Wij gedenken

 Startpagina

 WIJ GEDENKEN ONZE OVERLEDEN MEDEBROEDERS:
(Met een klik op de naam verneemt u meer over onze overleden broeders)

ANDRE MENNEN (P. Anacleet)
LEO VANDIERENDONCK (Br. Marinus)
ALEXANDER VAN BALEN (P. Gilbert)
ANDRE BOEVE (P. Feliciaan)
GASPAR VAN LOOY (P. Erwin)
MARCEL GODEFROY (P. Jeroom)
ALFONS LEFEBURE (P. Honoré)
PAUL GONNISSEN (P. Stanislas)
KAREL VERLEYE (P. Antonius)
FRANS VAN ELSACKER (P. JUVENALIS)

WILLY VAN DEN BROUCKE (P. Henri)
BERTIEN (Antoon Hoste)
VENANTIUS(Alfons Quanten)
Theofiel (Henri Heyvaert)

Emiel Maurits DELAERE
Marijn Geerts
Frans Celis
Gorgonius
Paul Stael (Pamfiel)
Frans Schellinck
Jean-Pierre Tytgat
Fidentiaan
Piet van Dun
Melchior
Serafien, Jan de Bont

Antoon De Graeve
Emiel Juventius STRENS
Cyriel Noyez

Jos Bouwens
Gaston-Willibald Scherpereel
Wim Guillaume Dewinter
Gerard-Eubert POLLENTIER
André De Waegemaeker
Leonard Van Baelen
August Peeters

Jules - Hyacinth - Versweyvelt
Janus Broeders
Paul Stalpaert
Lambert Evens
Albert Vandierendonck
Roger Reuse
Leo Albert Baert
Hubert Stalpaert
Walter Trudo
Robert Herte
Frank Van der Linden
Frans Van de Venne
Gaston Spillebeen
Marcel De Bie
Ivo Tommeleyn
Roger Van Vaerenbergh
Jan Van Boxel
Achiel De Pauw
Albrecht Vanhove
Laurent Bruggeman
Theofiel Van Der Steen
Bob Monsecour
Daniël Supply
Dionysius Dams
Jozef Simons
Firmin-Omer Stael
Jozef Teuns   Pater Pascal
Guido Tireliren
Norbert Maertens
Raf Vansteelandt
Paul Fremau

Vik De Vleeshouwer
Georges Stalpaert
 Jacques Houyoux
Antoon De Bouck
Jozef Meersman
Michel Dewulf
Hugo Gerard
Marcel (Herman Jozef) Vandecappelle
Guido Travers

 

 

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                               

                                                                                                                                                                                                                                                   

LEO VANDIERENDONCK (Br. Marinus)

87 jaar oud - 68 jaar kapucijn
Geboren in Sint-Andries Brugge op 8 september 1913
Overleden in Izegem op 21 januari 2001

Leo verbleef in verschillende kloosters, nu eens als ziekendiener, dan als koster en kleermaker of als hulpkok. Leuven was zijn laatste verblijfplaats waar hij als portier werkzaam was. Leo was steeds gereed om dienst te bewijzen. Hij verhuisde van Leuven naar 't Pandje te Izegem waar hij op rust ging en ook overleden is.

 

ALEXANDER VAN BALEN (P. Gilbert)

84 jaar oud - 63 jaar kapucijn - 58 jaar priester
Geboren te Aalst op 1 januari 1912
Ovrleden te Herentals op 3 maart 2001

Alexander was begaafd met een letterkundige aanleg. Na zij studies werd hij predikant maar ook leraar godsdienst in een staatsschool. Later heeft hij zich ingezet voor de foorreizigers en de zigeuners en deed op parochies de weekenddiensten. Hij werd ziek in 1995 en ging op rust naar het klooster te Herentals waar hij zes jaar later is overleden.

 

ANDRE BOEVE (P. Feliciaan)

83 jaar oud - 63 jaar kapucijn - 56 jaar priester
Geboren in Castelnau-Fayrac (Frankrijk) op 11 september 1917
Overleden te Veurne op 11 maart 2001

André is twaalf jaar directeur geweest van het St.-Laurentiuscollege te Aalst. Twaalf jaar was hij provinciale overste van de Vlaamse kapucijnen. Nadien werd hij pastoor benoemd van onze parochie te Brussel. Hij ijverde veel voor de Franciscaanse lekenorde. Hij gaf conferenties en schreef veel artikelen over Franciscus van Assisi. Hij is tamelijk onverwacht overleden in de St.-Augustinuskliniek te Veurde.


GASPAR VAN LOOY (P. Erwin)

65 jaar oud - 36 jaar kapucijn - 31 jaar priester
Geboren in Turnhout op 3 september 1936
Overleden te Herentals op 21 november 2001

Gaspar was eerst buschauffeur vóór hj intrad bij de kapucijnen in 1963. Na zijn priesterwijding in 1970 werd hij benoemd tot onderpastoor op de St.-Antoniusparochie te Herentals. Later werd hij lid van de roepingencommissie en van de vormingsfraterniteit te Antwerpen. Het bisdom Antwerpen benoemde hem tot visitator van vrouwelijke religieuzen, een functie die hij zeven jaar vervulde.  Hij overleed onverwacht te Herentals op 21 november 2001.

 

MARCEL GODEFROY (P. Jeroom)

79 jaar oud- 60 jaar kapucijn - 53 jaar priester - 50 jaar missionaris in Pakistan.
Geboren te Opwijk op 18 december 1922
Overleden te Turnhout op 30 januari 2002

In 1950 is Marcel als missionaris vertrokken naar Pakistan. Hij was er verantwoordelijk voor het parochiewerk en later ook voor de pastorale zorg van christenen in de dorpen. Tussen de mensen wonen, leven en werken was zijn ideaal en hij is een voorvechter geweest voor de uitgestotenen. Na 50 jaar hard werken is hij in 2000 op rust naar Meersel-Dreef teruggekeerd. Hij overleed in de kliniek te Turnhout.

 

ALFONS LEFEBURE (P. Honoré)

94 jaar oud - 74 jaar kapucijn - 68 jaar priester
Geboren te Elversele op 17 augustus 1907
Overleden te Herentals op 7 februari 2002.

Alfons werd in 1936 leraar aan het St.-Laurentiuscollege te Aalst. In 1940 werd hij directeur benoemd van het seminarie voor Filosofie te Brugge en gaf er ook les tot in 1963. Hij werd directeur van de zusters Clarissen te Aalst en hield contact met de mensen langs de biechtstoel en het ziekenbezoek op de parochie. Na veel jaren dienst ging hij op rust naar Herentals waar hij nog zes jaar leefde en waar de medebroeders mochten genieten van zijn vriendschap en aanstekelijk enthousiasme.

 

PAUL GONNISSEN (P. Stanislas)

74 jaar oud - 55 jaar kapucijn - 50 jaar priester - 40 jaar missionaris in Pakistan
Geboren te Stokkem op 4 november 1927
Overleden te Herentals op 7 februari 2002.

Paul is in december 1953 als missionaris vertrokken naar Pakistan. De taal leren was zijn eerste bekommernis en dan aan het werk gaan in de pastoraal op de parochie en in de dorpen. Hafizabad was het dorp dat hij gebouwd heeft, huizen voor de christenen, scholen voor de kinderen. Hij kwam terug naar België als een ziek man, suikerziekte en een hartziekte verplichtten hem rust te nemen te Herentals.

 

KAREL VERLEYE (P. Antonius)

81 jaar oud - 64 jaar kapucijn - 58 jaar priester
Geboren te Mechelen op 17 april 1920
Overleden te Sijsele (Damme) op 27 februari 2002.

Karel werd in 1945 lector benoemd aan het seminarie voor filosofie te Brugge. Hij toonde veel belangstelling voor de Europese volken en wilde streven naar een verenigd Europa. Hij gaf conferenties en was bekend als voordrachtgever en schrijver. In 1949 was hij medestichter van het Europacollege te Brugge als een postuniversitair centrum voor studenten uit heel Europa, en stichtte later het centrum Ryckevelde te Damme Sijsele. Hij ontving talrijke onderscheidingen.

 

FRANS VAN ELSACKER (P. JUVENALIS)
85 j. oud; 66 j. kapucijn; 59 j. priester
Geboren te Zoersel op 20 oktober 1917
Overleden te Antwerpen op 22 december 2002

Na zijn middelbare sudies te Hoogstraten werd hij kapucijn. Na zijn theologische studies en zijn priesterwijding werd hij aalmoezenier in het interneringskamp te Beverlo, was tuchtprefect aan het Sint-Laurentiuscollege te Aalst, was meerdere keren gardiaan in verschillende kloosters en pastoor te Balen-Gerheide. In 1992, na zijn ontslag als pastoor, is hij tot aan zijn dood biechtvader geweest in de kloostrkerk van de kapucijnen te Antwerpen.

WILLY VAN DEN BROUCKE (P. Henri)
72 jaar oud, 51 jaar kapucijn, 45 jaar priester
Missionaris in Pakistan
Geboren in Egem op 17 december 1930
Overleden in 't Pandje te Izegem op 11 februari 2003

Na zijn theologische studies werd P. Henri in 1958 benoemd als missionaris voor Pakistan. In voorbereiding studeerde hij oostersche talen aan de universiteit van Oxford. Vertrok op 29 augustus 1961 voor het eerst naar Pakistan. Hij is er meer dan 40 jaar werkzaam geweest.
Aanvankelijk was hij directeur van S. Mary's High School in Lahore. Hij bouwde veel scholen en kerkjes. Hij zette zich in met hart en ziel voor de opvoeding van arme kinderen. Ziek geworden kwam hij definitief naar België terug in 2002.

 

Pater BERTIEN (Antoon Hoste)
Geboren te Izegem op 1 juni 1914
Geprofest op 17 september 1934
Priester gewijd op 18 augustus 1940
Overleden te Herentals op 27 februari 2003

Na een lang en bedrijvig leven als aalmoezenier van de scouts, als dirigent en proost van het Franciscuskoor, maar ook als bekwaam restaurateur van houten beelden te Edingen, heeft P. Bertien vandaag de voltooiing gekregen van zijn diepste wens: thuis komen bij de Vader.
P. Bertien was als volgeling van Franciscus een onthecht man en toch kon hij van het leven genieten. Hij was met weinig tevreden en toch een opgeruimd en blij iemand. Dat was wellicht de aantrekkingskrkacht in hem die vele mensen, soms van heel ver, naar zich trok. Ze kwamen om raad, om een gebed en zegeningen vragen.

Pater Venantius (Alfons Quanten)
Geboren te Eksel op 19 mei 1922
Ingetreden in de Orde op 15 september 1941
Priester gewijd op 25 juli 1948
Overleden te Hamme op 27 maart 2003
Gewezen missionaris in Ubangi (Kongo) waar hij Reguliere Overste was.
Aalmoezenier van het M.P.I. te Viane bij de Zusters van Deftinge.

Pater Theofiel (Henri Heyvaert)
Geboren te Mollem (Bollebeek) op 15 september 1921
Ingetreden in de Orde op 15 september 1940
Priester gewijd op 25 juli 1948
Overleden te Hamme op 27 maart 2003
Gewezen missionaris in Ubangi (Kongo)
                               in de Comoren.
                               in de Seychellen.
Geestelijke assistent van de F.L.O. te Aalst.

Broeder Beda
Emiel Maurits DELAERE
Minderbroeder-Kaucijn
Hij werd geboren te Gullegem op 11 mei 1991
Trad in de Orde op 30 mei 1931.
Sprak zijn eenvoudige geloften uit op 17 september 1933
en zijn plechtige geloften op 17 september 1936.

Hij was missionaris in Congo-Zaire
en overleed zachtjes in 't Pandje te Izegem op 2 mei 2003
gesterkt door de ziekenzalving.

Broeder Ansfried
Marijn Geerts

Geboren te Weelde op 30 december 1926
Overleden te Turnhout op 06 september 2003
Ingetreden in de Orde op 7 september 1947
Priester gewijd te Izegem op 2 augustus 1953
Missionaris in Kongo 1955-1972

Broeder Frans Celis
1938 - 2003

Geboren te Lisp (Lier) op 31 maart 1938
Overleden op 24 oktober 2003
Ingetreden op 10 september1960
12 september 1961 tijdelijke professie
Priester gewijd op 8 juli 1967

Pater Gorgonius
Jef Geys

Geboren te Balen op 5 februari 1927
Overlelden op 22 december 2003
Ingetreden in de orde op 15 september 1950
Priester gewijd te Izegem op 5 augustus 1956

Broeder Paul Stael (Pamfiel)

Geboren te Eernegem op 09.05.1924
Overleden te Izegem op 25.02.2004

  Broeder Frans Schellinck

Geboren te Aals op 28.11.1929
Overleden te Brugge op 09.03.2004

Broeder Jean-Pierre Tytgat

Geboren te Westende op 29 oktober 1942
Gestorven te Oostende op 18 mei 2004

Broeder Fidentiaan
Valère Van Den Broucke

Geboren te Egem op 13 augustus 1916
Gestorven te Izegem op 12 september 2004

 

 

Broeder Piet van Dun

Geboren te Ginneken op 19-03-1926
Gestorven te Tilburg op 19-09-2004

 

Broeder Melchior

Geboren te Bovekerke op 04-05-1914
Gestorven te Izegem op 30-09-2004

Serafien, Jan de Bont

Geboren te Baarle Hertog op 27.11.1919
Gestorven te Meersel-Dreef  op 07.11.2004

Antoon De Graeve

Geboren te Brugge op 3 december 1912
Gestorven te Brugge op 28 september 2005

Emiel Juventius STRENS

Geborten te Pamel op 22 juni 1919
Gestorven te Herentals op 6 september 2005

Cyriel Noyez

Geboren te Poelkapelle op 18 juni 1928
Gestorven in 't Pandje te Izegem op 29 juni 2006

Jos Bouwens

Geboren te Herentals op 13 februari 1939
Gestorven in 't Pandje te Izegem op 20 juli 2006

Kapucijn geworden op 12 september 1959
Priester gewijd op 10 juli 1965

 

Gaston-Willibald Scherpereel

Geboren te Eggewaartskapelle op 5 juni 1920
Gestorven te Izegem op 21 janauri 2007

Kapucijn geworden op 15 september 1940
Priester gewijd op 3 augustus 1947
Eerste afreis naar Congo op 2 oktober 1951

Wim Guillaume Dewinter

Geboren te Melsbroek op 26 april 1939
Gestorven in 't Pandje te Izegem op 12 maart 2007

 

Gerard-Eubert POLLENTIER

Geboren te Torhout op 25 februari 1921
Gestorven  te Izegem op 28 maart 2007

 

André De Waegemaeker

Geboren te Roesbrugge op 29 november 1918
Gestorven  te Izegem op 12 mei 2007

 

 

Leonard Van Baelen

Geboren te Hasselt op 25 november 1932
Gestorven  te Herentals op 7 juli 2007

 

 

Broeder Clovis
August Peeters

Geboren te Herentals op 23 oktober 1915
Gestorven  te Herentals op 24 juli 2007

 


Broeder Jules - Hyacinth - Versweyvelt

Geboren te Herentals op 24 februari 1926
Gestorven te Herentals op 15 december 2007.


 

Broeder Janus Broeders

Geboren te Diesen (NL)  op 17 februari 1929
Gestorven te Herentals op 28 mei 2008.

Broeder Paul Stalpaert

Geboren te Vollezele op 28 juni 1930

Gestorven te Herentals op 11 juli 2008

 

 

Pater Lambert Evens
 

Geboren te Meeuwen op 2 februari 1924

Gestorven te Herentals op 23 augustus 2008


 

Broeder Maurinus Albert Vandierendonck
 

Geboren te Meeuwen op 2 februari 1924

Gestorven int 't Pandje te Izegem op 23 augustus 2008


 

 

Broeder Roger Reuse

Geboren te Brugge op 3 mei 1916

Gestorven te Izegem op 14 september 2008

 

HUBERT STALPAERT

Geboren 7/2/1929 te Vollezele
Ingetreden 15/9/1948
Priesterwijding 2/10/1956
Vertrokken naar de missie 30/12/1956

WALTER TRUDO

Geboren 12/01/1917 te Beveren-Roeselare
Ingetreden 15/9/1935
Priesterwijding 2/05/1943
Missionaris in Ubangi - Kongo van 1947 tot 1993
Overleden in 't Pandje te Izegem op 23/01/2009

ROBERT  HERTE

Geboren  te Aalst op 11 november 1930
Kapucijn geworden op 15 september 1949
Priesterwijding 7 oktober 1956
Aalmoezenier van het Centraal Observatiegesticht
Overleden in 't Pandje te Izegem op 17 februari 2009

 


Frank Van der Linden

Geboren  te Booischot op 31 augustus 1935
Kapucijn geworden op 31 augustus1956
Priesterwijding 14 juli 1963
Overleden in het A.Z. Sint-Elisabeth te Herentals op 18 mei 2009

 

 

Frans Van de Venne
Broeder Jef

Geboren  te Herentals op 14 maart 1919
Trad in de orde op 3 juli 1937
In de Heer ontslapen in het Klooster te Herentals op 12 augustus 2009

 

Pater Gaston Spillebeen
 

Geboren  te Izegem op 26 september 1924
Ingetreden in het noviciaat in 1943
Priester gewijd op 1 oktober 1950
In de Heer ontslapen in het St.-Dymphnaziekenhuis
te Geel op 11 september 2009

 

 

 

Marcel De Bie

Geboren  te Heist-op-den-Berg op 24 juli  1923
werd minderbroeder-kapucijn op 14 september 1941
Priester gewijd op 13 februari 1949
Na een lange geduldig gedragen ziekte
overleed hij op 21 maart 2010
in het WZC Herdershove te Brugge

 

 

Toen Marcel bijna tien jaar geleden door een her­senbloeding getroffen werd, kwam er noodgedwon­gen een einde aan een zeer druk en veelzijdig leven waarin hij woekerde met zijn vele talenten. Zéér veel mensen hebben van zijn groot hart, zijn enthousiasme, zijn scherp psychologisch doorzicht en zijn vriendschap mogen genieten. Zijn familie, zijn me­debroeders en eindeloos veel andere mensen.

Zijn medebroeders zullen hem herinneren als een gedreven en dynamische medebroeder met een scherp verstand en een open geest. Hij werd lec­tor en directeur in de eigen filosofieopleiding van de kapucijnen in Brugge. Zijn open geest en zijn ge­voeligheid voor wat er leefde in de samenleving was weldadig. Hij werd ook gevraagd om directeur te zijn van het college van de kapucijnen in Aalst. En ge­durende vele jaren was hij lid van het bestuur van de Vlaamse kapucijnen.

Marcel stond aan de wieg van het MPI Mariënhove dat later Het Anker werd en bouwde het uit met en­thousiasme en veel inzet. Hij had een groot hart voor jongeren met gedrags- en/of emotionele problemen en verwierf een grote deskundigheid in het omgaan met autisme. Van overal werd op hem beroep ge­daan, nooit tevergeefs.

Het bereiken van de pensioen leeftijd betekende niet dat hij het rustiger aan ging doen. Daarvoor had hij een te ruime belangstelling, te veel energie en een te grote bekommernis voor zijn medemensen. Hij werd

aalmoezenier in de Sint-Jozefkliniek, bezocht zeer veel zieken, had heel veel contacten met mensen met allerlei problemen en werd ook een heel geliefde proost van het Fiorettikoor. Ook op hogere leeftijd wist hij zijn enthousiasme, zijn geloof en vertrouwen over te brengen op veel jonge mensen en ook de ouders konden met hun vrag~n bij hem terecht. Zijn ziekte maakte plots veel onmogelijk. Maar de beperkingen droeg hij moedig en hij keek naar wat hij nog wél kon. Gelukkig had hij in de jaren dat zijn mogelijkheden steeds beperkter werden, een goede engelbewaarder aan zijn zijde en dat tot aan zijn zacht en vredevol inslapen bij de overgang van de winter naar de lente. Zijn familie, zijn medebroeders, zijn vrienden, zoveel jongeren en mensen van alle leeftijden zijn dankbaar omdat ze hem mochten ontmoeten in hun leven. Hij was een 'paas-mens'. Hij nodigde mensen met het woord uit om 'op te staan en te leven' en hielp hen daarbij met al zijn mogelijkheden. Zijn leven is nu voltooid. Hij heeft werkelijk zijn taak vervuld. Wij mogen vertrouwen en bidden dat God hem zijn vriendschapen zijn liefde zal geven.


 

Ivo Tommeleyn

Geboren  te Ieper op 2oktober  1927
werd minderbroeder-kapucijn op 15september 1948
Geprofest op 17 september 1949
Priester gewijd op 17 augustus 1955
Overleden te Blenheim (Canada) op 7 juni 2010
 

 

Op zondag 4 augustus 2010 had te Ieper een herdenkingsviering plaats waarin Pater Boni voorging met de concelebranten:

Pater Boni ging voor in de viering.
Concelbranten:             Broeder Adri Geerts, provinciaal
                                   Broeder Kamiel Teuns, missieprocurator
                                   Broeder Hugo Gerard
                                   Broeder Klaas Blijlevens
                                   Broeder Norbert Maertens 

Tijdens deze herdenkingsviering werd de hieronder gepubliceerde tekst uitgesproken.

Beste Familieleden,

Zoals wij in het verleden zo menig keer bijeen zijn gekomen als één grote familie om onze nonkel Ivo uit het verre grote Canada welkom te heten,
zo ook zijn wij hier vandaag in gebed verenigd om hem een laatste groet te brengen en hem figuurlijk te begeleiden naar ons aller vaderhuis.
Ivo is er niet meer.
Hij was voor ons de verre nonkel die om de zoveel jaar voor enkele weken bij ons was en er meteen ook voor zorgde dat wij de familiebanden steviger konden aanhalen.
Hij was karig van woorden, geduldig en vredelievend en stond steeds klaar om onze grieven, onze klachten en onze vreugde te aanhoren en te delen, en waar het kon
ook de nodige steun en verlichting te brengen.
Hij was geen groot schrijver. Geen literaire hoogvlieger en zijn nieuwjaarswensen waren dan ook steeds kort en bondig, van weinig woorden gespijsd,
doch geschreven vanuit een warm en gevoelig hart.
Vele keren hebben we met hem eucharistie gevierd, samen aan de feesttafel gezeten en het glas van de vriendschap geheven.
Het was feest als Ivo overkwam. Wij waren elke keer gelukkig hem in ons midden te hebben en wij keken uit naar zijn komst.

Nu komt Ivo niet meer.
Nooit meer zullen wij  met hem eucharistie vieren. Onze fles whisky zal onaangeroerd blijven en wij zullen voorgoed zijn geheimzinnige glimlacht moeten missen.
Ivo, wij danken jou om wat je voor ons bent geweest. Wij danken jou voor jouw gebeden die je ons telkenmaal in jouw nieuwjaarsbrief beloofde en wij bidden thans
voor jou opdat je in vrede moge rusten bij de Heer.
Ivo is niet meer maar hij is nog steeds bij ons.
Hij zit in deze eucharistieviering naast elk van ons. Hij zal nadien ook met ons aan tafel gaan en met ons het brood delen.
En Ivo, als wij later op deze dag van elkaar afscheid zullen nemen dan dragen wij jou mee in ons hart.
Wees voor ons daarboven de geduldige en de vredelievende en ook de onvermoeibare voorspreker bij ons aller Vader in het hemelhuis.

(Schoonbroer Wilfried Vermeersch)

Roger Van Vaerenbergh

Geboren te Aalst op 5 augustus 1933
Ingetreden in het noviciaat op  3 september 1953
Plechtige Geloften te Bwamanda, Congo, op 17 september 1957
Overleden in klooster te Herentals op 8 mei 2011

 

 

Broeder Roger was veeleer een mens van praktijk dan van theorie. Als duidelijk werd dat de studie van filosofie en theologie hem niet aansprak, koos hij vastbesloten om als broeder missionaris in Congo zijn diensten aan te bieden.
Hij heeft zich dan ook daar op verschillende plaatsen zeer verdienstelijk gemaakt. Hij was bouwmeester, mecanicien en ook was hij leraar en prefect van een technische school. op verschillende missieposten, waar er moest gebouwd of andere praktische problemen moesten opgelost worden, werd Roger gevraagd. hij heeft de woelige tijd na de onafhankelijkheid in Congo meegemaakt. Hij was zelfs twee maanden onder huisarrest. Eenmaal hing hem de dreiging boven het hoofd van uit het land gezet te worden. Tussen 1956 en 1988 reisde hij 14 maal af naar Congo. Suikerziekte ondermijnde zijn sterk gestel en geleidelijk werd duidelijk dat hij naar België moest terugkeren. Na zijn terugkomst uit Congo in 1990 maakt hij zich nog dienstbaar in onze gemeenschappen van Antwerpen en Aalst. In Aalst wordt hij regelmatig opgenomen in de kliniek voor behandeling van suikerziekte. Wanneer dan zijn been afgezet wordt en hij een prothese krijgt, komt hij in 2004 naar Herentals. Hier heeft hij zich nog dienstbaar gemaakt om de telefoonoproepen voor gemeenschap en medebroeders op te vangen.
Broeder Roger, uw onverwachts heengaan heeft ons allen diep getroffen. Wij zijn u dankbaar en vergeten u niet. Rust maar in vrede bij de Heer.

 
   

In de vroege morgen van 8 mei overleed onverwacht onze medebroeder Roger Van Vaerenbergh. Op zaterdag 14 mei namen medebroeders, familieleden en vrienden in een mooie viering, die voorgegaan werd door br. Fil Van der Steen, gardiaan, afscheid van hem.

We geven hier de homilie weer die br. Fil uitsprak tijdens de viering en ook een getuigenis van Paul Paternoster op het einde van de viering. Paul leefde en werkte lang samen met br. Roger in Congo.

 Homilie

Broeder Roger kwam reeds als kind in contact met de kapucijnen in Aalst. Zijn vader werd regelmatig gevraagd om allerlei klusjes op te knappen in het klooster. Roger vergezelde hem dan regelmatig. Het was dan ook niet te verwonderen dat hij zich door het leven van de kapucijnen aangesproken voelde.

Van huis uit was hij sociaal bewogen en had hij geleerd te helpen waar hij kon.

In de eerste lezing (Uit de Zevende Ordesraad, nr 47) hebben wij het volgende gehoord: “Onze prediking van het Rijk Gods mag niet beperkt blijven tot verbale verkondiging van het Woord: zij vraagt dat wij aan het proces van de samenleving deelnemen en onze bijdrage leveren tot haar verandering en verbetering.” Zo wilde Roger zich ten volle inzetten als broeder missionaris in Congo. In 1953 trad hij toe tot onze orde. En het was alsof hij geen tijd wilde verliezen. Want hij vertrok reeds naar Congo vooraleer hij zijn plechtige geloften had afgelegd. Hij vertrok in november 1956 en sprak zijn plechtige geloften uit in september 1967 in Bwamanda.

