicht en ons warm droogt na regen,
hij is vrolijk en mooi, stoer en sterk evenzeer,

aan zijn energie is toch zoveel gelegen.

Wees geloofd met mijn zuster de aarde, mijn Heer,
de moeder waarvan we de leeftocht meekregen;
zoals alles wat leeft door haar groeit en floreert:
gewassen en bloemen, in 't veld en langs wegen;

zoveel bomen en groen, in het wild of beheerd
en dieren van alle formaat kom ik tegen:

van de vogels in 't blauw tot de vissen in 't meer.
Uw lof in de schepping blijft nimmer verzwegen.

Later voegde Franciscus daar een tweede gedeelte aan toe.

Om het waarom van dit lied te verduidelijken en bij bepaalde
gelegenheden zijn toehoorders aan te zetten
tot nadenken en handelen.
Dat deel gaat over de mens die ziek is en hongerig en die behoefte heeft
aan verzorging en nood om vergiffenis te schenken, en ook nog voor een
goede dood.

En ik loof U, mijn Heer, in de mens die vergeeft
In de mens die verdrukking en ziekte beleeft,

in vrede verdraagt, en zichzelf kan verwarmen
aan de kroon welke Gij hen belooft en ook geeft.

In broeder de Iijf'lijke dood, aan wiens armen

nog geen levende mens kon ontsnappen (hij beeft
die dood is door zonde vóór 't sterven, och arme)
en gelukkig wie volgens uw wil heeft geleefd.

Ik loof U en dank U •• en smeek om erbarmen.

Daarom is dat Zonnelied wel een mooie naam voor dit huis.
Want kijk: sint Franciscus maakte dit lied,

toen hijzelf weer recht kroop na een langdurige ziekte-periode.
Toen Franciscus reeds heel wat mensen had aangetrokken,

die ook broeders van hem wilden worden en

die met hem die nieuwe weg wilden meegaan,

bleek na verloop van tijd echter,

dat velen van hen uiteindelijk toch niet

de geestelijke vrijheid van een rondtrekkend leven aankonden,
en een heel andere weg opgingen.

Die broeders trokken niet meer rond,

maar bouwden gesloten kloosters met een strenge dagorde.
En ze begonnen ook stilaan anders te denken

en te voelen zoals Franciscus deed.

Ze hadden niet meer die spontane en mededeelzame,

diepgevoelde liefde voor de heer Jezus,

die ze aan iedereen op hun weg wilden meedelen.

Ze trokken niet meer rond om aan iedereen duidelijk te maken
dat geloven vanuit het hart moet komen.

Franciscus was er het hart van in,
hij dacht dat zijn leven mislukt was. Hij zat in een diepe put.
Hij had, zouden we vandaag zeggen een serieuze diepe depressie.

 

Franciscus trok zich terug in een klein vervallen hutje,

in de buurt van het klooster van de heilige Clara in San Damiano.
Hij deed er een lange eenzame retraite.

Toen hij eindelijk, na alles op een rijtje te hebben gezet
weer naar buiten kwam,

- en dat niet omwille van de vele muizen in dat hol,
waardoor een langer verblijf ook al niet te harden was -,
maar vooral omdat hij als het ware een vernieuwde mens was geworden.

En toen schreef hij het Zonnelied.

Het was geen lied van treurnis en droefheid om wat verloren was,
maar een lied van hulde en blijde dankbaarheid om dat

wat recht gebleven was.

God was niet op te sluiten in een klooster,
maar Hij omvatte alles,

hij was overal te zien ook in de natuur om hem heen,
het maaksel van Zijn handen.

Franciscus bleef echter wel ziek,

en hij werd lichamelijk erg sukkelachtig:
er was iets aan zijn ogen

en het stappen lukte ook al niet meer goed,
maar hij ging toch weer moedig verder

en bleef op zijn oorspronkelijk ingeslagen weg.
Het leek soms wel een helse kruistocht,

maar hij ging weer op pad, met hernieuwde moed
en gesterkt door een grote innerlijke vreugde.

In die zin is het lied niet zo ongewoon of uitzonderlijk,
om zijn naam, Zonnelied,

aan een verzorgingstehuis mee te geven.
Zeker niet dit huis, gebouwd op een stuk grond
waar het Arme Klarenklooster stond.

Wij doodgewone mensen die nog in de bloei
of in de nabloei van het leven staan,

menen nogal gemakkelijk en zonder daarbij na te denken
dat de zorginstellingen, - zoals ook deze gans vernieuwde,
waarvan we de officiële opening vieren - ,

onze bijzondere en verscherpte aandacht niet eens waard zijn.
Want dat zijn toch tehuizen voor mensen
die daar de laatste dagen van hun leven slijten.

En we denken daarbij nogal gemakkelijk dat wij daar nog niet bij horen, ••
wij, die gelukkig nog aan het werk zijn
en een sociaal leven hebben.

We gaan er meestal aan voorbij en bedenken in 't voorbijgaan wel eens,
dat als men eenmaal daarin terecht komt,
dit wel onze laatste woning zou zijn.

- Hieruit wordt er niet meer verhuisd.

Maar niettemin, zelfs daar in de rusthuizen

gaat elke dag de zon ook op voor de mensen die daar gevestigd zijn.
Wij, gewone stervelingen staan er niet bij stil

dat ook daar elke morgen evengoed,

ook voor die bewoners de dag weer opengaat.
Ook voor hen, die soms na een lange sukkelgang

en uitputtende, neerdrukkende vermoeidheid van een levensfase,
hier terecht gekomen zijn,

en waarvan het leven nog zo weinig uitzichten biedt.

Maar toch, hier vinden of hervinden zij,
of helpen wij die mensen te beseffen,

dat ze toch weer de veerkracht opnemen om God te loven

voor alles wat er op deze wereld, ook in hun ouderdom, nog te beleven is.

Ook hier, kunnen ze uiteindelijk

weer met de glimlach kijken naar de zon,
die opgaat als het licht van elke nieuwe dag,
stralend en mooi als een geschenk
,

gratis en voor niets meegegeven.

En niets houdt de zon tegen om dat elke dag opnieuw te doen.
Ze kunnen dan wél weer opzien naar het nachtelijk firmament
als ze niet meer goed slapen of kwade dromen hebben.

Ook zij, kunnen nog altijd met hun geliefden,

die misschien al uit deze tijd naar de eeuwigheid zijn overgegaan,
contact zoeken ergens tussen maan en sterren,

en met hen in gesprek gaan.

Ze hebben dan, vrij van veel dagelijkse zorgen,

nu ruim de tijd om weer mee te leven met elk jaargetijde,
en ze zien ook nog het klare blauw van de hemel,

of de grijze regenwolken, en ze voelen nog de zachte bries

of voelen ze zich veilig voor de dreigende wolken en de windvlagen.
Ze kunnen, of kunnen weer, nog altijd blij zijn om de lente,

het jonge groen en de bloemen,
en genieten van de warmte van de zomer,
de kleuren van de bladval ~ in de herfst,

en genieten van de warme kamer in het koude natte winterweer.

Ditmaal zelfs ongehinderd, omdat ze nu beschut zijn,
door de vele goede zorgen in een veilig huis.

Water en vuur zijn nu zelfs geen gevaren meer,
maar koelte en verfrissing, en warmte en licht.

De hele natuurlijke omgeving is dan geen uitdaging meer,
maar wordt een geschenk: de aarde is weer groen en hier en daar zelfs
met bloemen bezaaid.

Ofschoon de inwoners zich uiteraard toch nogal wat zorgen maken
over hun kwalen en ongemakken,

ze vinden hier, in het beschermde klimaat van vrede en rust,
binnen de omgeving van een hele schare mensen,

die de ongemakken draaglijk maken

en waar geen onvertogen woord valt,

waar dat er evenmin alle schuld van onoplettendheid
en vergetelijkheid in hun schoenen wordt geschoven.
Rust en vrede zijn hier de woorden

die hen uiteindelijk verzoenen

met het voorbije leven en

nu, met het leven van elke nieuwe dag.

We hopen dat ook alle inwoners

hier mogen delen in die moed en in die vasthoudendheid,
die Franciscus ondervond ••• en ze ook kunnen terugvinden:
die innerlijke vreugde en die vrede in hun ziel.

Want als de aarde al zo mooi is, wat moet God dan niet zijn.

En bij deze wens ik ze allen geluk,

maar ook en meer in het bijzonder ook de medewerkers
die zich inzetten voor de zorgen voor de bewoners.

Ook voor hen moge het Zonnelied een inspiratiebron zijn.
Niet alleen als dankbaarheid voor al het goede en mooie
dat God in zijn schepping voor ons heeft bedacht,

maar vooral voor wat wij met deze dankgedachten

van het Zonnelied ook aan anderen kunnen meegeven.

Vanuit de subsidiërende overheid is er dikwijls weinig aandacht
voor het dieper menselijk contact tussen het personeel en de
zorgbehoevende bejaarden.

Bij elke controle wordt er wel gekeken en getoetst

naar heel andere standaarden: het zorgblad, en de pillenverstrekking,
en nog zo vele andere technisch dingen meer •••

Dit is geen blaam voor de overheid,

want zij houdt zij zich niet zo uitdrukkelijk bezig
met de psycho-sociale begeleiding.

Maar niettemin: zorg is meer, veel meer dan al die techniekjes,
juist en op tijd, en precies in het dossier genoteerd.

Naast de vakbekwame verzorging en juist gedoseerd toezicht,
is er ook de vaak onuitgesproken nood aan menselijk contact.
Want naast de vele materiele zorgen die zij toedienen
met veel geduld en zorgvuldige beroepsbekwaamheid
is er in een zorginstelling ook
, ••• vooral ook,
.
veel liefde en genegenheid, menselijke attentie,

geduldige luisterbereidheid en aandachtige hoorbaarheid nodig,
om er zeker zelf, als verzorgende mens iets aan te hebben,
maar vooral en heel zeker voor de bewoners
die aan hun zorgen zijn toevertrouwd,

en die meestal niet verlangend hebben uitgezien om hier te zijn,
maar wel op een of andere manier ertoe gedwongen werden.
Om hen een hart onder de riem te steken,

hen te behouden of weer terug te brengen op een begaanbare weg,
een opening te maken om weer te verlangen naar de dag
die waard is om beleefd te worden,
om ondanks alles weer dankbaar te zijn voor dit restje van hun leven, •••
ja, daartoe is meer nodig dan een technisch diploma.

Het lied van Franciscus kan de verzorgenden en de bewoners
daarin ook een weg wijzen.

Dat wens ik jullie allen toe.

53. Mattenkapittel FLO te Mechelen 29.09.2012

Mattenkapittel FLO te Mechelen 

Franciscus als spirituele aanzet tot vrede en verzoening 

Zaterdag 29 september verzamelde landelijk minister Louise DeGreef haar man- en vrouwschappen die zich ingeschreven hadden op het jaarlijks mattenkapittel van de FLO (Franciscaanse lekenorde).

Walter Verhelst onderhield de aanwezigen met een doordringend thema dat hij zoals altijd heel sappig bracht. Franciscus en vergeving. We zullen hier in deze verslaggeving daarvan geen opsomming of eigen verslag van maken, want sowieso zal de inkorting de waarde van zijn uiteenzetting teveel minimaliseren. Enkel dat het een belangrijke eyeopener was.

In de namiddag kregen we een mooi animatiemoment over het leven van Franciscus. En was het ook eucharistieviering, waarin br. Gust de voorganger was.

Louise was opgetogen dat er ‘4 ‘ministers’ aanwezig waren. Nl. Bob Van Laer van de Franciscanen, Gust Koyen van de kapucijnen, Pieter Pecceu van de YouFra en zijzelf van de FLO.

Deze dag was ook een ideale gelegenheid om over de grenzen van gedachten te wisselen. Mariette, de secretaresse van OFS Nederland was tevens aanwezig.

Zij bracht een enthousiast verslag uit over de Youfra werking in verschillende werelddelen. Zij vertelde ook dat het tot hiertoe in Nederland nog niet zo goed lukt, maar dat ze blij was dat het in Vlaanderen een stevig startschot heeft gekregen.

Over Youfra, meer in een andere verslaggeving.

 
 
 
54. VREDESWAKE EN BEELD INHULDIGEN
             VREDESTESTAMENT VAN SINT-FRANCISCUS VAN ASSISI
Overgenomen uit KerkNet:
Op de vooravond van de feestdag van Sint-Franciscus van Assisi, navolger van Jezus en vredestichter, en in het raam van de Vlaamse Vredesweek en in samenwerking met Pax Christi Vlaanderen, vond een Franciscaanse vredeswake plaats in de kloosterkerk van de minderbroeders-kapucijnen in Antwerpen.
Een 120-tal aanwezigen, met een brandende kaars in de hand en de boodschap: "Vrede en alle goeds", woonde een wake bij met als thema: "Met open hart, zonder geweld." Naar het voorbeeld van Sint-Franciscus die in volle kruistochten naar de moslims en de sultan van Egypte was gegaan, werd gebeden en nagedacht over het woord van Jezus: "Bemin uw vijanden."

Na de wake werd een nieuw Franciscusbeeld ingehuldigd in de vernieuwde tuin aan de Italiëlei. De maker van het beeld, Jan Kets uit Rijmenam, legde uit dat zijn beeld gestalte geeft aan een jongeman die zoals Sint-Franciscus de vrede aan iedereen aanbiedt. "Deze man is deemoedig en dienstbaar en ontwapenend. Hij staat met een voet vooruit en komt de bezoeker tegemoet, terwijl hij de vredesduif aanbiedt. Ieder die binnen komt, kan zo vrede ontvangen en zo verder doorgeven." Aansluitend werd het beeld onthuld door Annemarie Gielen, algemeen secretaris van Pax Christi Vlaanderen, en Gust Koyen, provinciaal van de Vlaamse kapucijnen.
 
 
  
 
55. PROVINCIEDAG 18 OKTOBER 2012

Op deze donderdag werden alle broeders verwacht in Brugge Boeverie voor de provinciedag.
Broeder Klaas Blijlevens stuurde ons het volgende programma:

 

In de voormiddag nam broeder Gust Koyen, provinciaal, ons mee naar Rome.
Hij bracht verslag uit over het generaal kapittel te Rome.
Het was een dagrelaas met persoonlijke bedenkingen. Hij bleef stilstaan bij de uitzonderlijke broederlijke ontmoeting: broeders van over heel de wereld in hun eenheid en verscheidenheid.
Hij sprak ons over het bestuursverslag van broeder generaal en over de herziening van de constituties.

Hij nam ons mee naar de grote bedevaartuitstappen.

Hij kon rekenen op een grote interesse en luisterbereidheid.

   

In de voormiddag hebben we samen eucharistie gevierd waarin broeder provinciaal voorging.

    

In de namiddag nam broeder Klaas ons mee naar de video over de abdij van West-Vleteren.
Hij onderlijnde vooral de stilte, het gebed en de eenzaamheid. Vanuit het nieuwe gebouw toonde hij ons de levenskracht van deze gemeenschap.
   
 

De provinciedag is niet alleen een informatiedag, een studiedag, maar ook een broederlijke ontmoeting.

   
   
   
 
56. JUBILEUM PATER ARNOLD DOMINIEK DESPLENTERE

Op zondag 28 oktober 2012 vierde broeder Dominiek zijn gouden priesterjubileum.

In een kring van familie en vrienden hebben we God mogen danken voor zijn 50 jaar priester zijn. De viering ging door in de kerk van de minderbroeders kapucijnen te Izegem. In deze kerk werd hij op 15 juli 1962 tot priester gewijd.

Aan het altaar werd broeder Dominiek, hoofdcelebrant, bijgestaan door de volgende concelebranten:
zijn klasgenoten: broeder Georges Verhaeghe en broeder Boni Van Looveren,de gardiaan van Izegem, broeder Norbert Maertens, en broeder provinciaal, Gust Koyen.

Tijdens de homilie heeft pater Boni hem getekend als een verkondiger, een voorganger in de liturgie en als een herdergids voor vele mensen. Broeder provinciaal schetste al zijn talenten en capaciteiten waarin en waardoor broeder Dominiek zo dienstig is geweest aan de Vlaamse provincie van de kapucijnen, aan de orde van de kapucijnen en zo vele mensen.

Het dankwoord van de jubilaris was kort, krachtig en diep gemeend.

In de fijn verzorgde receptie mocht de jubilaris heel gemeende gelukwensen ontvangen. Tijdens de feestmaaltijd was het meer dan een broederlijk en zusterlijk samenzijn. Het was een dankbaar gekeerd zijn naar God en  naar elkaar.

In de fotoreportage wordt een beeld geschetst van heel dit zo aangrijpend gebeuren.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Overgenomen uit VOX jg. 66, nr. 4, december 2012

Tijdens de viering hield br. Gust Koyen, min.prov. de volgende toespraak.

Beste Arnold,

Het is een goede gewoonte iemand bij zijn jubileum te danken voor al wat hij gedaan heeft en hem verder het allerbeste toe te wensen voor de jaren die nog komen zullen.

Om je te danken zijn er redenen ten over. Beste Dominiek, eerst en vooral wil ik je in de bloemetjes zetten voor de diensten die je binnen de orde vervuld hebt. Je hebt regelmatig hogere functies binnen de orde vervuld. Verscheidene malen ben je gardiaan geweest. Bin-nen de provincie heb je een tijd de taak vervuld van secretaris, archivaris en "lid — voorzit-ter" van de kunstcommissie. Je bent secretaris geweest op de generale curie en secretaris van onze conferentie, de CENOC. Tot de dag van vandaag ben je verbonden met bepaalde bewegingen, waar je als aalmoezenier of als geestelijke begeleider een pastorale taak vervult. Al deze taken waren en zijn niet van de minsten. Daarom onze dank.

Je hebt ook hard aan je vorming gewerkt. Na je normale priesterstudies ben je naar Rome getrokken om te gaan studeren aan het Gregorianum, waar je een licentiaat in de Theologie behaalde. Voor je vervolmaking ging je daarna naar Parijs: liturgie studeren. Deze vorming verklaart wellicht voor een groot gedeelte je actieve leven. Je was jaren godsdienstlqrbar. Liturgie is steeds je sterke kant geweest. Je wilde altijd dat vieringen zeer mooi verliepen. Je was een krak in het versieren van kerken met beelden, struiken, symbolen en bloemen. Misschien heeft je studie voor liturgie ook je grote passie aangescherpt: je fijne neus voor alles wat mooi is, voor alles wat de moeite waard is om bewaard te worden. Je liet vele waardevolle stukken restaureren en opsmukken.

Je studies in het buitenland hebben tevens een ander talent naar boven gehaald, namelijk je talenkennis. Voor je studies in Rome moest je perfect Italiaans spreken, in Parijs scherpte je de kennis van Frans aan, je bent later cursus gaan volgen voor je Engels en voor je Duits. Dit alles heeft ertoe geleid dat je zo wat in heel Europa vrienden hebt. Je vakantie bestond vaak in het nauwer aanhalen van die relaties. Je bent ook meermaals naar Zwitserland geweest om er een pastoor te vervangen. Je talenkennis heeft je aldus ook kansen geboden om je op pastoraal gebied uit te leven.

Beste Arnold, Dominiek,

Je hebt veel talenten gekregen en je hebt ze ook goed gebruikt. Dit zal je zeker steeds ten goede worden aangerekend. Voor al die talenten en voor dat overvloedige gebruik ervan wil ik je van harte danken. Een gouden jubileum wordt gevierd met gouden geschenken, met geschenken die diep uit het hart komen. Daarom oprecht gemeend: van harte profici-at, van harte dank voor wie je bent. Verder wens ik je nog goede jaren toe: mogen jouw talenten je nog vaak ten goede komen. De Heer moge je zegenen op alle wegen die je nog bewandelen zult. 122

 

 

        
 
       
 
    
 
   
 
   
 
    
 
    
 
    
 
   
 
   
 
   
 
    
 
    
 
    
 
    
 
   
 
    
 
   
 
57. JUBILEUM PATER GEORGES VERHAEGHE

 

JUBILEUM PATER GEORGES VERHAEGHE: 50 jaar priester en 40 jaar pastoor. 

