Activiteiten

 Startpagina Vorige

   1. Jubileumviering Kapucijnen te Antwerpen
   2. Prijs Karel Verleye
   3. Het schipperswerk der minderbroeders Kapucijnen te Brugge.
   4. Foorwerking
   5. Gemeenschappelijke provinciedag te Tilburg op woensdag 23 mei 2007
   6. Broeder Generaal Mauro Jöhri op bezoek in Antwerpen
   7. Ontmoeting zusters Kapucinessen "MORGENSTER" en paters Kapucijnen van Brugge Boeverie
   8. Broeder Jan Geerts over heiligen in het park van Meersel-Dreef
   9. Overbrenging van overleden medebroeders begraven te Hoogboom naar Meersel-Dreef
  10. Overbrenging van overleden medebroeders begraven te Lommel Werkplaatsen naar Meersel-Dreef op 7 juni 2007

1. Jubielumviering Kapucijnen te Antwerpen

Op dinsdag 3 oktober vierde men 
150 jaar Kapucijnen aan de Ossenmarkt 14 te Antwerpen.

1) Verwelkoming door br. Jan De Vleeshouwer

Een goede middag,

Wij, de kapucijnen van de Antwerpse fraterniteit, heten ieder van u van harte welkom op deze jubileum van onze kapucijnengemeenschap.

In de eerste plaats begroeten wij onze bisschop van Antwerpen, Mgr. Paul Van den Berghe en zijn secretaris, die zich heeft vrij gemaakt om in ons midden te zijn bij dit feest.

Wij zijn vervolgens onze genodigden dankbaar, die zich voor deze viering hebben kunnen vrijmaken en het hoeft niet herhaald te worden, dat wij hen dankbaar welkom heten.

Onze medebroeders van de verschillende fraterniteiten in Vlaanderen verwelkomen wij ook zeer broederlijk zoals het in de franciscaanse familie past.

Met fierheid en dankbaarheid willen wij – samen met u allen – in deze feestelijke bijeenkomst terugblikken op een rijke geschiedenis van de Vlaamse Kapucijnen, die hier in Antwerpen begon in het jaar 1585, en waaraan onze medebroeder Guido Tireliren zijn boek heeft gewijd: Antwerpen en de Kapucijnen. Tevens kijken wij even naar hetgeen in onze gebouwen hier vandaag gebeurt.

Wij hopen dat deze academische zitting een aangename herinnering mag worden aan de zovele jaren kapucijnenaanwezigheid in Antwerpen.

 

2) Gebed bij de opening

Eeuwige God,

die wij - naar het voorbeeld van Franciscus van Assisi

Vader, in de hemel noemen,

wij loven, prijzen en danken U voor al het goede

dat Gij gezegd en bewerkt hebt door onze medebroeders,

die hier in Antwerpen geleefd hebben.

Wij loven, prijzen en danken U

voor de mensen van Antwerpen

met wij zij mochten leven.

Wij loven, prijzen en danken U

dat wij in deze stad mogen leven

opdat Gij het goede voor de mensen van deze stad

kunt zeggen en bewerken door ons, uw dienaren.

Zo bidden wij U

door de kracht van de heilige Geest

met Jezus Christus, Uw Zoon. Amen

3) Lezing uit het Testament van Franciscus 
en uit de Constituties van de
minderbroeders kapucijnen

Uit het Testament van Franciscus, 1-3 :

 “ De Heer heeft mij, broeder Franciscus,

op de volgende manier het begin gegeven

van een boetvaardig leven:

toen ik in zonde leefde,

leek het me te bitter om melaatsen te zien

en de Heer zelf heeft mij tussen hen gebracht

en ik heb hun barmhartigheid bewezen.

En toen ik bij hen wegging,

was wat me bitter leek

voor mij veranderd in zoetheid naar ziel en lichaam

en ik was er daarna nog een tijdje vol van

en heb de wereld verlaten.”

Uit de Constituties van de minderbroeders kapucijnen :

De heilige Franciscus was een ware leerling van Christus en een lichtend voorbeeld van christelijk leven. Hij leerde de zijnen blijmoedig de voetstappen van de arme en nederige Christus te volgen om door Hem, in de heilige Geest, naar de Vader geleid te worden.

( Constit.2,1)

Toen de heilige Franciscus het verhaal van de uitzending van de leerlingen gehoord had, stichtte hij de broederschap van de orde der minderbroeders,die door gemeenschap van leven zou getuigen van het rijk Gods en door  voorbeeld en woord bekering en vrede zou verkondigen.

Om een ware leerling van Christus te worden, zoals Franciscus dat op bewonderenswaardige wijze was, proberen wij Hem na te volgen, zijn geestelijk erfgoed in ons leven en werken zorgvuldig te bewaren en het aan alle mensen van alle tijden door te geven.

(Constit.3, 1-2)

Als minderbroeders kapucijnen moeten wij de aard en de doelstelling van onze broederschap kennen. Dan kan ons leven op de juiste wijze aangepast  zijn aan de tijdsomstandigheden en geïnspireerd door de gezonde traditie van onze broeders.

(..)In het voetspoor van onze broeders trachtten wij voorrang te verlenen aan het gebedsleven, vooral het contemplatieve gebed; in een geest van minoritas zowel persoonlijk als gemeenschappelijk de radicale armoede te beoefenen, en uit liefde tot het kruis van Christus een leven te  leiden van gestrengheid en blijmoedige boete. Ook zorgen wij ervoor dat in onze levenswijze, aangepast aan de tekenen van de tijd, nieuwe vormen gezocht worden, die door de wettige oversten moeten worden goedgekeurd.

Onder elkaar willen wij ongedwongen als broeders leven. Wij gaan blijmoedig om met armen, zwakken en zieken door hun leven te delen; en wij bewaren onze bijzondere verbondenheid met het volk.

In de geest van dienstbaarheid beoefenen wij een dynamisch apostolaat in verschillende vormen, vooral door de evangelieverkondiging.

(Constit.4,1;3-5)

4) Lezing uit het Evangelie: de uitzending van de twaalf

“Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal.

Toen hij de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder. Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. Vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.’

Daarop riep hij zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen. Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, Filippus en Bartolomeüs, Tomas en de tollenaar Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs, en ten slotte Simon Kananeüs en Judas Iskariot, die hem zou uitleveren.

Deze twaalf zond Jezus uit, en hij gaf hun de volgende instructies: ‘Sla niet de weg naar de heidenen in en bezoek geen Samaritaanse stad. Ga liever op zoek naar de verloren schapen van het volk van Israël.

Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.” Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven! Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee, schaf je voor onderweg geen reistas aan, geen extra kleren, geen sandalen en geen stok, want een arbeider is het waard dat er in zijn onderhoud wordt voorzien. In elke stad en in elk dorp waar je komt, moet je uitzoeken wie het waard is je te ontvangen; blijf daar dan tot je weer verder gaat. Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat.” (Mt 9:35-10:12 NBV)

 

5) Verwelkomingswoord door br. provinciaal Adri Geerts

1. Wie enigszins vertrouwd is met het leven van Franciscus van Assisi zal niet verwonderd zijn over de keuze van de zendingsrede in deze viering.  Toen Franciscus al een hele weg had afgelegd in het heroriënteren van zijn leven – het was voor hem al duidelijk dat hij  zou geen succesvol zakenman zou worden zoals zijn vader, hij zou geen ridder worden ; hij had de melaatse medemens reeds als een naaste mens, als een broer ontmoet en hem als mens opgericht ; hij had de stem gehoord die hem zegde ‘herstel mijn kerk’  en herstelde kerkjes  en leefde ondertussen van wat de mensen hem toestopten  -   toen , na al deze stappen en het zich terugtrekken in de stilte,  hoorde hij op een bepaalde dag deze zendingsrede voorlezen. Toen leek voor hem alles duidelijk te worden. Enthousiast riep hij uit : dàt is het wat ik zoek!! Zo wil ik leven !!

Zo wil ik leven.  Rondtrekken, geen vaste woonplaats hebben. Vertrouwend op en mij toevertrouwend aan de gastvrijheid van mensen en hen de blijde boodschap verkondigen over Gods liefde voor ieder en over het Rijk Gods !

En dat niet alleen met woorden maar met heel zijn persoon en heel zijn leven.  Hen ontmoeten als een broer , hen vriendschap aanbieden en hen concreet nabij zijn waar ze naar lichaam of ziel in nood zijn !