Roger die zeer praktisch was aangelegd en, zoals we zeggen, ‘handen aan zijn lijf had’, heeft scholen, kerken en missiehuizen gebouwd. Maar daarvoor was er ook nood machines. Hij leerde mechaniek en werd een bekwame mechanieker. Hij wilde al die praktische kennis niet voor zichzelf alleen bewaren maar deelde die mee als leraar en prefect in een technische school. Hij heeft de woelige tijden van na de onafhankelijkheid van Congo meegemaakt en is een paar maal in een gevaarlijke situatie terecht gekomen. Goddank is hij iedere keer ongedeerd gebleven. Gedurende zijn vierendertigjarige aanwezigheid in Congo was hij vooral op drie missieposten werkzaam: Bwamanda, Yakoma en Kota-Koli. Spijtig genoeg werd zijn gezondheid ondermijnd door suikerziekte. Voor een goede verzorging en behandeling van de ziekte werd hij gedwongen om naar België terug te keren. Na veel vruchtbaar werk en volle inzet, kwam hij definitief terug in 1990. Ook in België heeft hij zich nog verdienstelijk gemaakt als portier en koster in Antwerpen en later, wanneer hij regelmatig de O.L.Vrouw-kliniek in Aalst moest bezoeken, werd hij overgeplaatst naar onze gemeenschap in Aalst. Spijtig genoeg verergerde zijn suikerziekte zozeer dat niet alleen zijn zicht verminderde maar dat ook een been moest afgezet worden en hij aangewezen was op een prothese. Zijn ziekte heeft hij zonder klagen moedig gedragen. Hij nam deel aan al onze oefeningen in de gemeenschap. Zijn onverwacht overlijden op zondag in de heel vroege morgen heeft ons allen diep getroffen.

In het evangelie hebben we zojuist gehoord dat het graf leeg was en dat Jezus uit de doden was opgestaan.

Wat betekent dat voor ons, hier bij het afscheid nemen van onze broeder Roger? Durven wij geloven dat we Roger nu ook bij de levenden moeten zoeken en niet bij de doden? Wij kunnen niet ontkennen dat hij gestorven is. De dokter heeft zijn lichamelijke dood komen vaststellen en wij zullen zijn lichaam straks aan moeder aarde toevertrouwen. Maar is onze broeder Roger niet veel meer dan een dood lichaam?

Wij weten heel zeker dat onze herinneringen aan wie Roger geweest is en wat hij gedaan heeft, in ons zullen verder leven. De liefde en de genegenheid die hij met zijn broers en zusters, met zijn vrienden gedeeld heeft, kunnen niet weggenomen worden; Maar als gelovige mensen willen wij nog verder denken en durven wij vertrouwen dat de God van het leven, die zijn Zoon niet in de dood heeft achtergelaten, ook onze medebroeder Roger over de dood heen, in zijn tegenwoordigheid heeft opgenomen en hem daar verder laat leven.

Broeder Roger kan terugblikken op een rijk gevuld leven en heeft zijn talenten ten volle gebruikt in dienst van de armen in Congo.

Het is onze stellige hoop dat hij nu de woorden van zijn Meester mag horen:

 “ Uitstekend, goede en trouwe dienaar. Over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw Heer.”

 Getuigenis over br. Roger

Ongeveer 2/3 van mijn missionarisleven (25 jaar) in Congo heb ik samengewoond met br. Roger (br. Florentien) op drie verschillende missieposten: Kota-Koli, Yakoma en Bwamanda. We waren tocht- en lotgenoten in blijde en droeve dagen. Ziehier een kort getuigenis over Roger!

Br. Roger was een sociaal man: hij was graag onder mensen, maakte graag plezier, hij was een levensgenieter. Ge zijn van Aalst of ge zijt het niet! En toch zeer plichtsbewust toen hij verantwoordelijk was voor een opgedragen werk. Hij had een klare kijken op de zaken, doorzettingsvermogen om alles tot een goed einde te brengen.

In de beginperiode werd hij als bouwer benoemd te Kota-Koli. Bouwer zijn in Congo is geen bouwheer, die enkel maar moet controleren; ge staat voor alles zelf in. Ge moet een klare kop hebben, armen en voeten aan uw lijf en soms breder ellebogen! Te Kota-Koli waar het klein seminarie gevestigd was, kreeg hij de opdracht alle oude gebouwen, die talrijk waren, opgetrokken in plaatselijk materiaal (poto-kpot en stro) te herbouwen in duurzaam materiaal. Hij is er in geslaagd en toen alles klaar was en als het ware een nieuwe post herrees, werd Kota-koli overgedragen aan de inlandse clerus.

Daarna, poyvalent als hij was, werd aan Roger een nieuw werkterrein toegewezen. Hij kreeg de opdracht in Yakoma een technische school (automechanica) te starten in het kader van het C.D.I-project. Overtuigd als hij was dat onderwijs, en zeker technisch, een van de voornaamste pijlers van ontwikkeling is, heeft hij er zich met enthousiasme voor ingezet. De beginperiode was moeilijk om al het nodige materiaal bijeen te krijgen. Dank zij de C.D.I. en zijn vele andere relaties heeft hij alles tot een goed einde gebracht. De school functioneert nog en is een zegen voor de streek.

Op de 3de post waren we samen in Bwamanda. Roger werd verantwoordelijk voor het onthaalcentrum “Lendisa”, opnieuw in het kader van het C.D.I.-project. Het was een opvangplaats met slaap- en eetgelegenheid voor leden, blank en zwart, van het project en talrijke bezoekers. Met de aangeboren gastvrijheid van Roger werd de opvang in het onthaalcentrum geprezen. Soms moest hij hard optreden. Toen hij eens op lange tenen trapte, heeft hij daarvoor de prijs moeten betalen met een uitwijzing door de officiële instanties naar Kinshasa. Daar had hij huisarrest en werd bedreigd met uitwijzing uit het land. Toen de zaak zijn beslag kreeg, keerde hij naar zijn post terug en deed zijn werk gewoon verder alsof er niets gebeurd was…

Om te besluiten wil ik nog even terugkeren naar de beginperiode in Kota-koli! We leefden er afgezonderd maar mooi, sober en rustig tot…tot op een zaterdagnamiddag gans onverwacht een Belgische luitenant, para-commandant uit Marche-les-Dames, samen met enkele Congolese officieren zijn jeep voor het gebouw van de missie stopte, uitstapte en op de trappen van ons huis bleef staan, ons opwachtte en zei: “ ik kom hier op vraag van Mobutu een commando-kamp oprichten! Er is hier niets, wij rekenen op uw hulp en die zullen we goed kunnen gebruiken. “

In de missie verschiet ge niet zo vlug…we hadden juist daarvoor de rebellie meegemaakt en voor problemen zijn er oplossingen. Br. Roger werd de verbindingspersoon.

In het begin hebben we geholpen, in de mate van het mogelijke, maar toen de militairen, Belgen en Congolezen, te Kota-koli zelf vaste voet aan de grond kregen, en het kamp was opgebouwd, hebben wij het honderdvoudig teruggekregen. Meer nog, we zijn boven de verschillende gezindheden heen een echte familie geworden: zij waren thuis op de missie, wij waren thuis bij hen.

Enkelen zijn hier aanwezig, alsook verschillende mensen uit het C.D.I.-project. In naam van br. Roger wil hen bedanken voor hun aanwezigheid, maar ook voor wat we in vriendschap samen hebben mogen beleven.

br. Paul Paternoster

 
   

Jan Van Boxel

Geboren  te Meerle op 1 - 5 - 1929
in de orde getreden te Edingen op 15 - 9 -1949

Priester gewijd te Izegem op 5 - 8 -1956
Gekend Predikant van MIssies en Retraites
Gardiaan te Izegem, Edingen en Meersel-Dreef
Na een slepende ziekte zacht en rustig overlecen
in de Kapucijnenfraterniteit Herentals op 18 - 6 - 2011
 

 

Pater Jan Van Boxel

2011 Jan Van Boxel.jpg

Minderbroeder Kapucijn

Geboren te Meerle op 1 - 5 – 1929

In de orde getreden te Edingen op 15 - 9 -1949

Priester gewijd te Izegem op 5 - 8 – 1956

Gekend Predikant van Missies en Retraites

Gardiaan te Izegem, Edingen en Meersel-Dreef

Na een slepende ziekte zacht en rustig overleden

in de Kapucijnenfraterniteit Herentals op 18 - 6 - 2011

 

Op zaterdag 25 juni namen medebroeders, familieleden en vrienden afscheid van onze medebroeder, Jan Van Boxel in een goed verzorgde viering. Wij geven hier de homilie die door br. Jozef (Pascal) Teuns, zijn neef, werd uitgesproken.

 

BESTE MEDEBROEDRS, GEACHTE FAMILIE VAN JAN VAN BOXEL en BESTE VRIENDEN,

Op de eerste plaats willen we onze oprechte deelneming aanbieden bij het heengaan van Jan van Boxel aan zijn familie aan al onze medebroeders en zijn vrienden.

Van de tientallen kapucijnen afkomstig van Meersel-Dreef nemen we vandaag afscheid van Jan en blijven er nog 7 kapucijnen Dreveniers op dit ogenblik over.

Hier werd hij geboren en heeft hij zijn jeugd doorgebracht om daarna, na zijn studies in Lommel en Aalst, binnen te treden bij de Kapucijnen. In 1956 werd hij priester gewijd in Izegem door Mgr. Catry, om na 1 jaar eloquentie in Herentals enkele jaren door te brengen in ons college te Aalst, als surveillant. Daarna werd hij predikant in Aalst waar hij voor de eerste keer gardiaan werd benoemd in 1970. Later werd hij nog verschillende keren gardiaan onder andere in Edingen, Izegem en hier te Meersel‑Dreef.

In die vele jaren als Gardiaan en predikant van missies en retraites, vooral voor zusters, is hij vooral priester geweest. Als alles voorbij is, wat telt er dan nog in het mensenleven? Christus zegt het ons in zijn evangelie: alleen het goede dat wij gedaan hebben aan onze medemensen. De Heer zegt: "Het minste dat gedaan de mijne hebt gedaan, dat hebt gedaan Mijzelf gedaan Jan was een graag beluisterde predikant. Over heel het Vlaamse land heeft hij de boodschap van Kristus, het evangelie uitgedragen, vroeger als missiepredikant en later als retraite predikant, vooral voor zusters.

Als predikant heeft hij de mensen verteld hoe God de tochtgenoot van zijn volk is geweest en nog is. Hij heeft aan velen het verhaal verteld van Jezus van Nazareth, die door God is opgewekt uit de dood en die thans nog leeft Hij is Gods en Jezus getuige geweest,'in woord en sacrament. Als predikant was hij een profeet die verkondigde dat het leven zinvol is. Hij heeft verkondigd dat de mens zijn geluk en zijn vervulling vindt in de navolging van Jezus.

Daarin is hij voorgegaan om ons de weg te wijzen als gids door zijn predicatie. Hij heeft de mensen samen geroepen om het brood te breken in en door de eucharistie en naar Gods woord te luisteren. Als verteller van het verhaal van Jezus, door zijn woord en het toedienen van de sacramenten, en het breken van het brood. De laatste 3 jaren van zijn leven heeft hij heel wat tegenslagen te verwerken gekregen. Toch probeerde hij dat alles te boven te komen. Stilletjes aan ging hij achteruit. Enkele maanden verbleef hij in de kliniek te Turnhout, afgewisseld met enkele weken verblijf in Herentals. Klagen deed hij nooit. We zagen hem achteruitgaan tot hij rustig zijn ziel in de handen van God legde.

We gaan nu de EUCHARISTIEVIERING verder zetten. Eucharistie komt van het Grieks: eu xaroon: dank zeggen.

Laten we God danken voor het mooi vruchtbare leven dat Jan heeft geleefd en moge hij voor eeuwig leven bij de Heer.

 

BIJ HET AFSCHEID VAN PATER JAN VAN BOXEL (1929 – 2011).

(Zijn klasgenoot Pater Arnold van Gemert)

Onze medebroeder Pater Jan Van Boxel werd op 1 mei 1929 geboren in het gezin van Jozef Van Boxel en Maria Teuns, een gezin van zes kinderen, waarvan hij de tweede oudste was en een echte Drevenier. In navolging van de broers van zijn moeder werd hij Kapucijn en begon op 15 sept. 1949 zijn noviciaat te Edingen samen met 13 andere flinke jongemannen, die allen op 17 sept. 1950 hun Eerste Geloften uitspraken, waarna op 17 sept. 1953 in Brugge zijn Eeuwige Geloften volgden. Op 5 aug. 1956 werd hij in Izegem priester gewijd en na zijn laatste jaar theologie aldaar vertrok hij op 29 juli 1957 naar Herentals voor een jaar vorming als predikant. In 1958 ging hij nog 3 jaar als surveillant naar ons college en in 1961 werd hij in Aalst voltijds predikant.

In 1963 ging hij vandaar als predikant naar Izegem, waar hij zich samen met een flinke ploeg missiepredikanten toelegde op de bekende “volksmissies”, waarbij Pater Paschaas zijn goede vriend en mentor was en van hem tevens een vurig supporter maakte van Cercle Brugge. Ondertussen was hij in Izegem bestuurder van het Priesteruurgebed en scoutsaalmoezenier. In 1970 werd hij daar Gardiaan en was ondertussen overgeschakeld van missiepredikant naar bekend predikant van retraites en conferenties vooral voor zusters o.a in Herkenrode, St-Niklaas en Halle. In 1972 was hij ook een jaar godsdienstleraar van de Vrije Middelbare School van de Broeders van de Christelijke Scholen in Roeselare en in 1976 werd hij in Izegem Vicaris en propagandist van de Kapucijnenmissies. Van verschillende kloosters was hij afgevaardigde voor de provinciale kapittels en jarenlang heeft hij onze medebroeder Pater Vigiel zondags geholpen op zijn parochie. In oktober 1977 werd hij benoemd tot medepastoor van onze parochie te Ieper en tevens Vicaris van het klooster. In 1979 ging hij naar Edingen als predikant en werd er in 1982 Vicaris en in 1991 Gardiaan, wat hij bleef tot aan de sluiting van dit klooster in 1996. Toen kreeg hij zijn benoeming als predikant in Meersel-Dreef en werd daar van 2003 tot en met 2009 Gardiaan. In 2000, het jaar van zijn Gouden Kloosterjubileum, maakte hij samen met drie klasgenoten, Pater Luk en Broeder Karel een bedevaart naar de H. Pater Pio via Luzern, Rome en Assisi. Zij overnachtten bij onze medebroeders en werden overal uitstekend ontvangen: een prachtige reis samen! Ondertussen was hij druk bezig met retraites en conferenties tot hij enkele jaren geleden plotseling ziek werd en zijn retraites door moest geven aan verschillende medebroeders, in de stille hoop nog altijd te kunnen herbeginnen. Zijn zwakkere gezondheid nam af en toen hij begin december 2009 naar het ziekenhuis in Turnhout moest, ging hij daarna voor verdere verzorging naar ons klooster in Herentals, waar hij de nodige en beste zorgen kreeg van de verpleegsters, van zijn medebroeders en vooral van Broeder Karel. Na enkele periodes in het ziekenhuis van Turnhout, ging zijn gezondheid verder achteruit en op 18 juni is hij rustig en kalm in Herentals overleden. Op 25 juni kreeg hij een druk bijgewoonde begrafenis en werd op ons kerkhof in ons Mariapark begraven. Dat hij ruste in vrede! 

Uit VOX  Minorum jg. 65, nr. 3, juli - september 2011

 

 

 

Achiel De Pauw

Geboren  te Lede op 7 - 9 - 1936
in de orde getreden op 11 - 9 -1956

Priester gewijd te Izegem op 14 - 7 -1963
In de Heer ontslapen in het UZA te Edegem op zondag 21 augustus 2011

 

Pater Achiel is van in zijn vroege jeugd een harde werker en een toegewijde mens geweest. In de studies, college, filosofie en theologie werkte hij met volle inzet. Dat deed hij ook wanneer hij als priester zijn taak vervulde. Hij zocht zichzelf niet, maar naar het voorbeeld van Zijn Meester kwam ook hij om te dienen en niet om gediend te worden.

Na zijn theologische studies volgde hij negen maanden pastorale voorbereiding en lessen in Loppem. In september 1965 vertrok hij naar de missie in Congo, waar
hij voor een zevental jaren werkzaam was. In 1972 kwam hij omwille van ziekte terug uit de missie.

 Dan volgden enkele jaren als godsdienstleraar in Ieper en Herentals en onderpastoor in Ieper en Herentals.

Maar zijn echte roeping en werk vond hij in de zieke pastoraal. Achiel was altijd iemand geweest, wiens aandacht en bezorgdheid uitging naar zieke en zwakke mensen.

In 1983 werd hij benoemd rot aalmoezenier van de MS kliniek in Melsbroek. Daar heeft hij het beste van zichzelf gegeven. Hij stond de zieken niet alleen bij in hun geestelijke nood, maar was er op uit om hen op alle gebied bij te staan en te helpen. Hij had een sterk gestel en was altijd gereed om hen te helpen opheffen en in een rolstoel te plaatsen. Niets was voor hem te moeilijk. Maar in 1991 werd hij met hartklachten in het O.L.Vr.-ziekenhuis van Aalst opgenomen.

Na overbruggingen en revalidatie in Ter Duinen, Nieuwpoort moest hij het veel kalmer aan doen. Maar toch bleef hij zich zeer verdienstelijk maken in ons klooster van Leuven met kleinere werkjes. Hij hield van bloemen en verzorgde die met liefde. Waar hij gevraagd werd om voor te gaan in de eucharistie, deed hij dat gaarne. In 2003 kwam hij naar Herentals. Ook hier zocht hij naar werk dat hij nog aankon. Het waren weer de zieken en ouderen van dagen die zijn volle aandacht kregen.
Al
s pastor van het St.-Annarusthuis bezocht hij de mensen drie keer in de week. Ook drie maal in de week droeg hij daar de heilige eucharistie op. Hij kende al de mensen bij naam en was er door iedereen gekend en geliefd. Met spijt in het hart moest hij die taak opgeven omwille van zijn zwakke gezondheid.

Pater Achiel heeft zijn brood niet in ledigheid gegeten. Hij heeft de Heer gediend in de kleinen, de zwakke en zieke mensen. Hij mag nu zijn welverdiende loon ontvangen bij de Heer.

Achiel , moge nu de eeuwige rust en vrede, in Gods tegenwoordigheid, uw deel zijn.

 

Br. Adri Ceerts, provinciaal van de Vlaams Kapucijnen.
Z
ijn medebroeders van Hereritals.

Zijn dierbare familie De Pauwen Vennassen.

We namen afscheid van br. Achiel De Pauw

Toen br. Achiel De Pauw op 26 januari 2011 slachtoffer werd van een ongeval, samen met drie medebroeders, had hij nog maar enkele weken voordien zijn werk in het rusthuis in Herentals moeten opgeven omdat het te vermoeiend werd voor hem. Zijn longen werden steeds zwakker.

Bij het ongeval werden enkele halswervels gebroken en het was vlug duidelijk dat Achiel een lange revalidatietijd tegemoet ging. De eerste maand verbleef hij in de St.Lukaskliniek in Brugge (Assebroek) Handen en voeten waren aanvankelijk heel sterk verlamd en het ademen was moeilijk. Na een maand verhuisde br.Achiel naar het revalidatieziekenhuis Hof Ter Schelde op de linkeroever in Antwerpen. Het werden lange maanden van revalidatie. Oefenen in de voormiddag. Oefenen in de namiddag. En ondertussen met diverse ongemakken worstelen. Achiel was echter moedig en maakte vorderingen.

Het betekende veel voor hem toen hij in juli op een dag op en neer kon naar Herentals, naar de medebroeders van Herentals en naar zijn eigen kamer. En zeker toen hij veertien dagen later van zaterdag op zondag weer naar Herentals kon. Enkele dagen later moest hij echter opgenomen worden in het universitair ziekenhuis in Wilrijk. Hij zou het niet meer verlaten. Een zware longontsteking werd hem fataal. Op 21 augustus overleed hij.

Op zaterdag 27 augustus namen de medebroeders, samen met de familie en vele vrienden en bekenden afscheid van hem in Herentals. Br. Fil Van der Steen ging voor in de dienst en sprak volgende homilie uit:

 

“Allen die zich laten leiden door de Geest van God, zijn kinderen van God” (Rom.8). Hij die zich uitsluitend heeft laten leiden door de Geest van God, is Jezus. Hij is dan ook bij uitstek de Zoon van God. En die Jezus heeft ons gezegd en geleerd dat wij God Vader mogen noemen. Dat wil dus zeggen dat wij bij God mogen thuiskomen.

Ook onze dierbare overledene, pater Achiel, heeft zich laten leiden door de Geest van God. Wij kunnen nu met vertrouwen zeggen dat Achiel bij God is mogen thuiskomen.

Gedurende zijn leven heeft hij Jezus mogen volgen, meer nog, hij heeft het leven van Jezus mogen delen. Maar we weten: als we Jezus volgen en zijn leven delen, dat we dan niet van het lijden zullen gespaard blijven. Jezus heeft ons verwittigd en gezegd: Als je mij wil volgen, moet je jezelf verloochenen, je moet je kruis opnemen om mij te volgen.

Ook dit heeft pater Achiel moeten ondervinden. Lijden is ook een deel van zijn leven geweest. Maar hij heeft altijd gezocht om zijn lijden moedig en zinvol te dragen.

Bovendien heeft het dragen van zijn eigen lijden hem aangemoedigd en geïnspireerd om aandacht te hebben voor de miserie en het lijden van anderen.

Het was een geweldige periode!

Pater Achiel,

We ervaren dat het niet enkel belangrijk is de weg die je gaat, maar de sporen die jij voor ons achter laat!

Namens al onze bewoners, vrijwilligers en personeel BEDANKT VOOR ALLES!

Het ga je goed daar boven . en doe ze daar de groeten van ieder van ons!

 

Pater Achiel was gewoon om met volle toewijding en inzet te doen wat hij te doen had. Zo werkte hij een zevental jaren in de missie van Congo tot hij omwille van ziekte moest terugkeren. Daarna was het een beetje zoeken naar het juiste werk op de juiste plaats. Zo was hij voor een korte tijd godsdienst-leraar en medepastoor in Ieper, en onderpastoor in Herentals en in Ieper. Maar zijn echte roeping vond hij in de ziekenhuispastoraal waar hij zichzelf ten volle kon geven. Aandacht en bezorgdheidvoor zieken was het talent dat hij van de Heer gekregen had. En daar heeft hij mee gewoekerd. In 1983 werd hij benoemd tot aalmoezenier in de MS-kliniek in Melsbroek. Hij voerde zijn pastorale taak secuur uit, maar daarnaast was hij klaar om als een hulpverpleger te helpen waar hij kon. Twee dagen geleden kreeg ik een telefoon van een zuster – die ik niet ken –uit Melsbroek. Zij het had overlijdensbericht van Achiel in het dagblad gelezen. Ze zei: ”Er zijn hier nog patiënten die naar pater Achiel vragen”. Want zei ze, “hij was graag gezien en zeer geliefd.” In 1991 kreeg pater Achiel hartklachten en er waren overbruggingen nodig. Na een revalidatieperiode in Ter Duinen in Nieuwpoort hervatte hij zijn werk in Melsbroek. Hij moest het, zo werd gezegd, wel wat kalmer aandoen. Dat was wel moeilijk voor hem. Na een paar jaar raadde de dokter hem aan van er mee te stoppen omdat zijn zwakke gezondheid geen zware inspanningen meer toeliet. Wanneer hij in 2003 naar Herentals kwam, zocht hij, gezien zijn zwakke gezondheid, naar een werk dat hij nog aankon. Het waren weer de zieken en ouden van dagen die zijn volle aandacht kregen. Als pastor van het St.Anna-rusthuis bezocht hij de mensen driemaal in de week. Hij gaf de gelegenheid om aan de eucharistieviering deel te nemen. Hij kende de bewoners allemaal bij naam en was door iedereen gekend en geliefd.

Pater Achiel hield van mensen maar ook van de natuur, vooral van bloemen. Hij versierde ons huis. Op alle vensterbanken stonden er geraniums, orchideeën en andere mooie planten. Nu hij sinds een half jaar niet meer bij ons thuis was, schijnen zelfs de bloemen te treuren en hebben zijn hun frisheid verloren.

Eind januari had Achiel een zware tegenslag toen hij betrokken was in een auto-ongeval. Hij belandde in de kliniek in Brugge en drie weken later werd hij opgenomen in het revalidatieziekenhuis Hof ter Schelde in Antwerpen. Wij hebben hem nog bewonderd voor zijn moed en inzet om door allerlei oefeningen toch weer terug sterker te worden. Maar zijn zwakke longen hebben het begeven. Zondag laatst rond 5 uur in de namiddag ontsliep hij zacht in de Heer.

Beste vrienden, wij en zoveel anderen missen hem. Maar we danken hem en God voor wie Achiel voor ons en voor zoveel anderen geweest is en voor en voor het goede en schone dat hij gedaan heeft. De heilige Schriftteksten die we zojuist gehoord hebben (Rom.8,14-23 en Mt 25,31-40) zijn voor ons een grote steun en bemoediging.

In de eerste lezing hoorden we dat hij die in het leven en het lijden van de Heer deelt, dat die ook mag delen in zijn verheerlijking, in zijn verrijzenis.

En in het evangelie zegt Jezus dat zij die aandacht hadden en zorg besteed hebben aan de minsten van zijn broeders, dat die dat aan Hem besteed hebben.

Allen die pater Achiel gekend hebben zullen moeten toegeven dat hij één en al aandacht en bezorgdheid was voor de zieken, de zwakken en ouderen van dagen. Wij durven er dan ook zeker van zijn dat hij deze woorden van de Heer mogen horen heeft: “ik was ziek en jij hebt mij bezocht en voor mij gezorgd. Kom nu, gezegende van mijn Vader. Neem bezit van het koninkrijk dat Hij voor u hebt bereid.”

Een dankwoordje vanwege het rusthuis St. Anna te Herentals

Beste medebroeders... beste familie... beste vrienden van Pater Achiel veraf of dichtbij..

We zijn allemaal verdrietig om het heen gaan van onze Pater Achiel. Maar... Als we diep in ons hart kijken dan zien we, voelen we, dat we huilen om een man die ons heel veel vreugde bracht!

Pater Achiel,

Toen je ons Rust - en verzorgingshuis "St Anna" binnen stapten als nieuwe aalmoezenier van 90 bewoners waren we allemaal benieuwd wat de tijd ons bracht...

Zowel voor u als voor ons was het even onwennig en afwachtend...

Al snel mochten we ervaren dat er een warme man tussen al deze mensen stond! Het mag gezegd worden Pater Achiel, je optimisme, je lach, je schouderklop, je luisterend oor, de warmte die je uitstraalde... Je was er altijd voor onze bewoners! Je hebt ze menigmaal een hart onder de riem gezet! Je bent ze in hun kleine en grote verdriet dikwijls als steun geweest! 