Op zondag 30 september werd het gouden priesterjubileum en 40 jaar pastoor van pater Georges Verhaeghe te Sint-Pieterskapelle (deelgemeente Herne) plechtig gevierd.

De kerkelijke en burgerlijke overheden hebben hem in de kerk en in de feestzaal hem alle eer en lof  toegezwaaid. Wat deze stille medebroeder in al die jaren heeft waar gemaakt stemde ons allemaal dankbaar. Een prachtige en stemvolle viering in de kerk en lovenswaardige toespraken tijdens de receptie.

Zijn medebroeders waren sterk vertegenwoordigd op dit jubileum: broeder Gust Koyen, provinciaal, Kenny Brack zijn gardiaan uit Antwerpen, Guido Debree als confrater in de federatie en zijn klasgenoten Dominiek Desplentere en Boni Van Looveren.

De fanfare en de verenigingen hebben duidelijk laten blijken hoe ze pater Georges een warm en dankbaar hart toedragen. De hierbij volgende fotoreportage laat beter aanvoelen dan we het allemaal onder woorden kunnen brengen.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

(Overgenomen uit editiepajot.com):

SINT-PIETERS-KAPELLE viert zijn parochiepriester

Alsof de hemel ermee ge-moeid was, werd de feest-dag voor de 76-jarige pas-toor Georges Verhaeghe in St-Pieters-Kapelle naar aan-leiding van zijn 50 jaar pries-terschap en 40 jaar paro-chiepastoor gezegend met een schitterend weertje. De kerkgemeenschap van Sint-Pieter had in haar voorbe-reidingen van de viering niets aan het toeval overge-laten. De heuglijke gebeur-tenis zou met veel eer en respect gevierd worden. Het hoogtepunt was de eucharistieviering voorgegaan door deken Raymond Decoster samen met pater provinciaal Koyen, pastoor Kris Meskens (Herfelingen), pastoor Andy Penne (Gal-maarden), aalmoezenier Limpens, pater Van Looveren, pater Desplentere, pater Brack, pas-toor Guido Debree (Pepingen) en aalmoezenier Roger Defrijn.

Met "Onze pastoor verdient zeer zeker dit eerbetoon want geef toe, 50 jaar dienst ...er zijn er niet veel die dàt kunnen zeggen" wist de voorzitter van de kerkfabriek José Deschuyteneer in zijn welkom voor de talrijke kerkgangers het ijs meteen te breken. "In de loopbaan van pastoor Verhaeghe", benadruk-te de voorzitter nog, "hebben de jaartallen 1935, 1962, 1965,1972 en 2012 een wel heel bijzondere betekenis".

"Al die jaren stelde onze jubilaris zich ten dienste van God en zijn 116

medemensen. Er was zijn engagement ten opzichte van de jeugd en de school, zijn inzet in vele verenigingen, zijn aandacht voor zieken en hulpbehoevenden en nog zoveel meer, toen en ook nu nog altijd", aldus nog de voorzitter.

Georges Verhaegen werd in 1935 geboren in Roeselare. Na zijn theologische studies in het St.-Laurentiuscollege te Aalst werd hem in 1962 als minderbroederkapucijn Edingen toebe-deeld als thuishaven. Drie jaar later werd hij onderpastoor in de parochie van Sint-Pieters-Kapelle, waar hij in 1972 Petrus Hoedt opvolgde als pastoor. Georges Verhaegen kreeg met-tertijd ook de parochies van Akrenbos en van het Tollembeeks gehucht Herhout onder zijn hoede. In de homilie citeerde Deken Raymond Decoster pastoor Verhaeghe in één adem met nederigheid, stille kracht, dankbaarheid en bescheidenheid.

De viering werd afgesloten met een receptie in de gemeentelij-ke polyvalente feestzaal. In hun toespraken waren de burge-meesters Kris Poelaert en Luc Deneyer elk in naam van hun kerkgemeenschappen het roe-rend met elkaar eens. Pastoor Georges Verhaeghe is altijd een pastoor geweest bezorgd over de toekomst van zijn parochies. Permanent zorgde hij voor de opbouw en de heropbouw van zijn kerkgemeenschap waarbij het niet alleen en louter ging om het kerkgebouw. Naast zijn constructieve aanwezigheid in de kerkbesturen die talrijke restauraties tot gevolg hadden genoten ook de jeugdwerking, de schoolgemeenschap, het processiegebeuren, de senioren, de zieken en de minderbedeelden zijn onvoorwaardelijke inzet.

Dat de viering een feesttintje meekreeg was mee te danken aan de medewerking van het gemeentebestuur, de Fanfare, de boogschuttersvereniging Sint Peeters Gulde Ter Waerden, de scholengemeenschap en de plaatselijke verenigingen.

 

VERENIGINGEN

 
  
 
   
 

GEESTELIJKEN

   
 
  

BURGERLIJKE OVERHEDEN

   

EUCHARISTIEVIERING

   
 
   
 
   
 
   
 
   
 
   
 

ER ZIJN NOG MOOIE DAGEN

In het leven, in ons samenleven zijn er dagen die we koesteren. Zo een van die dagen is de dag dat p. Georges feest vierde in St.-Pieters-Kapelle. Het was een dubbel feest: 50 jaar wijding en 40 jaar pastoor van deze parochie.
Hieronder de tekst van de homilie van deken Raymond op zondag 30 september in St.-Pieters-Kapelle.

Over enkele weken zullen wij hier opnieuw in deze kerk samen vieren rond onze bisschop Mgr. Léonard naar aanleiding van zijn bezoek aan ons dekenaat Lennik. Wat ons hier vandaag zo talrijk samenbrengt zijn gevoelens van waardering, genegenheid en dankbaarheid tegenover de feesteling, pastoor Georges Verhaeghe, bij zijn 50 jaar priesterschap. Een gouden jubileum voor een man met een gouden hart.
Maar naast die dankbaarheid is er voor de jubilaris ook dat besef van verlies en voorbijgang: het verleden wordt steeds groter en de toekomst valt met een schaduw op zijn levensweg.
Dat gevoel van erkentelijkheid en dankbaarheid gaat over de ge vierde uiteraard ook naar God. Daarom begint dat priesterfeest ook met een eucharistieviering die in wezen een dankviering is. Vandaag maakt jubilaris Georges wellicht een balans op van wat hij al 50 jaar lang heeft kunnen en mogen doen voor god en de mensen.
Op 15 juli 1962 werd Georges priester gewijd in de orde van de paters Kapucijnen. In datzelfde jaar 1962 begon het tweede Vaticaans Concilie dat ons deed dromen en hopen van vernieuwing in de Kerk, maar doemdenkers beweren dat vanaf dat concilie de Kerk in een spiraal van numerieke neergang is terecht gekomen.
Vroeger was een jubileum als dit een gelegenheid om triomfalistisch het priesterschap te beschrijven. Nu wordt dit bijna een aarzelend spreken. De huidige situatie is immers zo gans anders als toen de pasgewijde pater Georges er toen aan begon. Wij leven immers op de breuklijn tussen twee tijdperken. Een aantal  zekerheden werden ons ontnomen. Er is de gigantische ontkerkelijking, de secularisatie en het statusverlies van het priesterambt. Komt daar dan nog de schandaalsfeer van de laatste jaren bij… De Kerk lijkt op een gebouw dat permanent in de steigers staat of op een boot die op drift is geslagen, die doelloos ronddobbert op de golven van de tijdsgeest en waarvan een deel van de bemanning overboord is gesprongen.
Tegen deze achtergrond is het begrijpelijk dat ook de priester zoekt naar een nieuwe benadering van zijn taak. En toch… er is op de 50 jaar enorm veel gebeurd en veranderd in de Kerk, maar de kerntaak van de priester zal altijd dezelfde zijn en blijven: een man van geloof zijn, een herder zijn, voorganger in liturgie en sacramenten, een getuige zijn van de blijde boodschap om zo de gemeenschap van Christus op te bouwen. De priester is geen uitzonderlijk en wereldvreemd wezen dat begiftigd is met een soort magische kracht. Hij is geen tovenaar die God naar zijn hand kan zetten. Hij is de kleine man die te midden van zijn mensen staat om te delen in hun zorgen en vreugde, om samen met hen de weg van de dienstbaarheid en de liefde te bewandelen in het spoor van Jezus. Al 50 jaar lang is priester Georges deze weg aan het bewandelen, en dat woord is bewust gekozen, want wandelen is één van zijn hobby’s en ook in de tuin werken. Ook in Gods tuin, en die tuin is Sint-Pieters-Kapelle waar hij al 40 jaar de pastoor, de goede herder is, op zijn minzame manier. Iemand die veel met de Chiro optrok, een pastoor met een diep en rotsvast geloof in zijn God en met een bijzondere verering voor de Moeder van God, Maria. Hij was en is de stille en biddende aanwezigheid in zijn parochies. Georges is geen man van grote woorden. Maar al waren zijn woorden eerder zuinig, zijn leven was sprekend. Voor mij is de priester een verteller en een getuige van de blijde boodschap. Steeds opnieuw, in alle variaties van het leven, vertelt hij hoe God een bond- en tochtgenoot is van zijn volk. Hij vertelt over Gods droom van het Rijk van vrede en gerechtigheid. Hij vertelt het paasverhaal: hoe Jezus van Nazareth door God uit de dood werd opgewekt en thans als verrezen Heer midden onder ons leeft. De priester getuigt dat de mens zijn diepste geluk vindt in de navolging van Jezus. En in die navolging moet de priester voorgaan, aan zijn mensen de weg tonen, zoals een berggids ook zelf de tocht meemaakt met de bergwandelaars.
Ik had de voorbije weken nog een jubileum waar als evangelie een vrije  versie van de zaligsprekingen werd gekozen. Ik wil daar één zaligspreking uit citeren omdat ik meen dat we daarmee de kern van een priesterleven, maar eigenlijk van elke gelovige, aanraken: “Vreugde word je deel als je dienend voor de Heer getuigt, want je zal in God geborgen zijn.” Dienen en getuigen, het zijn 2 belangrijke woorden en waarden, ja een levensopdracht.
Welnu, collega Georges, je priesterleven is een illustratie geweest van één van de fundamentele opvattingen van het Christendom, namelijk dat vreugde en geluk (in onze kerktaal spreken we van ‘heil’) bestaat in het gelukkig maken van anderen, van elk-ander, in het zaaien van vreugde. Je was voorzichtig in je spreken, maar je was toch een waardige en nederige getuige van Hem die niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen. Want wie zijn leven heeft durven prijsgeven, die zal het vinden.
Tot slot wil ik ook even een verteller zijn met een beeld uit de natuur of de aardrijkskunde. In Israël, het land van Jezus, zijn er twee meren: Rond het meer van Tiberias is er volop leven: overvloed van vis, een weelde van groen aan de oevers, en het volle leven in de steden rondom. En ga je 80 km verder, dan kom je aan de Dode Zee. Dààr is alles doods, het water is ziltig, de bodem dor, geen spoor van leven aan de oevers. Terecht de ‘dode’ zee genoemd! Hoe komt het dat deze 2 meren zo dicht bij elkaar, toch zo verschillend zijn? Het antwoord is vrij eenvoudig. Het meer van Tiberias ontvangt het water, maar geeft het ook weer verder. Juist door die beweging van ontvangen en verder gaan is dat water vol leven, en leeft alles errond. De Dode Zee ontvangt hetzelfde water, maar behoudt het voor zich. En omdat er geen wisselwerking is van geven en ontvangen, sterft ze, wordt ze zout, zodat ze enkel de dood in zich berg. Ook de mens die alles voor zichzelf houdt, die niets meedeelt, die zich afsluit van anderen, verkwijnt en sterft. Hij heeft geen contacten, geen vrienden meer. Alles wordt eenzaam en stil. Er zijn andere mensen die alles wat ze hebben meedelen. Rond hen is er vriendschap, dankbaarheid en liefde. Zulke mensen worden opgezocht, want bij hen staat de deur altijd open. En zo een priester was Georges. Daarom is deze viering de dankbare uitdrukking van onze overtuiging dat de mens door God voor de vreugde is bestemd. En eens wordt de eeuwige vreugde zijn deel!
Over de apostel Thomas zegt het evangelie eerst zien en dan geloven. Over Georges zal men eerder zeggen: horen, zien en zwijgen. Misschien heb je soms te veel gezwegen, bescheiden als je bent en bang om iemand te kwetsen. Je wou immers een verzoeningsfiguur zijn. Op jouw manier was je getuige van de Heer, de nederige dienaar. Onze dank en onze gelukwensen gaan gepaard met een wens om nog vele jaren priestervreugde te mogen beleven. Amen. 

(Raymond Decoster, deken)

 
58. GODS WEGEN ZIJN ONDOORGRONDELIJK

 

Overgenomen uit HANDDRUK: jaargang 42, nr. 4, december 2012

 

 
59. PATER KRISTIAAN RUILT DE BOERDERIJ VOOR HET KLOOSTER
 

Overgenomen uit HANDDRUK: jaargang 42, nr. 4, december 2012

 
60. NIEUW ALTAAR INGEZEGEND TE LOKER DOOR MEDEBROEDER KENNY BRACK
 

 

     
 
     
 
     
 
 
61. Geschiedenis van een Franciscus en Maria beeld  

Overgenomen uit VOX jg. 66, nr. 4, december 2012

Misschien is dit een artikel dat iets over ons patrimonium vertelt. Daarom nemen wij het dankbaar op.

Geschiedenis van een Franciscus en Maria beeld, gemaakt uit een pereboomstam uit de tuin van ons klooster te Izegem.

BESTE VRIENDEN,

Hierbij zend ik U de afbeelding van twee beelden door uw man ge-maakt: Sint Franciscus van Assisi en Onze Lieve Vrouw en daarbij de H Clara.
Die beelden hebben mij vergezeld en geïnspireerd: 51 jaar in Izegem, 15 jaar in, Meersel-Dreef,10 jaar in Aalst en nu te Herentals.
De geschiedenis daarbij is: "DE TIJD VAN TOEN" geïnspireerd door deze beelden en die ik in dit artikel wil beschrijven en memoreren.

n de jaren dertig stichtte Pater Robert Bentein in Izegem 'T KOOR-DEKE van FRANCISKUS dat in de jaren vijftig door Pater AMATUS werd bestuurd. Pater PASCAL volgde hem op rond 1956 en gaf er een nieuwe impuls aan. Naast de maandelijkse ver-gadering in de kerk en het bijwonen van de H. Mis op woensdag en zaterdagmorgen werden ook buitenkerkelijke activiteiten georganiseerd.

Eerst gingen deze door in de grote spreekkamer van het klooster, tot Marc Ghekiere en Veva Spillebeen de achter-bouw van hun winkel ter beschikkling stelden voor vergade-ringen. Dat was nodig gezien de spectaculaire groei van t koordeke, dat omgedoopt werd in ZONNEMEISJES en ZON-NEKNAPEN, die op later ouderdom overgingen naar de JA-DO (Jeugd Afdeling Derde Orde).

Einde de jaren zestig werden de gebouwen van het theolo-gaat verlaten en ter beschikking gesteld van jeugdwerking. Naast de Middenstandsjeugd, de Meisjesgidsen, het V.N.J., waren het vooral de franciscaanse die er hun intrek namen. Het complex kreeg de naam van 134

JEUGDCENTRUM en werd voor en door de Izegemse en West Vlaamse jeugd gebruikt voor vergaderingen, studiedagen, retraites en alle soorten activiteiten. Als eerste in de stad, werd er een modern kinderspeelplein ingericht.

Om in te spelen op verlangens van de moderne jeugd werd besloten om op het domein ge-legen aan de Mentenhoekstraat een gebouw te zetten voor de JEUGDCLUB " LA VERNA."

In de Franciscaanse jeugdbeweging ontstonden alle soorten activiteiten: zangkoren, voet-balploegen van jong tot oud (zelfs van meisjes, moeders en vaders), muziekgroepen zoals drumbanden voor jongens en meisjes, een orff-instrumentarium, enz. Twaalf maal werd deelgenomen aan het Europees Muziekfestival voor de Jeugd in Neerpelt.

Het ene jaar Instrumentaal en het andere vocaal. Steeds behaalden ze hoge scores. Zelfs met de meisjes behaalde de drumband 95 % de hoogste onderscheiding met felicitaties van de jury. Om hun stichter Franciskus beter te leren kennen werden reizen georganiseerd naar ASSISI.

De eerste ging door in 1964 voor meisjes, daarna voor jongens, hun ouders enz. Deze reizen duurden 14 dagen met een intensief bezoek aan Assisi en alle plaatselijke francis-caanse heiligdommen: zijn geboortehuis,

Rivo Torto_de Basiliek met zijn Graftombe, de Carceri, San Damiano„ Potiuncula en verder het Lago di Trasimeno, La Vema, Greccio, Gubbio, Monte Cassale. Tevens werd de reis ge-bruikt om Rome, Firenze, Padua, Venetie en vele kunststeden te bezoeken; Deze reizen duurden 14 dagen en ongelooflijk maar waar: ze kostten maar 100 frs per dag of 1400 Frs voor de ganse reis. We logeerden in jeugdherbergen waar we overnachting hadden, een warm avondmaal en een morgenmaal. 's Middags kochten we brood en wijn en toespijzen hadden we van -thuis meegenomen.

52 maal werden deze reis georganiseerd, telkens voor rond de 50 deelnemers. Aan dit alles kwam een einde, toen in 1982 Pater Pascal tot gardiaan werd benoemd in Meersel-Dreef. De beelden van Franciskus, Clara 0.L.Vrouw, die een ereplaats hadden gekregen bij Marc Ghe-kiere, in het Jeugdcentrum en de Jeugdclub, verhuisden mee naar Meersel-Dreef.

In IZEGEM was de aandacht vooral geconcentreerd op Sint FRANCISKUS van Assisi, terwijl in Meersel-Dreef de aandacht vooral uitging naar ONZE LIEVE VROUW vereerd het Maria-park.Elke zaterdag en zondag werden in de kerk of bij mooi weer in het Maria park zeven eucharistievieringen gehouden. Elk jaar kwamen rond de 100 groepen of organisaties op bedevaart naar de grot op bedevaart.

De in 1982 herstelde Sinte Lucia kapel op Meersel kreeg weer meer aandacht door de op-richting van het Luciacomite, bestaande uit leden van de verschillende wijken van Meersel-Dreef.

Eén van de hoogtepunten was zeker de viering van het 300 jarig bestaan van het klooster 1987.Met de uitgave op 1700 exemplaren van een boek van 301 bladzijden. 135

Begonnen werd met het houden van een tentoonstelling over Franciskus van Assisi op elke zaterdag en zondag van april in 1987

Op zondag 3 mei werd de eucharistieviering van 10.30 u. opgedragen door de abt van de Achelse Kluys, ter herinnering van het feit dat enkele Trappisten van Westmalle zeven jaar lang te Meersel-Dreef verbleven en van daaruit vertrokken om in Achel de "Achelse Kluys" te stichten.

Op zondag 31 mei werd de eucharistie van 10.30 u. opgedragen door Mgr.PAUL VAN DEN BERGRE, bisschop van. Antwerpen.