2.  Daarin zit tot op vandaag  - zoals we zojuist hoorden in de tekst uit de Constituties van de minderbroeders kapucijnen -  nog altijd het leven van de broeders van Franciscus, en dus van de minderbroeders kapucijnen  verwoord.

Een evangelische broederschap vormen die niet gebonden is aan één plaats, maar zich overal thuis voelt – want heel de wereld is ons huis -, een evangelische broederschap van broeders die zich niet willen verheffen boven anderen maar hen nabij zijn en in woord en daad de blijde boodschap verkondigen, telkens weer aangepast aan de tijd en de cultuur waarin ze leven.

3.  Maar als dat zo is, bevat die opdracht dan eigenlijk  geen kritiek op het vieren – hoe bescheiden ook – van een aanwezigheid van 150 jaar op één plaats?  Vermits we niet aan één plaats gebonden mogen zijn….  

Het is natuurlijk maar een schijnbare contradictie.  Want diezelfde Franciscus zegde  tegen zijn broeders dat ze o.m. Portiuncula, dat kleine plekje waar zoveel begonnen was, nooit mochten verlaten  want het was een plaats zo vol van genadevolle gebeurtenissen, een plaats van genade.      

Ook al moeten de broeders van Franciscus bereid zijn verder te trekken, als dat gewenst is, toch mogen ze als gemeenschap ook plaatsen koesteren…., plaatsen die voor hen en hopelijk voor velen, plaatsen van genade zijn.

4. Als wij kapucijnen vandaag graag even stil staan  bij het feit dat we , na reeds van 1585 in Antwerpen  te zijn,  nu 150 op deze plek wonen, dan is dat niet zozeer omdat het nu eenmaal past dat dit gevierd wordt, maar wel omdat er alle reden is om dankbaar te zijn voor die 150 jaar. En om al het goede dat we ontvingen, terug te geven aan God.

Volksverbonden hebben onze medebroeders hier geleefd, en ze hebben hier  veel activiteiten ontplooid en  heel veel goed mogen doen op pastoraal, cultureel en sociaal vlak. Doorheen de jaren zijn op deze plek ook de administratieve diensten van de eigen provincie gevestigd, en ook de missieprokuur.  In vroegere tijden zijn vanuit de haven van Antwerpen veel medebroeders afgereisd naar Congo en Pakistan ..Maar ook vandaag komen missionarissen en medebroeders uit jonge provincies hier nog graag langs omdat hier het missiesecretariaat is..

 Onze medebroeder Guido Tireliren heeft – naar aanleiding van dit jubileum - veel boeiende bladzijden geschreven  over de pastorale  en sociale  en culturele inzet van onze medebroeders hier in Antwerpen en van Antwerpse medebroeders.

5. Vandaag is het stiller geworden rond onze gemeenschap dan het voorheen geweest is.   De  diepgaande veranderingen in en de crisis  van het religieuze leven in het algemeen gaan aan ons niet voorbij. Terwijl de orde in Afrika, Azië en Zuid- Amerika groeit en nu aanwezig is in 101 landen, vormen  wij Vlaamse kapucijnen, nu  een groep met een hoge gemiddelde leeftijd.   Ons aantal is drastisch geslonken, ook hier in Antwerpen.

6. Een zeer groot gedeelte van de gebouwen hier hebben we twintig jaar geleden  ter beschikking gesteld van initiatieven die we in een franciscaanse geest  een warm hart kunnen toedragen.. Het is niet moeilijk om Centrum Kauwenberg, Bouworde en de vredesbeweging in verband te brengen met belangrijke accenten in het leven van Franciscus en de franciscaanse spiritualiteit !    

7. De toekomst kennen wij niet. Wij hopen wel dat  hier nog lang een bakermat van franciscaans leven zou mogen blijven. In een stad zoals Antwerpen anno 2006 is er zeker plaats en veel werk voor franciscaanse mensen.

Ondertussen mogen wij vandaag  dankbaar vieren dat er hier veel goeds mocht gebeuren.  En al het goede dat mocht gebeuren mogen we ons niet toe-eigenen zoals Franciscus  dat graag benadrukt maar  we geven het terug aan God.    

En we zijn jullie , mijnheer de bisschop , medebroeders  en jullie allen  dankbaar dat jullie met ons vandaag willen meevieren en mee danken!

Goede mensen, 
bij het einde van deze viering  wil ik graag enkele dankwoorden uitspreken.
Dank aan u allen die gekomen zijt
Dank aan monseigneur
Dank aan Jo Hanssens
Dank aan de mensen van de mediatheek  voor de powerpointvoorstelling
dank aan Arpa-cordeon en orgelist Kenny
dank voor de extra versiering  

Ik nodig jullie graag uit voor de receptie  en ondertussen kunnen jullie gerust eens rondkijken…

En op weg naar de receptie krijgen jullie het boek aangeboden dat onze medebroeder Guido Tireliren schreef naar aanleiding van de 150 jaar aanwezigheid hier aan de Korte Winkelstraat en de Ossenmarkt:“Antwerpen en de Kapucijnen

Het beeld van br. Franciscus kreeg een centrale plaats, 
mooi versierd door br. Jan Geerts.

Verwelkoming door br. Jan De Vleeshouwer, 
gardiaan van de fraterniteit Antwerpen

De muziek werd gebracht door Arpa-cordeon en br. Kenny Brack

Toespraak door br. provinciaal, Adri Geerts

Jo-Hanssens, Pax Christi, dankt de broeders kapucijnen voor het gedeelte van het huis afgestaan aan Pax Christi.
Hij dankte ook in naam van de andere entiteiten die in het voormalige klooster gehuisvest zijn.
Mgr. Paul Van den Berghe, bisschop van Antwerpen,
had een bemoedigend woordje.

Dit alles werd beluisterd en bekeken door zeer velen die van dichtbij en van ver gekomen waren. Na de feestzitting werd aan iedereen het boek “Antwerpen en de Kapucijnen” van broeder Guido Tireliren aangeboden.

In de gezellige receptie en bij de broodmaaltijd,
niets anders dan gelukkige gezichten.

2. Prijs Karel Verleye

Vijftigste verjaardag van het Centrum Ryckevelde

 

1)  Op zaterdag 21 oktober vierden men in de stadsschouwburg te Brugge dit gouden jubileum.

 

2) Onder de genodigden: Gouverneur Paul Breyne, Minister-president Yves Leterme, Mgr. Roger Vangheluwe, br. provinicaal Adri Geerts en andere vooraanstaanden.

 

3) Broeder Hugo Gerard, medewerker stichting Ryckevelde, hield zich heel bescheiden op de achtergrond. Langs onze website willen we toch hulde brengen aan onze gedreven medebroeder die jaren lang de rechterarm van medebroeder Karel Verleyen is geweest en nu als een drijvende kracht heel het gebeuren van “stichting Ryckevelde” gaande houdt.  

 

Hugo Gerard op de foto heel bescheiden in het midden.

4) Onze minister-president, Yves Leterme, gaf een toespraak:

Hij onderlijnde dat een waardevol Europa ook best waarden-vol Europa zou zijn.

5) Sinds 1956 is Ryckevelde actief als Europees vormingscentrum

Sinds 1956 is Ryckevelde actief als Europees vormingscentrum.
Daarmee zijn we één van de oudste organisaties in ons land (en in Europa) die de bevolking in het algemeen en de jeugd in het bijzonder ‘op mensenmaat’ informeren en sensibiliseren rond de Europese eenwording.

KAREL VERLEYE was de founding father van Ryckevelde.
Hij stelde de mens in het Europese verhaal centraal: “Op Ryckevelde kom je Europa binnen zonder pasje. Europa hoort op de eerste plaats een zaak van mensen te zijn en niet een bureaucratische, economische boaconstrictor. Overigens, niemand kan verliefd worden op een gemeenschappelijke markt. De menselijke kant, de vergeten aspecten in het Europese debat, moeten aan bod gebracht worden. En dat hebben we met Ryckevelde gedaan.”

Naar aanleiding van de VIJFTIGSTE VERJAARDAG VAN RYCKEVELDE (1956-2006), werd besloten het gedachtegoed van Ryckevelde te bundelen in vijftig citaten. Deze zijn één voor één afkomstig uit het rijke oeuvre van Karel Verleye. Zijn teksten geven een tijdsbeeld van de afgelopen vijftig jaar Europese samenwerking, maar hun ACTUELE WAARDE is opmerkelijk. Ze worden bovendien gekenmerkt door zijn geloof in het belang van een ééngemaakt Europa en zijn aandacht voor de ‘vergeten factoren’ van het Europese integratieproces.