Uit VOX  Minorum jg. 65, nr. 3, juli - september 2011

 

Pater Jan Bosco
Albrecht Vanhove

Geboren  te Werken op 12 - 7 - 1922
in de orde getreden op 17 - 9 - 1942
Priester gewijd  op 25 - 8 - 1948
Missionaris in Pakistan vanaf 26 - 11 - 1949
In de Heer ontslapen in 't Pandje te Izegem op 17 - 9 - 2011

 

 

De Verrezen Heer heeft P. Jan Bosco tot zich geroepen. Een toegewijd en fijngevoelig kloosterling-missionaris was hij. Door zijn manier van leven kwam Gods menslievendheid naar ons toe. Een beetje evangelie was hij geworden, met een vanzelfsprekende eerbied voor en gehoorzaamheid aan de Kerk en zijn Ordesoversten. Hij was geen kritische zoeker. Aan wat hij in zijn theologische vorming zich eigen had gemaakt, hield hij vast met een rechtlijnigheid die geen enkel compromis duldde. Die innige overtuiging gaf hij door in een eenvoudige, kleurrijke taal (al was het Urdu of Punjabi), aan ontelbaren in de dorpen en steden van Pakistan, door verkondiging en catechese. Hij had een zwak voor armen, die daar nogal eens misbruik van durfden maken.

Vooral droeg hij allen en alles mee in zijn gebed. Hij was een man van gebed. En net zoals Franciscus een innerlijke strijd doormaakte rond de roepingsvraag: 'of God van hem een zuiver contemplatief leven of een leven van verkondiging verwachtte', had P. Jan Bosco daar ook vragen over. Hij verbleef zelfs twee korte periodes bij de Trappisten.
Ve
el uren van gebed maakten dan ook zijn apostolaat zo vruchtbaar. Vanuit deze contemplatieve ingesteldheid ontstond wellicht zijn stokwoord: 'Als God het wil...'

P. Jan Bosco, lieve medebroeder, moge God je zegenen, zoals ook jij zo graag mensen zalfde en zegende.

 

De Verrezen Heer heeft P. Jan Bosco tot zich geroepen. Een toegewijd en fijngevoelig kloosterling-missionaris was hij. Door zijn manier van leven kwam Gods menslievendheid naar ons toe. Een beetje evangelie was hij geworden, met een vanzelfsprekende eerbied voor en gehoorzaamheid aan de Kerk en zijn Ordesoversten. Hij was geen kritische zoeker. Aan wat hij in zijn theologische vorming zich eigen had gemaakt, hield hij vast met een rechtlijnigheid die geen enkel compromis duldde. Die innige overtuiging gaf hij door in een eenvoudige, kleurrijke taal (al was het Urdu of Punjabi), aan ontelbaren in de dorpen en steden van Pakistan, door verkondiging en catechese. Hij had een zwak voor armen, die daar nogal eens misbruik van durfden maken.

Vooral droeg hij allen en alles mee in zijn gebed. Hij was een man van gebed. En net zoals Franciscus een innerlijke strijd doormaakte rond de roepingsvraag: `of God van hem een zuiver contemplatief leven of een leven van verkondiging verwachtte', had P. Jan Bosco daar ook vragen over. Hij verbleef zelfs twee korte periodes bij de Trappisten. Veel uren van gebed maakten dan ook zijn apostolaat zo vruchtbaar. Vanuit deze contemplatieve ingesteldheid ontstond wellicht zijn stokwoord: 'Als God het wil...'

P. Jan Bosco, lieve medebroeder, moge God je zegenen, zoals ook jij zo graag mensen zalfde en zegende. 

Uit VOX  Minorum jg. 65, nr. 3, juli - september 2011

Naar aanleiding van het overlijden van onze medebroeder Jan Bosco ontvingen we van de bisschop van Brugge de brief die we hier afdrukken.
We doen het omdat we deze brief ook mogen lezen als een uiting van waardering voor het werk van al onze missionarissen in Pakistan.

 

JOZEF DE KESEL

BISSCHOP VAN BRUGGE

Brugge, 26 september 2011

Aan de Provinciaal Overste van de

Minderbroeders-Kapucijnen

Ossenmarkt 14, 2000 ANTWERPEN

 Dierbare Pater Provinciaal en Medebroeders, Geachte Familie,

Bij het vernemen van het overlijden van Pater Jan Bosco bied ik u de betuiging aan van mijn
medeleven, alsook de verzekering van mijn gebed.

De tekst bovenaan op het overlijdensbericht trok mijn aandacht: 'Dat ik het evangelie verkondig, is voor mij niets om mij op te beroemen. Ik kan niet anders.














Wee mij als ik het
evangelie niet verkondig.'

Ik kan niet anders. Dat Pauluswoord is inderdaad bijzonder toepasselijk op de dierbare overledene. Méér dan een halve eeuw missiearbeid in het verre Pakistan. Rekening gehouden met de stichtingsdatum van de katholieke missionering in het Oosten van dat immense moslimland, bijna de helft van de duur ervan. Het missionarisleven van Pater Jan Bosco overspant trouwens de hele, geleidelijke overgang van een missiegebied tot een volwaardige plaatselijke kerk, met eigen bisschoppen, diocesane priesters en religieuzen. Onder invloed van de vernieuwde kerkvisie van Vaticanun II werd ook hoe langer hoe meer een beroep gedaan op de actieve medewerking van goed opgeleide leken.

Naast de eerste verkondiging van het evangelie en de daarop volgende verdieping van het geloof bij de volwassenen hadden de Kapucijnen in het aartsbisdom Lahore ook tot doel de levensvoorwaarden van de plaatselijke bevolking te verbeteren dankzij een degelijk onderwijs en een betere gezondheidszorg.

Pater Jan Bosco heeft daar met hart en ziel aan medegewerkt. 'Ik kon niet anders', zou hij nu zèlf kunnen nazeggen. Maar nog een ander Pauluswoord is thans op hem toepasselijk: 'Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht. Nu wacht mij de krans van de gerechtigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag.' Moge de gedachte dat die grote dag voor hem aangebroken is, voor u allen een troost zijn.

Innig met u verbonden in de verrezen Heer,

+ Jozef DE KESEL
Bisschop van Brugge

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Uit VOX Minorum  jg. 65, nr. 4 oktober-december 2011

Herdenkingsmis voor onze medebroeders, Jan Bosco en Agnelo 

Op 24 november 2011 werd een Requiemmis opgedragen in de kerk van Gulberg, Lahore. Fr. Clarence Hayat was de hoofdcelebrant.

Op deze herdenkingsmis waren ook Bisschop Sebastiaan Shaw o.f.m.,priesters, zusters, broeders, catechisten en leken aanwezig om met deze Requiemmis de betekenis van onze geliefde broeders Jan Bosco en Agnelo aan te tonen. 

Voor deze gelegenheid hield Fr. Henry Paul o.f.m.cap. een mooie en treffende homilie. Hij vermeldde dat beide medebroeders ,Jan Bosco en Agnelo, ware zonen van onze Serafijnse Vader Franciscus van Assisi waren omdat Br. Jan Bosco zijn eeuwige rust vond op 17 september 2011, het feest van de stigmata van St. Franciscus, en Br. Agnelo ging naar zijn eeuwige rust op 4 oktober, het feest van de transitus is van St. Franciscus van Assisi. Het was zeker en vast geen toeval dat deze datums samenvallen met een goddelijk plan voor hen.

Daarom toont hun dood aan dat zij als kapucijn zeer in beslag genomen waren door en toegewijd waren aan de franciscaanse levensweg. Boven alles was Jan Bosco een groot pastoor, een onvermoeibaar missionaris, vurig in zijn catechese en een man van gebed. Zo beleefde hij op een effectieve en indrukwekkende wijze in zijn omgaan en spreken de evangelische levensweg waar hij ook kwam. Wanneer wij over Agnelo spreken, dan was dat de man van de lach en van de eenvoud. Een bewogen pastoor en een enthousiast missionaris, een vurige professor en een man van gebed. Tot op heden zijn beiden grote symbolen op onze levensweg als kapucijn. Zij hebben een leven geleid in overeenstemming met de voetstappen van Jezus Christus en naar het voorbeeld van St. Franciscus van Assisi. 

Op het einde van de eucharistie gaf bisschop Sebastiaan Shaw, de apostolische administrator van het aartsbisdom van Lahore, ter dezer gelegenheid zijn dierbare herinneringen. Allereerst drukte hij zijn diep en welgemeend medeleven uit aan de Kapucijnengemeenschap en de andere gelovigen bij het overlijden van deze twee grote missionarissen, Fr. Jan Bosco en Fr. Agnelo.

Hij zei dat beiden de kerk in Pakistan getrouw en verbazingwekkend gediend hadden.     Beiden zijn omwille van hun werkzaamheid iconen geworden en bakens van geloof, liefde en hoop voor ieder van ons om zo het slijk der aarde en het licht der wereld te zijn.  

Verder zei hij dat Jan Bosco in heel Pakistan gekend is voor zijn pastoraal werk en Agnello over heel het land voor zijn pastoraal en zijn werk in de opleiding. Wij bidden dat hun zielen voor altijd in vrede mogen rusten en dat God de Heer hen een eeuwigdurende beloning zou schenken. Daarna bedankte Fr. Clarence Hayat,vice-provinciaal, bisschop Sebastiaan, de priesters, seminaristen, broeders, zusters, catechisten en al de gelovigen voor de kostbare tijd die ze hebben willen besteden aan de nagedachtenis van onze overleden medebroeders Jan Bosco en Agnelo. God zegene u allen! 

Fr. Shahzada Khurram

 

Pater Nivard
Laurent Bruggeman


Geboren  te Buggenhout op 25 - 8 - 1920
in de orde getreden op 15 - 9 - 1940
Priester gewijd  op 3 - 8 - 1947
In de Heer ontslapen in het AZ Sint-Elisabeth te Herentals op 1 - 10 - 2011

 

De oudste kapucijn van onze vlaamse provincie is heen-gegaan in de ouderdom van 92 jaar. Twee jaar woonde hij in Herentals in stilte en onbekommerd. Maar wie zijn levensloop kende, wist, hoe vruchtbaar zijn leven is geweest. Hij werd geboren in Buggenhout, studeerde in Aalst en werd priester gewijd in 1947. Daarna werd hij leraar in Aalst en kwam daarna naar Herentals, waar hij proost werd van Jado, de Koordragers en de Missienaaikrans. Daarna werd hij vijf maal gardiaan in Boom, Antwerpen en Aalst. Intussen werd hem vanuit Rome opgedragen om de konstiruties van de Zusters Kapucienessen in Antwerpen te herzien. In die tijd was hij ook prooSt van de jeugdclub "De Lange Wapper". In 1973 werd hij onderpastoor in Aalst en van 1979 tot 1990 was hij er pastoor. Van 1990 tot 2000 was hij aalmoezenier in het O.L.Vrouw ziekenhuis te Aalst. Van 2000 verbleef hij in ons klooster te Aalst waaruit hij elke dag ging mislezen bij de zusters van Gijzegem in Aalst. Tevens had hij een sterk bezochte biechtstoel in de paterskerk. In 2009 verhuisde hij naar Herenrals waar hij overleed in de gezegende ouderdom van 92 jaar. De laatste jaren van zijn leven was het stil geworden rondom hem. Hij drong zich niet op, maar bad veel in stilte. Onze gebedsmomenten woonde hij allemaal bij en wist af en toe er nadruk op te leggen. Veel praten deed hij niet. Af en toe kwam het verleden nog eens boven. We behouden een mooie herinnering aan hem. Hij was klein maar dapper, eenvoudig en stipt. We behouden bewondering voor hem die ons in stilte is voorgegaan. Moge onze Heilige Vader Franciskus hem opnemen bij al zijn medebroeders die hem zijn voorgegaan.


Br. Adri Geerrs, provinciaal van de Vlaams Kapucijnen.
Zijn medebroeders van Herentals.

Zijn dierbare familie Bruggeman en Luypaert.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Uit VOX Minorum  jg. 65, nr. 4 oktober-december 2011

Pater Laurent Bruggeman

In de Heer ontslapen in het A.Z. Sint-Elisabeth te Herentals op zaterdag 1 oktober 2011 gesterkt door het Sacrament van de zieken. Wij namen afscheid van Pater Laurent tijdens de verrijzenisliturgie in de parochiekerk St. Antonius (Paterskerk)

De oudste kapucijn van onze Vlaamse provincie is heen­gegaan in de ouderdom van 92 jaar. Twee jaar woonde hij in Herentals in stilte en onbekommerd. Maar wie zijn levensloop kende, wist, hoe vruchtbaar zijn leven is geweest. Hij werd geboren in Buggenhout, studeerde in Aalst en werd priester gewijd in 1947. Daarna werd hij leraar in Aalst en kwam daarna naar Herentals, waar hij proost werd van Jado, de Koordragers en de Missienaaikrans. Daarna werd hij vijf maal gardiaan in Boom, Antwerpen en Aalst. Intussen werd hem vanuit Rome opgedragen om de konstituties van de Zusters Kapucienessen in Antwerpen te herzien. In die tijd was hij ook proost van de jeugdclub "De Lange Wapper". In 1973 werd hij onderpastoor in Aalst en van 1979 tot 1990 was hij er pastoor. Van 1990 tot 2000 was hij aalmoezenier in het O.L.Vrouw ziekenhuis te Aalst. Van 2000 verbleef hij in ons klooster te Aalst waaruit hij elke dag ging mislezen bij de zusters van Gijzegem in Aalst. Tevens had hij een sterk bezochte biechtstoel in de paterskerk. In 2009 verhuisde hij naar Herentals waar hij overleed in de gezegende ouderdom van 92 jaar.

De laatste jaren van zijn leven was het stil geworden rondom hem. Hij drong zich niet op, maar bad veel in stilte. Onze gebedsmomenten woonde hij allemaal bij en wist af en toe er nadruk op te leggen. Veel praten deed hij niet. Af en toe kwam het verleden nog eens boven.

We behouden een mooie herinnering aan hem. Hij was klein maar dapper, eenvoudig en stipt. We behouden bewondering voor hem die ons in stilte is voorgegaan. Moge onze Heilige Vader Franciskus hem opnemen bij al zijn medebroeders die hem zijn voorgegaan.

 

Homilie in de afscheidsviering van Laurent Bruggeman (Jozef Teuns) 

Op dit ogenblik liggen twee van onze medebroeders ‘boven aarde’, zoals we dat zeggen.

Pater Fil Van der Steen dragen we aanstaande dinsdag naar zijn eeuwige rustplaats en pater Laurent Bruggeman begraven we vandaag.

Hij was op vandaag de oudste medebroeder kapucijn.

De laatste twee jaar van zijn leven bracht hij in gebed en stille rust door hier in Herentals. Wie hem gekeend heeft, weet dat hij zijn hele leven bruiste van inzet en activiteiten. Als jonge pater zette hij zich in voor de jeugd: voor de ‘koorddragers en de JADO hier in Herentals, voor de jeugdclub ‘De lange Wapper’ in Antwerpen. Hij preekt veel volksmissies en retraites en hij begeleidde de zuster kapucinessen in Antwerpen.

Hij was vijfmaal gardiaan in een van onze kloosters. Hij was onderpastoor en 11 jaar pastoor in Aalst, en daarna nog 10 jaar aalmoezenier in het O.L.Vrouw-ziekenhuis in Aalst. Zoals daarstraks gezegd bracht hij de laatste twee jaar van zijn leven hier bij ons in Herentals door. Die stonden in het teken van wat we zojuist zongen: ‘Zo vriendelijk en veilig als het licht, zo is mijn God. Ik zoek zijn aangezicht.’

Het verhaal van de Emmaüsgangers dat we zojuist lazen, is als het verhaal van Laurents reis doorheen het leven. Wel heeft hij nooit de neiging gevoeld om weg te trekken omdat weinig herkend werd van ons oude vertrouwde geloof. Neen, hij zette door samen met zijn medebroeders, die ons een aantrekkelijk geloof hebben voorgeleefd.

We danken hem omdat hij ons is voorgegaan met zorg en noeste inzet.

Zoals de Emmaüsgangers zijn wij nu samen met hem onderweg als mensen met overtuiging.

Zijn stille aanwezigheid onder ons werd af en toe verbroken door zijn krachtige stem die vele jaren heeft weerklonken toen hij predikant was van missies en retraites. Ze herinnert ons aan wie hij geweest is en zal in onze herinnering blijven leven.

Moge hij rusten in vrede bij de Heer en al zijn medebroeders.

Theofiel Van Der Steen

Geboren  te Wiekevorst op 20 - 9 - 1936
in de orde getreden op 11 - 9 - 1956
Priester gewijd  op 14 - 7 - 1963
In de Heer ontslapen in het AZ Sint-Elisabeth te Herentals op 4 - 10 - 2011

 

 

Hij werd geboren te Wiekevorst op 20 september 1936, trad in op 11 september 1956 en werd priester gewijd op 17 juli 1963. Van 1964 tot 2000 was hij missionaris in Pakistan. Hij overleed in het Sint-Elisabethziekenhuis te Herentals op 4 oktober 2011.

Fil, geboren in een diep christelijk gezin, was van jongsaf iemand die graag gezien was en al vroeg anderen aantrok door zijn aangenaam karakter. Hij was intelligent en de eenvoud zelf, positief ingesteld en opgewekt, kon plagen zonder kwetsen en had altijd een gevat antwoord klaar. Hij was innerlijk vrij maar wist wat zelfdiscipline was. Hij was diep gelovig en beleefde dit intens. In 1956 trad hij in bij de kapucijnen. Na zijn priesterwijding volgden er drie jaar kerkelijk recht in Rome en daarna vertrok hij als missionaris naar Pakistan. Met hart en ziel heeft hij zich ingezet voor de christelijke, meestal zeer arme, bevolking. Maar zijn medebroeders vroegen hem ook om gedurende 8 jaar hun algemene overste te zijn. En hij werd belast met de vorming van jonge medebroeders. Een taak die hij samen met zijn medebroeder en klasgenoot Norbert, vele jaren uitstekend vervulde. Ook om zijn recollecties en retraites voor priesters en religieuzen werd hij erg gewaardeerd. In het jaar 2000 nam hij de niet eenvoudige beslissing om naar België terug te keren. Hij moest veel mensen achterlaten die hem ter harte gingen. Maar hij was van mening dat de tijd gekomen was. Bovendien hoopte hij zich in België nog nuttig te kunnen maken in de pastoraal. Of hem dat gelukt is! Overal waar hij kwam, was hij graag gezien en werd hij gewaardeerd. Héél graag deed hij dienst in Scherpenheuvel. Niet alleen had hij zelf een grote verering voor Onze Lieve Vrouw van Scherpenheuvel, maar daar samen met de mensen bidden, naar hen luisteren, hen de sacramenten toedienen en hen bemoedigen, hij deed het zielsgraag. Zijn gezondheid liet het echter niet altijd toe. En bovendien deed de eigen broederschap ook meer en meer beroep op hem. Zo werd hij drie jaar geleden in het bestuur gekozen en werd hij in de gemeenschap van Herentals de goede gardiaan die vader, moeder en broeder was van iedereen.

Met zijn heengaan verliezen we een medebroeder met een scherpe geest en een grote wijsheid. Een medebroeder met een grote empathie bij wie mensen echt thuis konden komen, die mensen op een diepe wijze kon beluisteren en verstaan en hen in respect levengevende woorden kon aanreiken. Een medebroeder met een grote mildheid en diepe bekommernis, een medebroeder die altijd voor ogen had wat echt belangrijk is. Een medebroeder met een grote dankbare liefde voor zijn ouders en zijn hele familie. Met ieder van hen was hij begaan.

Zijn plots heengaan doet veel pijn. Maar samen met de pijn om zijn heengaan is er ook diepe dankbaarheid omdat hij in ons midden was. En we weten in gelovig vertrouwen dat hij leven mag in de vreugde van zijn Heer en dat Franciscus hem met blijdschap zal begroet hebben als een echte broer van hem.

 

Zijn medebroeders van de Vlaamse provincie en bijzonder zijn medebroeders van Herentals.

Zijn dierbare familie Van der Steen en Lambaerts

 

Uit VOX Minorum  jg. 65, nr. 4 oktober-december 2011

Homilie bij het afscheid van Fil Van der Steen 

Op het feest van Franciscus, op 4 oktober stierf onze medebroeder Fil. In het ziekenhuis waarnaar hij enkele dagen voordien in de late avond was gegaan om zijn oudste medebroeder een laatste broederdienst te bewijzen.

De verslagenheid en het ongeloof waren ongemeen groot bij allen die op een of andere manier een band hadden met Fil: zijn medebroeders, zijn familie, de vele vrienden en kennissen in Wiekevorst, in Scherpenheuvel, in Pakistan en op vele plaatsen.

We zullen Fil immers erg missen. Het maakte immers een verschil uit of Fil er bij was of niet. Hij was heel persoonlijk, heel authentiek, hij was niet alleen heel verstandig maar ook wijs en realistisch en bovendien heel eenvoudig. Hij was diep gelovig, een aanstekelijke religieus en een echte mindere broeder van Franciscus.

Bovendien was hij ‘een mens om van te houden’, een mens om graag te zien. Fil was opgewekt, had een humor vol fijne en milde mensenkennis en had als geen ander steeds uiterst snel een gevat maar nooit kwetsend antwoord klaar. Hij voelde mensen diep aan, kon goed luisteren en ook goede woorden spreken.

De humor vol fijne mensenkennis en de gevatte antwoorden gingen samen met een diepe levensernst. Nl die echte levensernst die oog heeft voor wat uiteindelijk belangrijk is in het leven en die geen compromissen maakt op wezenlijke zaken. En van daaruit ook andere zaken kan relativeren.

Hij maakte geen compromissen voor zichzelf in het beleven van zijn religieus leven als kapucijn. Hij was een vrije medebroeder die zich heel wat discipline oplegde.

Het is niet mijn bedoeling van Fil, Agnello, hier te idealiseren. En hijzelf besefte beter dan wie ook dat hij zijn begrenzingen en tekorten had, hij stond immers heel eerlijk in het leven. Wel moet ik gewoon in alle eerlijkheid zeggen dat toen ik de tekst over de ‘ideale mindere broeder ‘ las (eerste lezing) ik moest vaststellen dat veel van wat genoemd wordt herkenbaar is in Fil.

-Het geloof van br. Bernard en de vrijheid tegenover alle bezit.

-de eenvoud

-de hoffelijkheid en welwillendheid

-een innemende wijze van optreden

-gezond verstand en realiteitszin

-een biddend leven

- het geduld ( al kon hij soms door vermoeidheid en ziekte soms eens korter zijn)

- een leven vanuit een brandende liefde

Hetzelfde kan ik zeggen voor de zaligsprekingen uit het evangelie dat we zojuist hoorden. En ik zou er nog een andere spiegel aan kunnen toevoegen. nl. Wat de Galatenbrief (5, 23-25) de vruchten van de Geest noemt: liefde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid, ingetogenheid

Van dat alles heeft zijn familie mogen genieten. Fil was zich goed bewust dat hij héél veel van zijn diep gelovige en ingoede ouders had meegekregen. Hij was zijn ouders, zijn broers en zus en zijn familie heel dankbaar en was nauw betrokken op hun wel en wee.

Van dat alles hebben zijn medebroeders en de christenen in Pakistan mogen genieten. Na zijn priesterwijding en nog drie jaar studie in Rome, vertrok hij immers naar Pakistan. Met hart en ziel is hij missionaris geweest met een grote liefde voor de eenvoudige, vaak arme, christenen. Maar zijn medebroeders in Pakistan deden ook beroep op hem om hun overste te zijn en ook in de vorming van jonge medebroeders had men hem nodig. Ook vandaag blijven alle medebroeders die hem in de vorming hadden als rector, geestelijke leider of mentor, met veel dankbaarheid over hem spreken.

Na zijn terugkeer uit Pakistan in het jaar 2000, na 33 jaar missionarisleven, hebben hier heel veel mensen van zijn persoon en inzet mogen genieten. Allereerst zijn medebroeders, hier in Herentals en in de provincie, maar ook de vele mensen die hij via zijn pastoraal engagement ontmoette. In dat engagement had Scherpenheuvel in zijn hart een speciale plaats. Maar hij sprong ook graag bij in parochies en religieuze gemeenschappen om retraites en recollecties te geven, in de mate dat zijn gezondheid dat toeliet. Die liet het soms heel erg afweten.

Beste medebroeders, familie en vrienden,

Moest Fil nu nog kunnen tussenkomen, dan zou hij zeggen dat ik al meer dan genoeg over hem gesproken heb en zou hij zeggen dat het in een gelovig afscheid nemen ook over dat gelovig perspectief gaat waarin wij mogen leven en hij daadwerkelijk leefde.

Inderdaad , ons samenzijn hier is geen horizontaal ‘besloten’ samenzijn, gericht op de overledene.

Het leven zelf van onze medebroeder getuigde van een geloof dat in alles wat goed is tussen mensen, in alle zorgen en liefhebben en inzet, iets oplicht en doorstroomt van een liefde die groter is dan wijzelf, van Gods liefde

En met hem durven we geloven dat wij doorheen de dood God mogen tegemoet gaan en ontmoeten op een wijze waarvan wij geen voorstelling hebben en in Gods liefde mogen leven. Wij mogen geloven dat Fil doorheen de dood ook zijn lieve ouders en broers en zoveel lieve mensen zal ontmoeten.

Samen met het gemis dat we voelen, mogen we dankbare mensen zijn omdat we zoals onze medebroeder Fil mogen leven in dit dubbele gelovige vertrouwen dat in de eerste Johannesbrief is verwoord: Enerzijds: nu reeds zijn wij kinderen van God. (wat een reden tot respect voor iedere mens!) en anderzijds: wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar….we zullen God zien zoals Hij is. En Hij zal ons laten leven in zijn liefde.

Laten we in dit rijke geloof verder vieren en bidden.

Herdenkingsmis voor onze medebroeders, Jan Bosco en Agnelo 

Op 24 november 2011 werd een Requiemmis opgedragen in de kerk van Gulberg, Lahore. Fr. Clarence Hayat was de hoofdcelebrant.

Op deze herdenkingsmis waren ook Bisschop Sebastiaan Shaw o.f.m.,priesters, zusters, broeders, catechisten en leken aanwezig om met deze Requiemmis de betekenis van onze geliefde broeders Jan Bosco en Agnelo aan te tonen. 

Voor deze gelegenheid hield Fr. Henry Paul o.f.m.cap. een mooie en treffende homilie. Hij vermeldde dat beide medebroeders ,Jan Bosco en Agnelo, ware zonen van onze Serafijnse Vader Franciscus van Assisi waren omdat Br. Jan Bosco zijn eeuwige rust vond op 17 september 2011, het feest van de stigmata van St. Franciscus, en Br. Agnelo ging naar zijn eeuwige rust op 4 oktober, het feest van de transitus is van St. Franciscus van Assisi. Het was zeker en vast geen toeval dat deze datums samenvallen met een goddelijk plan voor hen.  

Daarom toont hun dood aan dat zij als kapucijn zeer in beslag genomen waren door en toegewijd waren aan de franciscaanse levensweg. Boven alles was Jan Bosco een groot pastoor, een onvermoeibaar missionaris, vurig in zijn catechese en een man van gebed. Zo beleefde hij op een effectieve en indrukwekkende wijze in zijn omgaan en spreken de evangelische levensweg waar hij ook kwam. Wanneer wij over Agnelo spreken, dan was dat de man van de lach en van de eenvoud. Een bewogen pastoor en een enthousiast missionaris, een vurige professor en een man van gebed. Tot op heden zijn beiden grote symbolen op onze levensweg als kapucijn. Zij hebben een leven geleid in overeenstemming met de voetstappen van Jezus Christus en naar het voorbeeld van St. Franciscus van Assisi. 