Op 12 juli was Mgr.ERNST, bisschop van Breda en Mgr. KESENGE bisschop van Molegbe sa-men met 18 paters en priesters van Meersel-Dreef en omgeving aanwezig om te 10.30 u. De eucharistieviering op te dragen in het Maria park.

Op zaterdag en zondag 20 en 21 juni werden open deur dagen gehouden van het kloos-ter en bezochten tussen de 3000 à 4000 mensen het klooster.

Op 23 augustus ging over de Dreef een historische stoet uit, ontworpen door de ver-schillende gebuurten van Meersel-Dreef, Galder en Strybeek. Daarin werd de geschie-denis van 300 jaar

Klooster in Meersel-Dreef geëvoqueerd. De dagbladen schatten dat tussen de 15 20.000 toerschouwers de stoet in ogenschouw namen.

Het zeer druk bijgewoonde avondfeest werd besloten met een vuurwerk

Na 15 jaar Meersel-Dreef vertrok Pater Pascal naar Aalst om daar gardiaan te zijn. in 1997.

Ook daar kregen de beelden van Franciskus en 0.L.Vrouw een ereplaats in de ver-nieuwbouw van het klooster dat verlaten werd in 2010.

De F.F.C.(Firsth Friday Club) die elke eerste vrijdag in onze kerk de H . Mis bijwoonden en de F.L.0 (Franciscaanse Leken Orde) die maandelijks vergaderde, bewonderden en vereer-den deze beelden Uiteindelijk verhuisde ik op 1 september 2009 naar Herentals, waar vooral het Franciscusbeeld een ereplaats kreeg in de kapel.

Deze beelden van Sint Franciskus en 0.L.Vrouw kunnen ons verder inspireren en aanzet-ten tot inzet voor onze medebroeders en gelovigen.

VREDE EN ALLE GOEDS.

PATER PASCAL-JOZEF TEUNS.

 
62. 100 jaar Kapucijnen in Brussel

Overgenomen uit VOX jg. 66, nr. 4, december 2012

100 jaar Kapucijnen te Brussel.

Geschiedenis van de kerk.

Er was de vroegere kerk van de Kapucijnen, gele-gen tussen Sint-Ghislein- en de Kapucijnenstraat. Deze werd ingewijd in 1652 en toegewijd aan ‘Onze Lieve Vrouw van de Vrede’. De Kapucijnen deelden het lot van andere religieuze gemeen-schappen. Ze werden verdreven uit hun klooster in 1796. De gebouwen zullen volledig worden vernietigd in 1803.

In de nasleep van de revolutie kwamen de religi-euzen terug naar Brussel en vestigden zich in het gebied dat nu genoemd wordt: ‘het Vossen-plein’. Zij werden gevraagd door de pastoor Ver-vloet in 1848 vergeefs had gepoogd om een nieuwe parochie in de Marollen op te richten. De gemeenschap bestond uit drie paters die zich vestigden op 19 oktober 1852. De bouw van de kerk duurde van 19 oktober 1854 tot no-vember 1855, volledig gefinancierd door de vrijwillige gaven van de gelovigen. Zij zal worden ingewijd in 1856 en toegewijd aan de ‘Onze Lieve Vrouw onbevlekt ontvangen’ (de eerste in de wereld. In 1912 werd de kloosterkerk een parochiekerk. De parochie wordt bediend door kapucijnen tot hun vertrek in 1992, en sindsdien door het bisdom. De parochie hoort tot de meest volkse van Brussel.

 

Viering van 100 jaar Kapucijnenkerk: 1912-2012.

In het weekend van 8 en 9 september vierde de huidige parochie dat ze 100 jaar bestonden. Op zondag was er de plechtige Eucharistieviering. Op zaterdag was er de openingsrede door Dhr. Pison en de huidige pastoor, de opening van de tentoonstelling ‘100 jaar parochie’.

Zo werd de Heer Campolini geïnterviewd. Hij is geboren en getogen en gedoopt in deze kerk. Hij huwde er en zijn zonen zijn er ook gedoopt. Alle paters heeft hij natuurlijk goed gekend. Hij was getuigde van de Italiaanse gemeenschap met eigen koor. Hij is nog steeds bij de kerk-fabriek. Toen was er een quiz over aantallen dopen, vormsels... die in de kerk gedurende al die jaren plaatsvonden. Zo leren wij dat de opeenvolgende pastoors waren: P. Remy De Smedt (1912-1929); P. Ephrem Facon (1929-1937); P. Alfred De Preitere (1937-1939); P. Mi-chel Lams (1939-1941); P. Urbanus Callewaert (1941-1963); P. Ollivier Van der Meeren (1963-1969); P. E. Dewit (1972-1974); P. Nollet (1974-1975); P. Sylveer Vermeulen (1975-1980); P. André Boeve (1980-1989); P. Jan De Vleeshouwer (1989-1992); Pastoor Jean-Luc Blanpain tot op heden. Dit werd goed bijgewoond door de majoretten van de wijk (geboren 139

uit de Patro) en de vele immigranten destijds. Er werd ook verwezen naar de nieuwe klok die door de parochianen werd aangekocht in 1928. De zondagsmissen waren om 5u, 6u, 7u, 8u, 9u, 10u en 11u30. Er was een koor en een processie de 4° zondag van juli die in 1913 voor het eerst rondging. In 1915 werd een stuk van het klooster (heden ten dage de Poverello) omgevormd tot zaal voor de catechese, de vergaderingen van de scouts, het koor, de studie-groepen, de kleedkamer, de Patronage (Chiro), de arbeiderskring. Op het einde van de oor-log was dit het centrum van de parochie. De Merodekring in de Blaesstraat 120 (heden de school Chanterelle en het Medisch huis van de Marollen) hield vanaf 1915 verschillende pa-rochiale sociale acties. Op de binnenkoer werd in 1924 een bijschooltje gebouwd van de Sint-Ghisleinschool. Die Sint-Gisleinschool werd in 1880 gebouwd en had haar lokalen in de Sint-Ghisleinstraat 64 en de Capucijnenstraat 32. In 1919 kocht de stad de loken in de Sint-Ghisleinstraat en alles kwam nu naar de Capucijnenstraat waar ook een kindercrèche werd geïnstalleerd, in een deel van de Réfuge, Huidevettersstraat 165a (‘Entraide des Travailleu-ses’, heden: Medisch centrum ‘Entraide des Marolles’). In 1927 kwamen nieuwe aangepaste lokalen voor de school in en de Patro in de Capucijnenstraat. De gebouwen in de Capucij-nenstraat hoorden in de jaren ‘30 tot de eigendom van de gemeenschap van de ‘Dochters van Liefde-Dames de Charité’ met hun ‘Crêche Saint-Antoine’. Door het verminderen van de bevolking eind 1990 is de school samengevoegd in een scholengroep.

De Italiaanse en Spaanse missie...

In oktober 1940 vroeg men een medebroeder belast met de Italiaanse pastoraal van de wijk.

Sinds 1947 kon men rekenen op een kapucijn. De kerk werd ook de zetel voor de Italiaanse Missie in Brussel tot na de reorganisatie in 2002. Vanaf de jaren ’60 kwam er ook de Spaanse Pastoraal bij. Deze gemeenschap is zeer divers door de komst van de Latino-Amerikanen. De ‘Virgen de Covadonga’ (Asturië) en de jaarlijkse grote processie die erbij hoort schonk ook aan de kerk een Mariagrot met een heuse fontein.

Walbert,

 
63. Provinciedag te Brugge op donderdag 10 januari 2013

We waren met 29 medebroeders die vanuit alle hoeken van het Vlaamse land naar Brugge waren gekomen voor deze provinciedag.

Elke provinciedag staat in het teken van vorming, bemoediging, gebed en broederlijk samenzijn. 

I. Voor het vormingsgedeelte had onze medebroeder Klaas Blijlevens, de Deken van Brugge, Stany d’Ydewalle, uitgenodigd.
Hier volgt een korte samenvatting  over zijn toespraak “Kerk vormen in deze tijd” 

1. Als kerkgemeenschap maken wij feiten mee die ons aan het denken zetten. Er zijn te weinig priesters. Het aantal gelovigen loopt ook terug. Er zijn teveel territoriale parochies. Zoals het tot nu toe gegaan is met de kerkgemeenschap, gaat het niet meer. De grootste vaststelling is wel dat onze huidige cultuur niet meer als totaliteit christelijk is. Dat roept de vraag op: wat is eigenlijk christen-zijn? Wat is onze plaats in een maatschappij die niet meer christelijk is? 

2. De absolute prioriteit is nu: christelijke gemeenschapsvorming. Het gaat niet meer om de pastoor en zijn parochie. Een pastoor en alle ‘pastores’ (gewijd of leek) zijn primair gelovigen en zij allen vormen een gemeenschap van christenen. Om tot een levende kerkgemeenschap te komen is het noodzakelijk om werk te maken van een kleine geëngageerde groep die zich uitdrukkelijk als gelovigen bekennen. Tot deze groep behoren niet alle parochianen en ook niet alle trouwe kerkgangers. Het gaat om het engagement waardoor men gaat behoren tot de kerngroep binnen de grotere parochiegemeenschap. Men zal geen elite-christen willen zijn, geen aparte groep maar een gist in het geheel van de brede praktizerende parochiegemeenschap. Deze groep kiest ervoor om uitdrukkelijk als christen te leven en neemt verantwoordelijkheid op om de hele parochiegemeenschap als een levende groep van christenen gestalte te geven.  

3. Deze kerngroep wordt gekenmerkt door drie aspecten: geloofsvorming, concrete dienstbaarheid en werkelijk beleefde gemeenschap. Voor de geloofsvorming is Bijbellezen in groep het aangewezen instrument om je geloof te verdiepen en beter te verstaan wat het betekent om als christen geëngageerd te leven. Concrete dienstbaarheid kan op vele vlakken liggen: ziekenbezoek, onthaal van nieuwe parochianen, kleine taken binnen de grote parochiestructuur, communie brengen aan een zieke. Werkelijk beleefde gemeenschap zal steeds de Persoon van Jezus en de kerk als plaats van Jezus-ontmoeting tot grondslag moeten hebben. Je leert maar Jezus kennen door broer en zus te worden van elkaar. De kerkelijke dimensie van de kerngroep bestaat in een introductie in de eigen relatie met de Persoon van Jezus en met de concrete medechristen van de parochie.

II. Gebedsmoment

Er waren sterke gebedsmomenten bij het begin van de conferentie, bij het middaggebed en het samen vieren van de eucharistie. 

III. Namiddagprogramma

Broeder Klaas had de vier definitoren warm kunnen maken om nieuwjaarswensen uit te spreken. Elke definitor deed het op zijn eigen wijze.

- Broeder Jan Wouters bemoedigde de medebroeders vanuit een verhaal van kerstbomen. Hij benadrukte hoe een klein verschrompeld boompje bij de keuze van kerstbomen voor winkels en huizen over het hoofd werd gezien. Maar wat later kwam een man met zijn twee zonen en nam het verschrompelde boompje mee. Uit de niet zo sterke stam en de kromme takken werden de beeldjes van Maria, Jozef en het Kindje gekapt. Terwijl de prachtige kerstbomen na de kersttijd op de stoep lagen om meegenomen te worden naar de groendienst, mochten de beeldjes van Jozef, Maria en het Kindje Jezus ingepakt worden voor volgend jaar. Jan wenste ons dat bij het voelen van kleinheid en broosheid en van schijnbaar niet meer meetellen we toch van een onschatbare waarde blijven: Jozef, Maria en het Kind blijven in ons verder leven. 

- Broeder Jan Geerts formuleerde zijn wens vanuit de brieven van de heilige Paulus.Vrede en gerechtigheid en geloof in de menselijke waardigheid was een wens die hij ons van harte toestuurde. 

- Broeder Kenny Brack begon zijn betoog met een hele mooie tekst die een jongere uit Heuvelland die enkele dagen werkzaam was in de Antwerpse fraterniteit. In dit verhaal tekende hij de fraterniteit van Antwerpen als een vurige fraterniteit. Pater Kenny wenste ons dat wij er van mogen overtuigd zijn dat we een vurige getuigenis kunnen zijn voor anderen in woord en daad.  

- Broeder Hugo Gerard bracht in mooie dichtvorm zo een beetje maand per maand de allerbeste wensen toe. 

Na deze nieuwjaarswensen van de broeders definitoren nam broeder provinciaal Gust Koyen ons mee naar het wel en het wee van de provincie.

Acht maanden na het provinciaal kapittel bleef hij even stilstaan bij het drie prioriteiten die we tijdens het kapittel genomen  hadden.

* De vice-provincie van Pakistan
* De internationale fraterniteit te Antwerpen
* Het memoriaal te Meersel-Dreef. 

III. Fotoreportage

   
         
 

 
         
 

 
         
 

 
         
 

 
         

 

 

         

 

 

         

 

 

 
64. DE BROEDERS VAN ANTWERPEN EN HERENTALS VIEREN NIEUWJAAR

Uit VOX MINORUM jg. 67, nr. 1, april 2013

 
 
     
 
 
65. Pax Christ, Ipis en de Kapucijnen beginnen een nieuw jaar

 Uit VOX MINORUM jg. 67, nr. 1, april 2013

Even iets meer dan een drankje en hapje, een elkaar leren kennen en elkaars werk leren ontdekken en waarderen.

Het was ect heel fijn!

 
     
 
 
66.   ONTMOETINGSDAG VLAANDEREN-NEDERLAND
        OP DONDERDAG 30 MEI 2013 TE MEERSEL-DREEF

Tachtig kapucijnen uit Nederland en Vlaanderen gaven present voor deze ontmoetingsdag. Het was niet alleen een biddende vormingsdag maar vooral een broederlijke ontmoeting.
Het aangeboden programma laat je reeds aanvoelen hoe belangrijk de ontmoeting wel was.

Programma

Om 10 uur aankomst en ontvangst van de deelnemers.
Om 10.45 uur: Woord van welkom door broeder Gust Koyen.
Van 11 uur tot 11.45 uur: voordracht door Tine Grolus.
Om 11.45 uur een slotlied.
Om 12.30 uur maaltijd.
Om 13.30 uur vrijde tijd.
Om 14.00 uur gebedsdienst met PowerPoint ingewerkt.
Afsluiting na de gebedsdienst (rond 14.45 uur door broeder Piet Hein Van der Veer.

 

Het verwelkomstwoord van de Vlaamse broeder provinciaal Gust Koyen, zette meteen de toon.
In tien punten vatte hij zijn korte en doorleefde toespraak samen. 

Tinne Grolus, stafmedewerkster Franciscaanse spiritualiteit, gaf in een zeer gewaardeerde toespraak aanzetten om in het voetspoor van Franciscus en Clara Franciscaans te leven.

Op het einde van haar toespraak, vroeg ze ons eerst in stilte neer te schrijven hoe we “Maak mij een instrument van Uw vrede” waar te maken. Met hen die naast ons zaten gingen we kort in gesprek.

“Maak mij een instrument van Uw vrede” 

Ik  ben een instrument van Gods vrede wanneer ik …
Deze dingen in mijn leven wil ik met meer liefde doen…
“Maak mij een instrument van Uw vrede” kan voor ons, kapucijnen, betekenen dat…

We danken de gemeenschap van Meersel-Dreef en vooral de mensen uit de keuken voor de heerlijke aperitief, de fijne maaltijd en de broederlijke en zusterlijke dienstbaartheid.

 In de namiddag ging pater Kenny ons voor in een gebedsmoment waarin hij in een PowerPoint de youfra van Heuvelland toelichtte. Vanuit deze Franciscaanse tak werden we opgeroepen te geloven  in de jongeren en de beleving van het franiciscaans ideaal op de dag van vandaag. Hier volgt het gebedsmoment.

 
 
 

 De ontmoetingsdag werd afgesloten door het begeesterende en bemoedigend woord van broeder provinciaal van de Nederlandse provincie, Piet Hein Van der Veer.

FOTOREPORTAGE:

1) Verwelkoming broeder provinciaal Gust Koyen

2) Toespraak van Tinne Grolus en bespreking van “Maak mijeen instrument van Uw vrede”

 
     
 

3) Aperitief en maaltijd

     
         
   

 

         
     
         
     
         
     
         
     
         
     
         
     
         
       

4) Bezoek aan Mariapark

 
     
 
     
 
     
 
     

5) PowerPoint

 

 

6) Afscheidswoord van broeder provinciaal Piet Hein Van der Veer

 
67. BROEDERSCHAP GEZIEN DOOR EEN FRANCISCAANSE BRIL

Overgenomen uit Handdruk nr. 2, jg 43, juni 2013

 
68.  PAX CHRISTI VLAANDEREN BLAAST 40 KAARSJES UIT

Overgenomen uit Handdruk nr. 2, jg 43, juni 2013

 
69. ONTHULLING EN ZEGENING VAN NIEUW FRANCISCUSBEELD
 

Zondag 2 juni zal in het collectief Heuvellands geheugen gegrift staan als een dag om niet licht te vergeten.   Na een Franciscusviering in de parochiekerk, waarin enkele jonge mensen van het jongerenpastoraat ook een mooie Franciscaanse evocatie brachten gingen we in groep naar de voortuin van de Westouterse pastorij om het nieuwe Franciscusbeeld te onthullen en te zegenen.   

De kunstenaar Marc Maes onthulde met zijn vrouwtje Christianne het beeld zodat het voor iedereen kon schitteren.  We zien niet één beeld, maar een beeldengroep.  Franciscus staat in het midden met een kwetsbaar vogeljong in zijn handen.  Het vogeljong en hijzelf kijken naar de hemel, respect voor het allerkleinste en breekbare van de schepping komt als allereerste boodschap naar ons toe.  De kleine kinderen die vrolijk en frivool rondom Franciscus dansen of zich bewegen alsof ze aan het wiegen zijn op een lied… misschien wel het zonnelied .  En daarnaast een bronzen boog met fladderende bronzen vogels op.  Het geheel oogt prachtig. 

P. Kenny raakte het totale kunstwerk aan met de kwispel met het doopwater om het zo te zegenen.    

Eerder in de viering verduidelijkte P. Kenny reeds dat het kunstwerk daar verschillende ladingen staat te dekken.  Het beeld is een dankbare stopplaats in de vredeswandeling “op de adem van Franciscus”  die we op 29 september zullen inlopen.  Daarom waren ook de leden van de werkgroep vredeswandeling aanwezig.  Dit kan je zien op de foto.   Het beeld is ook een herkenningspunt voor de Franciscaanse parochiespiritualiteit, de decanale jongerenpastoraal en de VZW Rivo Torto.  Meer en meer beginnen we door te hebben dat de spiritualiteit van Franciscus nodig is om onze tijd die zuur begint op te breken te genezen .   Binnen ons jongerenpastoraat is de franciscaanse spiritualiteit al lang de leessleutel voor heel wat activiteiten die we onze jongeren aanbieden.   En de kleine maar hechte kern van Youfra die zich gevormd heeft in Heuvelland geeft zijn leven vorm vanuit die Franciscaanse levenswijze.   Wanneer we bij de afsluit Marc Maes nog eens feliciteerden voor zijn mooi werk, volgde een daverend applaus !  Iedereen was toen nog welkom in de pastorijtuin voor een gezellige receptie waarvoor het IPT gezorgd had.  Tevens kon men het beeld nog eens langs alle kanten bekijken en aanraken.  

Het was een mooie voormiddag en middag die goed deed aan het hart van de parochie. 

 

   
       
 
       
   
       
 
       
   
       
   
       
   
       
   
       
   
       
   
       
   
       
   
       
   
       
 
       
70. GENODIGD TE OOSTENDE BIJ DE ZUSTERS CLARISSEN

Op vrijdag 9 augustus ter gelegenheid van het feest van de Heilige Clara (11 augustus) werden de broeders kapucijnen van West-Vlaanderen uitgenodigd te Oostende bij de zusters Clarissen.