Dit citatenboekje is niet bedoeld als terugblik op de voorbije vijftig jaar. Het is eerder een handboekje, een bundeling van een rijk gedachtegoed voor de toekomst van Ryckevelde en Europa.

6) Tezelfdertijd werden voor de derde maal werd de prijs Karel Verleyen uitgereikt. De laureaten zijn:

 

1) Anna Van Cauwenberge, Universiteit Gent met "Audiovisuele media in de beeldvorming en communicatiestrategie van de Eurpese Unie"

2) Peter Meirsschaut, Universiteit Gent met "Het cultuurbeleid van de Europese Unie - een drieluik over culturele activiteiten van de Europese Unie".

3) Arnout Justaert, Katholieke Universiteit Leuven met "Meerlagige besluitvorming in het Europese immigratie- en asielbeleid."

De derde prijsuitreiking vond plaats tijdens de viering van vijftig jaar Ryckevelde in het Concertgebouw te Brugge op 21 oktober 2006.

" We kunnen op Europa het woord van Leo Trotzld toepassen,wanneer hij beweerde: "Een idee kan slechts dan geslaagd heten,wanneer ze niet alleen economische en sOcÏale veranderingenin de maatschappij heeft weten te verwezenlijken, maar ook bij de bevolking een mentalÏteitswijziging heeft verwekten inspiratÏe heeft geboden .aan kunst en cultuur." (Karel Verleye)

Deze tekst lees ik in een boekje met vijftig citaten uit het oeuvre van onzemedebroeder Karel Verleye ofm.cap., stichter van het Europees VormingscentrumRyckeveldein Sysele. Het werd ter gelegenheid van de viering van het vijftigjarig bestaan van het Centrum uitgegeven en bij de viering op zaterdag 21 oktober aangeboden.

Het is nu zondagavond en ik ben in Antwerpen. De viering van gisteren heeft mij aangesproken en mij ervan bewust gemaakt hoe eenzijdig Europa benaderd wordt en hoe concreet de Europese realiteit ook mijnleven beïnvloedt. Ik mijmer nog graag wat na.
Ik was blij dat in de viering recht werd gedaan aan onze medebroeder Karel, wiens leven door één grote idee bezield was en die er helemaal voor ging om samen met anderen die droom waar te maken. Hij heeft zich met hart en ziel ingezet voor een verenigd Europa. Maar dan één Europa dat véél meer is dan een Europese vrijhandelszone, méér dan een Europa van staten. Hij heeft onvermoeid geijverdvoor een federaal Europa van de volkeren, met een culturele, morele en spirituele dimensie, een Europa dat zich voedt aan de rijke waarden van de eigen culturele en religieuze geschiedenisen zich vernieuwt, een Europa met een internationale orde, gebaseerd op gerechtigheiden solidariteit dat meebouwt aan een rechtvaardige wereldorde en dat als een sterke vredesfactor in de wereld functioneert. Een Europa waarvoor men kan warm lopen.
Deze Europese droom trachtte Karel, samen met de medewerkers, te doen overslaan,
ook op jongeren, zodat deze droom een meritaliteitswijziging kon verwekken, ja ook inspiratie bieden aan kunst en cultuur. Deze droom drijft de medewerkers van het Centrum Ryckevelde ook vandaag.

Terwijl ik hier over nog zit te mijmeren op mijn kamer die uitgeeft op de Ossenmarkt, dicht bij een studentenbuurt, hoor ik op het voetpad beneden mijn venster de stemmen van studenten en het geluid van voortgetrokken valiezen, op weg van het Centraal Station naar hun' studentenkot' . Veel van deze studenten zullen wellicht een tijd in een ander Europees land studeren. Dezejongeren zullen er deze avondwellicht niet bij stilstaan dat zij ouders hebben die, dankzijde realiteitvan een verenigd Europa, gedurende gans hun leven nog geen oorlog gekend hebben, zoals Hugo Gerard, de naaste medewerker en opvolger van Karel, verleden week in een interview opmerkte. Zoals we er ook zelden bij stilstaan dat ons dagelijks leven diepgaand beïnvloed is door de realiteit van een éénwordend Europa.

Zondagavond. Morgenvroeg zullen er over datzelfde voetpad, beneden mijn venster, honderden jongere scholieren voorbijkomen waarvan er héél veel Marokkaanse of Turkse of Afrikaanse 'roots' hebben. En ook dat is de realiteit, de samenstelling van de Europese samenleving verandert razend snel. Economische maatregelen en bureaucratie volstaan niet. Ook hier is een inspirerende visie nodig.

Mensen met een visie, met een droom
en die alles doen om die droom waar te maken,
zijn er zo nodig!

Adri Geerts

(Uit "Leven" 31ste jaargang, nr. 7,oktober - november 2006.)

 

SIJSELE Stichting Ryckevelde vertaalt Europa al halve eeuw op mensenmaat

"Wij vertellen een positief Europees verhaal"

In het kasteel Ryckevelde huist de Stichting Ryckevelde die al vijftig jaar de droom van haar stichter pater Karel Verleye uitvoert: de Europese gedachte in de harten en de geesten van de gewone mens brengen.

Bert Gilté:

Vijftig jaar geleden wandelde pater Karel Verleye in Rycke­velde bos toen hij betoverd

werd door het kasteel Ryckevelde. Sindsdien werd die charmante plek het hoofdkwartier van zijn Stichting Ryckevelde. Vandaag ­wordt dat werk er nog steeds verder gezet.

Pater Karel Verleye had in het cen­trum van Brugge net zijn intussen befaamde Europacollege opge­richt. Toch was zijn taak niet af. De priester-kapucijn wou de menselij­ke kant en de vergeten aspecten van die Europese eenmaking in simpele woorden vertalen. In de bossen tussen Sijsele en Asse­broek vond hij in 1956 de perfecte plek om aan iedereen duidelijk maken waarom het Europees pro­ject voor hem zo belangrijk is. Als Europeaan van het eerste uur had pater Verleye immers twee roepin­gen: het religieuze leven en dat verenigde Europa.

"Pater Verleye wou het positieve verhaal van Europa vertellen", beaamt Ines Verplancke, vandaag sa­men met Maartje Braeckman aan de slag voor Stichting Ryckevelde. “Dat was gegroeid vanuit de wereldoorlog, het schoolvoorbeeld van waar extreem nationalisme toe kan leiden. Of zoals pater Ver­leye dat zei: hier' in Ryckevelde moet je Europa zonder paspoort binnen komen.” Het kasteel van Ryckevelde groeide uit tot een ge­renommeerd vormingscentrum over Europa, tienduizenden leer­lingen kwamen er over de vloer. Ryckevelde werd een kwaliteitsla­bel.

"We werken als enige in België op deze manier met de Europese ma­terie", knikt Verplancke trots. "Met onze traditie van 50 jaar zijn we intussen erg goed ingewerkt in de materie."

Pater Hugo-otto Gerard, opvolger van pater Karel Verleye en al sinds het begin actief in Ryckevelde, weet waarom het centrum ook vandaag belangrijk blijft.

"Wie nu achttien is, beseft niet dat zijn ouders tot de eerste generatie zonder oorlog behoren. Ook voor de problemen van vandaag is dat verenigd Europa uiterst belangrijk. Ik denk maar aan het terrorisme, de invoer van goedkope kleren uit China of de immigratieproblema­tiek van Spanje."

Sinds 1992 wordt de kasteelvloer in Sijsele niet langer platgelopen door jongeren en volwassenen die iets meer over dat Europa willen leren. Het gebouw was niet langer brand­veilig voor groepen. Het centrum is geëvolueerd naar dienstverle­ning en trekt zelf naar scholen of verenigingen. Ryckevelde viert vandaag haar gouden jubileum vanaf 10.30 uur in het Concertge­bouw van Brugge op 't Zand. Daar komt onder meer Yves Leterme, Vlaams minister-president, spre­ken en wordt de Prijs Karel Verleye uitgereikt.