Op het einde van de eucharistie gaf bisschop Sebastiaan Shaw, de apostolische administrator van het aartsbisdom van Lahore, ter dezer gelegenheid zijn dierbare herinneringen. Allereerst drukte hij zijn diep en welgemeend medeleven uit aan de Kapucijnengemeenschap en de andere gelovigen bij het overlijden van deze twee grote missionarissen, Fr. Jan Bosco en Fr. Agnelo.

Hij zei dat beiden de kerk in Pakistan getrouw en verbazingwekkend gediend hadden.     Beiden zijn omwille van hun werkzaamheid iconen geworden en bakens van geloof, liefde en hoop voor ieder van ons om zo het slijk der aarde en het licht der wereld te zijn.  

Verder zei hij dat Jan Bosco in heel Pakistan gekend is voor zijn pastoraal werk en Agnello over heel het land voor zijn pastoraal en zijn werk in de opleiding. Wij bidden dat hun zielen voor altijd in vrede mogen rusten en dat God de Heer hen een eeuwigdurende beloning zou schenken. Daarna bedankte Fr. Clarence Hayat,vice-provinciaal, bisschop Sebastiaan, de priesters, seminaristen, broeders, zusters, catechisten en al de gelovigen voor de kostbare tijd die ze hebben willen besteden aan de nagedachtenis van onze overleden medebroeders Jan Bosco en Agnelo. God zegene u allen! 

Fr. Shahzada Khurram

 

 

Bob Monsecour

Geboren  te Melle op 5 - 11 - 1931
in de orde getreden in 1952
Priester gewijd  in 1959
In de Heer ontslapen in het AZ Sint-Elisabeth te Herentals op 9 - 12 - 2011

 

En pater Bob vertelde…. heel dikwijls!

“Ik was 8 jaar oudste van vier kinderen, toen vader plots stierf. Drama!... En plots was bij mij het idee: Ik wil priester worden.” Het idee bleef… zou het Pater Damiaan zijn? Nee, het is St.-Franciscus geworden.Maar wel bleef de missiegedachte. Niet zelf naar een missieland. Maar hier ten lande zorgen voor méér dan 80 Kongo- en Pakistan missionarissen. "Missie - expo".
Een loodzware karwei die hij 20 jaar klaarde met enkele medebroeders over heel Vlaanderen. Missie-aktie en missie-predicatie, In 1982 stopt missie-expo! Bob wordt gevraagd en stapt heel enthousiast in de pastoraal Kermis en Voyageurs. "Eerst helpen, dan preken!", is de leuze van Bob. Hij zet zich helemaal in, meer dan 100 % zelfs. Hoe moeilijker, hoe meer inzet en vooral doorzetting van hem. Bob is er als 'r moeilijk is en Bob is er als 'r plezant is! Heel evenwichtig dus. Zijn ziek zijn ... Ik voel me stilaan sterven! ...

 En toch blijft hij nog bewonderenswaardig voortdoen.
En na de eerste cherno-kuur komt hij danken ....
Dankbaar dat ik tot mijn 80 jaar heb mogen werken.
Nog dieper dankbaar. Ik heb in die dertig jaren zoveel ,mensen kunnen helpen en blij maken ...
Maar ook moetik zeggen dat ik zelf enorm deugd beleefde aan wat ik mocht doen.

We hebben zoveel plezier gehad en gelachen!
Bedankt, Voyageurs!

Lieve Vrouw, Patrones van de Voyageurs, wilt gij nu met hem Kerstmis vieren en hem "thuis" brengen.  

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Uit VOX Minorum  jg. 65, nr. 4 oktober-december 2011

Getuigenis van Omer Homez, gewezen aalmoezenier .

Pater Bob.

Nummerplaat van zijn auto : PBF
Afkorting van Pater Bob Franciscus.

Gekozen voor de spiritualiteit van Franciscus, Minderbroeder Capucijn. :
het werd zijn levenswijze onuitgesproken als vanzelfsprekend.

Zijn cabine bijvoorbeeld, zijn - zou je zeggen - eeuwenoude constructam. Zonder verwarming, zonder frigo, zonder hedendaags comfort.
Sober maar stevig.

Het moest wel zoals Bob manoeuvreerde handig en vol snelheid doorheen
het hedendaagse verkeer.
Zijn jaren ervaring met de camion van de missietentoonstelling was daar
niet vreemd aan. Soms vol heimwee kon hij over die vruchtbare periode van zijn leven vertellen.
Maar voor ons was hij : pater Bob.

Het zijn misschien maar details maar zo veel betekenend.

De man van de megafoon op de bedevaarten iedereen oproepend naar de
vieringen, de kaarskensprocessie, de kruisweg en andere activiteiten te komen.
Bedevaarten zo vol betekenis : daar waar de Voyageurs veilig waren, om
mekaar te ontmoeten, om uitstappen te doen, - waar de aalmoezeniers familie na familie konden bezoeken, waar Bob altijd een verrassing had voor de kinderen: pannenkoeken, knutselen. Een verademing waar pater Bob echt van hield.
En voor en na de bedevaarten nam Bob altijd de route langs de gotische
kathedralen. Om die te bewonderen, er over te vertellen, documentatie te verzamelen en er enthousiast over te vertellen.

En Bob onderweg naar de families: gaan dopen, huwelijken inzegenen, voorgaan op begrafenissen. En vol overtuiging, beroep doende op een prerogatief van het Vaticaan in een viering het vormsel toedienen. Bob vertelde graag over zijn vieringen, over zijn preken waar hij soms stoute dingen vertelde. Stout in de zin van trouw het 2e Vaticaanse concilie volgend

Hij was diep overtuigd van de waarde van de lekengelovigen, gedoopt tot het priesterschap van het volk Gods.
Bob was een familiemens. Op bezoek gaan wanneer het efkens kon. Af
en toe nodigde hij Trees, zijn zuster, uit om mee te gaan op een Voyageursbedevaart. Blij zijnde met de zorg die zij hem kon geven.
Had hij
geen zwakheden? Geen ambetante, zoals we allemaal wisten dat organiseren niet zijn sterkste kant was. Of af en toe het uur uit het oog verliezend.
Of zijn enige zwakte tegenover de sobere spiritualiteit kon je Bob altijd
verleiden met een stukje taart, een lekker ijsje.

Pater Bob,

We zullen het missen als hij ons Voyageurs toesprak met 'lieve kinderen' vertellend over de tedere God
We zullen het missen zijn dagelijks bezoekje aan het nieuwe terrein van Herentals.

We zullen het missen die consequente sobere hartelijke Bob.

Zouden zijn medekloosterlingen ooit beseft hebben hoe rijk, hoe schoon
zijn verbondenheid was met de wereld van de Voyageurs en Manoesjen en de weinige Roms die hij ontmoette.
En vooral hoe wederzijds dit was.

Aalmoezenier Bob, je waart er klaar voor om te sterven, je toe te
vertrouwen aan die tedere lieve God.
En we zullen het missen als je vooral op het einde van de viering aan Fien
kon vragen: zing nog eens tot Maria, onze lieve moeder.

Bob, tot ziens 

Getuigenis van Kim Janssens (Trekhaak)
 

Pater Bob heeft kerst in de hemel gevierd.

R.I.P Bob Monsecour, Herentals, 9 december 2011

" Kerstmis vier ik hierboven, maar ik zal aan jullie denken. Ik ben veel te moe nu." Dat waren enkele van Bobs laatste woorden voor hij stierf op 9 december.
Ik ben zo blij dat we afgelopen september onze pater Bob nog hebben kunnen vieren in Aalst! Het leek er die dag even op dat hij niet zou opdagen. Na een telefoontje met hem, bleek dat hij
op een ander adres in Aalst was toegekomen. De Voyageurs die op dat adres wonen hebben
hem dan naar ons feest geleid, net op tijd.

Op die dag heeft Bob zichtbaar genoten van de vele geschenken en de liefdevolle aandacht die hij kreeg van de aanwezige woonwagenbewoners. Hij heeft ook nog een paar van zijn typische moppen verteld.

Bob was een warme man die zijn leven in teken stelde van de woonwagenmensen. Hij kwam op voor hun rechten en verdedigde hen altijd tegenover iemand die kwaad over hen sprak. Tijdens de oefeningen van de mediatraining van Ons Leven, zag je de boosheid op zijn gezicht als hij moest spelen dat hij bij een burgemeester het recht op wonen op wielen moest verdedigen.

Hij had ook altijd zoveel verhalen over zijn bezoeken aan woonwagenbewoners. Hij kwam overal en bij iedereen. Hij was erg geliefd bij velen! Iedereen heeft wel een bijzondere herinnering aan hem. Bob het ga je goed!

Daarom wilt De Trekhaak de herinnering aan pater Bob warm houden. We vragen jullie dan ook om de mooie momenten, foto's of verhalen over Bob naar De Trekhaak te sturen. Dan kan iedereen er over lezen en nog eens aan deze bijzonder mooie man denken! Het zal Bob hierboven doen glimlachen.

Stuur je allermooiste herinneringen (foto's of tekstjes) over pater Bob op naar De Trekhaak, Vooruitgangstraat 323/4, 1030 Brussel

trekhaak@minderhedenforum.be

of bel ze door naar Kim: 02/204 07 89 of 0496/38 24 83

Kim Janssens

 

Daniël Supply

Geboren  te Staden op 3 - 12 - 1932
in de orde getreden in 1952
Priester gewijd  in 1960
Hij stierf na een moedig gedragen ziekte in de
palliatieve afdeling van het Sint-Augustinusziekenuis (Wilrijk) op 3 januari 2012

 

Uit het gedachtenisprentje:

Enkele weken voor zijn overlijden schreef Daniël de volgende woorden:

Ik dank de Heer voor de vele gaven en talenten die Hij mij gegeven heeft.
Eerst en vooral dank ik de grote gaven van het leven.
Hij heeft me een rijk en goedgevuld leven geschonken.
Ik dank voor de gaven van mijn ontelbare priester- en zusterstudenten in Pakistan.
Ze liggen me nauw aan het hart.
Dank aan de vele vrienden in Pakistan, priesters, zusters en leken. Ze hebben mijn missionarisleven vorm en inhoud gegeven.
Dank aan de Kapucijnengemeenschap in Pakistan, door wie ik me gedragen voelde.
Dank aan de confraters van de Vlaamse Kapucijnenprovincie, die me steeds gesteund hebben en een aanmoediging geweest zijn in moeilijke dagen.
Dank aan mijn familie en vele vrienden die me dikwijls bezocht en opgebeurd hebben in de laatste maanden.
De samenvatting van mijn leven is “dankbaarheid”. “De Heer geeft, de Heer neemt, gezegend zij de naam van de Heer.” (Job 1,21).

 

Overgenomen uit de uitvaartsviering:

Levensschets

Daniël Suply werd geboren te Staden op 3 december 1932 als zoon van Camiel Suply en Magdalena Verscheuren. Na zijn middelbare studies aan het St- Laurentiuscol1ege te Aalst treedt hij in bij de Minderbroeders Kapucijnen op 15
september 1952
. Na het noviciaat studeert hij 3 jaar filosofie te Brugge en 4 jaar theologie te Izegem. Op 12 juli 1959 wordt hij priester gewijd. Op 28 november 1960 vertrekt hij als missionaris naar Pakistan.

Na zijn aankomst te Lahore wordt hij te Sialkot Canti. geplaatst om onder de leiding van P. Prudent Vandomme Punjabi te leren. P. Benno Van Doninck begeleidt hem daarna bij zijn eerste pastorale opdracht te Pasrur (l juli 1961).
Daar krijgt hij de zorg over meer dan 200 dorpen
. Samen met P. Diëgo Van Schuylenbergh bouwt hij in 1964 de kerk van Pasrur en een logement voor kinderen van de lagere school. In 1966 bouwt hij te Chawinda de kerk, een huis
voor de catechist en een dispensarium
.

In 1965 wordt Chawinda vijf weken lang bezet door het Indiaans leger. De christenen te Chawinda worden ten onrechte beschuldigd van spionage voor India. P. Benno en Daniël blijven op hun post te Pasrur en nemen het op voor de
christenen te Chawinda. Hun aanwezigheid word ten zeerste gewaardeerd.

In 1967 komt hij voor zes maanden op verlof naar België en keert met vier medebroeders missionarissen met de auto terug naar Pakistan. De tocht duurt 35 dagen.

Na zijn terugkeer werkt hij vanaf oktober 1967 samen met P. Stanislas Gonnissen te Hafizabad en vanaf januari 1968 te Narowal samen met P. Emiel Deprez.
Ook hier krijgt hij de zorg over de vele dorpen. In oktober 1969 loopt hij bij een ongeluk een rugletsel op. Hij wordt te Karachi behandeld maar is voortaan niet meer in staat om dorpsbezoeken af te leggen.

In april 1969 verhuist hij naar Jamke Cheema, is er pastor van de parochie, di- recteur van de jongensschool en van het jongenstehuis. Hij werkt er eerst samen met Jan Bosco Vanhove en later met Leopold Evens. Aan de nieuwaangeko-
men missionarissen geeft hij taallessen in Punjabi.

In april 1971 komt hij op verlof naar België en trekt in oktober 1971 naar Oxford om er twee jaar de Islam te bestuderen. Terug in Pakistan in 1973 wordt hij leraar aan het Klein Seminarie te Lahore dat ook seminaristen opneemt uit an-
dere bisdommen. Van 1977 tot 1981 is hij rector van di
t Seminarie met 85 seminaristen. Naar de vorming van toekomstige priesters gaat al zijn aandacht en inzet.

In 1981 verhuist Daniël naar de fraterniteit te Kot Lakhpat (Lahore), maar hij blijft zijn lessen geven aan de seminaristen. Meer dan dertig jaar heeft hij deze taak vervuld. In 1983 verhuist hij naar Gulberg (Lahore). Van daaruit geeft hij
les aan het gemeenschappelijk noviciaat van de zusterscongregaties die te Lahore gevestigd zijn. In 1994 komt daar nog een cursus bij voor de jonge zusters uit heel Pakistan, lessen in de noviciaten van de Kapucijnen en de Maryabadzus-
ters.

Les geven was zijn leven, of het nu in het Urdu, het Punjabi of het Engels was.
T
ot 2010 gaf hij de vakken Bijbelse geschiedenis, Franciscaanse geschiedenis, geschiedenis van de Islam en theologie van het religieus leven.

Van 1994 tot 2010 is hij gardiaan van de fraterniteit te Gulberg. Van 1989 tot 2010 secretaris van de vice provincie van Pakistan en van 2005 tot 2008 raadslid.

In 2009 vierde hij zijn gouden priesterjubileum, Eén keer in België samen met zijn familie en medebroeders en zeven keer in Pakistan met de eigen Kapucijnengemeenschap en verschillende groepen priesters, seminaristen en zusters.

Op 7 juni 2010 keert hij, na 50 jaar missionarisleven, definitief naar België terug. Hij neemt moedig en met beslistheid de taak van secretaris van de Vlaamse Provincie op zich en wil zich op deze wijze nog dienstbaar maken, tot een
kwaadaardige ziekte zijn krachten begint aan te tasten. Daniël doorstaat de veschillende chemokuren op een heel moedige manier. Hij blijft aanvankelijk onverminderd de dikke boeken van Hans Küng en Armstrong lezen.

Hij hoopt op genezing en is vol waardering voor de goede en deskundige zorgen die hij krijgt in het Sint Augustinusziekenhuis. Tenslotte nemen zijn krachten af, wordt het lezen te vermoeiend en geeft hij zich in volle overgave gewonnen.

Het gedachtenisprentje dat hij zelf opmaakte vat alles samen wat hem dierbaar
was. De samenvatting van mijn leven is "dankbaarheid" besluit hij.

Wij mogen met Daniël God danken voor zijn leven in dienst van de kerk en de
Kapucijnenorde in Pakistan.

Tijdens de afscheidsviering hield onze medebroeder Stan Teuns de volgende homelie

Meersel-Dreef 7 januari 2012

 Telkens als er iemand uit onze familie of uit onze gemeenschap sterft, wordt er bij wijze van spreken aan onze eigen boom geschud. Het is alsof we wakker gemaakt worden, alsof de dood dichterbij komt en ook ons eigen leven treft … en dan staan we stil bij het leven van degene die niet meer bij ons is en van wie we zoveel hielden. Dan overlopen we zijn levensweg en worden door de goede kanten getroffen, want daarvan willen we iets leren. We voelen ons als verloren en achtergelaten en verzetten ons tegen de gedachte dat de dood het definitieve einde zou zijn.

Voor goed voorbij … amen en uit. Dat is voor ons christenen onaanvaardbaar, de dood heeft in ons leven niet het laatste woord. Al zijn we aan tijd en ruimte gebonden, al zijn we aan worden en vergaan, aan komen en verdwijnen gebonden, toch wil ieder van ons in zijn leven iets tot stand brengen dat niet aan de tijd gebonden is. Liefde kan niet aan oud worden of sterven en goedheid bederft niet. Zo kunnen we beleven dat liefde sterker is dan de dood. Want leven is liefhebben. Alleen dat is belangrijk en blijvend. En het delen van dat leven en van die liefde gaat door, op een andere wijze, op aarde en door de dood heen.

Dat zien wij ook in het leven van onze medebroeder Daniël. Op 3 december was hij 79 jaar geworden, na een vruchtbaar missionarisleven van 50 jaar in de jonge kerk van het bisdom Lahore in Pakistan.

Een Vlaamse medebroeder aan wie hij ooit geprobeerd heeft het Punjabi bij te brengen vat zijn missionarisleven als volgt samen:

Daniël was trouw en volhardend in al wat hij deed.

Hij was een man van gebed zonder veel lawaai.

Hij was jarenlang biechtvader van zusters.

Hij zette zich totaal in bij zijn lesgeven.

Hij bereidde zijn lessen altijd goed voor en hij was behulpzaam voor zwakkere studenten.

Hij had de gave van de taal, een gave die hij gebruikte ten goede van zijn studenten en van zijn ander apostolaat.

Hij genoot van het leven, van recreaties, vieringen, reizen, familiebezoek.

Daniël had van God, zoals hij zelf getuigt, vele gaven en talenten gekregen. En hij heeft er mee gewoekerd. Maar als wij ons de vraag stellen: waar gaat het nu eigenlijk om in het leven van een mens, dan is het niet belangrijk of we veel of weinig talenten ontvangen hebben, of we succes in het leven gehad hebben of tegenslag of we naam gemaakt hebben of naamloos geleefd hebben. De waardeschaal van het evangelie is anders dan de waardeschaal, die onder mensen gewoonlijk gehanteerd wordt. Daarom zal de kernvraag zijn: wat heb je voor elkaar overgehad, wat heb je voor anderen betekend? Heb je alleen maar aan jezelf gedacht, of stond je voor iedereen klaar, die gevraagd of ongevraagd, op jou rekende?

De beantwoording van die vraag, de beantwoording met ons leven is beslissend voor Gods oordeel over ons leven. Beslissend maar óók bemoedigend, want velen zullen tot hun verwondering ontdekken hoezeer ook de kleinste attenties gewaardeerd worden. Niets zal waardeloos blijken als de liefde er hoe dan ook mee gemoeid is.

Ik ben er van overtuigd dat u het allen met mij eens bent dat wij tegen deze achtergrond met ere afscheid mogen nemen van onze medebroeder Daniël. Zijn talenten heeft hij ten dienste gesteld van de kerk en de kapucijnenorde in Pakistan, vooral in de vorming. Het waren geen prestaties waarmee je de media haalt, tenzij in een programma over gewone mensen. Met verwondering kijken we naar hem. Hij riep sympathie op door zijn vriendelijkheid en echtheid. Ik geloof dat wij hem geen grotere eer kunnen bewijzen dan door dit getuigenis te verstaan, het appèl dat van zijn leven op ons overkomt, ter harte te nemen.

Afscheid nemen van pater Daniël zal echter voor velen zwaar vallen, hier te lande en vooral in Pakistan, hij hoorde er zo vanzelfsprekend erbij. De herinnering aan zijn leven kan dan weldadig zijn en vervuld van dankbaarheid, maar het zal tijd vragen om dit afscheid te verwerken. Het geloof echter, waarin wij hier samenzijn, dat ook zijn geloof was, eerlijk en zonder vertoon, zegt ons wel dat hij niet vergeefs geleefd heeft, dat hij leeft door de dood heen. Dat is het geloof van Pasen, verrijzenisgeloof. In dit geloof mogen wij vertrouwen dat de Heer in de nacht van verleden maandag de hand op zijn schouders gelegd heeft en tot hem gezegd heeft: “Daniël, het is genoeg geweest”.

Tot zijn verwondering zal hij gehoord hebben: “Ik was degene voor wie je altijd klaarstond, Ik was degene die nooit tevergeefs een beroep op jou deed. Ik was degene voor wie je deed, wat niemand weet, kom binnen in mijn vreugde.”

Hoe hij nu leeft, weten wij niet, wij kunnen ons immers niet voorstellen wat God bereid heeft voor degenen, die Hem liefhebben. De psalm van de goede Herder reikt ons beelden, waarin Daniël zich zal thuis voelen. Deze psalm hebben wij nog met hem gebeden de dag voor zijn overlijden. Deze psalm spreekt van gebracht worden in een oase van groen, van zich mogen uitstrekken en rusten aan de rand van het water, van bediend worden door de Heer zelf aan een welvoorziene tafel en de beker gevuld krijgen tot aan de rand. Die eenvoud, die hartelijkheid, die gastvrijheid zullen hem deugd doen, want het zijn kostbare waarden, waarin hij hier geleefd heeft.

Mijn herder is de Heer,

het zal mij nooit aan iets ontbreken.

Hij brengt mij in een oase van groen,

daar strek ik mij uit aan de rand van het water,

daar is het goed rusten.

Ik kom weer tot leven, dan trekken wij verder,

vertrouwde wegen, Hij voor mij uit.

Want God is zijn naam.

Al moet ik het duister in van de dood,

ik ben niet angstig, U bent toch bij me,

onder uw hoede durf ik het aan.

Gij nodigt mij aan uw eigen tafel,

en allen die tegen mij zijn

moeten het aanzien: dat Gij mij bedient,

dat Gij mij zalft, mijn huid en mijn haren,

dat Gij mijn beker vult tot de rand.

Overal komen geluk en genade

mij tegemoet, mijn leven lang.

En altijd kom ik terug in het huis

van de Heer, tot in lengte van dagen.

 

Daniël, wees voorgoed geborgen in Gods liefde.

 

Mag ik u dan uitnodigen, voordat wij de voorbeden uitspreken, het even heel stil te maken in u, u te laten opnemen in de stilte van God, waar hij nu voor goed is binnengetreden, en in die stilte, heel dicht bij hem te zijn.

 

 

 

Dionysius Dams
(Broeder Jef)

Geboren  te Geel op 26 - 04 - 1927
Geprofest lid van de Congregatie van de Broeders van Scheppers
van 21 november 1950 tot 26 november 1952
Ingekleed als Tertiarius Perpetuus bij de Kapucijnen op 3 april 1953
 

 

 

Zoals elk mensenleven is ook dat van hem niet altijd gemakkelijk geweest. Hij kreeg niet altijd de waardering die hij verdiende en dat heeft hem dikwijls pijn gedaan.

Toch was hij fundamenteel een vriendelijke joviale man, die het werk waarvoor hij stond, op zijn manier, gewetensvol vervulde. Hij ergerde zich het meest aan het onverwachte, het nieuwe, aan zaken en gebeurtenissen die hij niet meteen kon plaatsen in zijn vast schema. Wat hij niet voorzien had, botste bij hem blijkbaar op een innerlijke weerstand. Zijn leven, zijn bidden, zijn werken, zijn hobby's, alles lag bij hem in een nogal strakke plooi, waarbij hij zich goed voelde. Wat dat ritme bruuskeerde, bracht hem in de war.

Zo had hij naast zijn werk en zijn bidden ook zijn vaste vrijetijdsbestedingen: zijn dagelijkse wandeling in de tuin, na de middagvaat, liefst met één van zijn verrekijkers, want hij zag zo graag de vliegtuigen van dichterbij. Verder had hij een zwak voor zakhorloges, oude radio- en TV-toestellen, waar hij dan s’ avonds op zijn kamer aan knutselde.

Hoewel hij eerder een huismus was, legde hij heel gemakkelijk contacten. Graag sloeg hij een babbeltje ook met totaal onbekenden: zo leerde hij tal van mensen kennen en werd hij ook door hen gewaardeerd.

Toen de jaren begonnen te wegen, zijn gezondheid stilaan haar eisen stelde, en de reorganisatie van het klooster te Aalst op til was, ging hij naar Herentals. Daar was hij nog een tijd de stipte portier van onze kloosterkerk, maar ook dit ging steeds moeizamer.

In 2006 kwam hij naar `t Pandje. Zijn gezondheid ging zienderogen achteruit. Na een heelkundig ingrijpen, zegde hij op een klaar moment tot een verpleegster: "Het is genoeg geweest." Maar dit "genoeg" heeft nog drie volle jaren geduurd, met ups and downs. Nu is hij echt thuisgekomen bij de Heer voor Wie hij geleefd heeft.

Begrafenispreek voor Br. Jef Dams op 8 maart 2012.

In een mooie tuin stonden rozen, zonnebloemen, gladiolen, madeliefjes en vergeet-mij-nietjes. Op een dag kwam iemand langs, bekeek aandachtig die verschillende bloemen en begon ze te meten: hun hoogte, hun breedte. En dan ging hij weg.

De grote zonnebloem stond zelfbewust op haar hoge stengel en mompelde: "Zo groot en sterk als ik, is er niemand". De roos ergerde zich en zei: "Geen enkele bloem ruikt zo bekoorlijk als ik". De gladiool merkte op: "Wat betekenen toch grootte en geur, het gaat om de kleur".

Het madeliefje en het vergeet-mij-nietje werden nog kleiner, toen ze dit hoorden. Troostend zei het madeliefje: "En toch houden de mensen van ons... Niet zonder reden noemen ze jou: 'vergeet-mij-nietje'. De Schepper gaf aan ieder een eigen kleed. In Zijn ogen zijn wij allemaal mooi."

Wat een waarheid! Wij begraven vaak mensen waarvan wij niets bijzonders kunnen zeggen. Velen hebben Br. Jef slechts hier gekend. Hij was in al zijn beperktheid eenvoudig goed, zeer zeer dankbaar voor wat voor hem gedaan werd. Hij maakte weinig onderscheid tussen mensen: het waren allemaal "Biekes' of "Kameraadjes", zolang hij nog het onderscheid herkende in de klank van de stem. Toen de periode van afasie gekomen was, gebruikte hij de termen willekeurig door elkaar.

Van zijn vierentachtig levensjaren heeft broeder Jef er, als religieus, eenenzestig aan de Heer geschonken. Zoals elk mensenleven is ook dat van hem niet altijd gemakkelijk geweest.