Vanuit Brugge waren aanwezig: de broeders Klaas, Hugo, Bart, Werner en Adri.
Vanuit Izegem broeder Norbert
en vanuit Ieper broeder Boni.

 Om 17.00 uur hebben we samen de vespers gebeden.
Na de vespers werden we ontvangen met een feestelijke receptie.
Na de receptie hadden we een gezellig sober avondmaal. 

De fotoreportage spreekt voor zichzelf.

   
         
   
         

     
         
     
         
71. POL EN DE TOCHTEN VAN HOOP  

Overgenomen uit Handdruk nr. 3, jg 43, september 2013

 
 
 
72. MET EEN VREUGDEVOL EN DANKBAAR HART HOU IK VAN PAKISTAN  

Overgenomen uit Handdruk nr. 3, jg 43, september 2013

 
 
 
73. HET BETERE KAN EEN VIJAND ZIJN VAN HET GOEDE  

Overgenomen uit Handdruk nr. 3, jg 43, september 2013

 
 
 

Overgenomen uit Handdruk nr. 3, jg 43, september 2013

 
74. ENKELE YOUFRALEDEN GETUIGEN OVER HUN DEELNAME AAN DE WERELDJONGERENDAGEN  

Overgenomen uit Handdruk nr. 3, jg 43, september 2013

 
 
 
 
 
   
75. PROVINCIEDAG 19 SEPTEMBER 2013  

De halfjaarlijkse provinciedag ging door te Brugge op donderdag 19 september.

Een provinciedag is een ontmoetingsdag waarop broeders stilstaan bij een actueel onderwerp en dit in gebed aan God en aan elkaar toevertrouwen.
Uit de fotoreportage voelen jullie de sterkte aan van de ontmoeting.

   
         
       

Het studiemoment bestond uit twee delen:

1) In de voormiddag luisterden we naar het verhaal van provincie naar custodie door minderbroeder Bob van Laer, laatste provinciaal van de Vlaamse Minderbroeders-Provincie.

    Eind juni waren de Vlaamse Minderbroeders voor het laatst in Vaalbeek samen om hun laatste kapittel te houden. Na vele besprekingen tussen Vlaanderen, Nederland en Rome heeft dit laatste kapittel besloten om custodie van de Nederlandse Minderbroeders-Provincie te worden. Daarmee trad Bob van Laer af als provinciaal en werd Daniel Derijcke de eerste nieuwe custos.

 

 
         
     
         

2) In de namiddag lieten onze pater Kenny en Pieter Pecceu ons delen in hun Rio-ervaringen: deze twee hebben deelgenomen aan de Wereldjongerendagen in Rio de Janeiro 2013. 

 

3) Traditiegetrouw geeft ons broeder provinciaal Gust Koyen enkele mededelingen

 

4) Tijdens het middagmaal genoten we van heerlijke en eenvoudige spijzen en het gezellig samenzijn.  

     
         
     
         
       

5) In gebed en eucharistieviering hebben we alles aan God en aan elkaar toevertrouwd.

 

 
 
   
76. OVERDRACHTSVIERING VAN PASTORALE VERANTWOORDELIJKHEID FEDERATIE HEUVELLAND-WEST

Voor de viering en een fotoreportage, klik hier

 

77. PROVINCIEDAG 23 JANUARI 2014 TE BRUGGE-BOEVERIE

Onze halfjaarlijkse provinciedag staat in het teken van broederlijke ontmoeting, gebed, bezinning en studie.
Professor em. van de KUL, Roger Burggraeve, sprak ons over: “In gesprek met de vreemde ander” vanuit de visie van Levinas.

Wie is Roger Burggraeve? Klik op volgende PowerPoint (eenmaal Ppt ingeladen klik dan op toets F5 om de ppt te starten)

In de namiddag sprak br. Luc Vansina over zijn opleiding “Intercultureel management”.
In de volgende beelden  

I) OVER IDENTITEIT EN BROEDERLIJKHEID
Vanuit de visie van Levinas
met Bijbelse resonanties
 

 Klikken op volgende PowerPoint (eenmaal Ppt ingeladen klik dan op toets F5 om de ppt te starten) 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

II) CENTRUM INTERCULTUREEL MANAGEMENT

Internationale Communicatie

 Klikken op volgende PowerPoint (eenmaal Ppt ingeladen klik dan op toets F5 om de ppt te starten)

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 III) We gingen in gesprek volgende standpunten:   OVER IDENTITEIT EN BROEDERLIJKHEID

VANUIT DE VISIE VAN LEVINAS MET BIJBELSE RESONANTIES

OVER IDENTITEIT EN BROEDERLIJKHEID

VANUIT DE VISIE VAN LEVINAS MET BIJBELSE RESONANTIES 

Prof. em. Roger Burggraeve (Levinasonderzoeker & ethicus KU Leuven) 

Vertrekpunt: Project Vlaamse Capucijnen: “Broederlijke Internationale Samewerking”

Opzet: Reflectie over eigenheid en gastvrijheid, met oog op ‘ontgrenzend’ broederschap.

Inspiratiebron: Levinas’ denken over gelaat en verantwoordelijkheid & Bijbelse resonanties. 

1. Realistisch vertrekpunt: de eigen identiteit

·       Menselijk ‘zijn’ als zelfontplooiing en gezonde zelfzorg: verantwoordelijkh. in 1ste persoon.

·       Zie BS: drie mensen onderweg vanuit zichzelf en eigen projecten.

·       Eigenheid van individuen gebaseerd op allerlei eigenschappen > verschillen.

·       Van individuele naar collectieve vormen van identiteit: ‘groepstoebehoren’ (etnie & nationaliteit, cultuur, religie…) – cf. ‘fraterniteit’ met eigen charisme, tradities, kenmerken…

·       ‘Natuurlijke’ vormen v. ‘broederschap’: “Stamverwantschap is niet verwerpelijk, krachten…”.

·       Linguistic turn: vorm sticht ook inhoud (cf. woning, gezinstafel…).

·       Bijbelse resonantie: Abraham op tocht door woestijn… met zijn ‘hebben en houwen’ (Gn 18).

·       Kritische kanttekeningen:

+ Positief: realisme en geen idolatrie van de vreemde (exotische) ander.

+ Identiteit is ‘dubbel-zinnig’: warme solidariteit én potentieel racistisch.

+ Spanningsveld tussen ‘binnen’ en ‘buiten’ (‘wij’ – ‘zij’): multi- vs. inter-culturalisme.

+ BS: Jezus keert vraag om: “Wi is mijn naast?” >> “Wie van de drie drie…?”

 

2. Ontmoeting met de vreemde ander (omkering van het perspectief)

·       Het ‘gelaat’ van de ander is niet zijn ‘gezicht’ (“de kleur van zijn ogen niet zien”).

·       Gelaat breekt door zijn vorm en kijkt/spreekt me aan, drukt zich uit (cf. panim).

·       Bekoring tot geweld in allerlei vormen: tirannie (& slavenziel), racisme, haat, moord.

·       Mildere vormen: instrumentalisering, diagnostische reductie, onverschilligheid (‘boog’ BS).

·       Ethische verhouding (broederschap) begint met verbod: ‘Niet doden’ >> huiver. 

·       Positieve verhouding tot ander: “apaiser le tribal”: “als je de vreemdeling in de broer herkent”.

·       Verantwoordelijkheid voor de ander als ‘erkenning’ (>< ‘herkenning’) en ‘wederzijds leren’.

·       Nog aspecten van verantwoordelijkheid in de 2de persoon:

+ ‘Niet-wederkerige’ goedheid (>< ‘do ut des’).

+ Ander in lijden en sterven niet alleen laten.

+ Veantwoordelijkheid voor de verantw. van de ander (voor zichzelf en anderen).

+ ‘Kleine goedheid’ overschrijdt sociale systemen, structuren en regimes.

·       Religieuze grond voor broederschap: Kinderen van één scheppende Vader (cf. Jesaja).

+ Monotheïsme als antiracisme (Gn 1): in ‘Adam’ zijn alle mensen begrepen.

+ Terug > Abraham: gastvrijheid voor vreemdeling als maaltijd en godsopenbaring (Gn 18).

 

Tot slot:

° Broederschap als ‘menselijke conditie’ (cf. Kaïn) >> broederlijkheid als opdracht en deugd.

° Lichamelijke grondslag van de ethische broederschap: cf. engelenbetoging.

 ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

IV)  FOTOREPORTAGE

   
         
 

 
         
   
78. TIENDE EDITIE "PRIJS EN DEBAT KAREL VERLEYE" en HULDIGING br. HUGO GERARD

Overgenomen uit Handdruk nr.1  van jg. 44, maart 2014

 
 
79) NIEUWJAARSFEEST IN KAPUCIJNENHUIS HERENTALS (van de fraterniteiten Regio Antwerpen)

Overgenomen uit VOX jg. 67 nr. 1, januari-maart

   
       
 

Afscheid van br. Michel Dewulf in Antwerpen

 
80. BEZOEK VAN ONZE GENERALE RAADSMAN, PIO MURAT,
AAN ONZE VLAAMSE PROVINCIE VAN VRIJDAG 2 MEI TOT WOENSDAG 7 MEI

Het is de gewoonte dat men vanuit het generaal bestuur te Rome al de provincies, vice-porvincies en custodieën over heel de wereld bezocht worden.

Het generaal bestuur te Rome is bezorgd en bekommerd om het reilen en zeilen van heel de orde.
Broeder Pio Murat heeft als generale raadgever een bijzondere taak naar onze provincie toe.
In deze gezindheid is hij bij ons geweest om ons te bemoedigen en concreet te kunnen vaststellen hoe wij hier leven en werken.

Hij heeft de huizen van onze provincie bezocht. In de gemeenschappen heeft hij ervaren hoe er gebeden en gewerkt wordt. Hij  had met de broeders een gemoedelijk en openhartig gesprek.

Op maandag 5 mei ging te Ieper een bestuursvergadering door. In de namiddag vertrok hij naar Brugge waar hij met een gids Brugge die scone, bezocht. Hij was sterk onder de indruk van deze prachtige stad.

Op dinsdag 6 mei had te Brugge een bijzondere provinciedag plaats.
Het voormiddag gedeelte nam broeder Gust voor zijn rekening. Hij drukte zijn grote vreugde uit om het bezoek van de generale raadgever, broeder Pio. Hij prees zijn eenvoud en oprechte dienstbaarheid naar de provincie toe.
Na deze begroeting schetste Gust, broeder provinciaal, een beeld van het leven in onze provincie. Hij deed het aan de hand van de aanbevelingen uit het kapittel van 2012. Maar eerst verwees hij naar het komende provinciaal kapittel van 23 tot 27 februari 2015 te Bellem in Oost-Vlaanderen.
Naar de nieuwe constituties valt onze provincie - minder dan 100 broeders - onder het statuut van algemeen stemrecht.

Hij overliep even de 8 grote aanbevelingen van het kapittel 2012.
1) “Het kapittel spreekt de wens uit dat het nieuwe bestuur, bij het nemen van haar beslissingen, ernstig rekening houdt met haar overwegingen en bedenkingen van het bestuursverslag 2009 – 2012”. Broeder provinciaal zag vanuit deze aanbeveling een continuïteit in het huidig beleid.

2) Een tweede aanbeveling: “Het kapittel heeft ingestemd met de verslagen van de werkgroepen en zich akkoord verklaard met eventueel geformuleerde evaluaties. Het heeft de werkwijze van de werkgroep gewaardeerd en de wens geuit dat de werkgroepen hun werk zouden kunnen voortzetten in het nieuwe triënnium.” Broeder Gust drukte zijn tevredenheid uit over het werk van de werkgroepen en de commissies.

3) Een derde aanbeveling klinkt: “Het kapittel vraagt aan het nieuwe bestuur  dat het enkele broeders aanwijst met de speciale opdracht een rapport te schrijven over de vraag of wij een zelfstandige provincie moeten blijven of niet. En zo niet, welke vorm van aansluiting is dan het meest gewenst ? Deze vraag is nog nergens grondig besproken geweest, wel eens terloops in bestuursvergaderingen en in de PNVB (bijeenkomst van de besturen van Nederland en Vlaanderen). Het probleem werd gesteld, maar oplossingen lijken niet voor de hand te liggen.

4) Vierde aanbeveling: “Het kapittel staat achter het idee om in Antwerpen te komen tot een internationale fraterniteit, en vraagt het nieuwe bestuur al het mogelijke te doen om die te realiseren.” Wat is er reeds gerealiseerd ? In Antwerpen hebben wij twee medebroeders, Raffal en Marcin, die vanuit Polen ons zijn komen vervoegen om het kapucijnenleven in Antwerpen nieuw leven in te blazen. Met doorgedreven cursussen hebben zij het Nederlands voor een groot stuk onder de knie gekregen.  Zij helpen ons in het dagelijkse leven, zij zijn trouw aan het gebed, zij zijn heel actief in de pastoraal voor de Poolse bevolking in Antwerpen en omgeving. Marcin is daarnaast actief in de Vlaamse pastoraal: hij is één van de medepastoors in “Warm Noord” van Antwerpen, een federatie van zeven geloofsgemeenschappen. Hij is tevens actief in de sociale wereld, de wereld voor de armen, bij “De Grijze Kat”. Raffal is vooral bezig met de pastoraal voor de Poolse mensen. Samen met broeder gardiaan, Kenny Brack, wil hij meewerken aan jongerenvieringen in onze kerk te Antwerpen. De doelgroep hier is: de jongeren uit onze Vlaamse, Antwerpse samenleving. 

Er is een kleine werkgroep die zich bezig houdt met de uitbouw van de internationale broederschap. Hiertoe behoren: Adri Geerts, Luc Vansina, Kenny Brack en ikzelf. Ten gepaste tijden komen wij samen om te bespreken hoever wij staan, wat de volgende stappen kunnen zijn. Luc Vansina is benoemd als coördinator van de internationale broederschap en relaties. Hij zal zich vooral bezig houden met nieuwe kandidaten die naar ons land willen komen. Hij zal tevens de nodige contacten met Rome leggen om het geheel binnen een wettelijk kader te laten verlopen.
Wat de toekomst betreft: We verwachten een derde medebroeder uit Polen. Er is een overeenkomst met onze medebroeder Jude Taddeus Gancis. Hij zou graag in Vlaanderen blijven. Er is met hem een afspraak dat hij in juli zou beginnen met een doorgedreven cursus Nederlands in Antwerpen. Samen met broeder Thomas uit Polen, zou hij dan naar Meersel-Dreef gaan voor de verdere vorming: de taalvorming, de cursus voor inburgering, zowel op het religieuze als op het burgerlijke vlak. We hopen ook op medebroeders uit de Indische provincie Saint Francis, Kerala . We dromen van broeders uit Kongo, Latijns-Amerika en Italië.
Broeder Gust zei ook: “Misschien stellen jullie de vraag:  Is dat allemaal niet een beetje veel ?  Het is al zo moeilijk om met twee verschillende provincies en culturen samen te werken, wat zal dat worden met meerdere “burgerlijke en kerkelijke” culturen samen ?  Wij zijn ons  bewust van dit probleem. Maar,  twee of drie culturen, maakt dat het probleem van inburgering moeilijker ?  Het zou wel eens kunnen dat verscheidene culturen de zaken eenvoudiger maken. Trouwens, de Belgische en  Vlaamse bevolking is zelf sterk “multicultureel”. Is het dan niet goed dat ook wij een “multiculturele” broederschap vormen?”

Als het verwelkomen van verschillende medebroeders uit verschillende provincies lukt, dan kunnen wij wellicht niet “één”, maar “meerdere” broederschappen in  Vlaanderen nieuw leven inblazen. Moge de Heer ons dat geven !!!

5) Een vijfde aanbeveling klinkt als volgt: “Het kapittel vraagt aan het nieuwe bestuur dat het zorg draagt voor een goede communicatie tussen de medebroeders van Meersel-Dreef die begaan zijn met de pastoraal ter plaatse én broeders die instaan voor de realisering van het project “’t Memoriaal”. Broeder Gust liet hier aanvoelen dat hij werkelijk begaan is zowel met de pastoraal als met ’t Memoriaal. Hij hoopt dat beide zienswijzen elkaar kunnen bevruchten. 

6) Een zesde aanbeveling: “Het kapittel vraagt aan het nieuwe bestuur om voor Herentals zo spoedig mogelijk te zoeken naar een gemeenschapsleid(st)er, die met en naast de gardiaan instaat voor het welzijn van de fraterniteit”.

Herentals is bedoeld als een huis voor mensen “die wel zorgen nodig hebben, maar toch nog in grote mate zichzelf kunnen helpen in hun verzorging”.  Dit maakt het voor Broeder Gardiaan niet gemakkelijk. Soms is gardiaan zijn er goed doenbaar, maar op andere momenten is het te zwaar voor zijn schouders. Een oudere medebroeder kan van vandaag op morgen van “zelfredzaam” “erg hulpbehoevend” worden. Wij hebben getracht om aan dit probleem enigszins tegemoet te komen. Wij hebben het aantal bejaardenhelpsters kunnen terugdraaien, met behoud van een  voldoende aantal om het werk op een vlotte manier aan te kunnen. Een van deze bejaardenhelpsters hebben wij een bijzonder contract kunnen geven als “hulp” voor de gardiaan. Naar ik verneem is dit ook werkelijk een goede steun. Toch blijft de vraag: Is deze hulp voldoende ? Ik weet het zelf niet goed. Naar ik verneem schijnt momenteel alles vlot te draaien. 

7) Een zevende aanbeveling, enigszins verbonden met de vorige, klinkt: “Het kapittel vraagt aan het nieuwe bestuur, dat het de mogelijkheid onderzoekt om de leegstand in Herentals op te vullen met eigen medebroeders en desnoods met andere bewoners.” Over deze aanbeveling heeft men veel nagedacht, gewikt en gewogen. 

8) Een achtste aanbeveling: “Het kapittel stemt in met het standpunt van de provincie dat de tijd aangebroken is dat Pakistan geen vice-provincie blijft van de Vlaamse Provincie.” Gust zei dat deze situatie hem nogal ter harte gaat. Hij stelde luidop de vraag: “Ik weet niet of Pakistan klaar is om een eigen provincie te worden?  Hebben zij voldoende mensen om vorming te geven aan de eigen jonge medebroeders? Groeien zij in een voldoende aantal aan. Kunnen zij financieel op eigen benen staan? 

Broeder Gust sloot zijn toespraak als volgt af: Tot zover de aanbevelingen van het vorige kapittel. Ik vond het nuttig om die vandaag nog even naar voor te halen. Ik heb ze trachten te voorzien van wat eigen beschouwingen. Neem deze vragen en bedenkingen maar mee naar huis. Overweeg ze zelf. Het kan misschien een goede voorbereiding zijn voor het aanstaande kapittel.

Met dank voor uw luisterbereidheid. Nogmaals dank aan onze medebroeder Pio. Wij hopen dat je, broeder Pio een aangenaam bezoek hebt gekend in onze provincie. Wij wensen je verder al het goede toe voor de toekomst…Vrede en alle goeds !!! 

Na deze toespraak hebben we samen eucharistie gevierd.

In alle gezelligheid en broederlijkheid hebben we samen de maaltijd gehouden met een hartelijke dank aan de broeders van de Boeveriestraat te Brugge en aan hen die de maaltijd bereid hebben.