Bron: Het Volk, 21-10-2006

3. HET SCHIPPERSWERK
DER MINDERBROEDERS-KAPUCIJNEN TE BRUGGE

Sinds meer dan honderd jaar hebben de kapucijnen zich ingezet voor de schippersfamilies en hun kinderen.
Dat werk is begonnen te Brugge in het jaar 1889. In het jaar 1989 werd het honderdjarig jubileum uitgebreid gevierd met een tentoonstelling en allerhande feestelijkheden in de Schippersschool aan de Komvest te Brugge met een academische zitting in het stadhuis. Ook werd door P. Rochus Schellinck een speciaal nummer van Vox Minorum uitgegeven waar het gehele verhaal van honderd jaar Schipperswerk in detail werd uiteengezet. Het is een boeiend relaas geworden, maar soms toch ook pijnlijk om de vele moeilijkheden die er moesten overwonnen worden. Er was de sociale en politieke strijd om de rechten van de achtergestelde bevolkingsklassen te bekomen. Er waren ook de moeilijke tijden van de beide wereldoorlogen. Wij vinden er namen van alle kapucijnen die er, in de loop der jaren, hun beste krachten aan hebben gewijd.
Het Schipperswerk was meer dan een schippersinternaat en –school. Ook de verschillende Bonden – waaronder de Bond van de Eigenschippers – hebben heel wat sociaal werk verzet.
In 1994 werd een merkwaardige viering op het getouw gezet om het veertigjarig bestaan van de Bond van de Eigenschippers te vieren.
Dus naast het onderwijs voor schipperskinderen werd er ook veel aandacht besteed aan de sociale werking. Daarom werd de Bond van Eigenschippers gesticht en werden heel wat activiteiten verwezenlijkt.
In het jaar 2004 moest het vijftigjarig bestaan van de vereniging herdacht worden. Maar ongelukkig genoeg, is dat niet kunnen gebeuren omwille van het plotse afsterven van P. Rochus op 9 maart 2004.
Intussen is er veel gebeurd en is zich alles in versnelling gaan ontwikkelen.
De schipperskapel werd gesloten en het gebouw waar de Bond van Eigenschippers huis, werd verkocht. Eerst dacht men de rest van het schippershuis te kunnen overnemen. Maar dat kon niet doorgaan. Het gebouw was te groot en niet geschikt.
Dan werd maar uitgezien nar een andere plaats.
Die werd gevonden op de St.-Pieterskaai in de onmiddellijke omgeving.

Op zaterdag 18 februari 2006 was er een bijeenkomst van de Raad van Bestuur van de VZW Bond van Eigenschippers. Het merkwaardige was dat dit voor de laatst maal gebeurde in de vergaderzaal van de ‘Schippersschool’ aan de Komvest 38. In die zin was het een historische gebeurtenis daar de volgende vergaderingen en activiteiten zullen plaats hebben in de nieuwe burelen aan de Sint-Pieterskaai 47.
Daarmee is toch een belangrijk hoofdstuk van het ‘Schipperswerk’ te Brugge afgesloten en gaat het nu een nieuwe richting uit.

Inderdaad, sinds het overlijden van P. Rochus is alles in een versneld tempo gegaan. Zoals gezegd werd de schipperskapel gesloten en werd de zondagsmis daar afgeschaft. Reeds vroeger werd het jongensinternaat overgenomen door de technische school de ‘Groene Poorte’. Nu werd onlangs ook het gebouw van het meisjesinternaat en de voormalige feestzaal van de school van de hand gedaan. In dat gebouw zetelde de administratie van de Bond van Eigenschippers en het Nieuwe Roer.
Omwille van de verhuis en de inrichting van de nieuwe lokalen was het bureel van de Komvest enkele dagen gesloten. Heel wat vrijwilligers van de Vriendenkring rond het schippershuis hebben veel inspanningen geleverd om alles klaar te krijgen en ook een vergaderzaal voor de Vriendenkring in te richten. Intussen werd op zaterdag 2 april de nieuwe locatie ingehuldigd en ingezegend. Op donderdag 6 april was er een opendeurdag voor alle leden van de Vriendenkring. Er was heel wat volk op afgekomen om de nieuwe lokalen te komen bewonderen. De harde werkers kregen een gepaste hulde en werden in de bloemetjes gezet! En het was verdiend!

Daarmee komt aan de nauwe samenwerking van het Schipperswerk te Brugge met de paters kapucijnen een einde!
Wat begonnen was in de jaren 1889 en ontwikkelde tot een bloeiende schippersschool, was intussen al verschillende jaren verdwenen als gevolg van de ontwikkeling van de binnenscheepvaart en de vermindering van het aantal kinderen. Nu is ook het sociale luik van het schipperswerk geschiedenis geworden!
Maar verdere resultaten rond de Bond van Eigenschippers en het Nieuwe roer blijven succesvol verder werken ten dienste van de schippers, maar los van de minderbroeders kapucijnen.

Wij kunnen treuren om wat verdwenen is, maar ons des te meer verheugen over alles wat in al die jaren gerealiseerd is en opgebouwd tot een formidabele ontwikkeling die de binnenscheepvaart in de huidige tijd kent.

De namen van pater Tillo en pater Didac zullen blijven leven, daar tenslotte hun inspanningen en enthousiasme geleid hebben tot wat nu de binnenscheepvaart geworden is. En dit vooral omwille van de school en de inzet van de Zusters van Maria van Pittem en het onderwijzend personeel die jarenlang het beste van zichzelf hebben gegeven voor de opvoeding en opleiding van de schipperskinderen zovele jaren lang.

Bij velen leeft nog de nostalgie naar al het mooie en het vormende dat er gebeurd is.
Wij wensen de Bond van Eigenschippers en het Nieuwe Roer alle succes toe. En mogen zij het geluk beleven eens hun honderdjarig bestaan te mogen vieren zoals dat gebeurd is met het Schipperswerk te Brugge in 1989.
Wij hebben alle redenen om God te danken voor al het mooie en het verdienstelijke dat werd geleverd ten bate van onze schippersfamilies.

Schippersaalmoezenier Silveer Vermeulen.

 

4.  FOORWERKING:

GESPREK MET KERMIS-AALMOEZENIER

Achtenzeventig jaar is hij. Maar hij blijft even levendig als in zijn jongensjaren. Pater Kristiaan uit Wiekevorst. Een tijdgenoot van hem, even kwiek en werkzaam nog, ging hem namens tijdschrift Handdruk interviewen: Silveer Vermeulen (Werner) bij Georges Van der Linden (Kristiaan).

S.V. – Kris, eindelijk hebben we eens tijd gevonden voor een babbel… We hebben u al zo dikwijls op TV en in de krant gezien, zodat ge stilaan een echte B.V. geworden zijnt. Wilt ge onze lezers eens wat vertellen over uw taak als aalmoezenier van de Belgische Kermis- en Circusmensen?

Kr. – Iedereen heeft zo een gedacht over wat kermis- en circusmensen zijn. Maar ik heb ondervonden dat weinigen weten wat voor mensen dat eigenlijk zijn.
Kermismensen zijn op de eerste plaats families die ons blij maken en elk jaar op een vooraf bepaalde datum en op een juist bekende plaats zorgen dat ge kermis kunt vieren en naar het circus kunt gaan.
Ik ben in België hun pastoor, d.w.z. de verantwoordelijke voor de pastorale zorg en de begeleiding van allen die op de kermis staan, voor België en Nederlands Zeeland.
Maar er is nog meer. Mijn parochianen zijn ook alle woonwagenbewoners, circusartiesten, kermismensen met hun kinderen en familieleden. Zij vormen een wereld op zich zelfs een wat 'gesloten' wereld. Zij zijn eigenlijk geen 'gewone' mensen. En dat weten zij zelf ook. Zij hebben ook een eigen levenswijze en géén vaste woonplaats. En daarom zijn ze niet aan een gemeenschap verbonden en zeker niet aan een bepaalde parochie. Want elke dag kunnen ze ergens elders verblijven omwille van hun 'beroep'. Zij hebben een andere 'woonvorm' … en daar kijkt de gevestigde maatschappij tegenop.

Bij die families zijn er veel gelovige christenen. En die hebben recht op een christelijke begeleiding vooral wat betreft het doopsel van hun kinderen, de eerste en plechtige communie en het vormsel. Ook het sacrament van het huwelijk heeft een plaats in hun leven. En ook de christelijke begrafenisdienst. Ook de liturgische diensten zoals de eucharistievieringen en andere vieringen schatten ze hoog in hun leven. Alhoewel zij daaraan niet  zo dikwijls deelnemen als andere christenen op een parochie. De zwaarste periode – en de schoonste – is de voorbereiding 'catechese aan huis'. Het vereist veel kilometers maar echt tof.

S.V. – Hoelang doet gij dat al?