Van nature was hij een vriendelijke joviale man, die het werk waarvoor hij stond, op zijn manier, gewetensvol vervulde. Zijn leven, zijn bidden, zijn werken, zijn hobby's, alles lag bij hem in een nogal strakke plooi, waarbij hij zich goed voelde. Wat dat ritme bruuskeerde bracht hem in de war. Hij ergerde zich aan het onverwachte, dat hij niet meteen kon plaatsen in zijn vast schema. Wat hij niet voorzien had, botste bij hem blijkbaar op een innerlijke weerstand.

Hij was gedurende veel jaren 'refterier, dat is instaan voor het onderhouden van de eetzaal, de tafels klaarzetten... Alles was steeds kraaknet en met minutieuze nauwkeurigheid werden borden op tafel gezet en lepels, vorken en messen er rond gelegd. Alles symmetrisch: één bord telkens op de drie poten van de lange kloostertafels, en twee op het middelpunt tussenin. Zó moest het. En hij ging zelfs keuren vanaf de overzijde van de refter.. Aalst had in die tijd een grote gemeenschap. Er was veel werk te doen. Was het daarom dat hij altijd met haastige stap door de lange gangen schoof?

En toch, onmiddellijk daarna had hij alle tijd om met iemand een`babbel' te slaan, terwijl hij in 'zijn' refter, op één van de muurbanken plaats genomen had.

Ook zijn hobby's pasten rigoureus in zijn vaste tijdschema: zijn dagelijkse wandeling in de tuin, na de middagvaat, liefst met één van zijn verrekijkers, om overvliegende vliegtuigen van dichterbij te zien. S'avonds op zijn kamer prutste hij graag aan oude zakhorloges, radio’s en tv’s.

Op zijn voorkomen was hij zeer zorgzaam: altijd met propere werkschort en schoenen die blonken als een spiegel.

Ofschoon hij eerder een huismus was, kenden en waardeerden hem veel mensen. Dat hij niet altijd de waardering kreeg die hij verdiende, heeft hem dikwijls pijn gedaan_

Toen de jaren begonnen te wegen, zijn gezondheid stilaan haar eisen stelde,en de reorganisatie van het klooster te Aalst op til was, werdt hij overgeplaatst naar Herentals. Daar was hij nog een tijd de portier van onze kloosterkerk, maar ook dit ging steeds moeizamer. Daarom kwam hij in 2006 naar 't Pandje, waar hij onmiddellijk door velen zeer geliefd was. Zijn gezondheid ging echter zienderogen achteruit. Na een heelkundig ingrijpen, zegde hij op een klaar moment tot een verpleegster: "Het is genoeg geweest". Maar dit "genoeg" heeft nog drie volle jaren geduurd, met ups and downs.

Nu is hij echt thuisgekomen bij de Heer voor Wie hij geleefd heeft. Omdat hij in zijn zwakheid toch zo liefdevol was, zal hij gemist worden. Daarom mag vandaag droefheid niet overheersen, maar dankbaarheid omdat God kleinen zoals Br. Jef heeft uitgekozen om zijn liefde zichtbaar te maken.

Dank zij de vele gegevens ontvangen van pater Juliaan.

Norbert Maertens 

 

Brugge, 7 maart 2012

BISDOM BRUGGE

Aan Eerw. Pater Norbert MAERTENS
Overste van de Minderbroeders Kapucijnen
Krekelmotestraat 22, 8870 IZEGEM

Dierbare Pater Norbert en Medebroeders, Achtbare Familie,

Bij het vernemen van het overlijden van Broeder Dionysius Dams - Broeder Jef - bied ik u de betuiging aan van mijn medeleven, alsook de verzekering van mijn gebed.

Ofschoon hij niet gebonden was door kloostergeloften heeft de dierbare overledene in de schoot van de kapucijnengemeenschap van Izegem een diep religieus leven geleid.

In dienst van de kloostergemeenschap en tot ieders voldoening heeft hij zich ook jarenlang met veel zorg gewijd aan een aantal materiële huistaken. Vaak nederige, weinig opvallende bezigheden, maar die wel een belangrijk impact hadden op de levenskwaliteit van de bewoners.

Broeder Jef combineerde eigenschappen die niet zo vanzelfsprekend bij elkaar horen. Enerzijds jovialiteit en gezelligheid, anderzijds een strak, bijna maniakaal vasthouden aan het door hemzelf uitgestippelde dagschema. Iets aparts! Iets wat in de herinnering zal blijven leven van al wie hem gekend heeft.

Wie het leven van Broeder Jef overschouwt, denkt spontaan aan de parabel van de talenten. Zullen bij zijn overgang naar het volle leven ook voor hem de woorden niet hebben weerklonken: 'Uitstekend, goede en betrouwbare knecht. Over weinig was je trouw, over véél meer zal ik je aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.'

Moge die gedachte voor al wie om zijn heengaan treurt een bron van troost zijn.

Innig met u allen verbonden in de verrezen Heer,

_Pic1

+ Jozef DE KESEL
Bisschop van Brugge

 

Pater Jozef Simons

Pater Zacharie

Minderbroeder-kapucijn

Gewezen Gardiaan en Godsdienstleraar
aan het stedelijk atheneum van Herentals.

Geboren te Brecht op 6 maart 1929.
Ingetreden in de orde in 1951.
Priester gewijd in 1957.
In de Heer ontslapen in het W.Z.C. Vogelzang
te Herentals op 15 maart 2012,
gesterkt door het Sacrament van de zieken.

 

Jos was een echte vaderfiguur: een wijs man, iemand die met beide voeten op de grond stond, wars van alle plichtplegingen en niet beducht voor verrassende uitspraken.

Als student kreeg hij de naam van "Vader mee omdat hij zich verantwoordelijk voelde de studenten van de Kempen veilig naar ons college van Aalst te brengen en ze veilig terug thuis te brengen bij tijden van verlof. Het was een vertrouwensnaam die Jos heeft meegedragen zijn leven lang.

Na zijn priesterwijding werd hij benoemd als portier van ons toen druk bezochte klooster op het Vossenplein te Brussel. Hij ontving er zijn vele medebroeders op reis

en bezoekers als een zorgzame vader. Ook bedelaars en sjacheraars waren er welkom. Soms werd hij door hen wel eens op het verkeerde been gezet en dan verantwoordde hij zich met deze uitspraak: Als ge in uw leven niet bedrogen kunt worden, kunt ge ook weinig goed doen.'

In het jaar 1964 werd hij benoemd als gardiaan te Herentals. In die periode moest hij als interimair een medebroeder vervangen als godsdienstleraar op de rijksschool. Hij deed het 17 jaar lang. Al lachend zei Jos: "Een interim van 17 jaar".

Die periode als leraar werd bruusk afgebroken toen hij in 1984 door een spieraandoening werd getroffen, verlamd was en voor de rest van zijn leven in een rolstoel terecht kwam. Het was een lange periode met veel twijfels en zonder hoop, met veel innerlijke strijd. Hij heeft zich recht gehouden door het bezoek van veel mensen, vrienden en kennissen, door hun bemoediging en hun zorg voor hem. 2 maanden voor zijn sterven had Jos blijkbaar de strijd opgegeven ... het ging niet meer. Zachtjes is hij in de Heer ontslapen. We danken de Heer voor dit leven. We weten dat hij nu volledig Gods eigendom is geworden. De Heer geve hem zijn vrede.

 

Homilie bij de begrafenis van Jos Simons door br. Paul Paternoster, gardiaan

Beste medebroeders, beste familie, vrienden en kennissen van Jos, "de Heer geve u zijn vrede"

Met deze woorden, de Heer geve u zijn vrede leerde Franciscus van Assisi zijn broeders elke preek of -begroeting te beginnen. Ook in moeilijke en droeve omstandigheden moest het gezegd worden omdat het gaat om een vrede die niet van mensen komt, maar om de vrede die alleen God kan geven.

Op het einde van zijn eigen leven voegde Franciscus aan zijn zonnelied een bede toe over de dood:die luidt als volgt;"Wees geprezen mijn Heer om zuster de lichamelijke dood die geen levend mens kan ontvluchten."

Ja, de dood is onomkeerbaar, niemand kan haar ontvluchten, maar wij christen( geloven en leven van de hoop dat door de dood heen het licht zal dagen omwille van de verrijzenis van Christus. Zo zal het ook gebeuren met P. Jos nu we van Hem afscheid moeten nemen.

P Jos was een vaderfiguur: wijs, iemand die met beide voeten op de grond stond wars van alle plichtplegingen. Hij was niet beducht om verrassende uitspraken. Het zat er in van zijn jeugd af. Als student voelde hij zich verantwoordelijk om de studenten uit de kempen veilig op hun bestemming te brengen op ons College te Aalst. Toen kreeg hij al van zijn medestudenten de naam mee van Vader; Het was een vertrouwensnaam omwille van zijn bezorgdheid voor anderen. deze naam werd tot het einde van zijn leven als vertrouwensnaam gebruikt.

Na zijn Priesterwijding in het jaar , werd hij benoemd als portier van ons toen druk bezocht klooster.- te Brussel op het vossenplein. Hij mocht er de vele mede­broeders gastvrij ontvangen Ook bedelaars en sjachaaars waren er welkom. Soms werd hij wel eens op het verkeerd been gezet en verantwoorde zich dan met woorden."Als ge niet kunt bedrogen worden in het leven, dan zult ge ook niet veel goed doen.-

Vanuit Brussel kwam Jos in het jaar 1964 naar het klooster te Herentals om er gardiaan te worden. In die periode moest hij als interimair een confrater vervangen als godsdienstleraar aan het stedelijk atheneum. Al lachend zei Jos: "een interim die 17 jaar heeft geduurd. Hij heeft er vele vrienden gemaakt leraars die hem tot het einde toe zijn blijven komen bezoeken.

Die periode als leraar werd bruusk afgebroken toen hij in 1984 door een spieraandoening werd getroffen en voor de rest van zijn leven in een rolstoel terecht kwam; het was een lange en zware periode met veel twijfels en weinig hoop. Hij heeft er innerlijk veel onder geleden, maar wist zich toch recht te houden ook dank zij de steun, bemoediging en de zorg van vele mensen. In zijn naam maar ook in de naam van de gemeenschap wil ik daarvoor al die mensen bedanken. In de zorg voor mensen toont de mens zijn grootheid.

Twee maanden voor zijn afsterven had Jos blijkbaar de strijdt opgegeven, het ging niet meer... de levenslust was er uit. Zachtjes is Hij in de Heer ontslapen B.M. Wij blijven hem gedenken, en danken de Heer omdat we weten dat hij nu Gods eigendom is geworden.

 

Pater Firmin-Omer Stael

Geboren te Eernegem op 9 mei 1924.
Ingetreden in de orde op 12 juni 1944.
Priester gewijd op 29 juli 1951.
In de Heer ontslapen op 24 augustus 2012

 

 
Uit het gedachtenisprentje:

 Reeds twee maanden werd Omer verzorgd op de geriatrische afdeling van het St-Lucasziekenhuis in Brugge. Het ging niet meer en zijn levenskaars doofde heel traag uit.
Tijdens de morgenverzorging op 24 augustus is hij stil en vredig gestorven in de handen van de verpleegkundigen.

Na zijn vormingsjaren en priesterwijding heeft hij in verschillende kloosters gewoond: in leper (1952), in Boom (1954), in Gent (1957), in Antwerpen (1967). Hij vervulde velerlei pastorale opdrachten. In 1975 werd hij onderpastoor in Deftinge, daarna in Denderwindeke in 1981 en tenslotte 15 jaar lang in Beernem vanaf 1983. Hij was onvermoeibaar in het bezoeken van zijn parochianen. In deze landelijke parochies werd hij de kleine apostel van Jezus' blijde boodschap. Hij kende elk gezin en elke gezin kende hem. Voor velen was hij een vertrouwensfiguur. In alle eenvoud en zonder ophef was hij werkzaam in het schipperswerk en op de parochies.

In 1998 kwam hij in de Boeverie wonen en ontving er op 6 oktober de oorkonde van ridder in de Orde van Leopold 11. Tijdens zijn jaren van apostolaat was hij een ridder van de vrede geweest, een ridder in het spoor van Vader Franciscus. Geen ridder die de wapens hanteert en geniet van zijn machtspositie en statussymbolen. Maar een ridder met een menselijk hart die geen wonden slaat maar de wonden van anderen geneest. Zijn geestelijk ridderschap was een engagement van dienstbaarheid. Dagelijks hoorde hij in onze kloosterkerk nog de biecht en hij is voor vele mensen een bron van troost en bemoediging geweest.

Omer, we danken je vooral voor je nederige en onopvallende dienstbaarheid. Op jouw wijze, ongecompliceerd en met een grote eenvoud van hart leefde jij in ons midden. Jij was in de kracht van je leven een onvermoeibare herderlijke zwerver langs Gods wegen. Jij werd steeds meer het vriendelijk gelaat van Gods kerk. Toen de jaren begonnen te wegen, deed je nog wat in je vermogen lag: kleine taken binnen een kloosterlijke gemeenschap. Het werd stil in je hart. Maar het contact met de men-sen verloor je niet, want je bleef tot het laatste hun meelevende broeder op de weg door het leven. Met je medebroeders samen het breviergebed bidden en alleen op je kamer de rozenkrans door je vingers laten glijden: zo hebt jij je voorbereid op jouw laatste reis naar het Vaderhuis. Dat God je mag verwel- komen met woorden uit het evangelie: 'Ga binnen, broeder Omer, in de vreugde van je Heer'.

Kapucijnen, familieleden en vrienden
danken u voor uw gebed en meeleven.

 

 

Homilie   Begrafenis     30 aug 2012 

Wat u werd voorgelezen was niet de hele parabel over het gebruik van de talenten. Er was nog een derde dienaar die van zijn heer maar één talent kreeg toegewezen. Hij had er geen vertrouwen in en begroef zijn talent om het weer te voorschijn te halen, als de heer terug  zou komen van zijn reis naar het buitenland. Hij had de opdracht van zijn heer niet begrepen, was bang en wilde het zekere voor het onzekere. Maar hij kwam bedrogen uit. Zijn heer vond hem een onnutte knecht. 

Hoewel wij het eindoordeel over ons leven aan God moeten overlaten, mogen we toch met grote zekerheid zeggen dat  Omer zijn talenten niet in de grond heeft gestopt.  Hij heeft ermee gewoekerd tot grote vreugde van zijn heer.  Ieder van ons zal daarvan kunnen  getuigen. 

Op een of andere manier  zijn wij in het levensverhaal van Omer betrokken geraakt. Voor  familieleden en vrienden werd hij steeds met zijn doopnaam aangesproken: Firmin.  Samen met zijn tweelingbroer werd hij kapucijn. Beiden hebben gewerkt met de hun toevertrouwde talenten. Paul werd broeder-kapucijn en was jarenlang kok en Firmin studeerde voor priester en kreeg verschillende pastorale taken toebedeeld.  

Is het u opgevallen dat in de parabel de heer hetzelfde antwoord geeft aan de dienaar die vijf talenten had gekregen en er vijf bij  verdiende, als aan de dienaar die er twee had gekregen en er twee bijwon?  ‘Zijn meester sprak tot hem: Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw heer’ (Mt 25,21 en 23).  

Blijkbaar gaat het niet over de hoeveelheid talenten, maar over het engagement waarmee je ermee werkt.  De trouw en de inzet zeggen iets over de grondhouding van de dienaar, niet over het aantal diploma’s of de maatschappelijke positie die je hebt verworven. Of je nu heel je leven kok bent geweest, of dat je in Gods kerk een pastorale taak hebt vervuld: je bent in Gods ogen een trouwe dienaar,  als je gedaan hebt wat Hij van jou verwacht. 

Deze parabel laat ons in de spiegel kijken: wat doe ik met mijn talenten?  Ben ik me bewust dat ze mij gegeven zijn om ze te gebruiken tot nut van anderen? Alleen op deze manier ben ik trouw  aan mijn levensopdracht. Anders stop ik mijn talent in de grond en laat het onbenut. 

Een trouwe dienaar: dat is Omer geweest. Wij willen hem hier gedenken en zijn leven in enkele grote trekken voor de geest halen. Omer zou ik allereerst de kleine apostel van de Blijde Boodschap willen noemen. En dan denk ik aan zijn verschillende pastorale opdrachten, maar vooral aan de tijd van zijn medepastor zijn op de parochies van Deftinge,  Denderwindeke en Beernem.  De zieken en bejaarden zagen hem graag komen voor een bezoekje. Dagelijks was hij op pad. Op de preekstoel en in de catecheselessen moest hij de boodschap van Jezus verkondigen, maar hij voelde zich het best als hij zonder complimenten en op een eenvoudige wijze  bij zijn mensen aanwezig was.  

Op het einde van zijn 23jaar onderpastor zijn werd hij voor zijn pastoraal werk gehuldigd met de oorkonde van ridder in de orde van Leopold II.  Het was een grote blijk van waardering voor zijn persoon.  De wapenuitrusting  van een echte ridder heeft hij nooit gehad: hij zou ze niet gewild hebben. Maar hij was eerder een geestelijke ridder met een menselijk hart.  In de strijd van het leven stond hij gewonde medemensen bij. Met zijn vriendelijk woord kon hij mensen opbeuren en van neerslachtigheid genezen. Hij wekte hoop in vermoeide harten, hij was mensen liefdevol nabij en bevestigde mensen in hun geloof in God. 

Na een intens leven van apostolaat was in 1998 de tijd gekomen om afscheid te nemen van het parochiewerk en zich te vervoegen bij zijn medebroeders in de Boeverie.   Toch bleef hij nog zeer actief als mislezer bij de zusters Redemptoristinnen en als biechtvader in deze kerk. Hier hebben we Omer leren kennen als een eenvoudige medebroeder die allerlei kleine huishoudelijke taken op zich nam zoals de tafels dekken voor de maaltijden en de afwas doen.   Met een grote eenvoud van hart en ongecompliceerd deed hij zijn werk.  

Maar de jaren begonnen  te wegen. Het ouder worden eiste zijn tol. Hoe gelukkig was hij toen hij begin vorig jaar na een opname in het ziekenhuis met een rolwagentje naar huis terugkeerde. Nu kon hij met zijn rolwagentje opnieuw elke morgen en elke namiddag een grote wandeling maken rond het klooster. Bekenden, vooral uit Beernem, herkenden hem soms,  maar zijn geheugen liet hem steeds meer in de steek. Hij voelde dat hij zich klaar moest maken voor de grote reis naar het Vaderhuis. 

Trouw is hij geweest in de taken die hem werden toevertrouwd. Als een eenvoudige kapucijn heeft hij  zijn verschillende pastorale opdrachten vervuld. Steeds stond hij ten dienste. Hij was een medebroeder die zijn talenten goed heeft gebruikt. Hij kan met een gerust hart voor de Heer verschijnen.  En in deze dienst ten afscheid gedenken wij hem en bevelen wij hem aan de Heer aan in het geloof, dat Omer bij zijn aankomst in het Vaderhuis de woorden uit de parabel te horen mag krijgen: ‘Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw heer’.  Amen. 

 

   
         

Jozef Teuns Pater Pascal

Minderbroeder Kapucijn

Geboren te Meerle op 30 mei-1928
In de orde getreden op 15 september 1947
Priester gewijd op 1 augustus 1954
Overleden in het klooster te Herentals op 10 juni 2013

 

 

 
Als Pascal iets te vieren had begon zijn uitnodiging tot het feest altijd met het begin van de Lofzang op de schepselen van Franciscus van Assisi: "Laudate sie mi Signore cum tutte le tue creature. Geloofd zijt Gij mijn Heer om al uw schepselen."
Nu wij afscheid van hem nemen, durven wij zeggen: Geloofd zijt Gij mijn Heer om onze broer en medebroeder Pascal.
Geloofd zijt Gij om de vele talenten die hij van U ontving.
Geloofd zijt Gij om zijn heldere en klare stem waarmee hij uw Woord verkondigde.
Geloofd zijt Gij om zijn groot engagement voor de jeugd van Izegem aan wie hij de franciscaanse waarden wilde meegeven van eenvoud, blijheid en samenwerking door muziek en spel, door engagement voor elkaar.
Geloofd zijt Gij om zijn inzet voor de parochie en leefgemeenschap van Meersel-Dreef waarvan hij 165 jaar lief en leed van vele mensen deelde.
Geloofd zijt Gij om alle mensen die hem mochten ontmoeten en door zijn optimisme werden geraakt in Izegem, Meersel-Dreef, Aalst, Herentals.
Geloofd zij Gij om al die medewerkers en weldoeners, levenden en overledenen, die hem hielpen en ondersteunden bij zijn werk.
Geloofd zijt Gij, Heer voor al het goede dat hij tot stand heeft gebracht voor de kerk en voor de Kapucijnen in Vlaanderen.

Pater Guido Tireliren

Geboren te Essen op 25 september 1932.
Ingetreden in de orde op 17 september 1952 te Edingen.
Priester gewijd te Izegem op 27 juli 1958.
In de Heer ontslapen in het A.Z. Sint-Elisabeth te Herentals op 11 mei 2014

 

   +                                                                       De Heer zegt in het evangelie                                                                                         
                                                                    “Ga binnen in de vreugde van de Heer”.

                                                                                                          (Mt. 25,21).

 Guido was een veelzijdig man. Hij was heel verstandig, met een grote interesse voor wat er in de wereld gebeurde, hield van kunst en letteren, was geworteld in het christelijk geloof van zijn ouders, en wilde op alle terreinen die voor hem open kwamen zijn talenten ten volle gebruiken. Hij deed dit op een nederige en onopvallende manier. Dat was zijn aanleg en dat leerde hij nog meer vanuit de spiritualiteit van zijn ordestichter Sint Franciscus. 

Wanneer hij na zijn noviciaat bij de kapucijnen ook zijn filosofische en theologische studies met lof had beëindigd, werd hij door zijn oversten naar de universiteit van Leuven gestuurd om klassieke filologie te studeren. Na vier jaar werd hij leraar aan ons college in Aalst en een jaar later ook aan het jezuïetencollege aldaar.
Na tien jaar vroeg hij een sabbattijd en vertrok naar onze missie in Congo. Hier gaf hij ook een jaar les. Na een paar jaar terug in België geweest te zijn ging hij weer naar Congo om er een voorbereidende studie te maken voor een boek over ‘Kerk en missie’. Drie romans over Congo waren onder andere het resultaat van dit verblijf.
Dan kwam hij in Brussel wonen om leraar te worden aan het lyceum te Dilbeek en werd hij medewerker in de Vlaamse pastoraal.
Daarna kwam een periode van territoriale pastorale bedrijvigheid. Hij werd pastoor in Oudergem. Kwam na een omwegje Ieper in Herentals terecht. Was tijdelijk administrator van drie parochies  rond Grobbendonk en verving gedurende drie jaar de pastoor van de O.L.Vrouw parochie in Herentals.
Maar toen hadden zijn oversten hem nodig in Antwerpen waar hij gardiaan werd.
Ondertussen werkte hij aan nieuwe boeken (over onze medebroeders Paulus van Parijs en Valerius Claes, over het werk van medebroeders die werk(t)en bij zigeuners, kermis- en woonwagenmensen, over ‘Antwerpen en de kapucijnen’, over het kapucijnenklooster van Herentals), en  gaf hij gelegenheidsconferenties over boeiende ondernemingen. 

Een paar jaar geleden kwam hij in Herentals wonen, ‘om uit te rusten’ zei hij soms. Maar toen het Woon- zorgcentrum St. Anna zonder priester viel, nam hij er al vlug de zondagsliturgie mee over. En in de week stelde hij zich ten dienste van het archief van de kapucijnen waarvoor hij  nuttig werk verrichtte.

Hij deed dit alles tot enkele weken voor hij stierf. 

Wie was Guido?

Hoewel hij goed bespraakt was, liet hij niet gauw in zijn hart kijken. Maar ‘aan de vruchten kent men de boom’. En die vruchten zijn het gevolg van persoonlijke begeleidingen van mensen die hij overal op zijn tocht ontmoette en hem om bijstand vroegen. En van zijn vele preekjes en homilies die kort maar steeds inhoudsvol waren. En van zijn conferenties, artikels en boeken die hij geschreven heeft. Maar ook het vele goeds dat hij verrichtte als verbondsaalmoezenier bij de Scouts en de bezieling die hij bracht tijdens de talrijke CM-kampen.

Wij danken de Heer voor al het goede dat Hij door Guido aan ons, zijn medebroeders, familie en vrienden, heeft gedaan.
Wij bidden nu dat hij moge wonen in de vreugde en de vrede van de Heer. 

 

Naar Pastoor Geudens         Geloof, hoop en liefde

1 Tim. 5,1-11 of 1 Kor. 15-12-20. Joh 16,20-23,33

Beste medebroeders, familie, en vrienden van Guido,

Een citaat van de heilige Augustinus hierbij, in dit uur van troost en bemoediging:

“Ons geloof is de verrijzenis. Onze hoop is het weerzien. De liefde is de gedachtenis”. 

Ons geloof steunt op de verrijzenis. Wij verlangen naar een leven vol vreugde, vol geluk en vol gezondheid. En toch leert de ervaring ons dat ons leven telkens weer doorkruist wordt door leed en lijden, ziekte en op het einde de dood. Iets diep in ons, wij noemen dat ons christelijk geloof, roept ons op om telkens weer te zeggen: en toch…, en toch is de dood niet het laatste! De eerste christenen werden door hun tijdgenoten genoemd: “zij die geen schrik hebben voor de dood”. Voor hen was sterven een binnengaan in de vreugde van de verlosser de Heer Jezus Christus; de dood is geen verwoesting maar een gedaanteverandering, een overgang naar de andere kant.

Jezus zegt: “Ik ben de verrijzenis en het leven, al wie in Mij gelooft, die leeft, ook al is hij gestorven.” In dit woord willen wij vandaag geloven. Voor ons is de dood dus niet enkel een noodlot waar we uiteindelijk mee te maken krijgen, maar vooral ook een deur waardoor we het leven van de Hemel binnen kunnen gaan. Daar zal onze levenslange tocht op de aarde overgaan naar een hemelse tocht en zullen we ervaren waarvoor Jezus is gestorven en verrezen: om ons toegang te geven tot het leven in de liefde van God de Vader, de Zoon en heilige Geest.

Deze uitvaart vandaag is een Paasviering. Als geloofsgemeenschap vertrouwen we Pater Guido aan God toe. Zonder dat het de pijn rond zijn overlijden kan wegnemen, kunnen wij elkaar troosten in het vertrouwen en de hoop dat God, die tijdens ons leven met ons mee is getrokken, ons ook door de dood heen zal vergezellen. Daarbij is onze verrezen Heer Jezus Christus ons grote voorbeeld: omwille van Zijn dood en verrijzenis, mogen wij vertrouwen dat God ook ons – en vandaag in het speciaal pater Guido - zal thuisbrengen. 

Als priester heeft Guido heel dikwijls gedaan wat wij nu doen: samen met medegelovigen eucharistie vieren.

De eucharistie is een kernelement in het beleven van leven en dood. Bij het Laatste Avondmaal, op de avond voor Jezus’ eigen lijden en sterven, maakte Jezus van brood en wijn, zijn Lichaam en Bloed, dat Hij aan de Vader offerde voor onze verlossing; voor onze redding. In deze uitvaart vieren wij opnieuw dit Paasmysterie, het geheim van het sterven en verrijzen van Christus. In dit geheim worden wijzelf mee opgenomen en daarbij heel bijzonder alle overledenen die al op weg zijn naar de verrijzenis. Wij allen zijn bestemd om te verrijzen, om op te staan uit de dood en een nieuw en verheerlijkt lichaam te ontvangen.