In de namiddag nam broeder Pio het woord. Eerst bracht hij een groet over van broeder generaal  Jöhri Mauro. Hij vroeg aan broeder Pio luisterend onze provincie nabij te komen daar hij in onze provincie een provincie ziet die echt wil leven.
In een eerste deel schetste hij een beeld van de orde. Wij zijn met 10.000 broeders in meer dan 100 landen. Hij tekende het grote verschil tussen het zuiden en het noorden. Hij had bijzondere aandacht voor de situatie van de provincies in Europa.
In een tweede gedeelte maakte hij enkele beschouwingen over de aanbevelingen van het vorige kapittel.
1) Over het huis van Herentals had hij lovende woorden. Een huis met veel licht en ruimte om als oudere medebroeders daar te kunnen leven.
2) Hij bemoedigde het bestuur, de werkgroepen en de commissies om degelijk werk te blijven verrichten. Hij legde de nadruk op het broederlijk samen leven. Dat broederlijk samenleven heeft ook economische gevolgen voor huizen en provincies. 
3) Wat de internationale fraterniteiten betreft wil hij ons bemoedigen en steunen. Hij sprak zelfs zijn verlangen uit dat een internationale fraterniteit niet alleen tussen twee naties gaat, concreet: Vlaanderen – Polen, maar uitgebreid wordt met andere nationaliteiten. Dat ziet hij zelfs als een rijkdom.
4) Wat Meersel-Dreef betreft vraagt hij dat de beide visies voor elkaar bevruchtend mogen zijn, voor henzelf en ook voor de vele mensen die daar op bedevaart komen. Hij verwees ook naar het belang van Meersel-Dreef als kapucijner aanwezigheid, nu het klooster van Breda in Nederland, niet zover gelegen van Meersel-Dreef, gesloten is.
5) Wat Pakistan betreft heeft hij ook een bijzonder belangstelling. Volgend jaar zal hij met de generale overste de provincie van Pakistan bezoeken. Daar zal de relatie met Vlaanderen – moeder provincie – bekeken worden.

Als besluit legde hij ook sterk de nadruk op het broederlijk samenleven. Iedere broeders, priester of niet-priester, is broeder van de broeders. In en door de verscheidenheid van het werk zijn we broeder van elkaar.

Hier volgen twee foto’s van de bestuursvergadering in Ieper en van de provinciedag te Brugge.

     
           
       
           
       
           
       
           
       
           
 

     
           
     
           
         
           
       
81. Zuster Gerda van de Lange Congostraat

Overgenomen uit Handdruk jg. 44, nr. 2, 2014

82. Een kapucijnenhuis met lentekriebels

Overgenomen uit Handdruk jg. 44, nr. 2, 2014

83. YOUFRA HIELD JAARLIJKSE BEZINNINGSDAGEN IN FRANCISCUSHUYZE TE IEPER

Overgenomen uit Handdruk jg. 44, nr. 2, 2014

84. NIEUW NATIONAAL KEUZEKAPITTEL FLO-VLAANDEREN

Overgenomen uit Handdruk jg. 44, nr. 2, 2014

85. KAPUCIJNEN VERBOUWEN

Overgenomen uit Handdruk jg. 44, nr. 2, 2014

86. BEZOEK VANUIT HET GENERALAAT

Overgenomen uit Handdruk jg. 44, nr. 2, 2014

87. KAPUCIJNENKARDINAAL O'MALLEY ADVISEERT PAUS FRANCISCUS

Overgenomen uit Handdruk jg. 44, nr. 2, 2014

88.   50 JAAR CAPUCIENENSCHOOL TE IEPER

JUBILEUMVIERING OP DE PAROCHIE OLV-MIDDELARES IEPER 

Sedert 1958 staan de paters kapucijnen in voor het behartigen van de pastoraal op de parochie Onze-Lieve-Vrouw-Middelares te Ieper. Inderdaad in dat jaar kenden we in  Ieper de geboorte van een nieuwe parochie. De toenmalige bisschop van Brugge, Mgr De Smedt , vroeg aan de paters kapucijnen, die pal in het midden van de parochie wonen, of zij er de herderszorg over deze nieuwe parochianen op zich wilden nemen. Er kwam al heel vlug een positief antwoord op deze vraag en pater Herman Vandewalle werd er de eerste pastoor.

Pater Herman, bezat een enorme gedreven persoonlijkheid. Hij vond het maar niets dat er op zijn parochie toen alleen maar een basisschool was voor de meisjes, de Mariaschool vlak naast de kloosterkerk, inmiddels gewijd tot parochiekerk. In die tijd was het katholiek onderwijs nog niet gemengd en dus moesten de jongens dagelijks de lange oversteek maken over de spoorweg om in centrum Ieper les te kunnen volgen. Pater Herman klopte aan bij E. H. Maurice Vandeputte, directeur van het Sint-Vincentiuscollege, met de bijna dwingende vraag om op “zijn parochie”  voor een lagere school te zorgen. De directeur voelde daar wel iets voor want hij had in het achterhoofd eigenlijk nog andere plannen. Het college dat toen, en nu nog, helemaal ingesloten zat in het nabije centrum van Ieper kon moeilijk nog bij bouwen en vermits het aantal leerlingen bleef stijgen moest gezocht worden naar uitbreiding. Daarom ging het bestuur van het college over tot het aankopen van één ha grond nabij de Vijverbeek op de OLV-Middelaresparochie. Daar zou men in eerste instantie een lagere school bouwen die later geïntegreerd zou worden in een gloednieuw college.

Een paar jaar later werd directeur E.H. Vandeputte tot pastoor benoemd en de bouwplannen voor een groot nieuw college werden voorlopig opgeborgen om later nooit meer te worden boven gehaald. Met de bouwaanvang van een nieuwe lagere school op sterk aandringen van pater Herman daarentegen, werd wel begonnen.

Maar bouwen kost niet alleen geld maar ook veel tijd. Pater Herman kon niet langer wachten en hij gaf toelating om een eerste klas al op te starten in een deel van de parochiezaal “Familiekring”, een creatie destijds van pater Willibald.  De school groeide al vlug aan en in 1965 en 1966 mochten we gebruik maken van vrije lokalen in de Mariaschool. Een en ander zou als tijdelijke oplossing dienen tot in 1967  een aantal nieuw gebouwde lokalen in de Nachtegaallaan, het nieuwe terrein van het college, eindelijk konden in gebruik genomen worden.

We mogen dus gerust stellen dat dank zij de steun en stuwende kracht van de paters Kapucijnen onze school opgestart kon worden. Vandaar dat de school onder de alombekende naam “Capucienenschool”  of ook wel eens de “Capucientjes” in Ieper en omstreken veel furore maakt.

De school heeft dank zij haar gunstige ligging tussen de vele bijkomende parochiewijken kunnen rekenen op een steeds aangroeiend aantal leerlingen.

Daar de school vanuit de schoot van de paters kapucijnen zijn geboorte gekend heeft mogen we gerust stellen dat er een geest van Franciscus over de school waakt en leeft.

Al sinds de start van de school in 1964 zijn er altijd paters Kapucijnen geweest die op school in alle klassen één of meer lestijden godsdienst kwamen geven. Mede door hun Franciscaanse bezieling kon de school steeds rekenen op hun steun om te zorgen voor een christelijk geïnspireerde school. Pater Boni Van Looveren, de huidige pastoor b.v., heeft dat maar liefst 20 jaar gedaan. Vóór hem waren dat pater Jozef Crombez, pater Jos Bouwens, pater Jan Van Boxel, en pater Achiel De Pauw en na pater Boni kwam pater Kenny Brack in de klassen. Maar zelfs na het vertrek van pater Kenny laten de kapucijnen de school niet aan zijn lot over en komt pastoor pater Boni of iemand van zijn teamleden tijdens sterke momenten van het kerkelijk jaar alle kinderen in de klas bezoeken. Door de directe aanwezigheid in de klas haalden de paters kapucijnen altijd sterk de band aan met de parochie maar vooral ook met een Franciscaanse levenswijze die er voor zorgde dat alle kinderen, wie of wat ze ook zijn of kunnen, gerespecteerd werden en aanvaard werden. De band met school en parochie voelen we het sterkst aan bij de catechese voor het Heilig Vormsel maar zeker en vooral tijdens de voorbereiding van de eerste communie. Hierbij was pater kapucijnen Boni Van Looveren een van de eerste in ons bisdom om op zijn parochie de school, de ouders en de parochie samen te laten werken aan de voorbereiding op de eerste communie. Intussen zullen dat al vele honderden kinderen zijn die van deze ervaringsgerichte catechese konden profiteren.

Maar ook de evangelische zorg voor onze kinderen na de lagere school lieten de paters nooit los, en dit dank zij de pluswerking waarbij tal van jongeren na het H. Vormsel blijven bij aansluiten.Tijdens ons jubileumfeest van 50 jaar Capucienenschool op 16 mei 2014, konden wij niet nalaten om de paters kapucijnen hier hartelijk voor te danken want het succes van onze goede school met  zijn naam en faam is zeker voor een groot deel aan hen te danken: de stichting van de school en de niet aflatende catechetische inzet voor onze kinderen op de parochie. In naam van alle Capucientjes: dank u wel.

Ghislain Lacante: gewezen onderwijzer aan de Capucienenschool)
 

     
Pastoor Pater Herman Vandewalle (Eerste pastoor op de parochie OLV-Middelares te Ieper)
Capucienenschool op 1 september 1967
89. SLUITING VAN DE KERK TE IZEGEM
1) Fotoreportage
Eucharistie
 

 
         
 

 

         
   
         
   
         
Receptie        
   
Het samen-zijn met de medebroeders        
   
         
   
         
       
         
2) Meer info volgt later
 
90. PRIMUM VIVERE....   br. Jzn Van Dijck

Overgenomen uit Handdruk, jg. 44, nr. 3, september 2014                    

91. TERUGBLIK ASSISI 2014

Overgenomen uit Handdruk, jg. 44, nr. 3, september 2014                    

 
92. KLEURRIJKE VOORGEVEL KAPUCIJNENHUIS HERENTALS

Overgenomen uit Handdruk, jg. 44, nr. 3, september 2014                    

93. AFSCHEIDSDANKMIS TE IZEGEM

Overgenomen uit VOX jg. 3, juli-september 2014

Op zondag 7 september werd er voor de laatste maal eucharistie gevierd in onze kerk te Izegem. Broeder provinciaal ging voor in de zondagsviering, samen met Piet Debusschere en Arnold Desplenter. De rode draad in de viering was de dankbaarheid! Broeder provinciaal riep de mooie dingen, die wij als kapucijnen in Izegem hebben mogen realiseren op. Die herinneringen zijn een uitnodiging tot dankbaarheid. Maar de dankbaarheid geldt ook de bewoners van Izegem, die zo sterk met onze gemeenschap verbonden leefden en die het ons mogelijk maakten mooie dingen te verwezenlijken. Aan het einde van de viering hield br. Piet
Debusschere de volgende toespraak;

Dierbare Vrienden,
Vooraf een héél kort woordje geschiedenis.
1870 : de Archiefbronnen melden het volgende : "Het Bisdom richtte een verzoek aan de Orde der Kapucijnen om een klooster en bidplaats op te richten te Izegem.
BIJ GEBREK AAN PATERS KONDEN DEZEN OP DIT VERZOEK NIET INGAAN.
In 1900 lukt het dan toch.

Vandaag 2014 : de Orde der Kapucijnen ziet zich genoodzaakt haar stichting te Izegem op te geven: BIJ GEBREK AAN PATERS.

DE GESCHIEDENIS HERHAALT ZICH BLIJKBAAR !
In die 114 jaar aanwezigheid zijn Paters en Izegemnaars vergroeid. De activiteit van de Paters, samen met de bevolking, heeft een grote rol gespeeld in het geestelijk en sociaal leven van de wijk, de stad en de omgeving.
Die rol is voor een zeer groot deel te danken aan de sympathie ën de samenwerking met honderden vrijwilligers.
Daarom willen wij vandaag - van onze kant - à1 die gekende en ongekende medewerkers bedanken voor hun dynamische inzet.
Ik denk bijvoorbeeld aan het iswientjescomitél, een groep van 30 leden die het mogelijk gemaakt hebben dat de beloofde Dankkapel er kwam. Met hun 'spaarswientjes' die ze verspreidden hebben zij geholpen de nodige fondsen bijeen te schrapen.
Het is een kapel geworden die nog altijd een speciale aantrekkingsplaats is waar mensen met hun vreugden en zorgen bij Maria komen, Moeder Maria komen danken en smeken.
De laatste van die 30 leden is overleden, maar de toekomst van de Dankkapel is (ook dank zij de Stad) veilig gesteld, en ze is tevens een blijvende herinnering aan de lange aanwezigheid van de Kapucijnen.
Ook oprechte dank aan ALLE medewerkers die de vieringen in onze kloosterkerk zo'n uitstraling hebben helpen geven.
De Zangkoren (zoals 'de scola Cantorum Cantemus Domino', het Zondagskoor, het Requiemkoor...), de Voorlezers, de misdienaars, de gelegenheidsmedewerkers bij sterke tijden zoals Kerstmis en de Goede Week, IEDER die zich, op een of andere manier, heeft ingezet voor het onderhoud en de versiering van de kerk ... Kortom: ECHT 'iedereen', want geloof-vieren vraagt een hechte gemeenschap.
Tot hiertoe heb ik angstvallig vermeden mensen bij naam te noemen. Voor één wil ik een uitzondering maken.
- We willen vandaag op een héél bijzondere wijze onze trouwe en toegewijde ORGANIST ROBERT JACQUES in de bloemetjes. zetten.
Je moet het maar doen om 47-jaar lang op dié manier te presteren! Hij is de 'ONOPVALLENDE SPIL VAN AL HET MUZIKALE'. Hij valt de mensen alleen écht op als hij éens NIET kan zijn.
Mgr.DE KEZEL vereert hem dan ook terecht met de 'MEDAILLE VAN ST.DONATIANUS' voor zijn verdiensten.
Ook andere personen werden in de bloemetjes gezet als dank voor hun inzet in onze kerk.
Ook kregen alle aanwezigen een aandenken, dat wij graag hier opnemen.
 

94.  AANSTELLINGEN

Overgenomen uit Handdruk jg. 44 nr. 4 december 2014

95. DE BRUINE PATER.... VIK DE VLEESHOUWER

Overgenomen uit Handdruk jg. 44 nr. 4 december 2014

96. 28ste MATTENKAPITTEL VAN DE ORDE VAN DE FRANCISCAANSE SECULIEREN

Overgenomen uit Handdruk jg. 44 nr. 4 december 2014

97.  ONTMOETING MET MEVROUW ENCARNACION DEL POZO

Overgenomen uit Handdruk jg. 44 nr. 4 december 2014

98. BROEDER PIETER AANVAARDT OPNIEUW 5 NIEUWE YOUFRALEDEN

Overgenomen uit Handdruk jg. 44 nr. 4 december 2014

99. PRIESTER IGOR DE BLIQUY WORDT FRANCISCAANS PRIESTER

Overgenomen uit Handdruk jg. 44 nr. 4 december 2014

100.  GEZINSVRIENDELIJKE STAPTOCHT IN HET SPOOR VAN FRANCISCUS

Overgenomen uit Handdruk jg. 44 nr. 4 december 2014

101. Benoeming van onze medebroeder Bertin Nadonye  Ndongo tot bisschop van Lolo.
 
Op donderdag 29 januari 2015 benoemde paus Franciscus onze medebroeder Jean-Bertin Nadonye Ndongo, 49 jaar oud, als bisschop van het bisdom Lolo in de Democratische Republiek Congo.

Pater Jean-Bertin Nadonye Ndongo was Generaal Raadslid te Rome.
Hij is afkomstig van Botuzu, gelegen in het bisdom Molegbe in de evenaarsprovincie van Congo. Hij studeerde aan de Katholieke Universiteit van Kinshasa. Hij sprak zijn eeuwige geloften uit in de Kapucijnenorde in 1992 en werd priester gewijd in 1993.

Onder de uitgeoefende taken, was hij o.m. pastoor,
eerste raadslid van de generale vice-provincie van Congo,
rector van het studiehuis te Kinshasa,
vice-coördiantor van de Franciscaanse Familie te Kinshasa,
lid van de herziening van de commissie van de constituties en de algemene statuten van zijn orde,
minister-provinciaal van de broeders kapucijnen in Congo,
president van de conferentie van de kapucijnen van Oost en West-Afrika (C.O.N.C.A.O.) en voorzitter van de vereniging van de hogere overste (Asuma) in Congo.

Het bisdom Lolo, opgericht in 1962, telt meer dan 135.000 katholieken op een bevolking van bijna 223.000 inwoners. Er zijn in 9 parochies die bediend worden door 29 diocesane priesters, 2 religieuzen. Er zijn 33 vrouwelijke religieuzen, 71 onderwijsinstellingen en 36 caritatieve instellingen.
 

Overgenomen uit Handdruk jg. 45, nr; 1, maart 2015:

 
102. PROVINCIAAL KAPITTEL FEBRUARI 2015

Provinciaal Kapittel.

 

Het provinciaal kapittel van de Minderbroeders kapucijnen van Vlaanderen ging door te Bellem van maandag 23.02 tot vrijdag 27.02.2015.
Br. Mauro Jôhri, generale minister zat het kapittel voor.
Volgende aanwezige broeders hadden hun verlangen uitgesproken om deel te nemen aan het kapittel en waren stemgerechtigd. 

Silveer Vermeulen - Georges Van der Linden - Roger Annaert - Frans Wouters - Gerard Sergier - Lodewijk Van Looveren - Hugo Gerard - Jan Geerts - Jan Wouters - Klaas Blijlevens - August Koyen - Adri Geerts - Frans Labeeuw - Jan De Vleeshouwer - Guido Debree - Walbert Defoort - Luc Vansina - Kenny Brack - Rafal Chwedrouk en Marcin Derdziuk.

De generale minister, Br. Mauro Jôhri, had als generale minister ook stemrecht en ook Br. Francis Nadeem als custos van de provinciale custodie van Pakistan had ook stemrecht. 

In een provinciaal kapittel wordt er gekeken naar de voorbije drie jaar met een grote aandacht voor het bestuursverslag. Tevens wordt er gekeken naar de toekomst en zoals zal blijken uit de korte dagverslagen naar enkele grote themata: de ouderenzorg, de broederlijke multiculturele samenwerking en andere. 

Het kapittel werd gemodereerd door Ria van Dinther, claris van Nijmegen.  

Notulisten waren:
            Mia Vanderhenst
            Myriam Crucke 

Tolken waren:
            Zuster Marie-Josée Foulon
            Mava Stepien 

Waren ook aanwezig op het kapittel:
          
Br. Mauro Jöhri, generale minister
           Br. Nadeem Francis, custos van de provinciale custodie van Pakistan
           Br. Pio Murat, raadslid van het generaal bestuur. 

Waren als waarnemers genodigd tot het kapittel:
            Br.Martin Mbwase, custos van de generale custodie van de capucijnen van Congo
            Br. Piotr Stasinski, vicaris provinciaal van de kapucijner provincie Warschau
            Br. Sunil Sesadina, minister provinciaal van de Kapucijnen van Kerala

           
Br. Daniël De Rycke, custos van de Vlaamse minderbroeders franciscanen
            Br. Gerard Remmers, minister provinciaal van de  Nederlandse kapucijnen
            Br. Bertus Bus, provinciaal raadslid van de minderbroeders kapucijnen, Nederland
            Br. Theo Scholtens, minister provinciaal van de Nederlands minderbroeders conventuelen
            Br. Rob Hoogeboom, minister provinciaal van de Nederlandse minderbroeders franciscanen.
 