Kr. – Al 47 jaar! Ik ben eigenlijk toevallig in dat wereldje verzeild geraakt. Want ik had altijd gedroomd om missionaris te worden in Pakistan waar wij als kapucijnen toch nog altijd missionarissen hebben hé. Maar er kwam een plaats open als aalmoezenier voor kermismensen en de provinciaal dacht dat ik daar de juiste man voor was. Een dergelijk werk gelijkt op het missionarisleven. Dus zei hij: "Je zult rondrijdend pastoor worden: kermis en circus zijn ook een jungle." Ik ben gewoon in een echte kapucijnentraditie gestapt! Het werk bestond al sinds 1868.

S.V. – Waar zijn uw mensen zoal te vinden?

Kr. – Overal in België. Van Oostende tot Arlon. Mijn parochie is tussen Maas en zee. (Op dat ogenblik belt zijn GSM: … Het is één van zijn parochianen. "Kan je zondag ons kind komen dopen?…" Zo zie je maar… Ik heb gemiddeld een paar doopfeesten per week. Zoals nu weer bij Lindsey Pfaff. Jean-Marie Pfaff komt uit een woonwagenfamilie, moeder Carmen en 'den bompa' waren kermisvolk! En dat dopen gebeurt ook tijdens de kermis. Het leven gaat voort. Ik doe regelmatig in de parochies de mis op scooter (botsauto) en wel ter gelegenheid van het patroonfeest van de parochie. Vroeger heette die dag kerkmis en zo zijn we tot kerkmis gekomen. De plechtigheid heeft dan plaats in de arena van de 'botsauto-tent'. De foorkramers zitten op stoeltjes en de kinderen op de vloer of zelfs in de botsauto's achteraan. Ik breng gepaste religieuze muziek mee om door de luidsprekers af te spelen. Van zodra ik 'amen' heb gezegd beginnen de botsauto's weer te rijden…
Het gebeurt dat, ter gelegenheid van de dorpskermis, de 'foormis' plaats heeft in de kerk. Mijn mensen zijn zeker heel gelovig, maar eigenlijk weinig kerkelijk. – Misschien is dat met uw schippersvolk ook zo? – Daarom moeten we hen op een speciale manier aanspreken om hun aandacht te trekken. Ik moet niet véél zeggen, maar wàt ik zeg moeten ze verstaan, denk ik dan!

S.V. – Zijn 'zigeuners' ook uw parochianen? Wie zijn dat eigenlijk?

Kr. – Het zijn woonwagenbewoners. Dat zijn Belgen die generaties lang textielleurders, tapijtverkopers of scharensliep waren. Maar in de préhistorie kwamen ze uit Pakistan en Afghanistan. rond het jaar 1000 werden ze daar verjaagd en zijn nu Belgen geworden. Velen wonen nu wel in huizen en werken in fabrieken, maar toch voelen zij zich nog een bijzondere bevolkingsgroep. Bij hen voel ik mij nog het meest missionaris!

S.V. – Hoe kunt gij al die mensen blijven volgen?

Kr. – Mijn geheim is dat ik een goed geheugen heb. Daar dank ik elke dag de Heer nog voor. Het is voor mij als een 'toverformule' en dat was nodig om stilaan in hun gesloten en argwanende kring binnen te geraken. Ik ken bijna elk lid van de 2000 Vlaamse kermisfamilies bij naam. Ook een groot deel van de 1.100 Waalse families. Aan het gezichtje van een peuter heb ik genoeg om te zien uit welke clan hij komt.
De zigeuners geloofden zelfs dat het toverij was. Zij hadden schrik van mij omdat ik al hun namen en al hun familiebanden kon onthouden. Ik heb intussen een paar duizend foorkinderen gedoopt ener evenveel getrouwd en heb er 1700 begraven! Maar ik ben niet alleen hun 'praatpaal' en vertrouwensman, maar ook soms de bemiddelaar bij de politie. Maar nu veel minder. Als er iemand opgepakt wordt kunnen zij meestal geen advocaat betalen en moet ik er ter hulp schieten!
Het is van groot belang je mensen goed te kennen. Er zijn om te beginnen vier groepen: kermiskramers, circusartiesten, woonwagenbewoners en zigeuners. Je mag nooit de vier meet elkaar verwarren. Het zijn vier totaal verschillende werelden en ze zijn er alle vier even gevoelig voor. Als iemand zich vergist dan roepen zij: "Ik ben geen kotjakker!" en de ander zal zeggen: "Ik ben geen foor-aap!"

S.V. – Circusartiesten zijn dus geen andere groep?

Kr. – Uiteraard. Circusmensen zijn de kleinste groep. Maximum 7 families, waaronder de Malters, de Wieners, de Ronaldo's en de Piccolini's, Monelly Magic. Samen zijn ze maar met 30 personen. In het hoogseizoen huren ze artiesten uit heel Europa. Die laatsten zijn de eenzaamste mensen. Waarom zouden ze vriendschap zoeken als ze morgen in Tsjechië. Spanje of Denemarken staan? Op hun 35ste jaar zijn ze al afgeschreven. Want schoonheid, fysieke kracht en een aantrekkelijke babyface zijn dé vereisten. Nadien worden het vaak vrachtwagenchauffeurs of kermismannen.
De circusartiesten zijn ook het meest bijgelovig. Ik heb geleerd dat je bijvoorbeeld nooit van achter de bühne-gordijnen mag loeren terwijl de act bezig is. En je mag nooit op de rand van de piste gaan zetten, want dat brengt ongeluk… Zo zie je maar!

S.V. – Hoelang kunt ge dat werk nog doen Kristiaan?

Kr. – Ik heb me al wat beperkt in mijn apostolaat. Omwille van mijn ouderdom werd het mij al wat te veel.
Ik kan me niet meer verantwoordelijk voelen voor de woonwagenbewoners en de zigeuners. Ze vroegen mij ook heel veel administratie om bijvoorbeeld hun kindergeld te regelen. Elk jaar vulde ik honderden belastingsbrieven in. Ik heb sinds 1960 een 205 families aangesloten bij de zelfstandigenkas. Ik schoot regelmatig de zelfstandigenbijdrage voor … maar ben ook regelmatig gefopt. Kwaad werd ik nooit. Maar ik zat vooral met ethische bezwaren. Ik moest in de belastingsbrieven liegen dat het kletterde! En dan werd ik op het matje geroepen bij de belastinginspecteur. En dat knaagde. Ik vind ge moet serieus blijven. Ze kunnen niet gekleed gaan als een prins en mooie en chique auto's kopen en bijna geen inkomsten aangeven. Daarom ben ik er mee gestopt. En heb alle papieren van vroeger verbrand.

S.V. – Hebben uw mensen niet de naam van ruw en hard te zijn?

Kr. – Inderdaad zo kunnen ze bij de 'burgers' wel over. Ze hebben een ruwe schors, ja, maar toch – en dat moet gezegd – zij hebben een gouden hart! Zo mogen bijvoorbeeld gehandicapten een dag van alle kermisattracties gratis profiteren! Dan staan zware kermismannen echt in hun kraam te janken. Sic!

S.V. – Gij hebt enorm veel verplaatsingen. Komt gij rond met uw inkomen?

Kr. – Ik heb een inkomen van een 'pastoor' denk ik: een 1000 euro. Wel, de helft ervan gaat natuurlijk naar benzine voor mijn verplaatsingen. Daar komt ook de huishuur bij (250 euro) en ik moet ook veel telefonisch werk afwerken. Maar ik kom rond. Wikken en wegen om er te komen is heel tof. Als ik thuis ben steek ik mijn voeten onder tafel bij mijn medebroeders in Hasselt. En nog voor de rest moet ik zeggen dat mijn volk me goed voorziet. Onlangs kreeg ik nog een mooi zwart hemd en een trui van Carmen Pfaff. Ik draag dat dan natuurlijk op de doop van het kind van Debby Pfaff, maar nadien geef ik het weg. Zo kreeg ik ook op 75ste verjaardag van de kermisfamilies een prachtige bestelwagen! Zo zie je maar! Ik kan daar gemakkelijker een matras inleggen om zo in mijn auto te slapen tussen de woonwagens…
Intussen ben ik ook een nachtmens geworden. Soms zit ik tot half drie 's nachts nog met hen koffie te drinken. Ik moet dan wel zorgen dat ik om 7 uur aan het altaar sta bij de gasthuiszusters en in het bejaardentehuis 'De Sterrewijzer' in Olen daarna.