De laatste weken heeft pater Guido naar het moment van sterven toegeleefd. Hij wist al langer dat zijn verblijf onder ons niet lang meer ging duren. Regelmatig zinspeelde hij daarop. Maar de laatste veertien dagen wist hij zeker dat het spoedig zou gebeuren.

Er was geen paniek bij hem. Hij was zoals de eerste christenen: “Zij die geen schrik hebben voor de dood”. Ook voor hem was de dood geen verwoesting maar een gedaanteverandering, een overgang naar de andere kant, een binnengaan in de vreugde van de verlosser, de Heer Jezus Christus.

Hij heeft nooit geklaagd over zijn lijden. Hij droeg het heel gelaten.

Achteraf realiseer ik me dat hij misschien heel bewust Sint Franciscus wilde volgen die op het einde van zijn leven zuchtte: “Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood, die geen levend mens kan ontvluchten.”

 Laten we nu samen verder ons christelijk geloof vieren, onze hoop bevestigen en onze liefde verstevigen.  

(Richten wij nu ons tot God en leggen wij Hem onze gebeden voor.)

 

Tweede overweging 

Pater Guido werd geboren te Essen – in het noorden van onze provincie – in september 1932. Hij zou dus dit jaar 82 geworden zijn.
Zijn vader was hoofdonderwijzer in zijn dorp. Zeer onderlegd, een verteller, heel creatief. Ook zijn moeder was een voorname vrouw en heel gelovig. Allemaal eigenschappen die we ook in Guido konden erkennen en waarderen.
Hij groeide op in een christelijk en Vlaams klimaat.
Dat hij bij de kapucijnen terecht kwam toen hij roeping voelde, komt waarschijnlijk omdat in zijn familie nog franciscaans bloed zat. Hij had een nonkel kapucijn, twee  tantes langs moeders kant bij de franciscanessen van Herentals en één nicht langs moeders kant, ook franciscanes in Herentals.
Na zijn lange jaren studies was hij graag missionaris geworden.
Maar de oversten beslisten daar anders over. Hij kreeg een rijk gevuld leven als leraar en later als parochiepriester.
Tussendoor was hij actief bij de scouts (hij werd zelfs verbondsaalmoezenier) en op CM-kampen allerlei.
Toen hij na een vruchtbaar pastoraal leven ‘op rust kwam’ in Herentals, was hij heel blij dat hij elke zondag kon voorgaan in de eucharistievieringen in het Woon- Zorgcentrum St. Anna hier in Herentals. Ook bij de zusters Franciscanessen hier had hij zijn beurtrol. En tussendoor werkte hij voor het Archief van de kapucijnen dat ondertussen ondergebracht was in de universiteit van Leuven.

We danken God voor al wat Hij door Guido tot stand heeft gebracht.

.------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Overgenomen uit VOX jg. 67, nr. 2   april-juni 2014

Guido was een veelzijdig man. Hij was heel verstandig, met een grote interesse voor wat er in de wereld gebeurde, hield van kunst en letteren, was geworteld in het christelijk geloof van zijn ouders, en wilde op alle terreinen die voor hem open kwamen zijn talenten ten volle gebruiken. Hij deed dit op een nederige en onopvallende manier. Dat was zijn aanleg en dat -leerde hij nog meer vanuit de spiritualiteit van zijn ordestichter Sint Franciscus.
Wanneer hij na zijn noviciaat bij de kapucijnen ook zijn filosofische en theologische studies met lof had beëindigd, werd hij door zijn oversten naar de universiteit van Leuven gestuurd om klassieke filologie te studeren. Na vierjaar werd hij leraar aan ons college in Aalst en een jaar later ook aan het jezuïtencollege aldaar.
Na tien jaar vroeg hij een sabbattijd en vertrok naar onze missie in Congo. Hier gaf hij ook een jaar les. Na een paar jaar terug in België geweest te zijn ging hij weer naar Congo om er een voorbereidende studie te maken voor een boek over 'Kerk en missie'. Drie romans over Congo waren onder andere het resultaat van dit verblijf. Dan kwam hij in Brussel wonen om leraar te worden aan het lyceum te Dilbeek en werd hij medewerker in de Vlaamse pastoraal.
Daarna kwam een periode van territoriale pastorale bedrijvigheid. Hij werd pastoor in Oudergem. Kwam na een omwegje Ieper in Herentals terecht. Was tijdelijk administrator van drie parochies rond Grobbendonk en verving gedurende drie jaar de pastoor van de O.L. Vrouw parochie in Herentals. Maar toen hadden zijn oversten hem nodig in Antwerpen waar hij gardiaan werd. Ondertussen werkte hij aan nieuwe boeken (over onze mede-broeders Paulus van Parijs en Valerius Claes, over het werk van medebroeders die werk(t)en bij zigeuners, kermis- en woonwagenmensen, over `Antwerpen en de kapucijnen', over het kapucijnen¬klooster van Herentals), en gaf hij gelegenheids-conferenties over boeiende ondernemingen.
Een paar jaar geleden kwam hij in Herentals wonen, 'om uit te rusten zei hij soms. Maar en het Woon¬zorgcentrum Sint-Anna zonder priester viel, nam hij er al vlug de zondagsliturgie mee over. En in de week stelde hij zich ten dienste van het archief van de kapucijnen waarvoor hij nuttig werk verrichtte. Hij deed dit alles tot enkele weken voor hij stierf.
Wie was Guido?
Hoewel hij goed bespraakt was, liet hij niet gauw in zijn hart kijken. Maar 'aan de vruchten kent men de boom'. En die vruchten zijn het gevolg van persoonlijke begeleidingen van mensen die hij overal op zijn tocht ontmoette en hem om bijstand vroegen. En van zijn vele preekjes en homilies die kort maar steeds inhoudsvol waren. En van zijn conferenties, artikels en boeken die hij geschreven heeft. Maar ook het vele goeds dat hij verrichtte als verbondsaalmoezenier bij de Scouts en de bezieling die hij bracht tijdens de talrijke CM-kampen.
Wij Janken de Heer voor al het goede dat Hij door Guido aan ons, zijn medebroeders, familie en vrienden, heeft gedaan.
Wij bidden nu dat hij moge wonen in de vreugde en de vrede van de Heer. 

Graag bevelen wij onze dierbare overledenen in uw gebeden aan.

 

Pater Norbert Maertens

Geboren te Izegem op 1 januari 1937
Hij trad in de orde op 11 september 1956
en legde zijn geloften af op 11 september 1957
Hij werd priester gewijd te Emelgem op 13 juli 1963.
Eerste afreis als missionaris naar Pakistan op 17 december 1964,
vanwaar hij definitief terugkeerde naar Izegem op 24 april 1999.
Hij was er o.a. gardiaan en bezieler van de pastorale werking in ’t Pandje.
Hij overleed te Izegem op 28 augustus 2014

 

Norbert,

Nu jij voorgoed je ogen hebt gesloten zien wij misschien iets beter wie jij was en wat je leven betekende.

Fysiek was je een sterke mens met een ijzeren gezondheid, zo leek. Tot het laatste jaar je echte lijdensweg begon. Je bleef erin geloven maar wij vroegen ons af hoe lang je je ziek-zijn al niet voor ons verdoezelde of zelfs voor jezelf ontkende. Want ziek of moe paste niet in je levensbeeld. Je was er altijd voor de anderen en cijferde jezelf weg.

Je leven lang was je een taaie werker: vanuit je religieus-franciscaanse en Mariale gedrevenheid heb je gewroet, en zonder berekening jezelf gegeven voor de armsten in Pakistan, vooral in Adha. Daarna hier bij ons in allerlei apostolaatvormen, met een speciale affectie voor ’t Pandje.

Dienstbaar en trouw tot de laatste dagen van je leven bleef je, werkelijk vanop je ziekbed, je sterfbed, bezig en bekommerd om de verantwoordelijkheid die je opgenomen had.Een eerlijk en oprecht man: gevoelig maar gesloten naar je medemens, je medebroeders toe. Als men je gevoelens kwetste reageerde je amper, zweeg je eerder.Diepvroom en veelbelezen man leefde je intens mee met alles en allen. Zeer veel mensen zullen je missen, Norbert. Je familie, de Kapucijnen, ’t Pandje, je mensen in Adha en in zovele middens.

Bid jij nu voor ons bij de Heer en dank voor alles.

 

Homlie:
Beste Familie, Medebroeders en de talrijke Vrienden van Pater Norbert,
Zelfs als we de overledene van dichtbij hebben meegemaakt, is het veel gemakkelijker op te sommen wat hij 'gedaan', 'gepresteerd' heeft in zijn leven dan aan te voelen 'wie hij werkelijk wàs'.
Geboren hier te Izegem in 1937 heeft hij zijn roeping ontdekt en als priester-kapucijn gevolgd. - Die roeping is gegroeid vanaf de dag dat een missionaris was komen vertellen over de missies, en dat had hem zo aangesproken dat hij dat ook wilde doen. Daarvoor volgde hij de klassieke weg van middelbare studies en priesteropleiding bij de Kapucijnen, werd te Emelgem priester gewijd in 1963 door Mgr.De Keyzer, en vertrok als missionaris naar Pakistan om daar 35 jaar het beste van zichzelf te geven. In 1999 keerde hij definitief naar Izegem terug en zette zich hier tenvolle in voor tal van apostolaatsvormen, tot zijn dekte hem ongenadig velde.
Voilà, dat is droogweg zijn curriculum vitae dat nu, in zijn 77° jaar beëindigd is.
Maar zien wij dààrin de 'persoon' van P.Norbert? Bijlange niet ! Norbert was een kei_ rijke persoonlijkheid.
Streng voor zichzelf, gesloten als het over hemzelf ging, maar zeer getalenteerd, zowel intellectueel als wroeter met zijn handen. Hij mag gezien worden als een echt voorbeeld van een kapucijn-kloosterling en - missionaris, zoals over hem geschreven staat in het boek van onze medebroeder Kamiel Teuns.
Zijn diep gebedsleven en de kunst om zichzelf weg te cijferen in het helpen van anderen, vooral van de allerarmsten, zijn de brede basis waarop zijn leven berust.
IN Pakistan was Adha wel de plaats waar hij het meeste religieuze en menslievende missionariswerk heeft verricht.
Hij werkte er als pastoor bij de christelijke bevolking, was de hoofdpriester van 98 dorpen en moest elke zondag 5 Missen opdragen. Hij had daarbij slechts de hulp van 5 catechisten. Elke dag, jaar in jaar uit, legde hij huisbezoeken af, om met de mensen zelf contact te houden. Hij sliep in de week maar één of twee keer op zijn missiepost. Doordat hij letterlijk tussen de mensen leefde kende hij zeer goed hun gebruiken en hun taal, het 'Punjabi'. Hij was er zeer graag gezien en de mensen stonden erop, als hij bij hen op bezoek was, dat hij bij hen een kopje thee dronk. Als hij het weigerde, voelden de mensen zich de mindere en dachten ze dat hij niet wilde omdat ze zo arm waren, slechts straatvegers ! Omdat hij iedereen tevreden wilde stellen dronk hij zeer regelmatig in één namiddag 20 tot zelfs 30 kopjes thee ...
Echt 'bekerings'werk mocht hij niet doen, omdat dit in een Islamitisch land bij wet verboden is. Dus getuigde hij van zijn geloof door zichzelf totaal in te zetters om via de naastenliefde bij de mensen het geloof te bewaren en hen te begeleiden in hun geloof.
Hij heeft getracht Jezus te volgen: door aan de miskende mensen de liefde van God zichtbaar te maken, door begrip te tonen, waardering uit te drukken, studiebeurzen aan te bieden, de mogelijkheden te scheppen voor de kinderen om naar school te gaan, volwassenen te lerqn lezen en schrijven, een dispensarium op te richten ... zoveel concrete zaken die het leven van 'zijn' mensen verbeterde.
Gedurende 8 jaar is hij ook professor geweest aan het enige nationale seminarie te Karachi, waar hij priesterkandidaten hielp opleiden. Maar zelfs in die jaren kon hij het niet laten om deeltijds te werken in de 'slums', de echte vieze krottenwijken, waarin mensen leefden in de meest erbarmelijke omstandigheden.
Hij heeft ook heel wat gebouwd voor zijn werk: kapellen, een klooster voor Zusters en een heel grote kerk in Wazirabad.
Na 35 jaar zorgen en zwoegen keerde hij in 1999 terug naar Izegem "omdat hij vond dat zijn taak er ginder op zat, en omdat hij wou plaats maken voor de plaatselijke bevolking die zijn taak zou voortzetten". (zo drukte hij het zelf uit)
Nog altijd bezield door zijn ideaal heeft hij van Izegem uit zijn apostolaatswerk verder gezet, en zijn voorkeur voor de 'miskende mens' vond een nieuw terrein in de geestelijke zorg in 't Pandje.
Dat hij juist dààr, in 't Pandje, zou sterven is als 't ware een teken van goedkeuring van hierboven.
Als ik mag samenvatten wat ik wilde illustreren:
"Omdat 'bekeringswerk' bij wet verboden was, heeft Norbert zijn Godsliefde voorgeleefd in zijn naastenliefde voor de miskende armsten".
Norbert, uw leven is echt goed geweest, dikwijls moeilijk, maar verrijkend voor wie u mocht leren kennen.

f.Juliaan
 

Pater RAF VANSTEELANDT

Geboren te Roeselare op 15 januari 1939
Hij trad in de orde op 10 september 1958
Hij werd priester gewijd op 10 juli 1965.
Hij overleed in het AZ Delta Roeselare op 23 augustus 2015

 

Op 10 juli was het 50 jaar geleden dat pater Raf priester werd gewijd. Hij vierde dit op de dag zelf met zijn medebroeders van de Boeveriestraat op een eenvoudige wijze. Het kon later eventueel nog feestelijker gevierd worden. Maar zover is het helaas niet gekomen. Twee weken later, op zondag 26 juli, wilde hij zoals iedere zondag, naar zijn zus en schoonbroer rijden in Beveren, hoewel hij zich helemaal niet goed voelde en letterlijk dood-moe was. Bij Jeannette en Marcel was hij immers thuis. Het werd de laatste tocht met zijn versleten autootje. Hij moest ijlings naar het ziekenhuis gebracht worden in Roeselare. Ondanks alle goede zorgen overleed hij er vier weken later, op zondag 23 augustus.

 Van in zijn collegejaren en seminarietijd was Raf een doener, met veel praktisch inzicht en vaardige handen, iemand die niet graag lang stilzat. Hij had het niet zo begrepen op lange uiteenzettingen en complexe theorieën, was iemand met een uitgesproken mening waar hij graag aan vasthield, iemand ook met een literaire aanleg en Vlaams voelend. En zo is hij eigenlijk altijd gebleven.

 In 1967 werd hij medepastoor benoemd in de H. Hartparochie in Izegem. Toen hij 11 jaar later naar het klooster van Ieper verhuisde, ging hij graag in op het aanbod om gevangenisaalmoezenier te worden. Hij deed dit mooie pastorale werk met hart en ziel en het speet hem heel erg dat hij dit werk niet verder kon doen toen het klooster van Ieper een totaal nieuwe bezetting kreeg. Raf verhuisde in 1979 naar de kapucijnengemeenschap van Brugge-Komvest en kreeg een benoeming als medepastoor op de parochie van Sint-Jozef. Dit was de parochie met mensen naar zijn hart waar hij al vlug van ging houden. De eindverantwoordelijkheid voor de parochie en de administratieve beslommeringen liet hij liefst aan anderen over. Zelf was hij graag dicht bij en tussen de mensen, leefde intens mee met hen in wel en wee, kon goed luisteren en bracht in een eenvoudige en aansprekende taal het leven van de mensen aanwezig in zijn aandachtig beluisterde predicatie.

 Toen hij geen medepastoor meer was en zijn gezondheid achteruit ging, bleef hij toch graag op Sint-Jozef wonen al trok hij ook iedere dag naar de medebroeders in de Boeveriestraat. Iedere morgen was hij trouw op post voor de eucharistieviering in de gemeenschap van de zusters en hij hield ook nog contact met de mensen van de Okra en van ziekenzorg.

 Pater Raf hield niet alleen van verzorgde liturgie maar ook van het kerkgebouw zelf van Sint-Jozef. Het gedicht "Wachter aan de polder" dat hij eens maakte over de kerktoren, getuigt er van. Zeggen de twee laatste strofes ook niet veel over hemzelf en zijn hart voor de parochie?

  "Luidt de mensen op ter kerke
 't zij in vreugde en in nood
 volgt hun wegen en hun werken
 van de wieg tot in de dood.
 Schutse voor uw goede mensen
 baken en geborgenheid
 zoals Jozef stille hoeder
 van de tijd naar eeuwigheid."

  Moge pater Raf, nu hij de grote tocht 'van de tijd naar eeuwigheid' gemaakt heeft, geborgen zijn in Gods oeverloze liefde!

  

 

PAUL  FREMAU

 

Hij werd geboren te Antwerpen op 25 maart 1940

Hij trad in de orde op 10 september 1958
Hij legde zijn eerste geloften af op 12 september 1959
Hij werd priester gewijd te Izegem op 10 juli 1965
Hij overleed in het Sint-Vincentiusziekenhuis te Antwerpen op 3 november 2015

 

Overgenomen uit Handdruk jg. 44 nr. 5 december 2015

VIC DE VLEESHOUWER

Hij werd geboren te Vorselaar op 19 juni 1931

Hij trad in de orde op 15 september 1952
Hij legde zijn eerste geloften af op 17 september 1953
Hij werd priester gewijd op 12 juli 1959
Hij overleed in de kapucijnengemeenschap te Herentals op vrijdag 8 april 2016

 

Homilie Begrafenis Vik De Vleeshouwer

Beste medebroeders, broers en zussen, familieleden en vrienden van br. Vik,  

“Toen gingen zij op weg en trokken van dorp tot dorp, terwijl ze overal de Blijde Boodschap verkondigden (en genezingen verrichtten)”.Dàt is het leven geweest van onze medebroeder Vik.

 Jezus had een heilzame boodschap voor de wereld. Hij gaf er zijn leven voor. Hij heeft die boodschap ook doorgegeven aan zijn vrienden. Hij zond hen uit over heel de wereld met de opdracht: “Ga en verkondigt het Rijk Gods”. Die vrienden waren van allerlei slag. Jezus zelf werd door zijn volksgenoten ‘de zoon van de timmerman’ genoemd. Zijn eerste volgelingen waren: vissers, mannen die de belastingen moesten innen, tollenaars, gewone werklui. Er waren er bij die de Bijbel bestudeerd hadden. In één woord: Jezus keek niet naar hun rijkdom of geleerdheid. Hij keek naar het hart.

 Een elf eeuwen later was er in Assisi een jonge man, Franciscus,  die gegrepen werd door die persoon van Jezus.Hij wilde het levenspatroon van Jezus volgen. Ook hij kreeg volgelingen en…zond ze uit over heel de wereld om de Blijde Boodschap van Jezus te verkondigen. Op heel korte tijd waren zij verspreid over heel de gekende wereld.

 En weer een achttal eeuwen later was er dan onze Vik. Hij werd geboren in een groot gezin. Volgens zijn eigen vertellen was hij iemand die hield van fratsen, deugnietenstreken en ondernemen. Zijn ouders waren diepgelovig. Hun zonen en dochters namen die geloofspraktijk over. Zo geraakte ook Vik in de ban van het leven en de leer van Jezus. Meer zelfs: hij wilde priester worden. Daar was studie voor nodig. Hoe het kwam weten we niet, maar hij liep college in het internaat van de kapucijnen in Lommel en Aalst. En daar hoorde hij spreken over die sint Franciscus die vele broeders kreeg en die, zoals Jezus, die broeders uitzond over heel de wereld om het evangelie te verkondigen.De jonge Victor werd door hetzelfde ideaal gegrepen. Hij wilde kapucijn worden, zich kleden zoals Franciscus, leven zoals de jonge eerste broeders, Jezus volgen, de Blijde Boodschap verkondigen overal waar hij door zijn provinciaals heen gestuurd zou worden.Dat heeft hij altijd consequent trachten te doen. Het ideaal van Jezus en van Franciscus werd ook het zijne. Hij heeft er zich voor ingezet zoals zijn medebroeders. Maar, zoals ik daarnet zei: zij waren van allerlei slag, en ieder betrachtte het franciscaans ideaal op zijn eigen wijze vorm te geven.

Br. Vic deed dit op zijn eigen-aardige manier. Ik heb een vijftien jaren met hem in de kapucijnengemeenschap van Lommel geleefd. Hij muntte uit door zijn originaliteit. Hij was heel pastoraal bewogen. Studeerde altijd als hij enige tijd vrij kon maken. Las veel filosofie, theologie, sociologie, om maar zijn bijzonderste interesses te noemen. Hij volgde ook veel cursus, in Leuven vooral en in Nederland.

Ondertussen werd hij al heel vlug, als kapelaan van Lommel-Centrum,  de populaire persoon bij de plaatselijke jeugd, vooral bij de KAJ, maar ook bij de middenstand. En ook kon hij het aardig goed stellen met de politie.  Men noemde hem in Lommel ‘den bruine’ omdat hij gewoonlijk rondliep in zijn bruin kapucijnenhabijt. Uit die tijd dateren heel wat Fioretti’s, met hem als middenpunt, verhalen en anecdotes die nu nog worden voortverteld.

Onder zijn collega’s priesters was hij de man die steeds de meest moderne strekkingen presenteerde. Hij was iedereen daarin altijd een streepje voor. En ondertussen slaagde hij in het examen van Morele en religieuze wetenschappen aan de Leuvense Universiteit zonder dat iemand toen wist dat hij er lessen volgde.

 Enkele jaren na het 2e Vaticaans Concilie kon men bij ‘pater Octaviaan’ – want zo werd hij toen nog met zijn kloosternaam genoemd, – een grote kentering waarnemen. Toen de paus de religieuzen opriep elk hun stichter en hun regel te bestuderen en  te herwaarderen, begon onze broeder Vik onmiddellijk met een degelijke kennismaking van de heilige Franciscus. Vanaf dan begon hij zich bewust te worden dat de volgelingen van Franciscus zich niet ‘pater’ mochten noemen, maar ‘broeder’. Hij durfde zich die benaming wel niet eigen maken. Maar sommigen wisten dat hij dit erg verlangde.

Sedert zijn bestudering van Franciscus kreeg hij voor deze heilige een stijgende sympathie. Van dan af had hij twee grote devoties: Maria en Sint Franciscus.

Toen hij 45 jaar werd wilde hij een wat rustiger leven. In samenspraak met zijn oversten heeft hij dan in meerdere fraterniteiten gewoond: als aalmoezenier, als leraar, als gardiaan, als biechtvader…Vik was polivalent. Men mocht hem voor zowat alles vragen.

 Maar Vic had vanaf zijn jeugdjaren ademhalingsproblemen. En die begonnen toe te nemen. Ook andere ziekteverschijnselen staken de kop op.

Hij vroeg om te mogen op rust gaan in Herentals. Daar kon hij – wat hij heel zijn leven gedaan had – nog diensten bewijzen aan zijn medebroeders.  (Zijn dienstvaardigheid is heel zijn leven spreekwoordelijk geweest.)  En ondertussen kon hij zijn religieus leven verdiepen.

Vanaf 2015 werd hij meerdere malen opgenomen in de kliniek van Herentals.

Op 31 maart 2016 komt hij voor een laatste maal terug naar zijn medebroeders in Herentals, om daar op 8 april rustig van ons heen te gaan.

Vik, je kwam vaak voor sommigen over als een ruwe bolster. Maar iedereen wist dat je een gouden hart had. Bedankt, want je hebt heel veel mensen (vooral in stilte) geholpen en gelukkig gemaakt.

Georges Stalpaert

Hij werd geboren te Vollezele op 23 maart 1927

Hij trad in de orde op 15 september 1946
Hij legde zijn eerste geloften af op 17 september 1947
Hij werd priester gewijd op 2 augustus 1953
Hij overleed in de kapucijnengemeenschap te Herentals op woensdag 15 juni april 2016

 

Geboren in een gelovig gezin in Vollezele (Pajottenland) was Georges Stalpaert een stille maar heel verstandige jongen. Als leerling blonk hij uit in ijver en heel goede resultaten. Maar ook in overtuiging en geloof. Hij trad in bij de kapucijnen.
Na zijn filosofische en theologische studies werd hij priester gewijd door Mgr. Catry, Na enkele jaren ten dienste gestaan re hebben van de opvoeding van
humaniora-studenten in Aalst en Lommel vertrok hij naar Congo. Daar verbleef hij een goede vijftig jaar.
In alle bescheidenheid stond hij ook daar ten dienste van alle mensen die tot hem kwamen. Zowel op religieus als op maatschappelijk vlak. Hij was er altijd, met zijn goede raad en bescheiden middelen, om te helpen waar hij kon. Zo werd hij een inspiratie voor velen, want alles wat hij deed was echt, oprecht en zonder veel woorden.
Nu is hij de weg opgegaan die zijn twee jongere broers-kapucijn en vele anderen hem waren voorgegaan. Zijn laatste jaren, hier in Herentals, bleef hij de stille diepgelovige man waar iedereen van hield. Ook van buiten Herentals werd hij opgezocht als wegwijzer en voorbeeld.
Wij zijn hem dankbaar voor wie hij was en voor wat hij heeft betekend voor zovele mensen.

Wij danken de vele mensen die hem vooral in de laatste periode van zijn leven hebben bijgestaan en verzorgd: de huisdokter Avonds, de verpleegsters van het Wit-Gele Kruis, de verzorgsters van Landelijke Thuiszorg, Nachtzorg Kempen en Beter Thuis. En vooral de eigen medebroeders die met hem met liefde en zorg hebben omringd.
De Vlaamse Kapucijnen en de familie danken u voor uw medeleven
en vragen om Hem bij de Heer te gedenken.
 