Hier volgt kort een dagverslag:

             1) Verslag van maandag 23 februari 2015
 

- Openingsgebed

- Welkom door br. Gust Koyen

- Welkom door br. generaal – het kapittel wordt officieel voor geopend verklaard

- Procedurekwesties door br. Jan De vleeshouwer

- Aanstelling kapittelsecretaris  /  moderator, vertalers en notulisten worden aanvaard

- Samenstelling van een stuurgroep  /  aanduiding en aanvaarding van de stemopnemers

- Voorlezing van de namen van de kapitularissen - zijn verontschuldigd: 4 broeders kapucijnen

- Naast de Vlaamse kapitularissen hebben ook br. Generaal en br. Nadeem (Pakistan) stemrecht.

- Genodigden: fr. Pio Murat fr. Martin Bmwaser, fr. Sunil Sesadima

- Aanvaarding agenda.

- Rondvraag: Wat zijn jullie verwachtingen naar dit kapittel toe?

- Iedereen geeft kort zijn opinie. Algemeen kan gezegd worden dat de bekommernis van de broeders kapucijnen vooral uitgaat naar ‘zorg’. Anderzijds wordt de ‘interculturele  samenwerking’ stilaan ervaren als een positief gegeven. De beleving van het franciscaans broederschapsideaal geeft allen veel voldoening.

- Bestuursverslag door br. Gust Koyen, die de vooraf meegedeelde tekst toelicht.

- Br. Kenny vraagt het woord en bedankt br. Provinciaal voor de leiding en de zorg gedurende de voorbije drie jaar.

- Moderator nodigt de broeders kapucijnen uit tot reflectie en vraagstelling over het bestuursverslag. Het verslag wordt aanvaard waardoor de functie van provinciaal open verklaard wordt.

Moderator vraagt ‘wat nemen we mee uit de voorbije 3 jaar?’

- Het broederlijk samenleven, de zorg voor de oudere broeders en de internationale broederschap komen opnieuw aan bod. Positief werd bevonden dat zowel het ‘vreugdevolle’ als het ‘pijnlijke’ ter sprake kon komen.

Verslag van de ‘Franciscaanse Vormingsraad’ door br. Klaas Blijlevens.

- Uit de bespreking van het verslag blijkt dat er veel waardering is voor de Vormingsraad zoals die nu functioneert. De broeders van de Franciscaanse Vormingsraad stellen voor ‘creativiteit’ een nieuwe kans te geven; anderen willen het element van de vorming zeker behouden.

- De dag wordt besloten met een gedachtenisviering voor de overleden medebroeders en mede­zusters.

 - Overleden medebroeders: Dams Dionysius (Jef), Simons Jozef, Stael Firmin, Teuns Jozef, Tireliren Guido, Maertens Norbert.

 

  2) Verslag van dinsdag 24 februari 2015

-  Na het openingsgebed, vat de moderator de inhoud van de eerste kapitteldag nog even samen en overloopt de dagorde, zoals opgesteld door de stuurgroep.

 - Het bestuursverslag van de Custodie van Pakistan, opgemaakt door fr. Francis Nadeem, wordt door br. Frans Labeeuw in het Nederlands voorgedragen.Dit verslag werd ervaren als volledig naar inhoud en vorm. Het is goed gestructureerd en drukt op een nederige en dankbare wijze uit dat de Pakistaanse kapucijnen de jarenlange samenwerking met hun Vlaamse medebroeders erg waarderen. Ze hopen dat ze op hen kunnen blijven rekenen.

 -Verslag van de ‘Broederlijke Internationale Samenwerking’ (BIS) door br. Luc Vansina. Moderator geeft aan dat dit thema al op de eerste kapitteldag aan bod kwam. Vandaag komt het uitgebreid aan bod en donderdag wordt er opnieuw aandacht aan besteed. Het onderwerp wordt dus ‘getrapt’ besproken. Spreker houdt zich in zijn betoog aan de inhoud van het schriftelijk verslag.  Inhoudelijk kwamen zowel de positieve als de negatieve ervaringen ter sprake. We mogen zeggen dat de openheid en het realisme waarmee dit verteld werd, gesmaakt werd.

 -Rondvraag: Hoe komt het project ‘BIS’ bij ieder van u over?
We willen nu het emotionele een kans geven; letterlijk, de gevoelstemperatuur meten.
Inderdaad; alle kapucijnenbroeders verwoorden dan hun emoties in verband met de start en de groei van de ‘Broederlijke Internationale Samenwerking’.
Ook fr. Pio Murat en fr. Mauro Jöhri gaven hun mening. 

- Verslag van de Economische Raad door mevrouw Daniëlle Nuyts.
Aan de hand van een powerpoint-presentatie en een schriftelijk afdruk hiervan, werd een compleet beeld geschetst van de financiële situatie van de Provincie. (2 VZW’s + feitelijke vereniging).
Op ieder gestelde vraag, wordt een duidelijk en verklarend antwoord gegeven.

 - Verslag van de ABC-commissie door br. Guido Debree. Uit het levendig verslag dat spreker bracht, blijkt dat de communicatie tussen deze commissie en het provinciebestuur / medebroeders niet altijd optimaal was. Een aantal moeilijkheden horen nu hopelijk tot het verleden. 

- Verslag in verband met ‘Assistentie van de zusters kapucinessen’ door br. Adri Geerts.
Spreker geeft een overzicht van de huidige situatie wat betreft verblijfplaatsen en zusters
Dit jaar vieren de kapucinessen (in Bourbourg) het 400 jarig bestaan van de Orde.
Door de problemen met het bisdom van Rijsel en na het overlijden van mère Ancelle (Consolata) wordt de toekomst van de zusters in Bourbourg erg onzeker.
De bezorgdheid van de kapucijnenbroeders kan niet onmiddellijk leiden tot oplossingen.

 - Het kapittel neemt afscheid van fr. Piotr Stasinski die - staande - zijn dank uitspreekt voor de uitnodiging en voor de broederlijke samenwerking die hij mocht ervaren.
Fr. Piotr vindt dat de Poolse aanwezigheid in de Vlaamse Provincie een aanzet kan zijn naar een succesvol ‘BIS’-gebeuren.
Hij besluit met een Vlaamse groet: ‘alle goeds!‘

-
Br. Luc Vansina bedankt Maya Stempien met een bloemenruiker; zowel voor haar inzet als tolk voor br. Piotr als voor de uitstekende vertaling van het ‘BIS’dossier”.

 Met een ‘dank je wel en ‘tot morgen’ sluit de moderator de dag af.

   
  3) Verslag van woensdag 25 februari 2015
 


- Als openingsgebed en overwegingsmomentje bezinnen we ons aan de hand van enkele Bijbelteksten

 - Later vat de moderator de inhoud van dinsdag (2de kapitteldag) nog even samen en overloopt de dagorde van woensdag, zoals opgesteld door de stuurgroep.

 - Het kapittelverslag van de werkgroep ‘Vrede en gerechtigheid, heelheid van de schepping’ wordt voorgesteld door br. Walbert Defoort.
De werking wordt uitvoerig toegelicht, en spreker legde ook enkele vragen voor: Is er voldoende energie in de groep om goed te blijven werken? Is het verstandig en wenselijk om ‘Vrede en gerechtigheid en heelheid van de schepping’ als aparte werkgroep te behouden?
In de nabespreking komt naar voor dat het belang, waar deze groep voor staat, wel degelijk onderkend wordt. Er is bloedarmoede, maar er kan misschien nagedacht worden over doelstelling en nieuwe samenstelling van de groep en gezocht worden naar nieuwe, helende samenwerkingsverbanden o.a. met Pax Christi.

 - Het verslag over ‘Handdruk’ wordt door br. Kenny met enthousiasme gebracht. Alle toehoorders hebben van harte hun appreciatie voor het tijdschrift uitgedrukt. Gevraagd wordt om zoveel mogelijk onderwerpen aan te brengen vanuit eigen kring; m.a.w. wanneer u iets leuks beleeft, vertel het de hoofdredacteur van Handdruk.

 - Ook de werkgroep ‘Pater Pio’ stelt haar werking voor bij monde van br. Boni Van Looveren. Hij benadrukt hoe de verschillende medebroeders aandacht schenken aan de juiste accenten en klemtonen bij een gezonde devotie voor p. Pio.
De werkgroep wil en mag - ook de volgende drie jaar - in dezelfde geest verder werken. Br. Jan De Vleeshouwer geeft een uitgebreid verslag over de gebeurtenissen van de voorbije drie jaar en over de werking van FLO/OFS Vlaanderen.
Vooral de contacten met CIOFS verliepen moeizaam.
De werking van de plaatselijke fraterniteiten is heel verschillend. Pogingen werden ondernomen om meer franciscaanse vorming aan te bieden, maar deze hebben nog niet tot een resultaat
geleid.

 - Er wordt gestart met een bezinningstekst die kan meegelezen worden op één van de banners in de zaal.

 - Het verslag over YouFra wordt gepresenteerd door br. Kenny Brack. Hij vertelt vol vuur over de oprichting, de doelstellingen, het vormingsaanbod, over wie aan welke activiteiten kan deelnemen en over structuur in lidmaatschap en organisatie.
YouFra is hoopvol naar de toekomst toe en dat werd door de aanwezige broeders volledig beaamd.

 - De FLV-groep ging van start in 1992. Br. Jan Wouters en Mia Vanderhenst brengen samen het verslag over de ‘Franciscaanse Levensverdieping’.
Gegroeid uit OFS/FLO, loopt FLV al vele jaren een eigen weg met elk jaar: 4 franciscaanse vormingsdagen, 2 tussen-d’oor’tjes en 1 lenteweekend in Ieper. Pretentieloos blijven de FLV-leden verder doen.

 - Het kapittelverslag rond roepingenwerking wordt voorgesteld door br. Kenny Brack.Voor de verspreiding van de franciscaanse spirit naar jongeren toe, bewandelen de YouFra-leden een eigentijdse weg. Via getuigenissen in scholen, via website en Facebook bereiken ze op interactieve wijze hun doelpubliek. Banners, kinderboekjes, een vormselcatechetische methode en educatieve koffers horen tot hun werkinstrumenten. Een vesperdienst voor jongeren (en anderen) werd opgestart in sterke liturgische tijden. De deelnemers appreciëren ook de aansluitende broodmaaltijd.

 - Br. Adri Geerts brengt verslag van de opstart en de werking van het ‘TAU-project’.Opgestart vanuit een nood aan begeleiding en ondersteuning bij de verspreiding van de franciscaanse spiritualiteit, werd een externe stafmedewerker aangeworven. Nu wordt de werking gedragen door Tinne Grolus en Stijn Demaré.Spreker behandelt: doelstellingen, aandachtspunten en schetst in het kort de voorbije en huidige werking van het TAU-project. Met goede hoop naar de toekomst toe, wordt dit verslag broederlijk aanvaard.

 - Br. Rob Hoogenboom, die deze kapitteldag bijwoonde, verwoordt nog even zijn impressies. Hij dankt br. Gust voor de uitnodiging en is blij zijn bekommernissen te kunnen toetsen aan die van de Vlaamse medebroeders-kapucijnen, bij wie hij veel herkent.

Met een ‘het ga jullie goed’ neemt hij afscheid van ons .

4) Verslag van donderdag 26 februari 2015

 

- Met de voorbeden, die br. Norbert maakte voor een p. Pio-dag, beginnen we deze nieuwe dag.

 - De moderator leest het korte verslag van de inhoud van woensdag (3de kapitteldag) en overloopt de dagorde van donderdag, zoals opgesteld door de stuurgroep.

  - Presentatie van visiestrategie rond ‘Zorgstructuur’ door br. Gust Koyen. Dit thema kwam ook al in de vorige kapittels aan bod.  Gezien de hoge leeftijd van een groot deel van de medebroeders van de Vlaamse Provincie (tabel op het bord), en de huidige zorg-ervaring in enkele kloosters, is het dringend nodig het bestaande zorgbeleid te stroomlijnen naar de huidige en toekomende situatie. Na uitwisseling van gedachten hierover, vraagt men het nieuwe bestuur om een goede zorgstructuur uit te bouwen in Herentals zodat medebroeders die zorg nodig hebben, daar kunnen verblijven. Op deze wijze kan het religieuze leven bewaard worden. De concrete afspraken die rond ‘zorg’ gemaakt worden, zullen opgenomen worden in een kapittelaanbeveling. 

 - Presentatie van visiestrategie rond ‘Cultureel erfgoed’ door br. Kenny Brack
Aan de hand van het bundeltje ‘Een voorkeursproject voor Meersel-Dreef‘ schetst spreker de meest recente gebeurtenissen en ontwikkelingen. Ook een samenvatting van de ideeën van het uittredend bestuur wordt voorgesteld. De bespreking rond dit deeltje is geanimeerd. Alhoewel er vragen zijn naar de haalbaarheid van het project; wordt toch met welwillendheid naar het plan gekeken.  Men gaat ermee akkoord om een werkgroep op te richten die het globale project, zoals het er nu ligt, verder in kaart te brengen. Wat afgesproken is, wordt geformuleerd en opgenomen in een kapittelaanbeveling.

 - De visiestrategie rond ‘Cultureel erfgoed’ wordt om 11.30 u onderbroken om de ‘voorverkiezing’ van 1 br. provinciaal en 4 broeders raadsleden door te laten gaan.

  - Presentatie van visiestrategie rond ‘Broederlijke multiculturele samenwerking’ door br. Luc Vansina. De presentatie bestaat uit 3 delen (zie nota’s). De kapittelbroeders kunnen zich verbinden aan het BIS-project en geven de coördinator en een op te richten werkgroep alle kans om dit project verder uit te werken. Ook hier zal een kapittelaanbeveling rond geformuleerd worden.

  - Het door br. Klaas gevraagde kortverslag van de voorbije kapitteldag, zal zo vlug mogelijk en per e-mail aan de kapittelbroeders bezorgd worden.  

 - Evaluatie: gebeurt aan de hand van de vraag: ‘Hoe kijk ik terug op het kapittel en wat neem in mee naar huis?’

  - Ook de broeders Martin Mbwase, Sunil Sesadima en Francis Nadeem verwoorden hun kapittelervaringen.

  - Afscheid wordt genomen van de moderator, de tolk en de notulisten.

  - br. Gust Koyen bedankt de voorzitter van het kapittel - br. Mauro Jöhri - en fr. Pio Murat.  Hun bemoediging en ondersteuning waren / zijn deugddoend.

5) Verslag van vrijdag 27 februari 2015

 

- Br. Gust Koyen, minister provinciaal

- Br. Kenny Brack, vicaris provinciaal

- Br. Luc Vansina, 2e raadslid

 -Br. Adri Geerts, 3e raadslid

 -Br. Marcin Derdziuk,4e raadslid

 

  FOTOREPORTAGE
 

Uit de volgende fotoreportage zal blijken dat er vurig werd gebeden, broederlijk met elkaar werd om gegaan, in alle openheid verslagen gebracht en besproken en lekker en eenvoudig gegeten, waarvoor dank aan de verantwoordelijken en personeel van Bellem.

         
     
         
     
         
     
         

         
     
         
     
         
     
         
     
         
     
         
     
         
     
         
     
         
 

   
         

     
         

     
         
     
         
     
         
     
         

 

Nieuw bestuur: Van links naar rechts:

   
   

Br. Adri Geerts, 3e raadslid
Br. Kenny Brack, vicaris provinciaal
Br. Gust Koyen, minister provinciaal

Br. Luc Vansina, 2e raadslid
Br. Marcin Derdziuk,4e raadslid

   

 

   
     
         

   
         
     
         
     
         
     
         
     
         
     
         
       
         
Overgenomen uit Handdruk jg. 45, nr; 1, maart 2015

 

103. NIEUWE GEZICHTEN BIJ DE VLAAMSE KAPUCIJNEN

Overgenomen uit Handdruk jg. 45, nr; 1, maart 2015

 

 

104. Zesde generaal keuzekapittel van de orde van de Franciscaanse seculieren 2014 te Assisi
Overgenomen uit Handdruk jg. 45, nr; 1, maart 2015
 
105. Plusconaction van IJD bisdom Brugge met Youfra

Overgenomen uit Handdruk jg. 45, nr; 1, maart 2015

106. BISSCHOPSWIJDING VAN BR. JEAN BERTIN OFM-CAP EN BEZOEK AAN CONGO

Overgenomen uit Handdruk jg. 45, nr. 2, juni 2015             

 
107. DE ONTMOETING MET DE ONBEKENDE "ANDER"

Overgenomen uit Handdruk jg. 45, nr. 2, juni 2015             

 
108. De "Hof van Lof" in Megen weer open voor publiek

 Overgenomen uit Handdruk jg. 45, nr. 2, juni 2015             

109. Bedankingen

Overgenomen uit Handdruk jg. 45, nr. 2, juni 2015             

 

 
110.  RYCKEVELDE, EEN EUROPEES CENTRUM

Overgenomen uit VOX Jaargang 67  Nr. 2  April - Juni   2015

Ryckevelde: een Europees centrum
Het centrum Ryckevelde is onlangs verhuisd van het kasteel in Sysele naar kantoorruimten in Brugge. Dit is een nieuwe wending in de nu bijna 60jarige geschiedenis van dit Europees centrum. Voor Hugo was dit het moment om zijn activiteiten in het centrum (als laatste van de drie kapucijnen) te stoppen. Dit zijn genoeg redenen voor een overzicht en een terugblik.
Ryckevelde werd opgericht in augustus 1956 door Karel Jozef Verleye. Na het mede oprichten van het Europacollege in Brugge in 1949, wou hij Europa ook dichter brengen bij 'het volk'. Immers, een verenigd Europa kon volgens hem nooit stand houden zonder de steun van haar burgers. Hiertoe stichtte hij in 1956 het Centrum Ryckevelde, waar mensen ondergedompeld zouden worden in de Europese sfeer en gedachte. De organisatie wordt ook structureel ondersteund door de Vlaamse Gemeenschap en de Provincie West-Vlaanderen.
Hoe het begon
Naast Karel Verleye, oftewel pater Antonius speelden ook pater Osmond (Jozef Vermeeren), en pater Otto (Hugo Gerard), een belangrijke rol in de werking van Ryckevelde. Deze drie kapucijnen mag men de ‘Founding fathers’ van Ryckevelde noemen.
Karel Verleye, founding father van Ryckevelde
“Europa hoort in de eerste plaats een zaak van mensen te zijn en niet een bureaucratische, economische boaconstrictor. Overigens, niemand kan verliefd worden op een gemeenschappelijke markt. De menselijke kant, de vergeten aspecten in het Europese debat, moeten aan bod komen.”
 
Karel Verleye werd geboren te Mechelen op 17 april 1920, is in 1937 toegetreden tot de orde van de Minderbroeders Kapucijnen. Drie dagen voor D-day op 3 juni 1944 werd hij in Brugge tot priester gewijd. Tijdens de tweede wereldoorlog was hij diep getroffen door de 'Europese gedachte' bij het lezen van "De wedergeboorte van Staats- en Volksleven' van de Duitse pedagoog
 

Friedrich Wilhelm Foerster. Die ideeën lieten hem niet meer los. Kort na de oorlog kwam hij in contact met de werken van CoudenhoveKalergi en nam deel aan de vergaderingen van de eerste actiecomités, in België toen nog zeer beperkte groepjes. Een Verenigd Europa werd voor hem een roeping en hij voelde zich verwant met de kapucijnen Lorenzo van Brindisi (1559-1619) en Marcus van Aviano (1631-1699), Europese federalisten avant la lettre. Van 7 tot 10 mei 1948 nam hij deel aan het beroemde Congres van Den Haag. Hij was er als afgevaardigde van het Algemeen Christelijk Werkersverbond, waarvoor hij in de tijdschriften "De Gids op Maatschappelijk Gebied" en "Les dossiers de I' Action Sociale Catholique" de Europese rubriek verzorgde.