S.V. -  Hoe ziet gij de toekomst in Kris? Want wij hebben nog weinig medebroeders die uw taak kunnen overnemen!

Kr. – Inderdaad, wellicht ben ik de laatste kermispastoor bij de kapucijnen. Maar ge weet nooit! Maar àls ik de laatste ben dan zullen de kermismensen zich moeten wenden tot de gewone parochiekerken. En waarom niet? Stilaan is er toch een ontwikkeling waar te nemen in de samenleving waar de kermismensen meet een goodwill bekeken worden. Hun kinderen worden beter geschoold. En zij zelf zijn technisch zeer goed gevormd. Dit kan nu niet anders meer want de kermis-attracties eisen hoog technologische kennis! Trouwens de kermisaalmoezeniers hebben hun mensen steeds gestimuleerd om een betere sociale plaats in te nemen in de maatschappij. Evenals bij u in de 'schipperswereld'. En zij beantwoorden deze stimulans meer en meer. Ook op godsdienstig gebied.

S.V. – Goed, Kris, dan wil ik het hier bij laten. Bedankt voor deze interessante babbel. Als we volgende keer naar de kermis gaan zullen wij naar uw mensen heel anders kijken.

9. Overbrenging van overleden medebroeders
begraven te Hoogboom naar Meersel – Dreef

 1. Relaas

 Op 23 januari 2007 werd de nieuwe begraafplaats voor onze medebroeders ingezegend.
Zestien medebroeders die in ons klooster te Antwerpen overleden  zijn tussen 1942 en 1964, werden begraven in Hoogboom:

  P. Franciscus Laroy 1878-1942.
  P. Omer Roose 1899-1943.
  P. Florimond Luyten 1883-1944.
  P. Kapistraan Miroen 1880-1945.
  P. Augustien Van Den Eynde 1873-1958
  Br. Humilis Ceulemans 1876-1949.
  P. Bonifaas Fierens 1873-1955.
  P. Hugo Pyck 1877-1956.
  P. Oswald Delaere 1881-1957.
  P. Georgius Castelijn 1877-1957.
  P. Alex Salaerts. 1889-1958.
  P. Bartholomeus Van Passen 1884-1960.
  P. Koenraad Thys 1882-1960.
  P. Macarius De Blanger 1986-1960.
  Br. Frederik De Jonckheere 1899-1062.
  P. Samuel Lenaerts 1870-1964.

  Bij het heraanleggen van dit laatste kerkhof vroeg het gemeentebestuur wat ze moesten doen met onze overleden medebroeders die daar begraven lagen. Het antwoord lag voor de hand:overbrengen naar  Meersel-Dreef. In acht grote kisten werd het stoffelijk overschot van onze medebroeders overgebracht door de begrafenisondernemer. Op 5 en 6 december werden ze in acht grote kisten overgebracht naar Meersel-Dreef. Op donderdagmorgen, 7 december, werd met een kraan een diepe kuil gegraven en één voor één werden de kisten zachtjes op hun nieuwe rustplaats neergelaten.

 We hielden er aan om hen niet zo maar een nieuwe rustplaats te geven. Op 23 januari 2007 werd tijdens een samenkomst van de medebroeders uit de naburige kloosters, Antwerpen en Herentals, een zinvol gebedmoment gehouden bij dit nieuwe graf. Wij mochten ons verheugen op een goede opkomst. Met  23 medebroeders hebben wij bij hun nieuw graf gebeden en gezongen. De gebeden bij het nieuwe graf werden alternatief voorgelezen door één van de Dreefse medebroeders. Op het koude kerkhof werd het even stil terwijl de namen van onze medebroeders gelezen werden. P. Jan Van Boxel, gardiaan, ging voor in dit gebedsmoment terwijl de gebeden om de beurt door één van de Dreefse medebroeders gelezen werden en door alle aanwezigen  beantwoord werden. Met de zegen van St. Franciscus werd dit gebedsmoment afgesloten. Het was een mooi en heel zinvol gebedsmoment. De namen van oudste medebroeders in dit graf waren voor de meeste van ons onbekend terwijl deze van latere datum bij sommigen nog herinneringen opriepen. Toch mogen we zeggen dat we met hen, gekend of ongekend,  een band van eerbied en franciscaanse verbondenheid voelden niet alleen met hen maar ook met alle medebroeders die ons zijn voorgegaan. Dat ze rusten in de eeuwige vreugde bij de Heer.

P.Luk.

 

 

5. Gemeenschappelijke provinciedag te Tilburg op woensdag 23 mei 2007.

125 jaar geleden zijn de Belgische en de Nederlandse kapucijnenprovincies twee zelfstandige provincies geworden. Voorheen vormden zij één provincie.
Het klooster te Tilburg was het eerste klooster dat na de scheiding werd opgericht, nu 125 jaar geleden.

Dit was de aanleiding om een interprovinciale dag te organiseren. Broeders vanuit beide provincies waren zeer talrijk aanwezig. Het werd een dag van bezinning, dankbaar naar het verleden kijken en hoopvol naar de toekomst zien. 

A) Vormings- en bezinningsmomenten.

1) Toespraak 
In de voormiddag werd er een toespraak gehouden door mevr. Hilde Kieboom uit de Sint-Egidiusgemeenschap van Antwerpen.  In grote lijnen vertrouwde ze ons het volgende toe: Een  boodschap die we dankbaar meedragen en gestalte willen geven naar morgen toe. 

Grote lijnen uit de toespraak van Mevr. Hilde Kieboom. 

Ze getuigde van haar christelijk engagement in de Sint-Egidiusgemeenschap. Het evangelie heel concreet beleven in onze tijd. Onze tijd die een verwarde en complexe tijd is. De grote uitdaging van het westen dat oud wordt: de noord-zuid verhouding, het terrorisme met al zijn geweld en oorlogen, en een tekort aan solidariteit waarbij de armen uit de boot vallen.  Het evangelie met zijn joods-christelijke wortels is een inspiratiebron voor deze tijd. 

Wat doen we met armen die uit de boot vallen?
Wat doen we met de verharding in onze maatschappij?

Ons huis moet open staan en ook ons hart.. In Antwerpen hebben we een restaurant voor danklozen. Het gaat dan niet alleen om eten maar vooral de honger van het hart dat voedsel krijgt in een grote luisterbereidheid. Er is een grote spirituele honger.

 Drie grote uitdagingen voor onze tijd:

1)

 Liefdevolle omgang met armen, zwakken en ouderen.

2)

 De groeiende kloof tussen noord en zuid.

3)

 Interreligieuze dialoog: leren leven in diversiteit.  Franciscus van Assisi heeft daar een voorbeeld van gegeven door een   bezoek  van de Sultan in Damiëtte.

Alles kaderen in een gebed dat uitmondt in vrede en dialoog. Ieder jaar zijn er bijeenkomsten tussen christenen, joden en moslims in Antwerpen.

 Naar het einde van haar uiteenzetting gaf ze ons op deze jubileumdag  drie overwegingen:

 1) Omgaan met oudere medebroeders.

 Zij hebben meer tijd voor gebed en kunnen daardoor de wereld helpen.
Bij het ouder worden groeit een bijzondere gevoeligheid naar familie.
Onze oudere medebroeders nodigen ons uit tot een grotere verantwoordelijkheid voor elkaar. 

2) Kerk-zijn als beweging.
Naast het institutionele zijn in de kerkgemeenschap nieuwe bewegingen van uiterst groot belang. Zij zorgen voor de vitaliteit van ons kerk-zijn. Dat doen de nieuwe bewgingen in onze tijd zoals Franciscus het deed in zijn tijd.

 3) Universele verbondenheid.
Kapucijnen zijn een wereldorde en daardoor verbonden met alle continenten. Ieder continent heeft zijn eigen rijkdom. Deze wereldwijde verbondenheid is een kracht tegen het pessimisme en een teken van hoop in onze wereld.

 2) Presentaties
In de namiddag stonden er twee sessies op het programma: 

* Een PowerPoint  over 125 jaar kapucijnen te Tilburg. Deze PowerPoint  begon met Sint-Franciscus van Assisi te situeren in zijn tijd en als grote inspirator voor een nieuwe beweging in de kerk. Vervolgens toonde men het ontstaan van de kapucijnen en de vestiging van de kapucijnen in onze streken. Om in een laatste deel stil te staan bij 125 jaar kapucijnen te Tilburg. 