Jacques Houyoux

Hij werd geboren te Charleroi op 15 augustus 1920

Hij trad in de orde op 20 november 1946
Hij legde zijn eerste geloften af op 29 november1947
Hij werd priester gewijd op 2 augustus 1953
Hij overleed in de kapucijnengemeenschap te Herentals op woensdag 2 juli 2016

 

Na zijn humaniora ging Jean studeren aan l' Ecole Supérieur Diplomatique. Kort na het beëindigen hiervan trad hij in bij de Kapucijnen in Edingen. Hij volgde samen met de Vlaamse en Waalse studenten van de kapucijnen filosofie in Brugge en Theologie in Izegem.
Een jaar na zijn priesterwijding (1953) werd hij onderpastoor in St. Remac1e te Verviers. In 1959 vertrok hij naar Congo. Zijn eerste taak werd leraar in het Klein Seminarie van Kota
Koli. Later werd hij leraar in Abumombazi. Hij was heel graag gezien door de kinderen en de jeugd, maar ook de volwassenen hielden van hem. Hij sprak hun taal. Hij was heel vriendelijk in zijn omgang met de mensen en zijn voorkeur ging naar de eenvoudigen en gekwetsten.
Dagelijks bezocht hij de zieken. Deed veel brousse-werk. Hij genoot veel sympathie omwille van zijn sobere levensstijl en zijn hartelijkheid. Benevens met zijn medebroeders had hij ook
een goed contact met de zusters Franciscanessen en de zusters van Deftinge.
Na een vijftiental jaren verhuisde hij naar Gemena waar hij regelmatig de gevangenen bezocht. Daarna ging hij naar Bwamanda. Hier was hij novicemeester. Maar steeds bleef hij ook daar bekommerd om armen en zieken.
In 2001 was hij een kortere tijd in Kinshasa als verantwoordelijke voor de kapucijnen- studenten. Tot hij gezonden werd naar Pointe Noire (Congo-Brazza) waar hij, samen met twee jonge kapucijnen, de orde inplatte en er een grote kerk bouwde in de 'St. Franciscusparochie'.
'Père Jean' werd steeds zieker en moest enkele jaren later naar België terugkeren.
Na enkele maanden verblijf in Antwerpen kwam hij definitief in Herentals wonen op 21 mei 2012.
Hij stierf er geheel onverwacht tussen zijn medebroeders.
Zoals Jean onder ons woonde was hij een bijzonder innemend man. Hij had geen 'vijanden'.Hij was door iedereen geliefd. En hoe kleiner of armer iemand was, des te meer was hij om hem bekommerd.

Jean had guitige oogjes die begonnen te tintelen als hij iemand kon plagen. Nooit kwetsend, altijd positief. Alleen met weelde of grootdoenerij kon hij niet overweg. Wij moeten steeds nederig en sober zijn, onderlijnde hij dan.
Hij was ook altijd dankbaar. Dat had hij van zijn moeder geleerd, zei hij. Haar foto stond op wat afstand van zijn zetel, zodat hij haar in 't oog kon houden als hij met iemand sprak.
Zijn liefde tot de natuur was groot. Bloemen, dieren, al wat God geschapen heeft was hem dierbaar. Voor paarden had hij een zwak. Als je hem vroeg: 'Jean, wat verlang je?', dan kwam steeds het antwoord: 'Een wit paard'. En als je hem 's avonds 'goede nacht' toewenste, voegde hij er aan toe: 'Ik wens je mooie dromen toe, vooral van 'des petits cochons' ...
De dag dat hij van ons heen gegaan is, werd er in ons klooster niet veel gesproken .. Jean laat niet alleen een lege stoel en kamer achter, maar ook een ruime greep spiritualiteit die ons spontaan doet denken aan zijn groot voorbeeld sint Franciscus. Over hem sprak hij niet veel, maar hij toonde door zijn manier van omgaan met de mensen en heel de schepping, hoe wij de franciscaanse spiritualiteit kunnen beleven.
Wij danken de vele mensen die Jean vooral in de laatste periode van zijn leven hebben bijgestaan en verzorgd: de huisdokter Avonds, de verpleegsters van het Wit-Gele Kruis, de verzorgsters van Landelijke thuiszorg, Nachtzorg Kempen en Beter Thuis. En vooral zijn geestelijk begeleider en de eigen medebroeders die hem met liefde en zorg hebben omringd.
De Vlaamse Kapucijnen en de familie danken u voor uw medeleven en vragen om hem bij de Heer te gedenken.

Antoon De Bouck

Hij werd geboren te Wingene op 4 oktober 1924
Hij trad in de orde op 31 juli 1943
Hij werd priester gewijd op 1 oktober 1950
Hij overleed in de kapucijnengemeenschap te Herentals op 6 juli 2016

 

Met het overlijden van Frans verliezen zijn medebroeders een attente en fijngevoelige, erudiete, wijze en vrome medebroeder. In 1943, in volle oorlogstijd, begon hij op 19 jarige leeftijd zijn kapucijnen leven. Zijn vormingsjaren waren voor hem een gelukkige tijd. Met volle overtuiging bereidde hij zich voor op een leven als kapucijn-priester. Vrijwel onmiddellijk na zijn priesterwijding werd hem gevraagd om naast het dienstbetoon in diverse parochies de vorming van
'aspirant-kapucijnen' en van jonge medebroeders te behartigen. Hij gaf les in de colleges van de kapucijnen in Lommel en Aalst, werd lector benoemd aan het filosoficum van de kapucijnen in de Clarastraat in Brugge. Daarna werd hij socius van de novicemeester en vervolgens tot novicemeester, eerst in Edingen en daarna in Brugge. Het was echter de tijd waarin nieuwe kandidaten uitbleven en vormingshuizen opgeheven werden, zo ook het klooster in de Clarastraat. Frans verhuisde naar het klooster in de Boeveriestraat.
Hij werd godsdienstleraar, en ook geestelijk assistent van de zusters kapucinessen in Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Vooral de zusters kapucinessen van het monasterium
Morgenster in Varsenare vaarden daar wel bij. Gedurende vele jaren was hij er
voorganger en graag beluisterde predikant in de druk bijgewoonde weekendvieringen.
Doorheen de jaren werd hij de vriend en raadsman van veel mensen. Hij was betrokken op meerdere congregaties, maar bijzonder op deze van de zusters Dominicanessen waar zijn zus was ingetreden. Met heel wat oud-studenten onderhield hij goede contacten.
Zijn familie lag hem nauw aan het hart en hij leefde mee in blijde en droeve momenten.
Frans is altijd met hart en ziel kapucijn geweest en hij hield van zijn orde en zijn
medebroeders. In zijn ruim zeventig jaar kapucijnenleven heeft Frans in de Kerk en in de orde van de kapucijnen veel zien veranderen. En ook wel heel wat zien verdwijnen dat hem dierbaar was. Maar dat ontmoedigde hem niet. Kritiek op zijn oversten of op de kerkelijke hiërarchie kwam zelden over zijn lippen. Harde discussies of reacties waren
onze gevoelige en fijn besnaarde medebroeder vreemd. Hij was een overtuigde religieus met een diepe eucharistische vroomheid en een grote trouw aan het getijdengebed van de kerk.
Frans bezat een ruime culturele bagage. Ook op hoge leeftijd bleef hij lezen en studeren en genoot hij van schilderkunst, van klassieke en religieuze muziek. Hij was bijzonder goed vertrouwd met het werk van Guido Gezelle en genoot van zijn taalvirtuositeit. Hij bleef niet alleen lezen maar hij bleef ook verzamelen en heeft zo heel wat gered dat anders voor het archief van de kapucijnen zou verloren gegaan zijn.
Frans genoot van het samen zijn met medebroeders, met familie en vrienden en
haalde dan uit de rijk gevulde schatkamer van zijn geweldig geheugen 'oud en nieuw' tevoorschijn.
In de soms stille momenten van zijn levensavond was hij een dankbare en biddende medebroeder die een steeds grotere rijkdom vond in teksten die hem dierbaar waren en die toeleefde naar de ontmoeting met God die eindeloos barmhartige liefde is.
De Minderbroeders Kapucijnen en de familie danken U voor uw meeleven en gebed.
 
 

 

Jozef (Krispien) Meersman

Hij werd geboren te Smeerebbe-Vloerzegem op 17 juni 1926
Hij trad in de orde op 20 april 1949
Hij legde zijn eerste geloften af op 21 april 1950
Hij legde zijn plechtige geloften af op 21 april 1953
Hij overleed in de kapucijnengemeenschap te Herentals op 1 september 2016

 

 

Levensloop broeder Jozef (Krispien) Meersman.

 

Onze medebroeder Jozef Meersman werd geboren in Smeerebbe-Vloerzegem (bij Geraardsbergen) op 17 juni 1926. Zijn ouders waren doorgoede hardwerkende mensen die een mooi gezin ter wereld brachten. Zijn kinderjaren waren onbezorgd en bevorderden dat hij een evenwichtige persoonlijkheid werd.

Al heel vlug werd hij lid van de BJB, de Boerenjeugdbond. Al bijna even vlug kreeg hij er verantwoordelijkheid.

Als jongeman ging hij werken in een gekend eternit fabriek. Ook daar werd hij heel vlug aangesteld tot voorman. In die periode werd hij lid van de Katholieke Arbeidersjeugd, de KAJ, waar hij opgemerkt werd door Cardijn, Marcel Vandewiele en andere belangrijke persoonlijkheden uit de beweging.

Na een tiental jaren in de fabriek gewerkt te hebben ging hij zijn dienst doen in het Belgisch leger. Tijdens de oorlogsjaren speelde hij ook daar een gewaardeerde rol.

 

In 1948 zegde Jozef de wereld vaarwel. Hij wilde een religieus leven leiden en voelde aan dat hij als kapucijn beter de medemensen kon dienen. Zo kwam hij in onze orde terecht.   

Na zijn noviciaat te Edingen kreeg hij vele opdrachten, die hij allemaal met veel toewijding vervulde.

Eerst kwam hij voor een jaar naar Herentals, daarna was hij twee jaar in Meersel-Dreef. Na zijn plechtige professie in Edingen werd hij aangesteld als ziekenbroeder in Meersel-Dreef.

Zes jaar heeft hij dat met veel liefde en kundigheid gedaan. Soms had hij er acht zieke medebroeders tegelijk te verzorgen.

Dan volgde Brussel als kok, voor drie jaar.

In 1963 kwam hij naar Aalst als koster en refterier en intussen volgde hij er avondlessen in auto-mechanica. Dit laatste kwam heel goed van pas omdat hij een jaar later naar Pakistan vertrok als missionaris.

Wegens ziekte kwam hij acht jaar nadien terug naar België. Eerst in Boom waar hij met br. Juniper begon met onze kloosters te schilderen.

Dit deed hij zes jaar lang, tot hij naar Izegem verhuisde om er portier te worden en voor al het huishoudelijk werk in te staan.

In 1993 werd hij benoemd in ons gloednieuw klooster van Herentals. Br. Paul Paternoster werd daar de eerste gardiaan en broeder Krispien de eerste vicaris. Dit heeft hij met veel vaardigheid en plichtsbewustzijn gedaan gedurende 13 jaar. (Tot in 2006). Hij was toen 80 jaar.

Gedurende heel zijn leven als kapucijn was hij, overal waar hij gewoond heeft, een erg gewaardeerde ziekenverzorger.

 

Op het einde van zijn leven werd de ijzersterke broeder Krispien ziek.

Hij heeft zijn pijnlijke ziekte heel moedig en in stilte gedragen in diep geloof en gebed.

Uiteindelijk is hij op 1 september rustig gestorven tussen zijn medebroeders hier in Herentals.

Hij leefde 90 jaar voor God en zijn medemensen.

 

GEDACHTENISPRENTJE

 

Na een zorgeloze kindertijd in het warme familienest in Smeerebbe-Vloerzegem, kwam Jozef Meersman terecht in de wereld van jeugdbewegingen (KLJ, KAJ), fabrieksarbeid en leger.
Met zijn veelzijdige talenten werd hij overal gewaardeerd en geliefd. Jozef had een zeer goed doorzicht, een stoere werkkracht en een grote gave om met iedereen om te gaan.

 

Maar op zijn 22-ste zegde hij de wereld vaarwel. Hij wilde een religieus leven leiden en voelde aan dat hij zijn medemensen beter kon dienen als kapucijn. Zo kwam hij in onze orde terecht.

Na zijn noviciaat te Edingen kreeg hij vele opdrachten, die hij allemaal met veel toewijding vervulde. Zowat in alle kapucijnenkloosters in Vlaanderen heeft hij gewoond, soms als koster, dan weer als refterier of als kok of als tuinman of als schilder, maar meestal deed hij vele van die taken tegelijk.

Hij was ook acht jaar missionaris in Pakistan, maar moest  wegens ziekte terug naar Vlaanderen komen.

Vooral als ziekenbroeder werd hij gewaardeerd. Die taak nam hij trouwens in alle kloosters waar hij verbleef op zich, samen met andere opdrachten.

In 1993 werd hij benoemd in ons gloednieuw klooster te Herentals. Br. Paul Paternoster werd daar de eerste gardiaan en broeder Krispien de eerste vicaris. Dit heeft hij gedurende 13 jaar met veel vaardigheid en plichtsbewustzijn gedaan. Eerst toen hij 80 was werd hij van deze taak ontheven.

 

Tegen het einde van zijn leven werd de ijzersterke broeder Krispien geveld. Hij kreeg een pijnlijke ziekte die hij voor de rest van zijn leven heel moedig en in stilte, in diep geloof en gebed, gedragen heeft.

Uiteindelijk is hij op 1 september 2016 rustig in Herentals tussen zijn medebroeders gestorven.  Hij heeft zijn 90 jaar hier op aarde heel zinvol beleefd voor God en zijn medemensen.

Hij liet zich duidelijk inspireren door het voorbeeld van sint Franciscus en de franciscaanse heiligen. Hij werd gekenmerkt door een sterke liefde tot de natuur, door eenvoud, door een warme hartelijkheid en een doorleefde Mariadevotie.

 

Broeder Krispien, bedankt voor niet alleen uw aanmoedigend voorbeeld en uw wijze raad, maar vooral voor de daadwerkelijke inzet en hulp aan al uw medebroeders, familieleden en andere mensen die op uw weg kwamen.

Wees bij de Heer in  zijn Vrede en zijn Vreugde!

 

Homilie     Mattheus , 25, 14-21.  (Over de talenten)

 Beste medebroeders, familieleden en vrienden van br. Krispien,

 Als wij de levensloop van onze geliefde medebroeder daareven aanhoorden, merkten wij waarschijnlijk wel op dat hij ten eerste veel talenten had en dat hij ten tweede daar met volle inzet en edelmoedigheid gebruik van maakte, ten dienste van de anderen.

We vernamen in de  Levensloop dat Jozef Meersman als jonge man, ten gevolge van die bekwaamheden, steeds bijna onmiddellijk verantwoordelijkheid kreeg als hij in een vereniging stapte of in ’t leger kwam. Hij stelde zijn oversten daarin dan ook niet teleur. Ook zijn medeleden waren hem steeds dankbaar en volgden hem. Op het werk, en wat later in het leger, kreeg hij steeds de grootste waardering van oversten en soldaten. Jozef had iets dat de anderen naar hem toe trok. Noemen we die aantrekkingskracht: charisma.

 Na de oorlog is hij naar het klooster getrokken. Naar eigen zeggen wisten zijn ouders eigenlijk heel weinig van zijn roeping. Zij waren verwonderd toen hij naar Antwerpen trok om met de provinciaal van de kapucijnen te spreken. En toen die provinciaal hem zei dat de week nadien er een professie van een jongeman was in Edingen, trok hij er naartoe en…hij bleef er. Veel woorden heeft hij er niet aan verspild. Maar zijn ouders kenden hem en lieten begaan. 

Als kapucijn bleef zijn charisma uiteraard. Hij kreeg er veel taken op zijn schouders, in meerdere kloosters. Hij bleek in elke opdracht bijzonder bedreven. Of hij nu kok was of bedelbroeder of ziekenbroeder of timmerman, altijd werd zijn werk vakkundig afgeleverd.

Zijn bekwaamheid deed destijds de ronde in heel de kapucijnenprovincie.Niet alleen zijn handenarbeid, maar heel zijn persoonlijkheid werd door zijn medebroeders erg gewaardeerd.

Tussendoor las hij veel boeken. Dit maakte dat hij over veel onderwerpen kon meepraten. Zijn culturele belangstelling was groot.  

Eigenlijk had hij enkele grote voorkeuren: zijn orde, zijn medebroeders ter plaatse in ’t bijzonder. Ook zijn familie was hem bijzonder dierbaar. En dat was wederkerig, er was onder hen een innig gevoel van meeleven.
Zijn zieken die hij in alle kloosters waar hij woonde verzorgd heeft, voelden zijn genegenheid, aandacht en zorg. Zij bleven hem steeds dankbaar. Hij was vaak de barmhartige Samaritaan.

En wat we zeker niet mogen vergeten in het vernoemen van zijn grondhouding: zijn gebedsleven was de basis van heel zijn leven. Hij begon elke dag met gebed, gedurende heel de dag werd hij gedragen door zijn contact met de Heer, en tenslotte eindigde iedere dag met een innig gebed tot Maria, zijn grote liefde. Broeder Krispien liep er niet mee te koop. Maar hij was vooral een man van gebed.

Dit was gegroeid al gaande de weg van zijn franciscaanse beleving. Want Franciscus en de franciscaanse heiligen waren zijn grote inspiratie. De natuur, zijn eenvoud, zijn warme hartelijkheid,…Hij paste zo goed in het franciscaanse  gedachtengoed.

Zou de Heer op dit ogenblik ook niet tot hem zeggen wat Hij tot de  dienaar met de vijf talenten heeft gezegd: ‘Uitstekend, goede en trouwe dienaar, (…) over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw heer’.       

Broeder Krispien, bedankt voor niet alleen uw aanmoedigend voorbeeld en uw wijze raad, maar vooral voor de daadwerkelijke inzet en hulp aan al uw medebroeders, familieleden en andere mensen die op uw weg kwamen.

Wees bij de Heer in Zijn vrede en vreugde.

 

Broeder Michel Dewulf

Hij werd geboren te Reningelst op 27 september 1937
Hij trad in de orde op 15 september 1954
Hij legde zijn eerste geloften af op 17 september 1955
Hij legde zijn plechtige geloften af op 1 november 1960
Hij overleed in  A.Z. Herentals op zondag 9 oktober 2016
 

Gedachtenisprentje

Een medebroeder zei: “Michel is gestorven zoals hij geleefd heeft”. Stil, zonder iets te zeggen, zonder dat iemand vermoedde dat het zo erg gesteld was dat hij zou sterven. Zelfs de mensen die hem in de kliniek verzorgden stonden er versteld van. Hij kon nogal eens verrassen…tot op zijn sterfbed toe.

Michel leefde ook zoals zijn kloosternaam het aangaf: ‘Humilis’,  dat wil zeggen: nederig, eenvoudig, bescheiden. Hij kon zo stilzwijgend aanwezig zijn. Maar als men hem nodig had dan vond men hem wel. Hij was immers bedreven in meerdere zaken waarvan medebroeders afhankelijk kunnen zijn. In het herstellen van gescheurde of besmeurde habijten bijvoorbeeld. Of in een lekker gebakje.
Maar wie hem echt kende zag in hem vooral de toevlucht voor mensen die in de miserie zaten. Niet alleen moreel, maar ook zakelijk was hij voor velen ‘een helper in alle nood’.  

Maar slechts heel weinigen waren er van op de hoogte dat Michel ook persoonlijk leed. Zijn ‘broeder ezel’ wilde niet altijd mee. Vooral de laatste jaren waren op lichamelijk gebied zwaar om dragen. Maar ook daarover zweeg hij.

Michel, je was vaak moeilijk te doorgronden. Maar je had wel een visie en een ideaal dat je bent blijven nastreven door de wisselvalligheden van het leven.
Nu ben je rustig bij de Heer. Denk aan ons. Wij zullen jou ook niet vergeten. 

 

Levensloop 

In de heuvelachtige streek van Poperinge, in het mooie dorpje Reningelst, werd op 27 september 1937 Michel geboren. Zijn moeder was Maia Derycke en zijn vader André Dewulf..

Michel groeide op onder de oorlog. Zijn kindertijd en jeugdjaren zijn, zoals bij alle kinderen van Reningelst, getekend door die wereldramp. Hij was drie jaar toen de oorlog begon. Acht jaar toen hij werd beëindigd.

Al vlug bleek dat de jonge Michel verlangde naar het religieuze leven. Zo kwam hij in Aalst in ons St. Laurentiuscollege terecht. Maar studeren zinde hem niet en men besloot om de humaniorastudies maar verder over te slaan. En zo trad hij op 15 september 1953 in bij de kapucijnen. Een jaar nadien werd hij novice in Edingen. En weer een jaar later legde hij daar zijn tijdelijke geloften af.

Hij leerde er de stiel van kleermaker, wat hij gaarne deed. Drie jaar later werd hij overgeplaatst naar Brugge Clara, het studiehuis waar heel wat jonge kapucijnen filosofie studeerden. Hij had er zijn handen mee vol.

In 1960 legde hij zijn plechtige geloften af. En drie jaar nadien kwam hij weer naar Brugge Clara als kleermaker en koster. In 1967 deed hij even Leuven, Edingen en Lommel aan om dan een viertal jaren termijnbroeder (bedelbroeder) te zijn in de streek van Edingen.

In 1972 werd hij kok in Brussel, waar hij een vertrouwd gezicht was voor daklozen en marginalen. Na vier jaar kwam hij in Ieper terecht als kok en voor huishoudelijk werk.

Na een paar omwegen om de gemeenschappen van Antwerpen, Aalst en Edingen te helpen, kwam hij naar Herentals voor vier jaar.

In  2000 – het jaar dat hij van het Ministerie van Volksgezondheid een erediploma kreeg als bloedgever – kwam hij voor 14 jaar als portier naar Antwerpen. Een opdracht die hij heel graag aanvaardde omdat hij hier zoveel mensen uit de derde en vooral vierde wereld  kon helpen met raad en daad.

Toen hij het moeilijk kreeg met zijn gezondheid kwam hij naar Herentals op 17 januari 2014.

Twee jaar later (op 9 oktober laatstleden) stierf hij rustig in de kliniek van Herentals.

 

Homilie

 Evangelie Mateus 11, 25-30 

Beste medebroeders, familieleden en vrienden en kennissen van br. Michel, 

Tot aan het 2e Vaticaanse Concilie, dus tot ongeveer 1965, kregen de kapucijnen bij hun intrede in de orde andere kleren dan de gewone mensen, nl. een habijt. Hun haar werd afgeschoren en vervangen door een grote kruin. En ze kregen ook een nieuwe naam. De betekenis van deze ceremonie, die voor de rest van hun leven zo zou blijven, was, dat ze vanaf nu zouden verzaken aan hun vroeger leven en een nieuwe levenswijze zouden beginnen.

 In het jaar 1953, kreeg dus ook Michel een nieuwe naam, nl. br. Humilis. Een latijnse, maar toch een heel eenvoudige naam, met een rijke betekenis. Want ‘humilis’ betekent : eenvoudig, nederig, gewoon. Sommigen waren daarvoor wat jaloers op hem, medebroeders die voortaan een naam droegen zoals bijvoorbeeld  Rogatianus, Plechelmus, Hyppolitus, enzovoorts.

Michel werd op dat ogenblik uitgenodigd van zijn naam een programma te maken. Iets wat helemaal niet gemakkelijk was, maar als je jong bent is dat een uitdaging. En hij ging er voor!

Want Jezus zelf raadde dat aan zijn volgelingen aan: “Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig (humilis) van hart”

Daar wilde Michel dus voor gaan. 

En hij heeft er werk van gemaakt.
Niet dat dit gemakkelijk ging. Het leven is hard. En zelfs in een klooster moet men soms echt op de tanden bijten. En omdat br. Michel zo bitter jong was ingetreden, hij was toen amper 16 jaar,  was het dilemma: zich handhaven tussen de oudere mannen en anderzijds nederig en eenvoudig zijn. En dat was soms wel dubbel moeilijk.

Gelukkig slaagde hij daarin. Zoals de meeste kapucijnen heeft hij vele taken en opdrachten gekregen. Hij heeft wel in elk Vlaams kapucijnenklooster gewoond, denk ik.  Als kok, als bedelbroeder, als portier, als kleermaker. Niet dat het bij hem  “12 stielen en 13 ongelukken”  werd. Neen, hij leverde steeds goede productie af. Als kleermaker werd hij zelfs door missiebisschoppen opgezocht. Hij voelde dat hij waardering kreeg van vele kanten. En dat maakte hem sterk. 

Maar in br. Humilis stak ook een missionaris. Niet buiten de grenzen, maar in de omgeving waarin hij woonde. Hij had de natuurlijke begaafdheid tussen de kleine mensen te staan. En er zich voor in te zetten wanneer ze in nood waren. Steeds nam hij het op voor de underdogs. Voor zwakken, kleinen, allochtonen, voor alle mensen die in de marge van de samenleving verbleven. Wat kon hij heel zachtmoedig met hen omgaan. Hij was bijzonder attent voor hen.

Hij had ook met ‘belangrijke mensen’ van onze maatschappij goede relaties. Bisschoppen, schepenen en burgemeesters en zelfs ministers. Door zijn eenvoudige en ongewapende aanspraak bewoog hij vaak deze hogergeplaatsten tot daadwerkelijke hulp voor zijn mensen die zelf de weg niet vonden om de draden  aan elkaar te knopen of zich te handhaven in onze soms harde wereld. Broeder Michel bewoog hen tot toelatingen en rechten die zijn beschermelingen  zelf niet wisten of konden bekomen. Hij maakte voor hen de weg vrij om te bekomen waar zij recht op hadden.

En terwijl hij met die kleine mensen bezig was leerde hij hen, zonder ophef, hoe ze terzelfdertijd misschien ook eens de weg van sint Antonius of Ons Heer konden vinden.

Ja, Michel was zijn naam Humilis waardig. Want hij liep daar ook niet hoog mee op. Alleen wanneer hij rustig, nippend aan zijn sigaartje, in vertrouwen kon spreken, vertelde hij dat zo langs zijn neus weg.

Dan smolt de soms wat ruwe handelwijze tot wat Jezus zei in het evangelie: zachtmoedig en nederig van hart zijn. 

Dat opkomen voor de zwakke en gekwetste mensen kwam bij br. Michel ook tot uiting in zijn grote liefde tot de dieren. Van grote dieren sprak hij nooit. Maar klein gedierte, zoals kippen, vogels, katten, waren zijn grote vrienden.
Alhoewel hij ook daarin onderscheid maakte. Zoals sint Franciscus kon hij te keer gaan als een kip gepest werd door de andere hennen in ons hok. Eksters maakten hem woedend omdat die meesjes en vinken te lijf gingen. Hij had het voor merels. “Hoor, ze zijn weer aan ’t zingen….Of wat zouden ze nù weer aan ’t vertellen zijn? Wat zou ik hen graag verstaan.”   

Ja, dan moest de gezel zwijgen. Eén en al oor was hij dan. Wat heeft de Schepper het toch allemaal schoon gemaakt. Gezelle zei toch: “Als de ziele luistert heeft het àl een taal dat spreekt”. 

Beste vrienden, Michel was Michel. We zegden vaak: zo hebben we er maar eentje. Een medebroeder waar je kwaad op kon worden en van wie je kort daarna kon houden. Hij moest ons veel vergeven. En wij hém ook.
Maar is dat  niet onder alle mensen zo?

Hugo Gerard

Hij werd geboren te Roeselare op 12 maart 1937
Hij trad in de orde op 11 september 1956
Hij werd priester gewijd op 14 juli 1963
Hij overleed in het Kapucijnenklooster te Brugge op dinsdag 27 september 2016
 

 

TEKST GEDACHTENISPRENTJE

Toen de beslissing viel de werking van Ryckevelde over te brengen naar een pand in Brugge, achtte Hugo voor hemzelf de tijd gekomen om van de dagelijkse werking afscheid te nemen. Hij hoopte een rustige ‘oude dag’ in het klooster van Brugge te kunnen beleven en zich daar nog verdienstelijk te maken. Het liep anders. Zijn gezondheid liet hem steeds meer in de steek. Toch had hij begin november nog een duwtje in de rug nodig om zich te laten onderzoeken. De diagnose was fataal. Hoe zwaar het ziek zijn hem ook viel, hij liet er weinig van merken, klaagde niet, wilde niemand tot last zijn. De avond voor zijn onverwacht sterven zegde hij: ‘Het is nu zo. Ik hoop dat het niet te lang duurt. Bid voor mij’ en dan even met die hem eigen tinteling in de ogen …’een beetje toch’.