Pater Verleye had de dagelijkse leiding van het Centrum Ryckevelde. Wij vermelden ook zijn vele publicaties, een onnoemelijk aantal voordrachten op Ryckevelde en in bijna alle parochiezalen die Vlaanderen rijk is. Hij maakte diverse reizen, trad hij op in allerlei radio- en tv-programma’s en volbracht verschillende opdrachten voor de kapucijnenorde. Op 20 februari 1971 werd Karel Verleye plechtig in de Europese Eresenaat van de Unie van Europese Federalisten (waarvan Walter Kunnen en Hendrik Brugmans de grote drijfveren waren) opgenomen. In 1990 mocht hij uit de handen van de Duitse ambassadrice in Brussel het Bundesverdienstkreuz in ontvangst nemen en in 1991 werd de CDE-Europaprijs in Kortrijk aan hem overhandigd. Verder kreeg hij in 1997 de Franse ‘Palmes Académiques’ opgespeld. Minister van Onderwijs Daniël Coens gaf hem de erepenning van de Vlaamse Gemeenschap en de Belgische regering bekroonde hem met de titel ‘Commandeur in de Kroonorde’ (2000). De Provincie West-Vlaanderen schonk hem in 2001, tijdens de onthulling van zijn borstbeeld in het Europacollege, de medaille van verdienste. Tot aan zijn dood, op 27 februari 2002, zette hij zich met hart en ziel in voor een verenigd Europa

Jozef Vermeeren (21/01/1915-11/01/1993). Kapucijn, musicoloog en leraar geschiedenis, kwam naar Ryckevelde in 1961, toen het college van de Kapucijnen te Aalst werd opgeheven. Jarenlang opende hij op het einde van een studiedag de oren en harten van de cursisten voor de muziek, de ziel van de volkeren, een weg om elkaar te verstaan zonder woorden. Maar voor alles fungeerde hij in Ryckevelde als gastheer, econoom, hoofd van het dienstpersoneel en verantwoordelijke voor de materiële infrastructuur van Ryckevelde. Onder zijn leiding werd de logementsafdeling uitgebouwd. Hij was een gezellige en toegankelijke, warme en bezorgde gastheer, wat de buitenlandse gasten ten zeerste konden waarderen. Toen in 1992 door een negatief brandweerrapport de logementsafdeling dicht moest, was hij er hart van in. Hij werd ziek en stierf op 11januari 1993.

Hugo Gerard (12/03/1937). Kapucijn. Als student aan het philosophicum van de orde te Brugge (1958-1961) kwam hij met medestudenten geregeld op Ryckevelde om er allerhande klussen te klaren. Karel Verleye vroeg hem in die tijd om later in het Europees vormingswerk te stappen. Als master in de Politieke en sociale wetenschappen en fellow van het Europacollege kwam hij definitief naar Ryckevelde in 1969. Tot 1998 was hij er cursusleider. Tussendoor gaf hij aan de Sociale academie van Heverlee een cursus "cultuurfilosofie" en in die van Kortijk een cursus "Sociologie: bijzonder vraagstukken". Op Ryckevelde zorgde hij voor eigentijdse en vooral actieve en participatieve methodes van kennisoverdracht en vorming. Vanaf 2002 fungeerde hij er als interim-directeur, die toekeek op de ploeg actieve vormingsmedewerkers van Ryckevelde.

Geschiedenis van Ryckevelde

Vlak na de start van de Europese samenwerking ontstond bij velen de behoefte om de bredere bevolkingslagen en vooral de jongeren meer vertrouwd te maken met de Europa-idee. Men kwam tot de vaststelling dat de Europese integratie te uitsluitend een aangelegenheid van ‘bewindslieden’ en ambtenaren was geweest, zonder dat daaraan een gelijkmatige bewustwording van de bevolking beantwoordde. Het beeld van de stoottroepen die zo ver zijn opgerukt dat ze dreigen van het gros van het leger afgesneden te worden, werd herhaalde keren gebruikt. Pater Karel Verleye, die in 1949 het Brugse Europacollege had opgericht en er afgevaardigde beheerder van was, deelde die bekommernis en zocht naar een antwoord. Ondertussen werd de oprichting van vormings- en ontmoetingscentra, waar de Europese gedachte op een bevattelijke, motiverende en toekomstgerichte manier aan de Europeaan-met-de-pet en aan de jongeren zou bijgebracht worden, sterk door Europagezinde middens bepleit. Die centra kwamen er geleidelijk aan in Duitsland, Frankrijk, Nederland en Italië, meestal zonder van elkaar af te weten.

In dit klimaat stelde pater Verleye een concept op voor de oprichting van een Europees vormingscentrum in Vlaanderen. In 1956 richtte hij een Europees en internationaal vormingscentrum op, met een vaste stek op het domein van Ryckevelde. Ondanks de eerder gebrekkige infrastructuur gebruikten heel wat (buitenlandse) groepen Ryckevelde als uitvalsbasis voor het uitvoeren van hun eigen activiteiten.

Eerste vormingsessies en een documentatiecentrum

Stilaan won ook de Europese vormingscomponent aan belang. Tijdens het congres van de Europese Vereniging Onderwijzend Personeel (EVOP) in 1960 werd beslist om ‘Europese vormingsdagen voor eindejaarsleerlingen uit het middelbaar onderwijs’ te organiseren. Op 15-16 november 1961 vonden de eerste vormingssessies plaats. Die kenden steeds meer succes en werden in de loop der jaren het uithangbord van het Europees en internationaal werk op Ryckevelde.

De vormingssessies werden al die tijd geleid door pater Verleye, pater Vermeeren (vanaf 1961) en pater Hugo Gerard (vanaf 1969). Van bij het begin werd duidelijk dat het aantal deelnemers aan de vormingssessies de polsslag van de Europese integratie weerspiegelen. En dat is steeds zo gebleven. Eind van de jaren zestig kregen de vormings- en conferentiefunctie een zekere bekendheid. Maar ook het nieuwe documentatiecentrum, samengesteld uit materiaal van de Voorlichtingsdienst van de Europese Gemeenschappen en de Raad van Europa, kon op veel belangstelling rekenen.

Naar een volwaardig vormingscentrum

In de jaren zeventig zouden de verantwoordelijken van het Centrum Ryckevelde er vooral om bekommerd zijn de instelling zodanig te hervormen, aan te passen en uit te breiden dat een volwaardig Europees en internationaal vormingscentrum voor Vlaanderen gestalte kon krijgen.

Wat Ryckevelde heeft betekend voor zijn vele bezoekers heeft Hugo in het volgend gedicht verwoord:

Ergens, verloren in het grote bos
aan ’t einde van een lange beukenlaan,
staat er een kasteelhuis, heel alleen, zo los
verloren als het ware te vergaan.

Geen mens kan ooit vermoeden dat er veel
en vanuit alle hoeken van het land
ja vanuit heel de wereld om ons heen
cursisten aangelopen zijn. Frappant

dat, meer dan vijftig jaren lang, geen mens
zich eenzaam voelde hier, verloren liep,
maar wel verzekerd was dat daar zijn wens
om ’t spoor te vinden naar wat zich daar schiep:

een nieuw Europa van hervonden moed
waar vrede heerst en solidariteit
en samenwerking voor ’t gemene goed
van wereldwijde samenhorigheid.

Ontmoetingshuis van Ryckevelde was
een plek van blij verwachten en van hoop,
een leerhuis voor de nieuwe tijd, een klas
hoe trouwvol men de morgen binnenloopt.

Ryckevelde: een beweging voor Europees burgerschap

Ryckevelde is een beweging voor Europees burgerschap. Het bevordert bewust Europees burgerschap vanuit een positieve en constructieve houding en met aandacht voor de vergeten factoren van het Europees integratieproces. Het sensibiliseert, informeert en enthousiasmeert burgers en moedigt hen aan om met doordachte stem en open attitude te participeren aan het Europa van de toekomst.

Europa begrijpen

Daarom geven de medewerkers vorming over de EU. De organisatie ontwikkelt educatieve pakketten en zet tal van projecten en activiteiten op touw rond het thema van de Europese integratie. Door middel van al deze tools informeert Ryckevelde de Vlaamse burgers over de geschiedenis van de Europese integratie en de verworvenheden van de EU. Zij laat hen nadenken over de uitdagingen voor de toekomst van Europa. (pijler 'Europa begrijpen')

Europa beleven

Daar bovenop ondersteunt Ryckevelde scholen en organisaties in de volwasseneneducatie bij het uitwerken van hun internationale projecten (pijler 'Europa beleven').

Ryckevelde opteert in zijn visie voor een maatschappijmodel, waarbij de mens, als persoon verweven in zijn sociale context, in zijn totale menselijke waardigheid centraal staat. De uitbouw van een solidair Europees samenwerkingsmodel vormt een inspirerend platform om het beoogde maatschappijmodel te bevorderen, biedt een garantie om het te handhaven in de wereldwijde globalisering en vormt de tegenkracht tegen de polariserende en individualiserende tendensen in de maatschappij.

Ryckevelde is overtuigd van het toekomstgerichte karakter van de Europese samenwerking. Daarom werkt Ryckevelde vanuit een constructieve kritische houding. Europese integratie is een geneesmiddel gebleken voor economische, maatschappelijke, geestelijke crisissen voor een oud en ziek continent. Ook nu en naar de toekomst toe blijft de Europese droom een visie bieden voor een menselijk samenlevingsmodel. Ryckevelde leert uit het verleden, maar hoedt zich voor een nostalgische, gelaten houding.

Ryckevelde is ervan overtuigd dat de Europese samenwerking en integratie een actieve manier is om aan vrede te werken. Daarom beseft Ryckevelde dat de Europese integratie aan de basis ligt van decennia zonder oorlog in Europa, met de bekende uitzonderlijke gevolgen daarvan op het vlak van economische en sociale vooruitgang. Ryckevelde ziet

58
vrede echter als veel meer dan louter de afwezigheid van oorlog. Vrede is actief werken aan verzoening, in dialoog actief zoeken naar wat ons bindt en daarop verder bouwen. Voor Ryckevelde is vrede een alternatief discours voor vijanddenken en polariseren. Eenheid en verscheidenheid gaan voor Ryckevelde samen. Ryckevelde erkent en benadrukt de invloed van het Westers beschavingsmodel en van het Europese samenwerkingsmodel en de geopolitieke verantwoordelijkheden die deze met zich meebrengt. Europese waarden, zoals solidariteit, respect en gelijkheid zijn een inspiratiebron en motivering voor Ryckevelde, voor haar visie en haar werking.
Ryckevelde is ervan overtuigd dat het Europese integratieproces en het Europese model meer aandacht moeten blijven schenken aan de vergeten factoren, met name aan: democratie, waardering van persoonlijke vrijheid, sociale solidariteit, vrede, internationale verstandhouding, maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel voor het bonum commune, ethiek, spirituele waarden en burgerzin. Daarom verzet Ryckevelde zich tegen een eenzijdige economische aanpak van de Europese Unie.
Hugo heeft in de loop der jaren een hele reeks van gedichten gemaakt. Een ervan gaat over Europa en is zelfs te zingen op de wijze van ‘Ode an die Freude’ van Beethoven:


Sterrenkroon in blauwe ruimte:
droom-icoon ‘Europa één’:
antiek beeld van twintig eeuwen
dichterbij nu dan voorheen.

Van de fjord tot ‘t zuiders strand en
van d’Oeral tot d’oceaan
hoort men d’ hartenkreet weergalmen
nieuwe wegen op te gaan.

Al die volken, ’t hoofd geheven
naar ’t symbool der toekomst, slaan
d’handen samen om te streven
naar een solidair bestaan.
Achter gevels van ’t verleden
daagt vandaag het toekomstlicht
zoveel pijnen zijn geleden,
eenheid wordt het tegenwicht:
overwonnen oude veten,

oude fouten nu hersteld.
Ons Europa doet vergeten
tweedracht, oorlog en geweld.

Samenwerken, samen bouwen
aan het goed van ’t algemeen
in het onderling vertrouwen
met een hart voor iedereen.

Het geloof in kansvol heden
op een oude grondslag ligt:
wel verscheiden talen, zeden,
maar slechts één cultuur gewricht:

waarden nimmer te negeren
-vrijheid en ook mensenrecht
solidair zijn, armoe weren –
al zijn burgers toegezegd.

Gastvrij land, rijk en welvarend
lappendeken van cultuur
mogen wij die droom bewaren
als een hartverwarmend vuur.
Een rijke waaier van activiteiten

In de loop der jaren kon Ryckevelde bogen op drie pijlers: een Europees en internationaal vormings- en informatiecentrum, vervolgens een residentieel conferentieoord en tenslotte als attractiepool : de 120 hectaren beschermd natuurgebied waarin de infrastructuur gelegen is.

Op de dertigste verjaardag (in 1986) beschikte Ryckevelde over een uitgebreid aanbod voor volwassenen: vooral studiedagen en extra-muros voordrachten rond specifieke thema’s. De Europese vormingsdagen voor jongeren waren ondertussen uitgegroeid tot de ‘specialiteit van het huis’ en vormden de belangrijkste activiteit.

Met die goed uitgebouwde infrastructuur en een groeiend aanbod aan vormingsmogelijkheden kon een personeelsuitbreiding niet lang uitblijven. Vanaf 1985 kon een gedetacheerde leerkracht aan de slag op Ryckevelde, die in 1987 opgevolgd werd door een fulltime docent en projectleider. In juli ’88 kwam ook een administratieve kracht het Ryckevelde-team versterken en in 1990 werd een tweede fulltime docent aangeworven.

In de jaren negentig bracht de geestdrift rond het ‘project 1992’ grote aantallen belangstellenden naar Ryckevelde. De nieuwe personeelsploeg stak de vormingssessies in een nieuw kleedje en ging zich steeds meer toespitsen op het aanmaken van didactisch materiaal voor het onderwijs.

De jaren negentig worden ook gekenmerkt door de uitbouw van activiteiten die het best onder de noemer ‘dienstverlening’ kunnen gevat worden. Zo sloot Ryckevelde in 1992 een beheerscontract af met het departement Onderwijs met de bedoeling internationalisering in het Vlaamse onderwijs te promoten. Dit gebeurt door o.m. studiedagen, het verstrekken van advies en hulp bij het zoeken van een buitenlandse partnerschool. Verder organiseerde Ryckevelde modelprojecten voor klasuitwisselingen, internationale conferenties voor leerkrachten en publiceerden we het tijdschrift ‘Eureka’.

Daardoor evolueerde Ryckevelde in de jaren negentig naar een organisatie met twee belangrijke pijlers: vorming en internationalisering, vooral gericht naar het onderwijs toe. De conferentiefunctie viel helemaal weg door een negatief brandweerrapport, waardoor geen logies meer verstrekt konden worden in het kasteel.

Dit had echter ook tot gevolg dat de vormingssessies op Ryckevelde afgebouwd werden. Op vraag van de scholen gaan de educatief medewerkers sedertdien zelf naar de scholen om er vorming te geven. De centrumfunctie die Ryckevelde tot dan toe had, verdween volledig.

Vanaf 2005 werd Ryckevelde erkend als ‘beweging’ binnen het sociaal-cultureel werk. Een beweging heeft tot doel om volwassenen over heel Vlaanderen te sensibiliseren, te informeren en aan te zetten tot actie rond een bepaald maatschappelijk thema. Dit betekende dat naast het onderwijs, de focus ook meer kwam liggen op de doelgroep ‘volwassenen’.

Jaarlijks organiseert Ryckevelde de ‘State of the European Union’ en ‘Prijs – debat Karel Verleye’. Tijdens de ‘State’ geeft een Europawatcher zijn of haar visie op het Europa van de toekomst. Dit evenement vindt altijd plaats in de week van 9 mei, de Europese feestdag. Het evenement ‘Prijs – debat Karel Verleye’ bekroont eindwerken over

Vanaf 1993 werd uitgekeken naar een follow-up generatie van medewerkers. Het betekende voor de nieuwkomers een bijzondere inspanning om zich in te passen in de grondvisie van Ryckevelde. Een definitieve oplossing kwam er pas in 2001. Stilaan werd, onder de leiding van Marnix Strubbe, een team van een drietal stafmedewerkers gevormd die de activiteiten overnamen en aanpasten aan de moderne tijd. In de volgende jaren groeide de bemannig uit tot een zestal medewerkers, maar gaandeweg kwamen er steeds meer vrouwen in het team. Mevr Inés Verplancke nam, enkele jaren na het afsterven van Karel Verleye de leiding van het vormingswerk van Hugo over en later van het Centrum Ryckevelde.

Na 58 jaar op het domein Ryckevelde, besliste de organisatie dat het tijd was voor een beter bereikbare en meer geschikte locatie voor de vzw. Op 1 december 2014 verhuisde Ryckevelde dan ook naar een gloednieuw kantoor in Sint-Andries, aan de achterkant van het station van Brugge. (St Baafskerkstraat 7/1, 8200 St Andries-Brugge).

Begin 2015 bestond het team van Ryckevelde uitsluitend uit vrouwen: Inés Verplancke als coördinator met haar team: Machteld Boussemaere, Elien Spillebeen, Floor Eelbode, Joke Van Bommel en Sandy Snoeck.

Een interview met Hugo

Drie kapucijnen hebben heel hun leven ingezet voor Ryckevelde. Nu de laatste kapucijn met pensioen is gegaan, willen wij Hugo enkele meer persoonlijke vragen stellen. Maar ook willen van hem horen welke de grote inzichten zijn geweest van Karel: hij was toch dé man van Ryckevelde.

Met de verhuis van Ryckevelde naar kantoorruimten kwam er voor jou, Hugo, op 77 jarige leeftijd een einde aan je activiteiten in het centrum. Wanneer ben jij daar begonnen en wat en wie trof je daar aan ?

Toen Karel in 1956 het kasteel had gekocht van baron de Pélichy uit Izegem moest het na jaren leegstand helemaal bewoonbaar gemaakt worden. Tijdens onze filosofiejaren trokken wij als studenten er regelmatig heen om Karel van dienst te zijn.

Pas na mijn universitaire studies kwam ik in 1969 definitief naar Ryckevelde. De toenmalige provinciaal benoemde mij als helper bij de opdracht van Karel. Ik ging er met plezier naar toe. Een maand later vertrok Karel naar Rome voor het generaal kapittel. Daarmee was ik direct gelanceerd, want ik moest alle activiteiten coördineren. Het was geen tijd van dromen: ik kon direct aan de slag gaan met het ontvangen van mensen en hen over Europa informeren. Osmond was er al een tijdje en steunde mij in mijn taak. Met Christiane Dewaele, die het huishouden deed en een meesterlijke kokkin was, kon ik het goed vinden.

De omstandigheden hebben meegebracht dat ik, naast het uitwerken van conferenties, lezingen, didactische oefeningen over de thema's die wij aan bod wilden laten komen, ook nog heel wat hand- en spandiensten heb moeten verrichten om Ryckevelde als werkinstrument ook materieel in stand te houden. Na 46 jaren trouwe dienst geniet ik nu van mijn pensioen.

Hoe was het toen met Europa gesteld en wat was het opzet van Ryckevelde? Hoe probeerde men dit te realiseren?

In die beginjaren was de Europese Gemeenschap gloednieuw en een bron van veel verwachtingen. Op Ryckevelde waren we enthousiast kritisch. We waren voorstanders van dit project dat we zagen als de doorgroei van alle Europese staten naar een groter en vooral sociaal menselijke geheel.

Vooral de jongeren wilden wij overtuigen dat Europa niet iets bijkomstigs is maar de kern van een volkerengroep, verzameld in één grote gemeenschap.