* Een websitepresentatie Oriëntatiebeweging in Nederland die al meer dan 25 jaar bestaat, met centra te Velp, Breda, Klarissen Nijmegen. Meer informatie: www.kapucijnen.com

 3) Dankviering
De dag werd afgesloten met een dankviering waarbij de beide provinciaals voorgingen. 

4) Een dubbel mooi geschenk om van te leven
Na de dankdienst ontving elke medebroeder een geschenk

* een speciaal nummer van “Kap en Koord”

* en een boek over Francesco, pentekeningen van Jan Philippus,
            Het leven van Franciscus van Assisi van wieg tot graf in beeld.

             (Dit jubileumboek is te bestellen bij: Provincialaat van de Kapucijnen, Van der Does de Willeboissingel  12,
                       te 521 CB ’s-Hertogenbosch, prijs € 10, verzendingskosten € 2,64.  Telefoon vanuit België: 0031736130949) 

B) Momenten van broederlijk en gezellig samenzijn.  

De sfeer was opperbest.  De maaltijd was lekker en overvloedig.  Het worstenbroodje met koffie viel best in de smaak.

 C.   FOTOREPORTAGE
                                                            
  Hartelijke begroeting bij de aankomst.

   
 

In gedachten en gevoelens waren we bij alle medebroeders
die in de loop van 125 jaar Tilburg van ons zijn heengegaan.

 

 

Kees van de Muijsenberg verwelkomt ons allen en in het bijzonder mevrouw Hilde Kieboom

Kees van den Muijsenberg Hilde Kieboom Tijdens de toespraak

 

Gezellige aperitief

en broederlijke feestmaaltijd
 

     
     
     
     
Even tot bezinning komen en alles op je laten inwerken
     
  Dankviering  
   
     
 

Overhandi:gen van het geschenk

 
 
   
 
 

6. Broeder Generaal Mauro Jöhri op bezoek in Antwerpen

Op de foto: Kamiel Teuns - Patriok Annaert, vicaris van Antwerpen -

Br. Generaal en Br. Provinciaal Adri Geerts

7. Ontmoeting zusters Kapucinessen "MORGENSTER"
en paters Kapucijnen van Brugge Boeverie

Op 18 juli 2007 was het warme ontmoeting tussen de zusters kapucinessen van Morgenster en de broeders kapucijnen vanuit het Brugse met pater Boni van uit Ieper.
De namiddagontmoeting bestond uit drie delen:

1) We waren te gast bij de zusters. Benedictinessen van de St.-Godelieveabdij, Boeveriestraat, Brugge. Moeder abdis zuster  Sabine
leidde ons rond. Zij bracht ons bij de kunstwerken van beeldhouwer Toni Zenz (Duitsland) en kunstschilder Michel Ciry (Frankrijk),
twee kunstenaars die de barmhartige ontmoeting van God met de mensen zeer scherp lieten aanvoelen.  Alsook de ontmoeting
van mensen onderling. Franciscus van Assisi kreeg een bijzondere vermelding
De zusters kapucinessen van Brugge: Moeder Ancilla, zusters. Angela, Mirjam, Bernadette, Gertrudis, Cecilia, Francisca
en de broeders kapucijnen Guido Travers en Silveer Vermeulen. Frans De Bouck, André Debusschere, Bart Decleir,
Omer Stael, Willy Van Samang, Jan Wouters en Boni Van Looveren. 

 

2) Broeder Willy Van Samang nam ons mee naar de Pater Piogebedsplaats in de kerk van de Boeverie. Samen hadden we
onder zijn leiding een pracht van een viering.
 

3) De namiddag werd afgesloten met een gezellige en smakelijke koffietafel.

8. Broeder Jan Geerts over heiligen
in het park van Meersel-Dreef

In het Mariapark van Meersel-Dreef staan er vele kapelletjes en beelden. Ik heb ze allemaal eens geteld: 36 stellen gebeurtenissen voor uit het leven van Jezus en van Maria, twee een visioen van een heilige. En dan nog 25 standbeelden van een ge­kende of minder gekende heilige.
Bij een van deze laatste vroeg iemand mij: "Zeg, waarvoor dient die?" Hij bedoelde natuurlijk: waar­voor aanroept men die? Ik gaf het antwoord. Meer moest hij niet weten.
Zijn heiligen maar interessant als men er iets kan aan vragen? In dat geval zal dit bidden steeds enkel een vraaggebed zijn: om er iets van gedaan te krijgen. Maar gelukkig beperkt het zich daar toch niet steeds toe. Dikwijls heeft men ook een warme genegenheid voor haar of hem.
 

Iemand verraste mij ook eens met een andere uitdrukking: "Hier kom ik wel eens om wat met hem te redeneren". "Hoe bedoelt gij dat?" vroeg ik geïnter­esseerd. Uit wat zij toen begon te vertellen bleek dat zij veel over hem wist. En zij scheen hem echt te verstaan, zoals je dat kunt hebben met iemand die dezelfde dingen heeft meegemaakt als jijzelf. Daardoor ontstaat er een band. Je herkent u goed in hem of haar. Deze heilige was zo iemand voor haar: een herkenningsfiguur: iemand aan wie zij zich optrekt, bij wie zij bevestiging vindt. Bij hem komt ze 'redeneren' over een keuze die ze nu moet maken. Bidden is voor haar: onder zijn ogen alle aspecten eerlijk bekijken en dan edelmoedig

beslissen. Hij is er bij.

Op de centrale plaats in het park staat het beeld van Onze Lieve Vrouw. Het is een uitbeelding van Maria zoals Bernadette Soubirous haar 18 keren in een grot te Lourdes zag. Bijna altijd tref je er mensen aan, van 's morgens tot 's avonds. Zowel jon­geren als ouderen. Sommigen steken een kaarsje aan en gaan meteen weer weg. Anderen gaan zitten, op een van de voorste banken, of achteraan wat op afstand, of wat weggedoken. Of men blijft liever gewoon staan kijken naar het beeld. Iemand zit zijn tranen weg te vegen. Wat gaat er allemaal in mensen om? De ene zit gewoon graag bij Maria. Een andere komt om iets te vragen. En dan zijn er die met haar komen redeneren. Alle categorieën komen hier samen. En de manier van bidden? Met een offerkaars, met hun ogen, met hun tranen doen allen dit volgens en vanuit hun eigen geloofshouding.

Heiligenverering is altijd belangrijk geweest in het christendom, zeker in het katholicisme. In de eerste eeuwen - toen ze vervolgd werden - vereerde men vooral martelaren. Men zag hen als voorbeeld om niet toe te geven aan de druk van buitenaf. Hun heldhaftigheid werkte wervend voor de Kerk.

In latere tijden ging men meer opkijken naar profetische figuren, zoals o.a. Franciscus van Assisi. Zij gaven een nieuwe glans aan en brachten een nieuwe dynamiek in de geloofsbeleving. Zij hernieuwden de Kerk. Je vindt er nu nog inspiratie bij.

En er waren ook altijd heiligen die in hun persoonlijkheid of in hun levensgeschiedenis iets hadden dat aanleiding gaf om mensen aan te spreken als beschermheilige, als patroon.

Niet iedere gelovige voelt zich aangetrokken tot hen, noch tot hun verering. Dat moet ook niet. Maar voor heel veel mensen blijkt het wel een goede bedding te zijn. "In het huis van Mijn Vader is ruimte

voor velen" zei Jezus. In dit park is ruimte voor velen, ook voor hen die er niets komen zoeken. 

Bij het verlaten ervan steken velen de straat over om ook de kerk in te gaan. Dikwijls zo maar uit nieuwsgierigheid. Of misschien heeft het verblijf bij Maria of een andere heilige hen op het idee gebracht om een stap verder te zetten: naar Jezus. Hij is het toch die deze heiligen zo heeft geïnspireerd. Hun vraag was: Heer, waarvoor kan ik dienen?
Br. Jan Geerts

9. Overbrenging van overleden medebroeders
begraven te Hoogboom naar Meersel – Dreef

 1. Relaas

 Op 23 januari 2007 werd de nieuwe begraafplaats voor onze medebroeders ingezegend.
Zestien medebroeders die in ons klooster te Antwerpen overleden  zijn tussen 1942 en 1964, werden begraven in Hoogboom:

  P. Franciscus Laroy 1878-1942.
  P. Omer Roose 1899-1943.
  P. Florimond Luyten 1883-1944.
  P. Kapistraan Miroen 1880-1945.
  P. Augustien Van Den Eynde 1873-1958
  Br. Humilis Ceulemans 1876-1949.
  P. Bonifaas Fierens 1873-1955.
  P. Hugo Pyck 1877-1956.
  P. Oswald Delaere 1881-1957.
  P. Georgius Castelijn 1877-1957.
  P. Alex Salaerts. 1889-1958.
  P. Bartholomeus Van Passen 1884-1960.
  P. Koenraad Thys 1882-1960.
  P. Macarius De Blanger 1986-1960.
  Br. Frederik De Jonckheere 1899-1062.
  P. Samuel Lenaerts 1870-1964.