Hugo had veel talenten.  Hij had een ongewoon scherp verstand, een snel inzicht in de meest ingewikkelde zaken en kon moeilijke materie bevattelijk maken, hij was uiterst creatief en er school een architect én een dichter in hem, hij had een grote liefde voor kunst en cultuur, en een gevoelig en rijk gemoed dat hij vaak afschermde.  Hij was intens begaan met mensen maar zette zelf niet gemakkelijk de stap naar anderen.

Na zijn studies in Leuven vroeg zijn medebroeder Karel Verleye hem in 1968 om mee zijn schouders te zetten onder het Europees Vormingscentrum Ryckevelde dat in 1956 gestart was. Hugo is ingegaan op die vraag en heeft van het mee uitbouwen van Ryckevelde zijn levenswerk gemaakt. Hij was immers diep overtuigd van de noodzaak van een eengemaakt Europa met een menselijk gelaat. Hij gaf conferenties, ontwikkelde didactisch materiaal, bemoedigde medewerkers, verbeterde de accommodatie, bouwde en verbouwde, hij zette zich in voor subsidiëring en bewaakte tevens de onafhankelijke koers van de Ryckevelde.  En daarbij droeg hij in alle stilte en heel attentievol een grote zorg voor zijn twee medebroeders Karel en Jozef.  Bij dit alles had hij  niet de behoefte om zelf op de voorgrond te treden.

In 1988 kozen zijn Vlaamse medebroeders hem tot hun provinciale overste.  Deze keuze viel hem erg zwaar want hij wilde  de werking én de medebroeders van Ryckevelde niet in de steek laten. Hij slaagde er in om zijn nieuwe taak ten volle ter harte te nemen en toch Ryckevelde verder mee te dragen. Een verzwakkende religieuze gemeenschap – wat de Vlaamse kapucijnenprovincie was – moet goede ondersteunende structuren hebben, zo was zijn overtuiging. Hij zette de administratie  op punt, had een grote aandacht voor het archief, de centrale bibliotheek en het kunstpatrimonium en hun toekomst, hij bedacht  het concept voor een nieuw huis vol licht  ‘voor rustende medebroeders’ in Herentals en volgde de realisatie van dichtbij op.

Nu is zijn leven voltooid.  Wij, en velen met ons, zijn dankbaar om wie hij was. We vertrouwen hem nu voor altijd toe aan de liefdevolle nabijheid van God, onze Vader.

 De Minderbroeders Kapucijnen
en de familie
danken u  voor uw meeleven en gebed.

HOMILIE

Beste medebroeders, familie en vrienden van Hugo, 

Ieder sterven van een dierbare mens confronteert ons met de vraag: wat na de dood? Is de dood zonder meer het einde of is er een vorm van verder leven? Velen van jullie zullen al wel verder gebladerd hebben in het boekje van deze viering en het gedicht ’Vaarwel’  gelezen hebben dat Hugo jaren geleden schreef.  Het gedicht noemt op het einde meerdere opvattingen over ‘wat na de dood’?   

Vaarwel

Straks komt het ogenblik dat ik zal sterven.
Dan sluit ik af het eerste deel van de eeuwigheid:
een tijd van kleine vreugden en veel narigheid.
Van 't broze vat resten alleen nog scherven.

Ik heb geen laatste wil, want ook geen erven.
Maar u, mijn vrienden, dank ik voor de mooie tijd
en voor het voeren van een lange strijd.
Eén troost: mijn dood al u niet veel doen derven.

Zal ik nu eindelijk 't geluk verwerven,
de echte vrede in Gods hart, zo lang verbreid?
Ik weet dat ik niet in het niets of eenzaamheid
verdwijn, noch in een leegte rond zal zwerven,
want ik geloof in de beloofde zaligheid.
Toch, vrienden, 't blijft zo moeilijk om te sterven.

(Uit: Otto, Gelegenheidsversjes)

In het ‘niets’ verdwijnen, in een leegte rondzwerven (de sjeool, hades? ) maar ook: vrede vinden in Gods hart, nl de beloofde zaligheid.

Daarmee roept het gedicht enkele van de uiteenlopende opvattingen / overtuigingen  op die mensen vroeger en vandaag  hebben over  een bestaan of niet bestaan  aan de overzijde van de dood.

We kunnen er nog gemakkelijke enkele opvattingen aan toevoegen, zoals :  we gaan op in de totale werkelijkheid. Of: we weten het gewoon  niet. Of een heel concrete voorstelling van andere werkelijkheid, al of niet hemel genoemd, of een thuiskomen in Gods liefde, Gods hart, het huis van de Vader. 

Ik geloof in de beloofde zaligheid, zegt dichter Hugo.   
En daarmee verwoordt hij op zijn manier wat in de twee Schriftlezingen heel sterk klinkt: 

In het huis van mijn Vader is er ruimte voor velen’ zegde het evangelie.   En de eerste Joannesbrief zegt heel gedurfd met een groot geloof: ‘Nu reeds zijn wij kinderen van God en wat wij zullen zijn is weliswaar nog niet geopenbaard, maar wij weten dat wij aan Hem gelijk zullen zijn omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is’ . ‘We zullen in Gods  hart de lang verbeide vrede vinden’  zo belijdt Hugo het in het gedicht.

Gelukkig de mens die vanuit deze gelovige overtuiging echt mag leven!  Die echt met vertrouwen  in dit perspectief leven mag! Wat niet automatisch meebrengt dat sterven gemakkelijk is (zoals ook Hugo schrijft) 

De lezingen geven ook een antwoord op de vraag waar het op aankomt in dit leven. Het antwoord lijkt eenvoudig: op liefhebben.    Met  Jezus en zijn Vader verbonden blijven in liefde   en de medemens liefhebben met concrete daden.

Maar we ervaren allen dat dit niet zo eenvoudig is …

In liefde met Jezus en zijn Vader verbonden blijven. Wat kan dat betekenen?

Op een klein met  potlood volgekrabbeld blaadje  dat waarschijnlijk een voorbereiding voor een homilie was, stelt Hugo zich ook die vraag en hij somt enkele facetten op die me wel getroffen hebben:  Het gaat over in het hart dragen en er zich door laten inspireren.    Het gaat over : 1) bewonderen, loven en prijzen  2)zijn wensen en wil ernstig nemen en volgen; hetzelfde willen en hetzelfde niet willen  3) danken omdat we met hem mogen omgaan, om al datgene wat hij ons geeft   4) daardoor verwantschap voelen in ons denken, oordelen en doen  5) ons veilig voelen in zijn gezelschap. 

Maar ook de medemens liefhebben.  En de Johannesbrief benadrukt. We moeten liefhebben met concrete daden!  Die woorden heeft Hugo zelf waargemaakt.   Hij hield niet van holle slogans, hoogdravende taal, wazige voornemens. Ook niet van het herleiden van liefde tot louter gevoelens, en ook niet van het beperkten van liefde en zorg tot enkel wat Paul Ricoeur noemt: de korte relaties, ik-gij relaties. Zeker, die nam hij ook ter harte.  Hugo kon heel erg begaan zijn, warm nabij zijn, meeleven, heel goed luisteren, met weinige  maar heel rake woorden mensen helpen, een grote en heel delicate zorg hebben voor zijn twee medebroeders in Ryckevelde en andere medebroeders, en andere mensen, daarbij zichzelf wegcijferend en soms het weinige dat hij voor zichzelf had, nog weggeven.

Maar liefde beperkt  zich niet tot de ‘korte relaties’. Liefde heeft ook alles te maken met de ‘lange relaties’, met ijveren voor goede instellingen, rechtvaardige wetten, ijveren voor een goed onderwijssysteem, een goede gezondheidszorg voor iedereen; daarvoor ijveren en mensen  van het belang ervan bewust maken..

En Hugo vertaalde dit  - naast de grote inzet voor zijn broederschap van kapucijnen -  heel concreet in een levenslange inzet –‘ een lange strijd’ zegt het gedicht - voor een menselijk  Europees project, voor een Europees huis waar ruimte is voor velen, voor veel  overtuigingen en culturen die in respect en solidariteit samenleven, waar men zich voedt aan het rijke geestelijk erfgoed van Europa, een Europa dat  op voorwaarde dat het zijn ziel en zijn rijk geestelijk erfgoed niet verliest - een belangrijke rol te spelen heeft in de opbouw van één vredevolle rechtvaardige wereldgemeenschap.

Vanaf 1968  tot voor korte tijd heeft hij zich daarvoor via de opbouw en werking van Ryckevelde met al zijn lichamelijke en geestelijke krachten en zijn vele talenten ingezet! Met een overtuiging die zo sterk was dat hij zelf daarin niet moest opvallen. Hij kon heel gemakkelijk  in de schaduw werken.   Een inzet voor Europa  zoals die van Hugo is vandaag meer dan ooit nodig !.  Wij en velen met ons zijn hem daarvoor intens dankbaar !

In zijn strijd voor Europa als een goed leefbaar huis voor velen heeft hij  de goede strijd gestreden.  Moge hij nu thuisgekomen zijn in het huis van de hemelse Vader waar ruimte is voor velen.

Laten we daarvoor vertrouwvol en dankbaar bidden !

  

-         Huis van de Vader, Europa als huis

-         Gelukkig wie daaruit mag leven ! in vertrouwen…

-         Wel heel concrete gevolgen: zie eerste lezing.  Concreet liefhebben.

-         Hugo over God liefhebben (op een klein papiertje enkele facetten)

-         Hugo over liefhebben van de medemens: heel concreet zonder holle woorden (holle leuzen doorprikte hij , vonden geen genade)

-         Dit geloven  maakt het leven niet ‘gemakkelijk’ en ook het ‘sterven niet’

-         Het voeren van een lange strijd:  voor een beter  Europa, een huis…

 

*De lezingen geven ook een antwoord op de vraag: waar komt het uiteindelijk op aan in ons leven? Wat is onze opdracht in dit leven?  Het antwoord van de lezingen is eigenlijk heel eenvoudig:  Wat je levensproject ook is, wees een liefhebbende mens, een goede mens zijn die liefheeft  in concrete daden. Een mens die een zegen is voor zijn medemensen naar het voorbeeld van Jezus en verbonden met Jezus en door Hem met de Vader. 

 

PATER OTTO

 

PATER OTTO - 1 -


 

PATER OTTO
Sommige mensen leggen geen onopgemerkt parcours af. Zo iemand was jij, pater Otto. Elke
omschrijving lijkt afbreuk te doen aan wie je was, want jij en je levenswerk waren bijzonder.
En toch doe ik een poging. Ik probeer je in enkele woorden te omschrijven, zoals velen je op
Ryckevelde gekend hebben: een veelzijdige inspirator en een warme, onbaatzuchtige mens.
In je werk was je een 'inspirator en veelzijdig'. Je blik vooruit, je geloof in een Europa waar
de mens en het gemeenschappelijk belang centraal staan, zou voor vele Europese leiders
vandaag een voorbeeld mogen zijn. Niet voor niets noemde je je geliefde Ryckevelde een
leerhuis voor Europa, een leerhuis voor een nieuwe wereld.
Dat geloof in het belang van een Europese samenwerking deelde je met tienduizenden
jongeren, in je werk als cursusleider.Je begreep dat het thema Europa - toen al- voor veel
jongeren een ver-van-mijn-bed show was. Daarom bedacht je educatieve spelen om het
leren leuker en beklijvender te maken, zoals de Noord-Zuidsimulatieoefening die na 50 jaar
nog steeds een veelgevraagde workshop van Ryckevelde is. Daarnaast startte je op
Ryckevelde met het uitwerken van educatief materiaal.Zo was je Europees ABC, een
brochure over de Europese integratie, jarenlang het paradepaardje van de organisatie.
Je creativiteit en zin om complexe materie in mensentaal te vertalen zijn vandaag nog steeds
een ware inspiratiebron en één van de drie hoekstenen van Europahuis Ryckevelde.
Een ex-collega vergeleek je veelzijdigheid wel eens met Leonardo da Vinci: een creatief vat
vol talenten. En dat is een understatement. Naast bezieler en creatieve brein van Ryckevelde
was je ook de huistekenaar die de logo's en illustraties bij de didactische brochures
ontwierp. Je was de huisarchitect: je bouwde het herenhuis om tot een veelgebruikte
conferentieruimte voor de vorming en tot 'gast hof Ryckevelde' waar je samen met
Christiane de beste pannenkoeken uit de streek bakte. Zelfs 40 jaar later belden mensen nog
aan aan de kasteelpoort op zoek naar de plek 'waar ze ooit zo'n lekkere pannenkoeken
gegeten hadden'. En zo kan ik nog even doorgaan.
Maar dat was je werk. Als mens was je onwaarschijnlijk onbaatzuchtig. De schijnwerpers
waren niks voor jou. Eén van je medebroeders omschreef je ooit zo: Hij verstaat als geen
ander de kunst om zo onopgemerkt mogelijk aanwezig te zijn en om in de schaduw
vruchtbaar werk te leveren ... En dat was jij ten voeten uit:
• een warme mens die kon luisteren als de beste
• iemand die altijd achter of naast je stond, ook al ging je niet akkoord
• een stille genieter, of het nu van je sigaret, een kop koffie of het gezelschap was. Of die
keer dat je kopie van een tekst van Jacob van Maerlant maandenlang het studieobject
was van een groep Nederlandse professoren. Dat zij dachten dat het een echte van
Maerlant, daar genoot je zo van.
• Ten slotte was je iemand die heel erg met meeleefde en met je poëzie altijd de juiste
woorden zocht en vond. In je dichtbundel schreef je 'Ik schreef deze verzen omdat ze
ergens moesten voor dienen: mensen gelukwensen, kerstmis en nieuwjaar wensen,
troosten, bemoedigen, enz.' Vandaag kunnen we wel wat troost gebruiken. Daarom wil
ik graag tot slot, één van je gedichten voorlezen.
"Kerstavond
Al kijkend door het raam
zie ik de kale bomen;
de vogels troepen saam:
een lange nacht gaat komen.
Ik fluister zacht de naam
van hen die in mijn dromen
nog even voor me staan ...
en laat mijn tranen stromen.
Kon ik één lichtje maar
ontsteken in die nachten.
Misschien in 't nieuwe jaar
mag ik dat nog verwachten ...
Nu missen wij elkaar
om 't leed wat te verzachten."
Uit: Sprokkelhout uit Ryckevelde I, Hugo Gerard, 2004.


Sommige mensen leggen geen onopgemerkt parcours af. Zo iemand was jij, pater Otto. Wat
een voorrecht dat we jou mochten kennen, van je leren en dat Ryckevelde kon groeien op
jouw talent en er verder blijft op groeien. Bedankt voor alles, pater Otto!
 

TEKST VAN Léonce Bekemans

Beste familie, Kapucijner gemeenschap, vrienden en aanwezigen 

We hoorden zojuist een getuigenis van wat pater Otto als één van de drie grondleggers van Europahuis Ryckevelde heeft betekend voor de vele activiteiten, medewerkers en cursisten doorheen de vele jaren. Zijn parcours was opmerkelijk, onbaatzuchtig en inspirerend, gekenmerkt door veelzijdigheid, fantasie en creativiteit.  Ryckevelde is een boeiend Europees levensverhaal van 60 jaren onverdroten inzet dat groeide van het  oorspronkelijke Europahuis in de jaren 50 naar een succesvol vormingscentrum en nu terug naar de bron met het huidig Europahuis, een  ontmoetingsplek voor de nieuwe tijd.  

“Ryckevelde” was voor pater Otto, voor meer dan 50 jaar, de bijzondere plek, de natuurlijke plaats en de direkte leefomgeving  om mee te bouwen aan het Europa van morgen via allerhande vormingsactiviteiten en educatieve spelmomenten. Hij heeft dat gedaan met zowel stille maar concrete inzet en kracht als met praktische raad en daad, steeds jongeren motiverend voor het Europees verhaal met een luisterend oor. Hij was een stevige steunpilaar, niet op de voorgrond maar steeds broodnodig aanwezig en met af en toe een poëtisch woord, een korte bezinning als sprokkelhout.   

In 2014 schreef hij nav de nakende verhuis van Ryckevelde naar onze nieuwe thuis in St Baafskerkstraat  in Brugge het volgende:   

Ergens, verloren in het grote bos
aan ’t einde van een  lange beukenlaan,
staat er een  kasteelhuis, heel alleen, zo los
verloren als het ware te vergaan. 

Geen  mens kan ooit vermoeden dat er veel
n vanuit alle hoeken van het land
ja vanuit heel de wereld om ons heen
cursisten aangelopen zijn. Frappant! 

Dat, meer dan vijftig jaren lang, geen  mens
zich eenzaam voelde hier, verloren liep,
maar wel verzekerd was dat daar zijn wens
om ’t spoor te vinden naar wat zich daar schiep:

 

Een nieuw Europa van hervonden moed
waar vrede heerst en solidariteit
en samenwerking voor ’t gemene goed
van wereldwijde samenhorigheid 

Ontmoetingshuis van Ryckevelde was
een plek van blij verwachten en van hoop,
een leerhuis voor de nieuwe tijd, een klas
hoe trouwvol men de morgen binnenloopt
 

Pater Otto mag fier zijn actief deelgenoot te zijn geweest van een door Europa erkend laagdrempelig, duurzaam en bezielend succesverhaal dat nu door jonge begeesterde mensen wordt verdergezet met dezelfde visie en missie. In naam van de vele medewerkers, vrienden, jonge en minder jongere cursisten die Ryckevelde zijn gepasseerd, wil ik hier mijn oprechte dankbaarheid betuigen. Dank ook aan de Kapucijner gemeenschap die dat mogelijk maakte. Europa heeft in deze confuse en bange tijden dergelijke voorbeelden van creatieve en onbaatzuchtige inbreng hard nodig om het Europees waardengoed blijvend te willen koesteren, te beleven  en te vertalen in een begrijpbare, minzame  en gastvrije taal.   

Léonce Bekemans
Brugge, 3/01/2017

Marcel (Herman Jozef) Vandecappelle

Hij werd geboren te Izegem op 6 april 1926
Hij trad in de orde op 15 september 1945
Hij werd priester gewijd op 27 juli 1952
Hij overleed te Meulebeke op woensdag 15 februari 2017

 

Overgenomen  uit Handdruk jg. 47, nr. 1 maart 2017

 
De verwelkoming van Hans Vandeca&ppelle aan het begin van de uitvaart van Marcel:

 

Guido Travers

Hij werd geboren te Kortrijk op 6 augustus 1940
Hij trad in de orde op 13 september 1966
Hij werd priester gewijd op 26 december 1970
Hij overleed te Herentals op 7 mei 2017

 

Overgenomen uit Handdruk,  jg. 47, nr. 2

 

Homilie begrafenis Guido Travers  13 mei 2017 

Medebroeders, familieleden en vrienden van ver of dichtbij, hier aanwezig in deze afscheidsdienst van Guido: vrede van God onze Vader en van onze verrezen Heer Jezus Christus. 
Ieder mens loopt zijn of haar eigen traject in het leven. Dat geldt ook voor kapucijnen, hoewel hun grote levenslijnen uitgetekend zijn door de franciscaanse inspiratie en levenswijze. Maar er zijn medebroeders die toch een heel eigen koers gaan in het leven. Zo was dat bij Guido.
Na zijn priesterwijding op tweede kerstdag in 1970 heeft hij meer dan 25 jaar zijn beste krachten gegeven als predikant, vormingsleider of gardiaan. Maar er vonkte iets in zijn hart:
de roep naar een leven als kluizenaar, zoals hij dat ervaren had bij die Zwitserse medebroeder tijdens zijn theologiestudies in Sion.  De laatste 20 jaar van zijn leven werd deze droom werkelijkheid, eerst in Reuland, daarna in Watervliet en vanaf 27 oktober 2001 in een huis, palend aan het klooster van de Boeverie in Brugge. Guido noemde zijn stadskluis Egidiuskluis naar de eerste kluizenaar van onze orde ten tijde van Franciscus.  

Kluizenaar zijn: geen alledaagse levensroeping. In deze viering ten afscheid willen wij Guido alle eer brengen die hem toekomt en daarom willen wij in eerbied gedenken en overwegen wie hij als kluizenaar voor ons en voor de ganse kerkgemeenschap is geweest.
In zijn Egidiuskluis verzamelde hij teksten van andere kluizenaars en grote geestelijke leiders, en verzond ze op onregelmatige tijdstippen per post naar ongeveer 100 personen die daar interesse in hadden. Op 24 juni 2012, het feest van Johannes de Doper, werden meer dan 400 teksten uitgegeven in een gestencild boek met als titel ‘De roep van de tortel’. De allereerste tekst in dit boek is van Theophane de Recluse. Deze kluizenaar geeft al direct aan waar het in het leven van een kluizenaar om gaat: ‘De kluizenaar is een teken van God, bestemd om de mensen te herinneren aan het voorbijgaan van deze wereld en in hun blik een beeld te brengen van de wereld die komt’. 

In genoemd boek heeft Guido ook een tekst opgenomen van een Amerikaanse kluizenares, Eve Baker. Zij beschrijft ‘De spirituele reis van de kluizenaar’. In deze tekst vond Guido zijn levensideaal verwoord. Zij schrijft: ‘Men draagt zijn kluis altijd en overal bij zich – de plaats waar men niet slechts alleen is, maar alleen met God. Het is God die het begin is, God die aan het einde staat en het is God die de weg is die we bewandelen.’ De kluizenaar verwijst naar God vanuit de stilte waarin hij als zijn levensruimte vertoeft. 

We hebben een bijzondere tekst gehoord in de evangelielezing. Jezus bracht zijn Blijde Boodschap niet alleen in levengevende woorden, maar ook met opmerkelijke daden van barmhartigheid. Hij ging ook regelmatig bidden: ‘Gij badt op enen berg alleen’. dicht Guido Gezelle. In deze evangelietekst maakt Jezus ons duidelijk waarin zijn bidden bestond.

In de stilte van zijn gebedsmomenten bracht Jezus lof aan zijn Vader: ‘Ik prijs u, Vader, Heer van hemel en aarde’. Loven, prijzen en danken was de eerste beweging van zijn hart, want de Vader had de verborgen geheimen geopenbaard aan hen die daarvoor ontvankelijk zijn, de mensen met een hart als van een kind. God de Vader stond centraal in het leven van Jezus.   Zo ook in het leven van de kluizenaar. In de Oosterse kerk spreekt men van ‘monniken’: dat woord betekent: alleen zijn, maar je moet het aanvullen met: alleen zijn om samen te zijn met de Ene, God zelf. Een echte kluizenaar is een monnik, die God altijd looft en prijst en dankt.

In de tekst van het evangelie die voorgelezen werd, spreekt Jezus na de lofprijzing aan zijn Vader over zijn relatie met Hem: ‘Niemand kent de Vader tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren’. De diepe verbondenheid die Jezus beleefde met zijn Vader, was de bron van zijn leven. Hier raken wij aan het geheim dat God is.

Wij mogen God benoemen als Vader, Zoon en Geest. En de grote schilder Rublov heeft in zijn ikoon van de drie engelen onze blik naar binnen willen brengen, naar het onbenoembaar geheim van de Drie-ene God. Guido had in zijn Egidiuskluis een afbeelding van de Rublov-ikoon. Hoe vaak zal hij er naar gekeken hebben en er stil bij zijn geworden. Heel zeker heeft hij mogen proeven wat een weelde het is, zich als mens opgenomen te weten in de levensstroom van God zelf, verborgen voor de wereld maar levend in God.

Guido heeft zich innerlijk krachtig door de Geest gesterkt gevoeld om – zoals Paulus het verwoord in zijn brief aan de christenen in Efese – ‘met alle heiligen te vatten wat de breedte en lengte en hoogte en diepte is’ van het geheim dat God is’, en te kennen de liefde van Christus die alle kennis te boven gaat’. 

Na de lofprijzing en de verwoording van de relatie met zijn Vader gaat Jezus in op zijn roeping: aandachtig luisteren en mild nabij zijn aan allen die uitgeput zijn, belast en beladen, en gebukt onder leed, angst en twijfel: ‘Komt allen tot Mij. Ik ben zachtmoedig van hart’. In zijn nachtelijke overwegingen tijdens zijn bidden op de berg is Jezus zich ten volle bewust geworden, welke roeping Hij van zijn Vader had gekregen: er zijn voor de mensen en delen in hun broos bestaan. Je zou het de sociale roeping van Jezus kunnen noemen.  

Het heeft de schijn dat een kluisleven een geïsoleerd bestaan is, een leven ver verwijderd van een wereld die ondergedompeld is in ellende en mensonwaardigheid. Niets is minder waar. Ook de kluizenaar heeft een sociale roeping, want alleen zijn is geen isolement.

Er lopen talloze onzichtbare draden van verbondenheid vanuit de kluis naar de wereld rondom. Vele mensen kunnen in deze dagen van afscheid vanuit eigen ervaring getuigen hoezeer de gesprekken met Guido hen goed hebben gedaan. In zijn minzame en warme blik was hij, in navolging van Jezus,  een goede herder.  

Aan het slot van de tekst over ‘De spirituele reis van de kluizenaar’ lees ik: ‘De volwassen kluizenaar is iemand die vrede uitstraalt naar anderen, de vrede van Christus. Dit is een gift aan de kerk en aan de wereld, groter en mysterievoller dan al onze eigen drukke activiteiten, omdat dit een gave van God is’. Guido heeft de franciscaanse groet ‘Vrede en alle goeds’ heel concreet waar gemaakt voor alle mensen die hij ooit mocht ontmoeten, voor hen in het bijzonder die hem in zijn broosheid nabij waren en hem ondersteunden op velerlei vlak.

Guido werd ernstig ziek. Op doktersadvies mocht hij niet meer alleen wonen. Daarom verhuisde hij na 20 jaar kluisleven op 15 augustus vorig jaar naar Herentals. Daar werd hij omringd door meelevende medebroeders en door zoveel zorgzame handen. Hij maakte zich, vastberaden  als hij was,  klaar voor de grote overstap.

Wellicht heeft hij gedacht aan de woorden van Teresa van Avila: ‘Het wordt tijd, Heer, dat we elkaar zien’. Het deed hem deugd nog eens Marialiederen te kunnen zingen, want zo zei hij: ‘Maria brengt de kluizenaar bij haar zoon Jezus’.   

Zo vaak wenste Guido zijn bezoekers het aloude gebed toe: ‘God zegene en beware je’. Dat willen wij nu over hem uitspreken en bidden dat hij, nu bevrijd van zijn handicap, ten volle mag leven in de vrede van het geheim dat God is en waarin hij volledig heeft geleefd. Zijn levensreis is voltooid, zijn leven aan de overkant van dit aardse bestaan is al begonnen. Amen.

Klaas  Blijlevens