Mede met Karel heb jij je beste krachten gegeven voor dit ideaal. Het was vooral het ideaal van Karel.

Karel was de grote inspirator. "Europa komt! Europa komt weldra! Europa is er al!" Deze hartenkreet zette Karel op het foldertje waarmee hij de eerste vormingsdagen op Ryckevelde aankondigde. Hij geloofde er vast in dat Europa de sleutel was naar een betere toekomst. Ooit zei Karel: "Als een dokter de juiste remedie kent waarmee hij een zieke kan helpen, dan is hij moreel verplicht dat medicament ook voor te schrijven. Zo ben ik ervan overtuigd dat timmeren aan de

Europese integratie het juiste geneesmiddel is voor ons oude en zieke continent". En ook: "Dromen zijn een absolute noodzaak voor een evenwichtig geestelijk en lichamelijk leven. Als Europa zijn toekomstdromen opgeeft, is het verloren".

Jullie moeten onderling veel over Europa gesproken hebben. Hoe zag Karel het Europa van na de Tweede Wereldoorlog?

Ons Europees huis – zei hij - is oud, en zelfs een beetje bouwvallig. Het dreigt ineen te storten.

In het Europacollege had hij zich uit de naad gewerkt om zijn droomproject levenskrachtig te maken. Later bouwde hij dit project uit op Ryckevelde en maakte er een Europees vormingscentrum van. Karel was zoals vele tijdgenoten diep getekend door de Europese oorlogen tussen de volkeren die mondiale dimensies hadden aangenomen.

In de aanloopperiode naar de tweede wereldoorlog had hij het moeten aanzien hoe krachteloos en machteloos de Europese cultuur was gebleken en als het ware weerloos de crisissen op economisch, maatschappelijk en geestelijk vlak had moeten ondergaan. Zo was voor Karel het ijveren voor Europa gelijk aan het weer levenskrachtig maken van ons continent, het revitaliseren en actualiseren van het beste wat de Europese cultuur en beschaving hadden voortgebracht.

Hij geloofde vast in de kracht van de geest. Dat zien we in de thema's die hij in woord en geschrift steeds weer te berde bracht en in de maatstaven waarmee hij de politieke en maatschappelijke actualiteit en de activiteiten van de Europese instellingen beoordeelde en becommentarieerde.

Karel was een aangename gesprekspartner. Hij kon geestdriftig over Europa spreken. Zijn visie was niet zomaar een droom. Hij zag met een klare blik hoe het met Europa was gesteld.

Ik ben blij dat ik hier mag verwoorden wat ik zo vaak uit de mond van Karel heb gehoord. Hij had inderdaad een eigen visie op Europa. Als we daar samen over bezig waren, dan sprak hij als een redenaar die vlot uit zijn hoofd een gedegen visie kon ontwikkelen.

Europa heeft in de eerste helft van de twintigste eeuw echter zijn slechtste kant laten zien. Nationalisme en collectief egoïsme, materialisme en morele anomie hebben het verlamd. De eerste zorg van de Europese beweging, die al tussen de twee wereldoorlogen ontstond, is de verzoening: het herstel en bewaren van vrede. Gebiedsgrenzen mogen geen culturele, sociale of economische grenzen zijn. Europeanen hebben meer gemeen dan de taalverschillen en de regionale gebiedsopdelingen laten vermoeden. Grenspalen zouden alleen een soort wegwijzers mogen zijn, die aanduiden dat je vanaf daar bij je goede buren bent met wie je zoveel gemeen hebt.

Het doel van de inspanningen van Ryckevelde is: elkaar op een dieper niveau leren begrijpen, samen iets tot stand brengen en vriendschap sluiten zouden niet mogen ontbreken.

De koude oorlog (1945-1989) was een teken van wantrouwen. Jammer dat de Europese leiders zich telkens opnieuw laten meeslepen door het vijanddenken van de Verenigde Staten van Amerika. Het behoren tot de NoordAtlantische Verdrags-Organisatie (NAVO) is wel goed voor het veiligheidsgevoel, maar kan ons Europeanen ook meeslepen in een spiraal van geweld. het veiligheidsgevoel, maar kan ons Europeanen ook meeslepen in een spiraal van geweld.

Ik herinner mij dat Karel een bijzondere verering had voor Methodius en Cyrillus, die later de patronen van Europa zijn geworden. Karel had aandacht voor zowel West-Europa als voor Oost-Europa. Vanwaar deze dubbele belangstelling bij hem?

West-Europa is maar de helft van de Europese beschavingskring, zei Karel. Vanaf zijn eerste stappen in de Europese beweging had hij aandachtvoor het "andere" Europa. Hij was geboeid door de orthodoxie. "Europa ademt met twee longen", zei hij graag. Voor de morele wederopstanding van Europa kon de bijdrage van de oosterse kerken niet ontbreken. Voor hem kon Europa alleen maar een toekomst hebben als er ook een stevige morele overtuiging aan de basis lag. Hij was ervan overtuigd dat de evangelische waardeschaal bepalend is voor de identiteit van Europa. Ryckevelde moet wel niet het evangelie verkondigen maar zou er in zijn stellingnamen en activiteiten minstens rekening mee moeten houden. In onze pluriforme wereld blijft die waardeschaal trouwens, zij het in een geseculariseerde vorm een voorname rol spelen. Zonder die spirituele onderbouw dreigt de hele Europese integratie herleid te worden tot economische integratie. De reacties op de theorie en de praktijk van de globalisering laten zien dat mensen toch iets meer van Europa verwachten dan een volkomen vrije markt.

Wij mogen, denk ik, Karel een visionair noemen. Hij voelde zeer goed aan waar het in een groot Europa om gaat. Daarom sprak hij over zowel West- als Oost-Europa. Maar hij keek nog verder en dan kon hij met verve spreken over de geopolitieke verantwoordelijkheid van Europa.

Europa is een schiereiland van Azië", zei Karel vaak. Europa is een klein stukje van de bewoonde wereld. Maar aardrijkskundig wel goed bedeeld: een mild klimaat en vruchtbare grond. Het is een privilegie om er geboren te zijn en op te groeien. Het is ook het continent waarvan de natuur bijna helemaal en grondig door mensen is gemodelleerd, al is ze hier en daar door hen ook wel wat verknoeid. Dat zegt iets over Europeanen: zij geloven in de mogelijkheid om door eigen inspanningen van de wereld een bewoonbaar huis voor velen te maken.

Die greep op de wereld heeft Europeanen wel meer dan eens overmoedig gemaakt. Velen denken dat de westerse beschaving dé (enige) beschaving is en daarom belerend en richtinggevend mag zijn voor heel de wereld. De mondiale invloed van het westers beschavingsmodel heeft echter ook veel leed en ongelijkheid in de wereld gebracht. Europa draagt dan ook een grote geopolitieke verantwoordelijkheid. Het heeft veel goed te maken.

Na zo vele jaren van samenwerking met Karel mag ik je vragen hoe jij tegen Europa aankijkt?

Europa blijft een experimenteel laboratorium van politieke, economische en sociale modellen, van cultuur en kunst. De Europeanen van vandaag, als erfgenamen van een eeuwenoude beschaving, mogen trots zijn op de basisovertuigingen en grondhoudingen die in hun cultuur verweven zijn. Europa staat voor: democratie, sociale solidariteit, vrede en internationale verstandhouding, maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel voor het ‘bonum commune’, waardering voor de persoonlijke vrijheid. Ryckevelde heeft mij geleerd dat "Europa" meer een ingesteldheid is dan een reeks instellingen.

Nog een laatste vraag: heeft Karel een soort geestelijk testament nagelaten?

Aan het einde van zijn leven kon Karel terugzien op de ontwikkeling van de Europese integratie. Steeds meer sprak hij over de vergeten factoren in de uitbouw van Europa. Het spill-over effect waarvan sprake was bij de oprichting van de EGKS (Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal) , was een illusie gebleken. De weg naar een vernieuwde toekomstgerichte samenleving was langer en moeilijker dan gedacht. Om een levenskrachtig Europa te maken is meer nodig dan een goed economisch klimaat in een zone waar vrij verkeer van goederen, diensten, kapitalen en personen de regel is. Het feitelijke monopolie van de Europese Unie in het verder uitbouwen van Europa heeft ertoe bijgedragen dat economie en handel beschouwd worden als de motor van gans het maatschappelijk leven. Dat was volgens Karel toch een eenzijdigheid in de ontwikkeling naar een ‘Verenigde Staten van Europa’. Vaak verhinderen de lidstaten uit eigenbelang dat de EU kan doorgroeien naar een werkelijke Unie die garant staat voor het soms duur bevochten maar alles bij elkaar toch evenwichtig Europees samenlevingsmodel. Mee blijven ijveren voor dit evenwichtig samenlevingsmodel was de droom van Karel waarvoor hij zijn hele leven heeft ingezet.

Hugo, ik dank je voor dit interview. Het geeft ons een goed zicht op wat Ryckevelde vanaf 1956 voor zeer velen heeft betekend. Wij weten dat jij op een zeer bescheiden manier jouw gedachten vaak in gedichten verwoordt. Ik veronderstel dat jij voor een slotvergadering van Ryckevelde jouw ‘testament’ ook in dichtvorm onder woorden hebt gebracht.

Het ‘afscheidsgedicht’ van Hugo:

Zowat een halve eeuw heb ik mijn hart, mijn geest,
mijn beste krachten aan dit ideaal gegeven:
Het oud Europa schoeien op een nieuwe leest,
een nieuwe solidaire vorm van samenleven;

en mensen overtuigen om voorbij te gaan
aan wat hen in 't verleden heeft uiteengedreven,
de nationale navelstaarderij en grootheidswaan,
en om voortaan het samengaan weer na te streven;

Europa stoelen op 't vertrouwd cultuurpatroon
dat tot op heden nog de grondslag is gebleven
van ons sociaal bestel, herstemmen d' ondertoon
daarvan, vandaag nog amper hoorbaar doorgegeven;

vernieuwend verder werken aan de samenhang
van 't stevig netwerk door de eeuwen heen geweven waarvan
de schering is het algemeen belang,
de inslag vrije inzet van 't persoonlijk streven,

de kleuren van het knoopwerk worden aangegeven
door het lappendeken van kunsten en cultuur
de tekening een vredesduif die hangt te zweven
hoog boven 't landschap, zonder één omheiningmuur.

Om aan die oude wortelstronk, nog geenszins dood,
in 't hart van medeburgers opnieuw kans te geven
weer uit te schieten in een nieuwe frisse loot:
dat is 't wat mij op Ryckevelde heeft gedreven.

Europa bouwen was een kwestie van geloof,
een toekomstdroom, die mij voor 't oog is blijven zweven. Maar
tussen droom en daad ligt soms een diepe kloof.
Mijn doorzettingsvermogen wens ik door te geven ...

aan al wie mét mij waren, nà mij komen, moed,
ook vreugde om wat hen in handen werd gegeven:
het werken voor een beter wereld waar het goed
is voor elkeen om vrij en vreedzaam saam te leven.

Ik heb nu zorgzaam voor de allerlaatste keer
gestreken 't blauwe sterrenvendel en nog even
verdrietig omgezien: want ik kom nooit meer weer.
Ach Ryckevelde ... was een groot stuk van mijn leven.

Klaas Blijlevens

111. VIERING VAN 100 JAAR 'GUIDES' (MEISJESGIDSEN SCOUTS)

Overgenomen uit VOX Jaargang 67  Nr. 2  April - Juni   2015

Wist u dat Belgische ‘Guides’ geboren zijn in de Marollen? Het is inderdaad in de parochie Onze Lieve Vrouw Onbevlekt, (aan de Place du jeu de balle - Kaatsspelplaats) dat de eerste eenheid ‘gidsen in België’ ontstaan is. Dit initiatief is genomen door een onderpastoor de parochie, Pater Melchior Verpoorten, Kapucijn. Onder de indruk van de scoutsbeweging van Baden Powel, lanceerde hij voor jonge meisjes van de wijk een nieuwe stichting in april 1915. Het werd a.h.w. de Belgische ‘Girl Scouts Baden-Powell’, de voorloper van de ‘Katholieke Gidsen van België’. Op zaterdag 9 mei om 11u was de Eucharistieviering in de onze lieve vrouw onbevlekt kerk gelegen in de pittoreske wijk van de Marollen, voorgezeten door bisschop Kockerols. Na die Eucharistieviering volgde de onthulling van een herdenkingsplaat aan de muur van de kerk. De receptie had plaats in de Crèche St.-Antoine in de Kapucijnenstraat.

Zie ook: ‘Brève histoire des Guides Catholiques de Belgique’ www.chs.be/guidisme.html KADOC (Leuven)..

br. walbert,

 

112. PAX ET BONUMDAGEN: GRENSGANGER

Overgenomen uit Handdruk jg. 45, nr. 3, september 2015             

113. TO THE LAND OF SAINTS AND SCOLARS....   IRELAND

Overgenomen uit Handdruk jg. 45, nr. 3, september 2015             

 
114. BR. LEOPOLD EVENS ONTVANGT ERETEKEN VAN RIDDER IN DE KROONORDE

Overgenomen uit Handdruk jg. 45, nr. 3, september 2015             

115.  PROVINCIEDAG TE HERENTALS 17 SEPTEMBER 2015

De uitnodiging van broeder provinciaal, Gust Koyen, werd als volgt geduid.

 Alle broeders werden uitgenodigd tot deze provinciedag.
De keuze om deze provinciedag te Herentals te laten doorgaan is niet zonder reden. Het voorbije kapittel vroeg om in ons huis van Herentals de structuur sterker uit te bouwen. Een werkgroep ad hoc heeft zij hier in de voorbije maanden intens mee bezig gehouden.
Het lijkt ons aangewezen om voor heel de provinciefraterniteit de stand van zaken toe te lichten in Herentals zelf.

 Grote belangstelling en opkomst

 Dat dit onderwerp alle broeders ter harte ging verklaart de enorme grote opkomst voor deze provinciedag. Er waren 39 broeders aanwezig. Procentueel de grootste opkomst ooit voor een provinciedag.

 Broeder Adri, voorzitter van de commissie ad hoc, las de definitieve kapittelaanbeveling

Definitieve kapittelaanbeveling

Het kapittel vraagt aan het nieuwe bestuur om, voor het klooster van Herentals, een goede zorgstructuur uit te bouwen zodat medebroeders die zorg nodig hebben,
daar kunnen verblijven. Op deze wijze kan ook het religieuze leven bewaard worden.
Het kapittel vraagt daarom om - bij hoogdringendheid - een commissie op te richten.
Die commissie zal instaan voor de uitbouw van de zorg voor de broeders. Dit houdt in:
- de kwaliteit van leven van de broeders bewaken en bevorderen
- een personeelsuitbreiding waardoor nachtzorg gegarandeerd is
- de infrastructuur aanpassen
Het kapittel vraagt tevens de aanstelling van een voltijdse directeur (m/v) voor het materiële reilen en zeilen van het huis, naast de gardiaan.
De gardiaan blijft verantwoordelijk voor het spirituele en sociale welzijn van de broeders.

Het kapittel vraagt ook - en met aandrang - dat de broeders die verzorging nodig hebben, voor de broederschap van Herentals kiezen.

   
         
   
         
   
         
   
         
   
         
   
         
   
         
   
         
       
 
116. PATER PAUL SEGERS 25 JAAR PASTOOR VAN DE SINT-ANTONIUSPAROCHIE

Overgenomen uit VOX minorum jg. 67, nr. 3, juni-september 2015

117.  VKM wordt KaVIS

Overgenomen uit VOX minorum jg. 67, nr. 3, juni-september 2015

118. 4 OKTOBER: DIERENZEGENING TE BRUSSEL

Overgenomen uit Handdruk jg. 44 nr. 5 december 2015

119. MEERSEL-DREEF EN HAAR TOEKOMST

Overgenomen uit Handdruk jg. 44 nr. 5 december 2015

120. VORMING OVER ACTIEVE GEWELDLOOSHEID STALAT AAN IN OEKRAINE

Overgenomen uit Handdruk jg. 44 nr. 5 december 2015

121. YOUFRA - ACTIVITEITEN

Overgenomen uit Handdruk jg. 44 nr. 5 december 2015

122. ONTMOETING MET DE LEVENDE STENEN VAN HET CHRISTENDOM

Overgenomen uit Handdruk jg. 44 nr. 5 december 2015

123. PROVINCIEDAG 12 JANUARI 2016 ANTWERPEN

Op 12 januari 2016 waren we met 38 broeders, en mevrouw HeidI Krieckemans uit Herentals, samen te Antwerpen voor de provinciedag.

Het thema van de provinciedag was: “Internationale - interculturele broederschap”
Gezien de fraterniteit van Antwerpen een internationale - interculturele broederschap groeiende is, had uiteraard de provinciedag te Antwerpen plaats.

e provinciedag is ook een broederlijke ontmoeting.
De provinciedag is ook een moment van gebed en bezinning. 

Het programma zag er als volg uit:

10.00 u          Koffie - thee in de bibliotheek IPIS

10.30 u          Samenkomst en vergadering verdieping Pax Christi
                        Gebed en verwelkoming door br. Gust, provinciaal
                        Toelichting: waarom thema internationale - interculturele broederschap

10.45 u          Internationale - interculturele broederschap(pen) door Br. Luc

                                    - Stand van zaken
                                   - Toekomstplannen
                                   - Missie, visie en doelstellingen  

                                   - Verdere uitbouw

11.15 u          Vraagstelling

11.30 u          Eucharistieviering in de kerk

12.15 u          Receptie in de bibliotheek IPIS

12.30 u          Maaltijd in bibliotheek IPIS (oude refter)

14.30 u          Toelichting functie coördinator internationale samenwerking
                        door Br. Gust Koyen
                        Van WKM naar KaVIS
                        Mededelingen door br. Gust Koyen

15.30 u          Nieuwjaarsreceptie met Pax Christi, Vormen, IPIS, SAKADO,                                
                    Telebouwworde

Hier volgt een fotoreportage.

 1) Broederlijke ontmoeting

   
         
   
         
   
         
       

2) De uiteenzetting over de internationale - interculturele broederschap in het lokaal van Pax Christi

   
         
   
         
   
         
       

3) Eucharistieviering en bezinning

   

4) Samen tafelen

       
   
         
       

5) Nieuwjaarsreceptie met Pax Christi, Vormen, IPIS, SAKADO, Telebouworde

   
         
   
         
       
124. INTERVIEW MET BROEDER GERARD SERGIER

Overgenomen uit Handdruk jg. 46 nr. 1, maart 2016

125. ONZE FRATERNITEIT VAN HERENTALS: JE MAG TOT RUST KOMEN

Overgenomen uit Handdruk jg. 46 nr. 1, maart 2016

126. TERUGBLIK OP DE EERSTE GEZINSVRIENDELIJKE ASSISITOCHT VAN TAU

Overgenomen uit Handdruk jg. 46 nr. 1, maart 2016

127. 50 JAAR SPSORTSCHOOL VILO

Overgenomen uit Handdruk jg. 46, nr. 2, juni 2016

128. DE 14 WERKEN EN DE ST.-ANTONIUSPAROCHIE TE ANTWERPEN

Overgenomen uit Handdruk jg. 46, nr. 2, juni 2016

129. ER WAS EEN BENEFIETCONCERT

Overgenomen uit Handdruk jg. 46, nr. 2, juni 2016

130. INTERVIEW MET BR. GERARD DEPREZ

Overgenomen uit Handdruk jg. 46, nr.  3, september 2016

131. IMPRESSIE VAN DE PAX ET BONUMDAGEN

Overgenomen uit Handdruk jg. 46, nr.  3, september 2016