  Bij het heraanleggen van dit laatste kerkhof vroeg het gemeentebestuur wat ze moesten doen met onze overleden medebroeders die daar begraven lagen. Het antwoord lag voor de hand:overbrengen naar  Meersel-Dreef. In acht grote kisten werd het stoffelijk overschot van onze medebroeders overgebracht door de begrafenisondernemer. Op 5 en 6 december werden ze in acht grote kisten overgebracht naar Meersel-Dreef. Op donderdagmorgen, 7 december, werd met een kraan een diepe kuil gegraven en één voor één werden de kisten zachtjes op hun nieuwe rustplaats neergelaten.

 We hielden er aan om hen niet zo maar een nieuwe rustplaats te geven. Op 23 januari 2007 werd tijdens een samenkomst van de medebroeders uit de naburige kloosters, Antwerpen en Herentals, een zinvol gebedmoment gehouden bij dit nieuwe graf. Wij mochten ons verheugen op een goede opkomst. Met  23 medebroeders hebben wij bij hun nieuw graf gebeden en gezongen. De gebeden bij het nieuwe graf werden alternatief voorgelezen door één van de Dreefse medebroeders. Op het koude kerkhof werd het even stil terwijl de namen van onze medebroeders gelezen werden. P. Jan Van Boxel, gardiaan, ging voor in dit gebedsmoment terwijl de gebeden om de beurt door één van de Dreefse medebroeders gelezen werden en door alle aanwezigen  beantwoord werden. Met de zegen van St. Franciscus werd dit gebedsmoment afgesloten. Het was een mooi en heel zinvol gebedsmoment. De namen van oudste medebroeders in dit graf waren voor de meeste van ons onbekend terwijl deze van latere datum bij sommigen nog herinneringen opriepen. Toch mogen we zeggen dat we met hen, gekend of ongekend,  een band van eerbied en franciscaanse verbondenheid voelden niet alleen met hen maar ook met alle medebroeders die ons zijn voorgegaan. Dat ze rusten in de eeuwige vreugde bij de Heer.

P.Luk.

 

 

 

10. Overbrenging van overleden medebroeders begraven te Lommel Werkplaatsen
naar Meersel-Dreef  (op 7 juni 2007)

Op vrijdag 2 november hield men te Meersel-Dreef een gedachtenisviering voor de medebroeders die te Lommel begraven waren en naar het kerkhof van Meersel-Dreef werden overgebracht.

Broeder Luk Wouters schrijft ons het volgende:

“In het begin van vorig jaar mochten we onze overleden medebroeders, begraven in Hoogboom, verwelkomen op ons kerkhof te Meersel-Dreef. Dit jaar werd het kerkhof te Lommel Werkplaatsen vernieuwd daarom werd, dank zij ons bestuur en met toelating van het gemeentebestuur uit Lommel en Hoogstraten het stoffelijk overschot van onze medebroeders overgebracht naar Meersel-Dreef. We hebben lang moeten wachten op de gedenkstenen maar nu is het nieuwe graf mooi afgewerkt met de namen van onze medebroeders op de gedenkplaat.
Om hen ook hier in gewijde grond te laten rusten, houden we een nadienst en zegening van de nieuwe rustplaats op het feest van Allerzielen, 2 november.
De namen van onze overleden medebroeders willen we blijven gedenken.

We geven hier de volledige lijst van de 43 medebroeders die te Hoogboom begraven werden:

.Van de Perck Petrus, (Antoninus van Antwerpen), overl in 1977.
.De Voghel Eduard, (Venantius van Stavele), overl. in 1878.
.Dubois Joseph, (Desiderius van Edingen), overl. in 1879.
.Wincq Louis, (Beda van Everbeek), overl. in 1880.
.Van Oorschot Jacob, (Petrus van Hoge-Zwaluwe – NL.), overl.in 1881.
.Van den Haute Philippus, (Eleutherius van Everbeek), overl. 1883.
.De Corte Fredericus, (Gabriël van Zedelgem), overl. in 1889.
.Follet Augustin, (Adjutus van Wortegem), overl. in 1891.
.Spierings Gerardus, (Augustinus van Uden – Nl..), overl. in 1892
Van den Berg Joannes, (Bernardinus van Goenlo – Nl.), overl. in 1894.
.Daubresse Felix, (Celestinus van Wervik), overl. in 1896.
.De Clercq Victor, (Agathangelus van Geraardsbergen), overl. in 1896.
.De Beukelaer Jacobus (Cyprianus van Antwerpen), overl. in 1897.
.Van Peteghem Aemilius, (Leonardus van Lokeren), overl. in 1903.
.Vandersleyen Franciscus, (Eusebius van Edingen), overl. 1905.
.Verhoeven Ludovicus, (Alexander van Wijnegem), overl. in 1911.
.Bossyns Joannes, (Hilarius van Antwerpen), overl. in 1916.
.De Houwer Josephus, (Thomas van Halle-Kempen), overl. in 1917.
.Maes Carolus, (Liberatus van Turnhout), overl. in 1920.
.Rutten Petrus, (Jan Baptist van Meerle, overl. in 1923.
.Dierinck Ivo, (Marcus van Zeveneken), overl. in 1926.
Van Opdorp Joannes, (Antoninus van Essen), overl. in 1928.
.Van Ginneken Franciscus, (Honorius van Essen), overl. in 1935.
.Dobbeleers Edmundus, (Antonius van Antwerpen), overl. in 1936.
.Van Lanen Gulielmus, (Stanislaus van Uden – Nl.), overl. in 1939.
.Janssens Joannes-Baptista, (Germanus van Rijmenam), overl. in 1941.
.Baert Victor, (Paschalis van Beveren-Roeselare), overl. in 1942.
.Laroy Antonius, (Franciscus van Sint-Gillis), overl. in 1942.
.Roose Josephus, (Omer van Brugge), overl. in 1943.
.Luyten Edmundus, (Florimundus van Zoerle-Parwijs), overl. in 1944.
.Miroen Aemilius, (Capistranus van Antwerpen), overl. in 1946.
.Van den Eynde Eduardus, (Augustinus van Antwerpen), overl. in 1948.
.Ceulemans Franciscus, (Humilis van ’s Gravenwezel), overl. in 1949.
.Vanneste Constantinus, (Bonifacius van Beernem), overl. in 1955.
.Pyck Ludovicus, (Hugo van Eernegem), overl. in 1956.
.Delaere Hector, (Oswald van Gullegem), overl. in 1957.
.Casteleijn Cornelius, (Georgius van Antwerpen), overl. in 1957.
.Sallaerts Franciscus, (Alexius van Begijnendijk), overl. in 1958
.Van Passen Gustavus, (Batholomeus van Merksem, overl. in 1960.
.Thys Gustavus, (Conradus van Antwerpen), overl. in 1960.
.De Blanger Alphonsus, (Macarius van Nieuwkerken-Waas), overl. in 1960.
.De Jonckheere Victor, (Fredericus van Staden), overl. in 1962.
.Lenaerts Vitalis, (Samuel van Emblem), overl. in 1964.

 

Lommel-Werkplaatsen: medebroeders die op 7 juni werden overgebracht naar Meersel-Dreef en op 9 juni aldaar herbegraven werden:

   

Broeder Jan Wouters die vele jaren in Lommel Werkplaats werkzaam was heeft eraan gehouden om voor zijn geliefde medebroeders mee voor te gaan in de viering.

 

Broeder gardiaan Jan Van Boxel hield een indrukwekkende en bemoedigende homilie

   
   
Na de dienst in de kerk trok men naar het kerkhof
     
 
 

Het gemeenschappelijk graf van onze medebroeders.
Hun namen staan gegrift niet alleen in de arduinen steen maar ook in ons hart en nog meer in Gods liefde.

       

Met medebroeders en een achttal mensen die uit Lommel waren gekomen stonden we biddend bij het graf.
We riepen bij God in herinnering al het mooie en het schone dat ze ons hebben voorgeleefd. Dat ze mogen rusten in de vrede van God.